日蘭辭典+

93 resultaten voor ‘goed’
日蘭辭典 (trefwoord)
ii善、好、良、宜い
bn. (1) [良い] goed. (2) [美い] mooi; fraai. (3) [香、] lekker; aangenaam. (4) [比較して] beter; verkieselijk. i.w. (5) [許可] mogen. telw. (6) [十分] genoeg. ¶ いい事を話して上げよう ik heb je goed nieuws te vertellen. ¶ 彼女は仲々姿がいい zij is een mooi meisje. ¶ 天氣がいい het is mooi weer; het is lekker weer. ¶ 此の花は香が良い deze bloem ruikt lekker. ¶ 氣持ちが好い ik voel mij lekker; ik ben goed geluimd. ¶ 今朝は氣持ちが少し良い ik voel me wat beter van morgen. ¶ は梨子より林檎の方が好い ik houd meer van appels dan van peren. ¶ 彼が早く癒ればいい ik hoop, dat hij gauw beter wordt. ¶ 君は何時行ってもいい ge moogt gaan, wanneer ge wilt. ¶ 笑ったっていいぢゃないか waarom zou ik niet lachen?; mag ik soms niet lachen? ¶ 何かそれに良い藥はありませんか is daar een geneesmiddel tegen?; is er een middel, dat daar goed voor is? ¶ 明日は來なくてもいい je behoeft morgen niet te komen; niet noodig, dat je morgen komt. pp それは無くてもいい het is niet noodig; ik heb het niet noodig. ¶ それでいい laat maar; het is al genoeg.
anmin安眠
zn. diepe slaap m.; rustige slaap m. ¶ 安眠する rustig slapen; goed slapen. (俗) lekker slapen.
arai
(洗い) zn. wasch v.; wassching v. ¶ 此の染めは洗が利く deze kleur blijft goed in de wasch;
ada
zn. (1) [敵] vijand m. (2) [復讐] wraak v. (3) [怨み] vijandschap v.; wrok m.; haat m. ¶ 不倶戴天の doodsvijand. ¶ を返す zich wreken. ¶ 恩をで返す goed met kwaad vergelden.
ataridoshi當年
(當たり年) zn. goed jaar o.; gezegend jaar o.; jaar van goeden oogst; Noot: Niet verwarren met ‘tōnen’ (當年・當年 (zie aldaar).
ataru當る
(当たる・当る) i.w. (1) [接觸] aanraken; schaven (擦過). (2) [該當] overeenstemmen met; overeenkomen met. (3) [衝突] treffen; botsen; raken. (4) [的中] treffen. (想像等が) goed voorspellen; goed raden. (5) [當籤] winnen. (6) [成功] slagen. (7) [引受ける] ter hand nemen; aanvatten. (8) [探る] polsen. (9) [相當] slaan op; toepasselijk zijn op. (10) [中毒] vergiftigd zijn; ziek worden door. (11) [出會] ontmoeten. (12) [量る] meten. (13) [金額が] bedragen; komen op. (14) [日が當る] beschijnen; bestralen. (15) [火にあたる] zich warmen. (16) [方角] liggen in de buurt van. ¶ 一磅は約拾圓に當る een pond is ongeveer gelijk aan tien yen. ¶ 彈丸は當らなかった het schot raakte niet; het schot miste. ¶ 占が當る de voorspelling komt uit. ¶ 罸が當った het lot heeft gewonnen. ¶ 其の小説は當らなかった die roman had geen succes; het boek sloeg niet in. ¶ 事に當る hij neemt de zaak ter hand; hij bemoeit zich er mede. ¶ 先方の意向を當って見た ik heb hem eens gepolst. ¶ 各所で相場を當って見た方がよい het zou goed zijn op verschillende plaatsen naar den prijs te informeeren. ¶ 此の規則は右の場合に當る deze bepaling is in dit geval toepasselijk. ¶ 海老に中毒〔に當〕った de kreeft is mij slecht bekomen. ¶ 深さを當って見ると三尺あった de diepte bleek drie voet te bedragen. ¶ 此の窓に夕日があたる dit raam heeft de namiddagzon. ¶ 火に御あたりなさい warm u bij het vuur. ¶ 大阪は東京の西にあたる Osaka ligt westelijk van Tokio. ¶ 今や戦時に當り nu, dat het oorlog is. ¶ 局に當る者 autoriteiten, welke het aangaat; de betrokken autoriteiten. ¶ 何だか當てゝ御覧なさい raad eens wat het is.
ateruあてる
(当てる・當てる) t.w. (1) [命中] raken; treffen. (2) [充當] toewijzen. (3) [曝す] blootstellen aan. (4) [宛に出す] richten tot; adresseeren aan. (5) [解く] raden; gissen. (6) [病氣にする] ziek maken; vergiftigen. (7) [火に當てる] warmen; verwarmen. (8) [成功する] i.w. slagen. (9) [適用する] toepassen; aanwenden. ¶ うまくあてられた goed geraden. ¶ 穴に補布をあてる een stuk inzetten; een scheur herstellen. ¶ 鑛脈に堀り當てる een ader treffen.
akarui明るい
bn. (1) [明るい] licht; helder. ¶ に明るい goed op de hoogte van; bekwaam in. ¶ ......に明るい人 deskundige. (2) [潔白な] onschuldig.
aku
(悪) zn. kwaad o.; boosheid v.; slechtheid v.; zondigheid v.; verkeerdheid v. ¶ 惡に報いる善を以てする kwaad met goed vergelden.
yaruやる
(遣る; やる) t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [爲す] doen; verrichten. (3) [送る] zenden. ¶ 旨く遣る goed doen; netjes doen. ¶ 手紙を遣る brief sturen. ¶ 祝儀を遣る fooi geven. ¶ 醫者をやる dokters praktijk uitoefenen. ¶ やつて見る probeeren. ¶ 日本語をやる Japansch studeeren. ¶ 酒をやる van drank houden; drinken.
tasshana達者な
bn. (1) [壯健] gezond; stevig; sterk; kras (老人の). (2) [巧者] bekwaam. ¶ 口が達者である goed kunnen praten. ¶ 達者に蘭語を話す vloeiend Hollandsch spreken.
dekiru出來る
(出来る) i.w. (1) [仕上がる] gereed zijn; voltooid zijn. (2) [製造] gemaakt zijn; vervaardigd zijn. (3) [生長] groeien. (4) [出産] geboren zijn. (5) [發生] voorkomen; gebeuren; voortspruiten uit. (6) [熟達] bekwaam zijn in; goed kennen. (7) [能] kunnen; in staat zijn. ¶ 出來るなら zoo mogelijk. ¶ 出來るだけ zoo veel mogelijk. ¶ 出來る限りで met alle macht. ¶ 御飯が出來ました het eten is klaar. ¶ 此の卓子は能く出來て居る deze tafel is goed gemaakt. ¶ 松はことによく出來る denneboomen groeien hier goed. ¶ コレラ患者に出來た er is een geval van cholera aan boord voorgekomen. ¶ 蘭語出來る hij kent Hollandsch. ¶ 十步くことが出來る tien mijl kunnen lopen.
karada
(体) zn. (1) [身體] lichaam o.; lijf v. (2) [體質] gestel o. ¶ 體に好い goed voor de gezondheid. ¶ 體の lichamelijk. ¶ 體中 over het geheele lichaam. ¶ あの人は體が丈夫だ hij heeft een sterk gestel. ¶ 體附き gestalte; houding; figuur.
tadashii正しい
bn. (1) [正當な] rechtvaardig; billijk. (2) [正直な] eerlijk. (3) [眞實な] waar. (4) [適當] juist. ¶ 正しい eerlijk man. ¶ 正しき語法 juist gebruik van woorden. ¶ 正しい方法 de goede manier; de ware weg. ¶ 血統の正しい van zuiver bloed.
me
(眼) zn. (1) [眼] oog o. (2) [視力] gezicht o. (3) [注] aandacht v. (4) [見界] gezichtspunt o.; oogpunt o. (5) [鑑識] oordeel o.; verstand o. (6) [織] structuur v. (7) [網目] mazen v.mv. (8) [鋸齒] tand m. (9) [木理] draad m.; grein o. (10) [遭遇] behandeling v.; bejegening v.; ervaring v. [同情] sympathie v.; welwillendheid v. (12) [刻] inkeping. ¶ 愛くるしい眼 mooie oogen. ¶ 血走った met bloed beloopen oogen. ¶ 眼を向ける het oog richten op; den blik slaan op. ¶ 眼を覺ます de oogen openen; wakker worden. ¶ 眼を晦ます zand in de oogen strooien. ¶ 入る in het gezicht komen. ¶ 附く de aandacht trekken. ¶ の前で voor oogen; in tegenwoordigheid. ¶ が善い goede oogen hebben; goed kunnen zien; goed van gezicht zijn. ¶ 眼が見えなくなる het gezicht verliezen. ¶ 眼を留める de aandacht vestigen op. ¶ から見ると in zijn oogen; van zijn standpunt gezien. ¶ 利く scherp zien; een goed oordeel hebben; goed kunnen beoordeelen. ¶ の細かな織物 fijn geweven goed. ¶ ひどいめに合ふ bittere ervaring hebben; slechte bejegening ondervinden. ¶ かける vriendelijk behandelen. ¶ の瘤 een doorn in het oog; ergernis. ¶ に障る niet om aan te zien. ¶ inkepingen in den weegstok. ¶ が切れて居る niet het volle gewicht hebben; te licht zijn.
dōyaraどうやら
bw. vermoedelijk; wel. ¶ どうやら天氣になりそうだ het zal wel goed weer worden. ¶ どうやらかうやら op de een of andere manier; zoo goed en zoo kwaad mogelijk.
tsukaeru使へる
(使える、遣える) i.w. dienen tot; goed zijn voor; bn. nuttig; bruikbaar; geschikt.
dōnari-kōnariどうなりこうなり
bw. op de een of andere manier; zoo goed en zoo kwaad mogelijk.
dōkakōkaどうかかうか
kakeru書ける
t. & i.w. kunnen schrijven; schrijven. ¶ 其の萬年筆よく書けますか schrijft die vulpen goed?
kōjiki好時機
zn. goed moment n.; het juiste oogenblik o.; goede gelegenheid.
kokoro-e心得
zn. (1) [知識、會得] kennis v.; begrip o. (2) [準則] aanwijzing v. mv. (3) [規則] voorschriften v. mv. (4) [覺悟 ] voorbereid v. (5) [官職の心得] vervanger m. ¶ 局長心得 waarnemend directeur. ¶ 一通り科料を心得て居る zij kan goed koken. ¶ 商人の心得 voorschriften voor kooplieden; wat een koopman behoort te weten.
kōhyō好評
zn. gunstige beoordeeling v.; goede critiek v.; goede recensie v.
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
seikai正解
zn. goede oplossing v.
mottainai勿體ない
(勿体ない) bn. (1) [不敬] oneerbiedig. (2) [過分] te goed; te mooi; meer dan men verdient. zn. (3) [無駄] zonde; bn. oneconomisch. ¶ 神佛に對して勿體ない heilig schennend. ¶ そんなを戴いては勿體ない het geschenk is veel te mooi voor mij. ¶ こんなに廣い地所を遊ばして置くとは勿體ない het is zonde zoo’n groot stuk land ongebruikt te laten liggen.
jasei邪正

(→jashō) zn. goed en kwaad.

SUPPLEMENT (trefwoord)
haiはい
(tussenwerpsel) (1) [reactie die instemming betuigt met een voorafgaande uiting die bevestigend is of bevestiging impliceert] ja; jawel; jazeker; ik snap het; oké; akkoord. [reactie die instemming betuigt met een ontkennende vraag] nee; dat is [niet] zo; klopt. ¶ 「分かりますか」「はい、わかります」 ‘wakarimasu ka?’ ‘hai, wakarimasu’ ‘begrijp je het?’ ‘Ja, ik begrijp het’. ¶ 「分かりませんか」「はい、分かりません」 ‘wakarimasen ka?’ ‘hai, wakarimasen’ ‘begrijp je het niet?’ ‘nee, ik begrijp het niet’. ¶ 「入ってよろしいですか」「はい、どうぞ」 ‘haitte yoroshii desu ka?’ ‘hai dōzo’ ‘mag ik binnenkomen?’ ‘ja, alsjeblieft’. ¶ 「あなた達は学生ですか」 「はい、そうです」 anatatachi wa gakusei desu ka?’ ‘hai, sō desu’ ‘zijn jullie studenten?’ ‘ja, dat klopt’. ¶ 「今日来ませんか」 「はい‘kyō wa kimasen ka?’ ‘hai ‘komt hij vandaag niet?’ ‘nee’. ¶ 「明日も来てくれませんか」 「はい、伺います」 ashita mo kite kuremasen ka?’ ‘hai, ukagaimasu’ ‘[waarom] kom je morgen ook niet?’ ‘dat is goed, ik zal komen’. (2) [om aan te geven dat men luistert] oh?; ah; oh ja? (3) [om aan te geven dat men aanwezig is] hier ben ik! present! (4) [om de aandacht te trekken wanneer men iets wil geven of gaan zeggen of vragen] ¶ 「はい。こちらがレシートです」 hai. kochira ga reshiito desu’alstublieft, hier is uw bon’. ¶ 「はい、百円のおつりです」 hai, hyaku en no otsuri desu’alstublieft, 100 Yen wisselgeld’. ¶ 「はい、あなたの鍵です」 hai, anata no kagi desu’hier, je sleutels’. ¶ 「はい」「何ですか」 「ちょっと質問があるんですが」 hai’ ‘nan desu ka’ ‘chotto shitsumon ga arun desu ga’ ‘meneer?’ ‘wat is er?’ ‘ik wil iets vragen ...’
yoroshikuよろしく、宜しく
bw. (1) goed; behoorlijk; geschikt; passend (2) [groeten overbrengen] ¶ ご家族によろしくお伝え下さいGokazoku ni yoroshiku otsutae kudasai. Doe alsjeblieft de groeten aan je gezin [familie]. ¶ お父さんによろしく。Otōsan ni yoroshiku. Doe de groeten aan je Pa. (3) [introducties, zorgen voor] ¶ こんにちは。は田中一郎です。よろしくお願いします。♂ Konnichi wa. Boku wa Tanaka Ichirō desu. Yoroshiku onegaishimasu. Hallo! Ik ben Ichiro Tanaka. Leuk jullie te ontmoeten (lett. [behandel] mij behoorlijk). ¶ 息子をよろしくお願いします。 Musuko wo yoroshiku onegaishimasu. Zorg alstublieft goed voor mijn zoon.
nihongo‚ nippongo日本語
[taal] Japans; het Japans; de Japanse taal. ¶ 彼女日本語が話せます。Kanojo wa nihongo ga hanasemasu. Zij kan Japans spreken [TTC] ¶ 日本語のソフトを落とすコツ・いいサイトありませんか? Nihongo no sofuto wo otosu kotsu / ii saito arimasen ka? Zijn er geen foefjes of goede websites om Japanse software down te loaden? [TTC] ¶ 日本語版があったらいいな。 Nihongohan ga attara ii na. Het zijn zou fijn zijn als er een Japanse uitgave [editie] was. [TTC]
seikai正解
(znw) (1) het juiste antwoord; de juiste verklaring [interpretatie]; correct; juist; goed. ¶ 正解をまるで囲みなさいSeikai wo maru de kakominasai. Omcirkel het juiste antwoord alsjeblieft. (TTC) ¶ そっか!!それ正解だよね Sokka! Sore ga seika da yo ne! Ja toch! Zo is het toch! (twitter) (2) (als evaluatie achteraf) de juiste beslissing; de juiste keuze. ¶ どんどんひどくなっていく今日は出かけなくて正解だったAme ga dondon hidoku natte iku. Kyō wa dekakenakute seikai datta. De regen wordt steeds erger. Ik ben blij dat we niet weg zijn gegaan. (yamasv)
pittariぴったり
(1) zonder tussenruimte; strak; nauw; naadloos; hermetisch. ¶ 全部ぴったり閉まってたのにどうやってそのに入ったんだろうMado wa zenbu pittari shimatte ta no ni, dō yatte sono neko wa ie no naka ni haittan darō. Dat ondanks dat alle ramen potdicht waren die kat toch is binnengekomen. Ik vraag me af hoe. ¶ はぴったりしたジーンズが好きですWatashi wa pittarishita jīnzu ga suki desu. Ik houd van strakke spijkerbroeken. (yamasv) (2) precies; exact. ¶ 2つの指紋がぴったり一致した。つまりが殺人犯だ。 Futatsu no simon ga pittari itchishita. Tsumari kare ga satsujinhan da. De twee vingerafdrukken zijn een exacte match. Dat betekent dat hij de moordenaar is. ¶ 日本電車いつもぴったりの時間来るNihon no densha wa itsu mo pittari no jikan ni kuru. Treinen in Japan zijn altijd precies op tijd. (yamasv) (3) past; past goed bij; geschikt [voor, om]. ¶ この料理はこのワインにぴったりだ。 Kono Ryōri wa kono wain ni pittari da. Dit gerecht past goed bij deze wijn. ¶ 温泉はリラックスするのにぴったりの場所だ。 Onsen wa rirakkususuru no ni pittari no basho da. Hete (natuur)baden zijn heel geschikte plaatsen om te ontspannen. (yamasv) ¶ その帽子彼女にぴったりだ。 Sono bōshi wa kanojo ni pittari da. Die hoed [muts, pet] staat haar precies goed. ¶ ぴったり合うどうか、この新調のを着てみなさいPittari au ka dō ka, kono shinchō no fuku wo kite minasai. Probeer eens of dit nieuwe pak goed past. (TTC) (4) opeens; plotsklaps (stoppen).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <goed>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
mono (1) -werk; -stuk; (2) -wekkend; -aanjagend; -barend; -gevend; wat ~ veroorzaakt; ; (1) ding; voorwerp; zaak; goed; stuk; artikel; waar; iets; object; brok; spul; materiaal; (2) aangelegenheid; kwestie; historie; affaire; materie; onderwerp; punt; (3) eigendom; bezit; have; goed; (4) kwaliteit; (5) rede; wat redelijk is
nuno [bouwk.] horizontaal; waterpas; streks; liggend; ; stof; doek; goed; weefsel; textiel
進む susumu (1) vooruitgaan; vooruitkomen; vorderen; zich voortbewegen; voortgaan; doorgaan; doorlopen; koers zetten (naar); stevenen (naar); aantrekken (op); zich begeven naar; voortschrijden; voorwaarts gaan; oprukken; [mil.] avanceren; (2) vooruitgang boeken; tonen; vorderingen maken; opschieten; vlotten; (goede) voortgang hebben; zich voortzetten; [vlot; goed enz.] verlopen; een [vlot; goed; stroef enz.] verloop hebben; (3) [ている] gevorderd zijn; [ている] geavanceerd zijn; [ている] zijn tijd vooruit zijn; (4) in een hogere klas komen; naar een hogere klas gaan; ; overgaan; promoveren (naar); overstappen; promotie maken; bevorderd worden; (in rang) opklimmen; vooruitkomen; (5) zich ontwikkelen; zich doorzetten; erop vooruitgaan; verder gaan; op een hoger plan komen; (6) [m.b.t. klok] voorlopen; voorgaan; te snel lopen
美く umaku (1) lekker; goed; smakelijk; (2) goed; vakkundig; knap; uitstekend; handig; bedreven; kundig; vaardig; behendig; (3) geslaagd; voorspoedig; succesvol; naar genoegen; bevredigend; gelukkig; gelukkigerwijs
うん un ja; goed; hm
ウエア uea goed; kleding; kleren; tenue
良い ii goed; kostbaar; mooi; fraai; gunstig; aangenaam; fijn; lekker; mogelijk; toegelaten; OK; genoeg; voldoende
善い ii goed
一張羅 itchoura (1) zondagse kleren; goed; kledij; zondagskleren; zondagsgoed; zondagskostuum; zondagspak; zondagsdos; beste kleren; beste gewaad; (2) enige kleren; enige kledij
グッド guddo goed; ; Goode
kusuri (1) geneesmiddel; medicijn; medicament; artsenij; (2) scheikundige stoffen; chemicaliën; (3) glazuur; email; (4) buskruit; kruit; (5) voordeel; nut; heil; baat; goed; (6) greintje; grein; beetje; kleine hoeveelheid
結構 kekkou (1) goed; fijn; mooi; (2) prachtig; magnifiek; schitterend; (3) lekker; heerlijk; ; (1) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (2) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best; ; (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal)
染み染み shimijimi [m.b.t. spijt, leedwezen] diep; [m.b.t. berouw] hevig; [m.b.t. aanvoelen] scherp; intens; zeer sterk; zwaar; ernstig; doorvoelend; doorvoeld; met gevoel; gevoelvol; [m.b.t. luisteren, (be)kijken enz.] goed; door en door; aandachtig
親切な shinsetsuna aardig; vriendelijk; goed; beminnelijk; attent; voorkomend; lief; gemoedelijk; humaan
親切 shinsetsu aardig; vriendelijk; goed; beminnelijk; attent; voorkomend; lief; gemoedelijk; humaan; ; iets aardigs; vriendelijke daad; gunst; goedheid; welwillendheid; vriendelijkheid; voorkomendheid
然る可く shikarubeku naar behoren; fatsoenlijk; behoorlijk; goed; op de juiste manier; zoals het moet
しっくり shikkuri precies; tot in de puntjes; als gegoten; volmaakt; exact; perfect; keurig; goed
確り shikkari (1) stevig; goed vastgemaakt; hecht; vast; strak; (2) [m.b.t. het onthouden] stevig; goed; deugdelijk; [m.b.t. studeren] hard; intens
shina (1) goed; waar; spul; [m.b.t. handel] artikel; [verzameln.] goederen; [verzameln.] waren; [i.h.b.] voorraad; (2) kwaliteit; (3) iets; ding; [i.h.b.] gift; [i.h.b.] cadeau; [m.b.t. menu] gerecht
品物 shinamono (1) goed; waar; spul; artikel; [verzameln.] goederen; waren; (2) [i.h.b.] handelsartikel; product
資本 shihon (1) kapitaal; hoofdsom; (2) goed; [fig.] waardevol bezit
聖域 seiiki (1) heilig gebied; gewijde plaats; sacrarium; (2) vrijplaats; asiel; toevluchtsoord; [fig.] onaantastbaar recht; goed; heilig huisje; heilige koe
善良な zenryouna goed; braaf; deugdzaam; eerlijk; [gew.] deugdelijk
善良 zenryou goed; braaf; deugdzaam; eerlijk; [gew.] deugdelijk
善哉 zenzai goed; puik; prima; ; goed gedaan!; prima!; klasse!; bravo!; schitterend!; ; [cul.] dikke zoete azukibonensoep met rijstedeegballetjes
zen goed; het goede; goeds
dore nu dan; welnu; zo; nou; wel; goed; ; welke (ervan); wat
巧みな takumina vakkundig; ervaren; deskundig; kundig; bekwaam; vaardig; slagvaardig; bedreven; goed; onderlegd; handig; behendig; ingenieus; vernuftig; kunstig; knap; slim; vindingrijk; spitsvondig; listig; sluw
巧み takumi vakkundig; ervaren; deskundig; kundig; bekwaam; vaardig; slagvaardig; bedreven; goed; onderlegd; handig; behendig; ingenieus; vernuftig; kunstig; knap; slim; vindingrijk; spitsvondig; listig; sluw
正しい tadashii (1) correct; juist; goed; zuiver; waar; recht; [m.b.t. antwoord e.d.] kloppend; (2) correct; juist; gepast; aangewezen; terecht; passend; gerecht; billijk; gerechtvaardigd; rechtmatig; (3) braaf; goed; deugdzaam; rechtschapen
了解 ryoukai oké; [afk.] OK; begrepen; goed; in orde; akkoord; afgesproken; ja; all right; [m.b.t. radioverkeer] Roger; ontvangen en begrepen; ; (1) begrip; verstandhouding; verstand; bevatting(svermogen); comprehensie; (2) instemming; toestemming; goedkeuring; akkoord; bewilliging
良好な ryoukouna goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
良好 ryoukou goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
財産 zaisan eigendom; bezitting; bezit; goed; fortuin; vermogen; rijkdom
吉祥 kichijou (1) goed; gunstig omen; gelukkig voorteken; geluksteken; (2) [Jap.gesch.] poortwachter; poortwacht
きちんと kichinto netjes; precies; exact; goed
gi a. geschikt; passend; gepast; goed; juist; ; het passend-zijn; het geschikt-zijn; passendheid; geschiktheid
吉祥 kisshou (1) goed; gunstig omen; gelukkig voorteken; geluksteken; (2) [Jap.gesch.] poortwachter; poortwacht
協和する kyouwasuru (1) harmonieus samenwerken; eensgezind; eendrachtig zijn; in overeenstemming zijn; het goed met elkaar vinden; (2) [muz.] goed; welluidend samenklinken; consoneren
優しい; 恥しい yasashii (1) zacht; [m.b.t. stem] rustig; teder; mild; braaf; suave; zoet [als een lammetje]; (2) gracieus; bevallig; elegant; sierlijk; (3) vriendelijk; aardig; lief; liefdevol; minzaam; lieflijk; zachtaardig; goedaardig; goed; -vriendelijk [b.v. klantvriendelijk]; (4) attent; zorgzaam; begaan met; medelevend met; oplettend; bezorgd; voorkomend; gedienstig; (5) zich klein voelen; zich nietig voelen; zich schamen; zich generen; beschaamd zijn; zich opgelaten voelen; zich niet op zijn gemak voelen; in verlegenheid gebracht zijn [meestal 恥しい gespeld]; (6) nederig; teruggehouden; ootmoedig; modest; deemoedig; braaf [meestal 恥しい gespeld]
良い yoi (1) goed; juist; correct; (2) goed; knap; uitstekend; mooi; welgevallig; (3) geschikt; passend; (4) acceptabel; aanvaardbaar; geoorloofd; (5) makkelijk te ~; eenvoudig
良し yoshi goed; fijn; in orde; oké; OK; [Belg.N., spreekt.] bon
良く; 好く; 善く; 能く yoku (1) goed; voldoende; aandachtig; nauwkeurig; zorgvuldig; (2) vlot; kundig; vaardig; behendig; (3) erg; heel; zeer; (4) vaak; dikwijls; (5) hoe ~!; wat ~! [uiting van bewondering, lof, vreugde, afgunst]; (6) hoe ~!; wat ~! [pejoratieve betekenis]
宜しい yoroshii (1) passend; gelegen (komend); goed te keuren; geoorloofd; geschikt; (2) goed; (3) akkoord; nou goed; (4) neen; bedankt
宜しく yoroshiku (1) goed; zoals het hoort; gepast; op de juiste manier; geschikt; in orde; passend; naar eigen goedvinden; (2) de groeten aan ~; (3) als ware ~; alsof ~; ; (1) aangenaam (met u kennis te maken); (2) laten we goed met elkaar opschieten
晴れ着 haregi (1) zondagse kleren; goed; kledij; pak; zondagskleren; zondagsgoed; zondagskostuum; zondagspak; zondagsdos; beste kleren; beste gewaad; (2) prachtkleren; prachtig gewaad
風俗 fuuzoku (1) manieren; sociale gewoonten; goed; beleefd gedrag; mores; (2) zeden; openbare zedelijkheid; publieke moraliteit; (3) volwassenenentertainment; seksindustrie
物品 buppin artikel; koopwaar; handelswaar; product; goed; [verzameln.] goederen; waren
福音 fukuin (1) goed; verheugend; heuglijk nieuws; goede; verblijdende tijding; [arch.] blijmare; (2) [chr.] blijde boodschap; goede boodschap; evangelie; [veroud.] blijmare
ねた neta (1) materiaal; stof; ingrediënt; (2) fonds; middel; instrument; (3) gegevens; data; informatie; materiaal; (4) goed; waar; spul; artikel; product; (5) apparaat; mechaniek; toestel; instrument; (6) [volkst.] bewijs; spoor; bewijsmateriaal; (7) [Jap.barg.] maaltijd; maal; eten; voedsel; (8) [cul.] sushi-ingrediënt; [i.h.b.] vis
美味しい oishii smakelijk; lekker; goed
オーケー ookee OK; oké; goed; het is in orde; akkoord; afgesproken; ja; komt voor mekaar; all right; ; (1) goedkeuring; akkoord; fiat; inwilliging; instemming; toestemming; (2) succes
大人しい otonashii (1) zacht; (2) rustig; bedaard; kalm; stil; (3) gehoorzaam; volgzaam; gedwee; gewillig; zoet; gezeglijk; meegaand; inschikkelijk; (4) [m.b.t. dieren] tam; getemd; mak; niet wild; (5) zoet; braaf; goed; niet stout; (6) bescheiden; nederig; ingetogen
畏まりました kashikomarimashita goed!; begrepen!; OK!
体によい karadaniyoi goed; bevorderlijk voor de gezondheid; gezond; heilzaam
hin (1) goed; artikel; waar; [cul.] gang; (2) (mate van) verfijning; waardigheid; fatsoen; kwaliteit; oorbaarheid
愉快な yukaina aangenaam; prettig; plezierig; leuk; fijn; [Belg.N., spreekt.] plezant; genoeglijk; [veroud.] genietelijk; vermakelijk; goed; aardig; jolig; welgevallig; behaaglijk; weldadig; [gew.] leutig
愉快 yukai aangenaam; prettig; plezierig; leuk; fijn; plezant; genoeglijk; genietelijk; vermakelijk; goed; aardig; jolig; welgevallig; behaaglijk; weldadig; leutig; ; aangenaamheid; behagen; genoegen; genot; vermaak; behaaglijkheid; vreugde; plezier; schik; pret; aardigheid; leukheid; welgevallen; welbehagen; verblijding; jolijt
優遇する yuuguusuru hartelijk ontvangen; hartelijk; welwillend bejegenen; warm; gastvrij onthalen; hartelijk verwelkomen; goed; vriendelijk; correct behandelen; begunstigen; voortrekken; [i.h.b.] goed betalen
優遇される yuuguusareru hartelijk ontvangen worden; hartelijk; welwillend bejegend worden; warm; gastvrij onthaald worden; gastvrijheid genieten; hartelijk verwelkomd worden; goed; vriendelijk; correct behandeld worden; begunstigd worden; voorgetrokken worden; [i.h.b.] goed betaald worden
荷物 nimotsu (1) vracht; lading; bagage; pakkage; pak; [verzameln.] goed; goederen; spullen; bullen; (2) [fig.] last; ballast; blok aan het been; rem
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.79 sec. jiten.nl: 32 treffers, warandict: 61 treffers (zoekopdracht: 'goed', strategie: exact). 
2005-2019