日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘half’
日蘭辭典 (trefwoord)
yarikake遣掛
(遣り掛け; 遣りかけ) zn. begin o. ¶ 遣掛の begonnen; half afgedaan; onafgedaan; aanvankelijk. ¶ 遣掛ける beginnen; een aanvang maken; bezig zijn met.
ji

zn. (1) [] tijd m. (2) [時間] uur o. ¶ 三 half vier. ¶ 何時に om hoe laat? ¶ 分 kwart voor negen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
hantsuki半月
zn.; na-adj. (Uitspraak ook wel hangetsu) (1) halve maan. (2) halve maand. (3) halve cirkel. NB samenstellingen volgen hangetsu.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <half>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
好い加減 iikagen (1) gematigd; matig; (2) juist; gepast; geschikt; passend; adequaat; aangewezen; geëigend; (3) lukraak; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; gratuit; boud; (4) niet erg overtuigend; twijfelachtig; onvolkomen; halfslachtig; half; halfbakken; met de Franse slag gedaan; lauw; mat; lauwhartig; niet erg enthousiast; halfhartig; vrijblijvend; vaag; onbestemd; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig; zozo; maar net aan; ; enigszins; tamelijk; redelijk; nogal; vrij
好い加減な iikagenna (1) gematigd; matig; (2) juist; gepast; geschikt; passend; adequaat; aangewezen; geëigend; (3) lukraak; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; gratuit; boud; (4) niet erg overtuigend; twijfelachtig; onvolkomen; halfslachtig; half; halfbakken; met de Franse slag (gedaan); lauw; mat; lauwhartig; niet erg enthousiast; halfhartig; vrijblijvend; vaag; onbestemd; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig
殆ど hotondo (1) op een haar na; net niet; net nog; (2) bijna; bijkans; haast; nagenoeg; schier; welhaast; vrijwel; zo goed als; zowat; half-en-half; praktisch; nauwelijks; ; merendeel; gros; hoofdmoot; meest
nama (1) rauw; ongekookt; (au) naturel; ongebakken; onbereid; niet gaar; [m.n. van brandhout] groen; [m.n. van uitzending, optreden] live; [m.n. van manuscript] origineel; [m.n. van grondstof] onbewerkt; ruw; ongeraffineerd; [van mening] spontaan; [van informatie] eerstehands; (2) groen; onrijp; onervaren; onbedreven; ongeoefend; primitief; ; half-; would-be ~ [prefix voor yōgen, ren'yōkei-vormen en meishi]; ; (1) lef; brutaliteit; vrijpostigheid; onbeschaamdheid; insolentie; schaamteloosheid; impertinentie [verkorting van namaiki 生意気]; (2) tapbier; tappils; bier van het vat; bier uit de tap [verkorting van namabīru 生ビール]; (3) contanten; klinkende munt; contant geld; baar geld; gereed geld; gerede penningen [verkorting van gennama 現生]
半ば nakaba (1) half; [inform.] bijna; semi-; (2) deels; gedeeltelijk; eensdeels ~ anderdeels; partieel; (3) middenin; in het midden van; te midden van; medio ~; halverwege; halfweg; ; half; helft
中途半端に chuutohanpani halverwege; halfweg; half; halfslachtig; onvolledig; onvolkomen; gedeeltelijk
腹違いの harachigaino ~ van een andere moeder; half-
ハーフ haafu (1) helft; half; (2) [sportt.] halfback; half; (3) [sportt.] helft van de speelduur; speelhelft; (4) halfbloed; kind van gemengd bloed; (5) kaf [= elfde letter uit het Hebreeuws alfabet]
han half-; hemi-; ; (1) half; (2) oneven getal
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'half', strategie: exact). 
2005-2019