日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘groen’
日蘭辭典 (trefwoord)
ao
zn. blauw o.; groen (綠) o. ¶ 青葉 groen; groene bladeren. ¶ 青光り phosporescentie. ¶ 青光する phosphoresceeren; lichten (海). ¶ 青貝 parelmoer. ¶ 青臭い (未熟) groen; nog niet droog achter de ooren; onervaren. ¶ 青物 groente. ¶ 青物屋 groentenboer. ¶ 青菜 bladgroente; loof van knolraap. ¶ 青二才 baar; groen. ¶ 青書生 groen; noviet. ¶ 青筋 ader. ¶ 青空 blauwe hemel. ¶ 青空の下にて onder den blooten hemel; in de open lucht. ¶ 青空色の hemelsblauw; azuur. ¶ 青息吐息 hijgen. ¶ 蒼白い bleek.
aoi青い
bn. blauw; groen; bleek (蒼白); (未熟) onrijp; groen.
aozumu青ずむ
i.w. blauw worden; groen worden.
mujaki無邪氣
(無邪気) zn. onschuld v.; onnoozelheid v.; naïviteit v. ¶ 無邪氣の onschuldig; onnoozel; naïef; eenvoudig van hart.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kiiroi黄色い
bw. geel. ¶ 青いバナナを黄色くする化学薬品 een chemisch middel dat groene bananen geel kleurt. ¶ 黄色がかった赤色 een gelig rood; geelachtig rood. ¶ 黄色い壁のこじんまりとした部屋 een knus kamertje met gele muren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <groen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
みどりmidori (1) uitkiezing; selectie; (2) opvoering van fragmenten uit kabuki- of jōruri-stukken; (3) groen; groene kleur; (4) groen loof; groene gewassen; (5) Midori
グリーンguriin (1) groen; (2) groengebied; (3) [golf] green; (4) Green; Greene; Grin; Glyn; (5) groen; milieuvriendelijk; milieuveilig; eco-
乳臭いchichikusai (1) melkachtig; de geur van melk hebbend; (2) groen; onrijp; onervaren; onvolwassen; kinderlijk; kinderachtig; infantiel; pas uit de dop; pas komen kijken; halfrijp; halfwas; nog niet droog achter de oren; nog nat achter de oren
ubu (1) naïef; ingénu; argeloos; onschuldig; bleu; nog niet droog achter de oren; (2) onervaren; groen; onbedreven; ongeoefend
幼稚youchi (1) kindsheid; vroege leeftijd; kinderjaren; kinderschoenen; (2) kinderlijkheid; infantiliteit; kinderachtigheid; (1) immatuur; onrijp; onvolwassen; groen; onvolgroeid; halfrijp; (2) infantiel; kinderachtig; pueriel; kinderlijk
幼稚なyouchina (1) immatuur; onrijp; onvolwassen; groen; onvolgroeid; halfrijp; (2) infantiel; kinderachtig; pueriel; kinderlijk
未熟なmijukuna (1) onrijp; groen; (2) onvolwassen; onvolgroeid; onvoldragen; immatuur; (3) [fig.] groen; onervaren; ongeoefend
nama (1) lef; brutaliteit; vrijpostigheid; onbeschaamdheid; insolentie; schaamteloosheid; impertinentie [verkorting van namaiki 生意気]; (2) tapbier; tappils; bier van het vat; bier uit de tap [verkorting van namabīru 生ビール]; (3) contanten; klinkende munt; contant geld; baar geld; gereed geld; gerede penningen [verkorting van gennama 現生]; (4) rauw; ongekookt; (au) naturel; ongebakken; onbereid; niet gaar; [m.n. van brandhout] groen; [m.n. van uitzending; optreden] live; [m.n. van manuscript] origineel; [m.n. van grondstof] onbewerkt; ruw; ongeraffineerd; [van mening] spontaan; [van informatie] eerstehands; (5) groen; onrijp; onervaren; onbedreven; ongeoefend; primitief; (6) half-; would-be ~ [prefix voor yōgen; ren'yōkei-vormen en meishi]
緑地ryokuchi groengebied; groen; gebruiksgroen; groenvoorziening; [砂漠の中の] oase
緑色midoriiro groen; groene kleur
緑色ryokushyoku groen; groene kleur
若いwakai (1) jong; jeugdig; juveniel; (2) pril; immatuur; onvolgroeid; onrijp; ongerijpt; onvolwassen; groen; (3) jong uitziend; fris; (4) [m.b.t. getallen] klein; gering; laag
ha blad; naald; [verzameln.] gebladerte; [verzameln.] loof; [verzameln.] lover; [verzameln.] lommer; [verzameln.] groen; [lit.t.; verzameln.] gablaart
青いaoi (1) blauw; (2) groen; (3) bleek; witjes; (4) onrijp; groen; (5) onervaren; onbedreven; beginnend
青白seihaku (1) de kleuren blauw en wit; blauw-wit; (2) de kleuren groen en wit; groen-wit; (3) vaalwit; grauwwit; (4) blauwachtig wit; blauwwit; (5) groenachtig wit; groenwit
ao (1) blauw [= de kleur █]; (2) groen [= de kleur █]; (3) [dierk.] zwarte vachtkleur van een paard; [meton.] zwart paard; moorpaard; moor; (4) [boekdr.] aohon [= naar de oorspr. lichtgroene omslag genoemde boekenreeks binnen het kusazōshi 草双紙-genre; geschreven voor een jong leespubliek; gepubl. te Edo tussen 1745-1774]; (5) aosen [= oud bronzen muntstuk van 4 mon 文]; (6) ao [= pop die de hoofdrol speelt in het noroma-poppenspel]; (7) [dierk.] soort van paling met blauwige rug; (8) [kaartsp.] ao [= naam van een van de kleuren en figuren in het Tenshō-karuta 天正カルタ kaartspel]; (9) [kaartsp.] ao [= naam van elk van de drie vijfpuntenkaarten in het hanafuda-kaartspel; voorgesteld door een blauwe papierstrook over een patroon van resp. boompioenen; chrysanten en esdoornbladeren]; [meton.] stel van drie ao-kaarten; (10) [verkeers.] groen licht; (11) [verkeers.] voorlaatste tram; voorlaatste trein; (12) groen; onervaren; ongeoefend; onrijp
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.92 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'groen', strategie: exact). 
2005-2020