日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘hand’
日蘭辭典 (trefwoord)
abureruあぶれる
i.w. niet slagen; geen suces hebben. ¶ を空うして歸る onverrichter zake terugkomen.
ariawaseru有合せる
(有り合わせる) i.w. toevallig tegenwoordig zijn; toevallig aanwezig zijn; toevallig bij de hand zijn.
karyo過慮
zn. overmatige bezorgdheid v. ¶ 過慮かする zwaar op de hand zijn
damaru默る

(黙る) i.w. zwijgen. ¶ 默って zwijgend; zonder iets te zeggen. ¶ 默って居て zonder iets te doen; zonder een hand uit te steken. ¶ 默れ zwijg!; hou je mond!; stilte! ¶ こんなをされては默って居れぬ ik kan dat niet op me laten zitten.

wataru渡る
t.w. (1) [越えて行く] overtrekken; oversteken. i.w. (2) [渡來する] ingevoerd worden. t.w. (3) [及ぶ] bereiken; i.w. zich uitstrekken. i.w. (4) [繼續] duren. (5) [通ずる] goed op de hoogte zijn van; zich thuisvoelen in. (6) [暮す] leven; t.w. doorbrengen. t.w. (7) [を] oversteken; doorwaden. ¶ 他人渡る in andere handen overgaan. ¶ 二時間に亙る twee uur duren. ¶ 河を渡る rivier oversteken. ¶ 支那から渡った品 een artikel, dat uit China komt.
unmei運命
zn. lot o.; noodlot o.; voorbeschikking v. ¶ 運命の寵兒 gelukskind; gunsteling der fortuin. ¶ 運命諦める in het noodlot berusten. ¶ 運命開拓する zijn fortuin zoeken. ¶ 運命づけられてゐる voorbestemd zijn; gedoemd zijn. ¶ 運命論 fatalisme. ¶ 運命線 gelukslijnen der hand. ¶ 運命共にする het lot deelen met.
shishu四手
zn. vier handen v.mv. ¶ 四手ある vierhandig.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hand>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
手を貸す tewokasu de helpende hand bieden; toesteken; een handje helpen; assistentie verlenen; behulpzaam zijn; hand- en spandiensten verrichten
手札 tefuda (1) naamplaatje; naamkaartje; (2) [kaartsp.] kaartverdeling in één hand; [meton.] hand; (3) [fotogr.] tefuda-formaat [80 × 105 mm]
te 22. [maatwoord voor shogi-; schaakzetten]; ; (1) 16. hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (2) 17. hand-; meeneem-; (3) 18. [~keiyōshi; keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; ; (1) 19. in de richting van …; -waarts; (2) 20. [noemt een zekere kwaliteit]; (3) 21. [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; ; (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) 10. [将棋の] zet; (11) 11. [トランプの] hand; kaarten; (12) 12. richting; kant; zijde; (13) 13. soort; slag; merk; (14) 14. vaardigheid; bekwaamheid; (15) 15. betrekking; band
刷物 surimono (1) drukwerk; gedrukt stuk; gedrukt exemplaar; uitdraai; afdruk; print; hand-out; (2) surimono
奉公 houkou (1) dienstverlening; dienstbetoon; dienst; service; (2) huisdienst; inwonende bediening; [i.h.b.] inwonend leerlingschap; (3) [gesch.] herendienst; hand-en-spandiensten
奉公する houkousuru (1) dienst verlenen; dienen; in dienst zijn van; (2) inwonend bediende zijn; inwonend leerling zijn; (3) [gesch.] herendienst verlenen; hand-en-spandiensten leveren
ji (1) letter; letterteken; schriftteken; (2) kanji; karakter; (3) schrift; handschrift; hand
ちょっかい chokkai (1) [inform.] hand; poot; klauw; fik; fikken; (2) graai; (3) inmenging; bemoeienis; bemoeiing; [i.h.b.] avances; (4) kromme arm; kreupel hand
勤労奉仕 kinrouhoushi vrijwilligerswerk; volontairswerk; [gesch.] hand- en spandiensten; corvee; herendienst
勤労奉仕する kinrouhoushisuru vrijwilligerswerk; volontairswerk verrichten; [gesch.] hand- en spandiensten leveren; corvee doen; herendienst vervullen
yaku [maatwoord voor taken, functies, (toneel)rollen]; ; (1) plicht; taak; functie; rol; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an; (2) (openbare) betrekking; (regerings)ambt; staatsbetrekking; post; positie [bij het Rijk]; officie; officium; [in zijn] hoedanigheid [van]; portefeuille; baan; job; dienst; (3) toneelrol; rol; (4) vroondienst; corvee; herendienst; hand- en spandienst; (5) cijns; schatting; tiend; belasting; recht; (6) [m.b.t. kaartspel; mahjong] roemer; roem in het kaartspel of bij mahjong; roemkaarten of -schijven; (7) menstruatie; maandbloeding; ongesteldheid; menses; maandstonden
蓮華 renge (1) [plantk.] lotusbloem; lotus; (2) [herald.] gestileerde lotusbloem; (3) [boeddh. kunst] lotustroon; (4) [plantk.] Astragalus sinicus [= soort vlinderbloemige plant]; (5) [fig.] vinger; (6) Chinese (porseleinen) eetlepel; (7) [Barg.] hand
ハンド hando (1) hand; (2) [voetb.] hands; handsbal; (3) biljartpartij; spelletje biljart; (4) Hand
fude (1) penseel; [i.h.b.] haarpenseel; schrijfpen; pen; kwastje; (2) trant; manier van schrijven; schilderen; penseelvoering; schildering; stijl; schrift; handschrift; [meton.] hand; [meton.] pen; [meton.] penseel
懐中 kaichuu zak-; pocket-; hand-; ; zak; pocket
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.73 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'hand', strategie: exact). 
2005-2019