日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘halen’
日蘭辭典 (trefwoord)
araidate suru洗立てする
(洗い立てする) t.w. oprakelen. ¶ 古い事迄洗立てる oude koeien uit de sloot halen.
kuru來る
(来る) i.w. komen. ¶ 歸って來る terugkomen. ¶ ついて來る meekomen. ¶ 生れて來る ontstaan (發生); geboren worden (出生). ¶ 來る來るも elken dag. ¶ 行って來る gaan. ¶ 取って來る halen. ¶ が降って來る het begint te regenen.
toridasu取出す

(取り出す, 取りだす) t.w. te voorschijn halen; uitkiezen (選び出す).

dasu出す

t.w. (1) [突出] uitstrekken; uitsteken. (2) [取出] uithalen; voor den dag halen. (3) [を] aanwenden; inspannen. (4) [發送] verzenden; sturen. (5) [發行] uitgeven. (6) [食事を] opdienen; serveeren. (7) [解雇] ontslaan. (8) [差出] inzenden. (9) [拂ふ] betalen. (10) [開業] beginnen. (11) [產出] voortbrengen. (12) [口に] zeggen. (13) [供給] aanschaffen. ¶ 出す bladeren krijgen. ¶ 質物を出す pand terughalen. ¶ 狂言をだす comedie opvoeren. ¶ 寄附出す bijdrage schenken. ¶ 國旗を出す nationale vlag uitsteken. ¶ 切符をを出しなさい verzoeke uw kaartjes te vertoonen. ¶ 降り出す beginnen te regenen. ¶ 泣き出す beginnen te huilen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
ashimoto ni mo oyobanai足元にも及ばない
(uitdr.) [vergelijking waarin iets of iemand veel slechter is of doet dan iets of iemand anders] haalt het niet bij; kan niet tippen aan; is veruit de mindere van; kan zich niet meten aan. ¶ 計算にかけては、人間コンピューターの足元にも及ばない。 Keisan ni kakete wa, ningen wa konpyūtā no ashimoto ni mo oyobanai. Waar het rekenen betreft, kunnen mensen zich niet meten aan computers. ¶ 人工知能はまだ人間の足元にも及ばない。 Jinkō chinō wa mada ningen no nō no ashimoto ni mo oyabanai. Kunstmatige intelligentie is vooralsnog veruit de mindere van het menselijk brein. (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <halen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
設ける moukeru (1) voorbereiden; klaarmaken; gereedmaken; in gereedheid brengen; voorzien in; plannen; (2) aanmaken; opstellen; ontwerpen; vormen; oprichten; opzetten; organiseren; op touw zetten; inrichten; stichten; vestigen; instellen; (3) [妻; 夫; 義理の親; 子供を] krijgen; (4) [病気を] oplopen; opdoen; [gew.] halen; (5) [利潤を] behalen; genieten; oogsten
持って来る mottekuru meebrengen; aanbrengen; brengen; halen; komen aanzetten met
載る noru (1) terechtkomen op; belanden op; raken (op); (2) verschijnen in; voorkomen; vermeld worden; opgenomen worden; geregistreerd worden; genoteerd worden; geplaatst worden; [de krant enz.] halen; komen te staan in
出る deru (1) naar buiten gaan; naar buiten komen; zich vertonen; uitbreken; uitgaan; uitkomen; verlaten; vandaan gaan (bij); vertrekken; [m.b.t. boot] afvaren; [i.h.b.] afstuderen (aan); [i.h.b.] aftrek vinden; weggaan; (2) verschijnen; opkomen; voor de dag komen; opduiken; te voorschijn komen; zich voordoen; rijzen; voorkomen; [aan de telefoon enz.] komen; [m.b.t. zon] opgaan; rijzen; doorkomen; [m.b.t. bloemknoppen enz.] uitkomen; uitlopen; [i.h.b.] ontdekt worden; [m.b.t. geesten, spoken] waren; (3) uitsteken; naar buiten steken; opsteken; uitspringen; oprijzen; (4) bijwonen; aanwezig zijn bij; gaan naar; deelnemen aan; meedoen aan; [voor het gerecht enz.] verschijnen; in [zaken; het bedrijfsleven; de politiek enz.] gaan; (5) [m.b.t. wegen] leiden naar; voeren naar; uitkomen op; tegenkomen; bereiken; aantreffen; vinden; stuiten op; (6) te buiten gaan; overschrijden; gaan over; passeren; (7) ontspruiten (aan); komen uit; voortkomen (uit); voortspringen uit; ontstaan uit; beginnen; ontspringen; ontsnappen; [fig.] opwellen; [lit.t.] ontwellen; zijn oorsprong ontlenen aan; zijn oorsprong vinden in; teruggaan op; afstammen van; afkomen van; stammen uit; voortspruiten uit; (8) verschijnen; uitkomen; uitgegeven worden; gepubliceerd worden; [i.h.b. de pers enz.] halen; (9) krijgen; verkrijgen; [arch.] bekomen; [m.b.t. gerecht] opgediend worden; geserveerd worden; [m.b.t. bedrag, premie] uitgekeerd worden; (10) 10. toenemen; rijzen; [m.b.t. wind] opsteken; aanwakkeren; [m.b.t. snelheid] optrekken; (11) 11. zich … gedragen; een … houding nemen; (12) 12. [m.b.t. thee] trekken
提示する teijisuru tonen; laten zien; te voorschijn brengen; halen; te berde brengen; komen aanzetten met; vertonen; overleggen; presenteren; produceren
迎える mukaeru (1) tegemoet gaan; tegengaan; verwelkomen; ontvangen; onthalen; begroeten; inhalen; (2) [嫁に] tot vrouw nemen; tot vrouw maken; [養子に] aannemen; [国王に] inhalen; (3) bereiken; komen tot; voor ogen hebben; [新時代を] ingaan; (4) laten komen; roepen; halen; ontbieden; uitnodigen
受かる ukaru slagen [voor een test; examen]; [een test; examen] met succes afleggen; [een test; examen] halen
占める shimeru bezetten; bezit nemen van; occuperen; beslaan; innemen; in beslag nemen; [m.b.t. ambt, functie] bekleden; [een zetel in het bestuur, de Kamer enz.] hebben; [een meerderheid enz.] halen; [x% van ~] uitmaken; voor zijn rekening nemen
満ちる michiru (1) opkomen [van het getijde]; opgaan; rijzen; wassen [van de maan]; (2) volstromen [met mensen; zaken]; vollopen; volschieten; vervuld zijn van; vol staan van; vol zijn van; zich vullen; (3) halen; voldoen aan; aflopen [van termijn]; [時が] rijp zijn; verstrijken; verlopen; aflopen; vervallen; expireren; verschijnen
満つ mitsu bereiken; halen; voldoen; beantwoorden
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) 10. boeken; reserveren; vastleggen; (11) 11. innemen; bezetten
取り付ける toritsukeru (1) installeren; aanbrengen; monteren; aanleggen; (2) voor elkaar krijgen; zich verzekeren van; vast krijgen; verwerven; bemachtigen; halen; (3) [商品を] betrekken; naar gewoonte kopen bij
取り上げる toriageru (1) opnemen; oppakken; (2) [een woord in een taal enz.] opnemen; honoreren; ingaan op; [een mening, ontslag, bezwaar enz.] aanvaarden; aannemen; [een mening enz.] opvatten; [een voorstel enz.] overnemen; [een idee enz.] adopteren; [een zaak enz.] entameren; in behandeling nemen; [een interessant punt enz.] opbrengen; aan de orde stellen; aanhangig maken; aandragen; ter tafel brengen; [fig.] aansnijden; (3) afnemen; afpakken; ontnemen; afhandig maken; [iem. iets] uit de hand slaan; [iem. van zijn bevoegdheden enz.] beroven; [een vergunning enz.] intrekken; [iem. uit de ouderlijke macht enz.] ontzetten; aanslaan; confisqueren; verbeurdverklaren; in beslag nemen; beslag leggen op; [smokkelwaar e.d.] aanhalen; [i.h.b.] onteigenen; [i.h.b.] expropriëren; [goederen] arresteren; (4) [m.b.t. kinderen] halen; geboren doen worden; ter wereld helpen
取り返す torikaesu terugbrengen; terughalen; terugnemen; terugkrijgen; terugwinnen; herwinnen; naar huis brengen; halen; recupereren; [時間を] inhalen
届く todoku (1) bereiken; aankomen; arriveren; terechtkomen; (2) bereiken; komen bij; halen; reiken tot; dragen tot; zich uitstrekken tot; raken; geraken tot; (3) overkomen; aanslaan; overslaan; gehoor vinden; raken; roeren; treffen; (4) (tot in de puntjes) zijn weg vinden tot
到達する toutatsusuru bereiken; komen bij; tot; aankomen bij; halen
頼む tanomu (1) vertrouwen (op); steunen op; zich verlaten op; rekenen op; een beroep doen op; (2) vragen; verzoeken; bidden (om); [i.h.b.] vragen te zorgen voor; [i.h.b.] opdragen te; (3) laten komen; roepen; (erbij) halen; inhuren; iem. in dienst nemen; in de arm nemen; [i.h.b.] bestellen; [i.h.b.] reserveren
出す dasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew., お酒を] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [トランプの札を] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を] uithangen; (3) uiten; slaken; [音; サインを] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [ガスを] uitstoten; emitteren; [熱を] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を] uitzetten; [列車を] inleggen; (10) 10. betalen; opbrengen; (11) 11. veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [スピードを] halen; opdrijven; (12) 12. [店; 支店を] openen; beginnen; ; (1) 13. […~] naar buiten …; uit-; (2) 14. […~] beginnen te …; het op een … zetten
達成する tasseisuru bereiken; vervullen; waarmaken; realiseren; halen
達する tassuru (1) [i.c.m. 望み, 目的 enz.] realiseren; waarmaken; verwezenlijken; (2) [i.c.m. 命令を] uitvaardigen; [i.c.m. 知らせ] doen toekomen; ; (1) bereiken; geraken tot; reiken tot; komen tot; het brengen tot; aankomen in; halen; verwerven; (2) oplopen tot; neerkomen op
間に合う maniau (1) op tijd zijn; op tijd komen; halen; (2) voldoen; volstaan; genoeg zijn; voldoende zijn; van pas komen; zijn dienst doen; bruikbaar zijn; (3) het redden; het rooien; zich kunnen behelpen
呼ぶ; 喚ぶ yobu (1) roepen; (2) noemen; betitelen; uitmaken voor; heten; (3) laten komen; roepen; (laten) halen; [een taxi] aanroepen; (4) uitnodigen; inviteren; vragen; nodigen; (5) wekken; aantrekken; uitlokken; oproepen
呼べる; |喚べる yoberu (1) kunnen roepen; (2) kunnen noemen; kunnen betitelen; kunnen uitmaken voor; kunnen heten; (3) kunnen laten komen; kunnen roepen; kunnen (laten) halen; [een taxi] kunnen aanroepen; (4) kunnen uitnodigen; kunnen inviteren; kunnen vragen; kunnen nodigen
召し入れる meshiireru ontbieden; laten komen; halen; nodigen; bescheiden
回想する kaisousuru terugzien op; een terugblik werpen op; terugblikken op; terugdenken aan; zich herinneren; gedenken; (zich) weer voor de geest roepen; halen; herinneringen ophalen uit; [gew.] geheugen
引っ張る hipparu (1) trekken (aan); rukken (aan); halen; (2) spannen; strak trekken; aantrekken; (3) [een arrestant e.d.] opbrengen; meebrengen; [naar het politiebureau enz.] meenemen; (4) uitstellen; [de tijd enz.] rekken; [iem.] aan het lijntje houden; (5) [honkbal] naar links uithalen [of naar rechts in het geval van een linkshandige slagman]; (6) [tot toetreding enz.] overhalen; [naar de overwinning] brengen
引く hiku (1) 16. achteruitgaan; teruggaan; terugtrekken; afgaan (van); terugwijken; (2) 17. zich retireren; zich terugtrekken; verlaten; [veroud.] resigneren; (3) 18. afnemen; zakken; dalen; wijken; wegtrekken; teruglopen; ; (1) trekken (aan); halen; [een hendel, de trekker enz.] overhalen; [naar zich] toetrekken; aanhalen; [een boog] spannen; opspannen; (2) [de aandacht] trekken; [klanten] aantrekken; [sympathie] winnen; [belangstelling] wekken; (3) [een vaartuig] jagen; slepen; [een schip] treilen; [een trekdier] geleiden; leiden; (4) citeren; aanhalen; (5) stammen uit; afstammen van; [系統を] afkomen van; spruiten uit; [i.h.b.] aarden naar; (6) [hout] zagen; [op een pottenbakkersschijf] draaien; (7) malen; vermalen; fijnmalen; (8) [een lijn, een draad] trekken; lijnen; spinnen; [een rechte] beschrijven; (9) aanhouden; rekken; (10) 10. [gordijnen] dichttrekken; dichtdoen; (11) 11. aanbrengen; besmeren; bedekken; bestrijken; (12) 12. [elektriciteit] aanleggen; installeren; aansluiten; [water (door buizen enz.)] aanvoeren; [veroud.] aanleiden; (13) 13. [een getal] aftrekken; [een bedrag] afhouden; in mindering brengen; afnemen; [iets in prijs] verlagen; afdoen; verminderen; reduceren; terugbrengen; [i.h.b.] korting geven; (14) 14. [de troepen] terugtrekken; intrekken; [visnetten] ophalen; [de handen (van iets)] aftrekken; (15) 15. overrijden; omrijden; omverrijden; aanrijden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.86 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'halen', strategie: exact). 
2005-2019