日蘭辭典+

18 resultaten voor ‘gunst’
日蘭辭典 (trefwoord)
arigata-meiwaku有難迷惑
(有り難迷惑、ありがた迷惑) zn. gunst, waarop geen prijs gesteld wordt; lastige vriendelijkheid v.
aiko愛顧
zn. gunst v.; begunstiging v.; bescherming v. ¶ 御愛顧の榮を賜はり度願上候 wij bevelen ons beleefd aan in uwe gunst.
chō
zn. gunst v.; liefde v. ¶ 寵を受ける in de gunst staan. ¶ 寵を失ふ uit de gunst raken.
haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
kōmuru蒙る
t.w. (1) [受ける] krijgen; ontvangen. (2) [損害等を] lijden; ondergaan. (3) [被る] dragen. ¶ を蒙る gunsten ontvangen. ¶ を蒙る beschuldigd worden. ¶ 損害を蒙る verlies leiden. ¶ を蒙る straf ondergaan.
ongi恩義
zn. gunst v.; verplichting v. ¶ 恩義を施す gunst bewijzen; aan zich verplichten.
chōei寵榮

zn. gunst v.; bescherming v.

chōgū寵偶

zn. speciale gunst v.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gunst>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
気色 keshiki (1) uitdrukking; humeur; (2) teken; indicatie; aanwijzing; (3) toestand; aanblik; uitzicht; (4) allusie; zinspeling; suggestie; voorafschaduwing; (5) zweem; vage aankondiging; (6) gunst; begunstiging; gratie
親切 shinsetsu aardig; vriendelijk; goed; beminnelijk; attent; voorkomend; lief; gemoedelijk; humaan; ; iets aardigs; vriendelijke daad; gunst; goedheid; welwillendheid; vriendelijkheid; voorkomendheid
jun (1) a. nat worden; maken; (2) b. winst; gewin; baat; profijt; voordeel; gunst; (3) c. bekoren; sieren
好意 koui goede wil; goodwill; welwillendheid; welwillende gezindheid; welgezindheid; begunstiging; gunst; faveur; genegenheid; vriendelijkheid; goede bedoeling
好評 kouhyou gunstig onthaal; gunstige; goede kritiek; goede pers; populariteit; gunst
特典 tokuten [maatwoord voor privileges, voorrechten]; ; (1) speciale regel; (2) speciale ceremonie; (3) speciale behandeling; privilege; voorrecht; gunst; voordeel; faciliteit; [veroud.] privilegie
頼み tanomi (1) vertrouwen; geloof; [theol.] toeverzicht; (2) hoop; steun; toevlucht; (3) verzoek; vraag; gunst
on (1) gunst; zegening; zegen; weldaad; (2) vriendelijkheid; aardigheid; goedheid; hartelijkheid; welwillendheid; (3) verplichting [ten opzichte van een weldoener]; het gebonden zijn door een ontvangen gunst; het in het krijt staan bij iemand
恩恵 onkei (1) gunst; weldaad; zegen; baat; zegening; begunstiging; genade; (2) welwillendheid; vriendelijkheid
愛顧 aiko klandizie; begunstiging als klant; klantengunst; gunst
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'gunst', strategie: exact). 
2005-2019