日蘭辭典+

37 resultaten voor ‘hart’
日蘭辭典 (trefwoord)
shinzō心臟
(心臓) zn. hart o. ¶ 心臟病 hartkwaal. ¶ 心臟麻痺 hartverlamming.
kokoro
zn. hart o.; ziel v.; geest m.; innerlijk o.; inborst v. ¶ の狹い kleinzielig; bekrompen. ¶ 正しい het hart op de rechte plaats. ¶ を合わせ eens van zin. ¶ に印す in het hart griffen. ¶ 開く zijn hart openleggen. ¶ を入かへる zich beteren. ¶ から van ganscher harte. ¶ は in zijn hart; in den grond. ¶ 人のを汲む zich verplaatsen in de gevoelens van een ander. ¶ ありげの vol beteekenis. ¶ をやすめる zich geruststellen. ¶ 引く aantrekken; verleiden. を落着ける tot bezinning komen. ¶ を用ゐる aandacht schenken aan. ¶ を盡す zijn best doen. ¶ 置なく naar hartelust; ronduit (率直に); vrijelijk. ¶ の儘に geheel vrijwillig; uit vrijen wil.
ando安堵
zn. gerustheid v. ¶ 安堵する gerust zijn. ¶ これで一安心した dat is een pak van mijn hart.
anshin安心
zn. gemoedsrust v.; vertrouwen o. ¶ 安心の出來ぬ人物 iemand, met wien men zich niet op zijn gemak gevoelt. ¶ 安心な rustig. ¶ 安心さす geruststellen. ¶ 安心する gerust zijn; vol vertrouwen zijn. ¶ ほっと安心する een zucht van verlichting slaken. ¶ これで大きに安心到しました dit is mij een pak van het hart.
aichaku愛着
zn. liefde v. ¶ 愛着さす de liefde winnen van; het hart veroveren van. ¶ 愛着する liefhebben.
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
seimei生命
zn. leven o.; hart o.; kern v. ¶ 生命保險 levensverzekering. ¶ 生命を賭する zijn leven op het spel zetten.
tamashii
zn. ziel v.; geest m. ¶ 大和魂 de geest van Japan. ¶ を入れる bezielen. ¶ を入れ替へる zijn leven beteren. ¶ を打ち込んで met hart en ziel. ¶ を奪はれる betooverd zijn; bekoord zijn. ¶ の無い niet bezield; zielloos. ¶ 据る zichzelf meester zijn. ¶ に添はない niet weten wat men doet; de kluts kwijt zijn; buiten zichzelf zijn.
kokoro-ne心根
zn. grond van het hart; diepst van het hart; eigenlijke gevoelens o.mv.; ware motieven o.mv.
jashin邪心

zn. boos hart o.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hart>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
中心chuushin (1) midden; hart; binnenste; kern; [fig.] middelpunt; [fig.] spil; [fig.] navel; [綱の] ziel; (2) centrum; [fig.] haard
中核chuukaku kern; hart; middelpunt
naka (1) binnenste; binnenkant; inwendige; (2) midden; hart; (3) in; onder; in het midden van; te midden van; tussen; tijdens; gedurende; (4) (gulden) middenweg; tussenweg
人工心肺jinkoushinpai hart-longmachine; [w.g.] kunsthart
以心伝心ishindenshin (1) [zen-boeddh.] non-verbale overdracht van satori; waarheid; (2) gedachteoverdracht; telepathie; hart-tot-hart-communicatie
基幹kikan (1) pijler; kern; hart; basis; (2) hoofd-; basis-; kern-; sleutel-
oku (1) binnenste; innerlijk; hart; diep; diepste; (2) achterste deel; achterkant; (3) echtgenote [afkorting van okusan 奥さん]
度胸dokyou moed; lef; durf; flinkheid; sterkte; hart; guts; [vulg.] ballen; [gew.] courage
心延えkokorobae karakter; aard; inborst; gemoedsgesteldheid; hart
心肺shinpai (1) hart en longen; (2) hart-longmachine; [w.g.] kunsthart
心臓shinzou (1) hart; [attr.] cardiaal; [attr.] cardio-; [inform.] rikketik; [inform.] tikker; (2) [fig.] hart; kern; (3) lef; moed; brutaliteit; durf; hart
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
shin (1) hart; geest; instelling; mentaliteit; [Belg.N.] ingesteldheid; (2) wezen; essentie; (3) innerlijke kracht; fut; pit; (4) [鉛筆の] stift; (5) [cul.] ongare rijstkorrel; (6) kern; diepste; (7) versteviging in kraag; obi; (8) [boeddh.] citta [= geest]; (9) [boeddh.] citta-rājan [= overkoepelende geest]; (10) [anat.] hart; hartorgaan; (11) [Chin.astron.] Hart; Xīn [= één van de achtentwintig maanhuizen]; (12) geloof; (13) [Edo-kindert.] kameraadje; vriendje; (a) hartorgaan; (b) hart; geest; (c) kern; centrum
jou (1) gevoel; emotie; (2) menselijkheid; inleving; betrokkenheid; attentheid; mededogen; medeleven; (3) liefde; gehechtheid; affectie; genegenheid; hart; (4) lust; begeerte; (5) smaak; charme; karakter; (6) toestand; gesteldheid; situatie; (7) reden; grond
意中ichuu innerlijke overtuiging; gemoed; gedachte; hart
意気iki (1) energie; lust; zin; [Belg.N.] goesting; graagte; geestdrift; ijver; enthousiasme; (2) lef; durf; moed; pit; spirit; flinkheid; karakter; moreel; daadkracht; (3) aard; karakter; gemoed; hart
futokoro (1) borst; boezem; buste; (2) [fig.] hart; boezem; (3) beurs; portemonnee; buidel; geldzak; zak; pocket; (4) gedachte
最中monaka (1) midden; hart; binnenste; kern; (2) hoogtepunt; toppunt; climax; bloeitijd; bloeiperiode; beste tijd; (3) [cul.] twee ronde dunne knapperig gebakken rijstkoekjes met zoete bonenpasta ertussen
核心kakushin kern; wezen; essentie; hart; essentiële; wezenlijke; kardinale; cruciale punt; kernpunt; hoofdzaak; hoofdpunt
kaku (1) [plantk.] pit; vruchtenpit; [veroud.] steen; (2) [biol.] kern; celkern; nucleus; kiem; (3) [nat.] kern; nucleus; (4) [mil.] kernwapen; atoomwapen; atomisch wapen; (5) [fig.] kern; hart; middelpunt
真ん中; 真中mannaka (1) midden; centrum; middelpunt; hart; middel-; (2) precies in het midden; halverwege ~
hai (1) long; longen; [gew.] licht; [in sanatoria] pit; (a) long; (b) gemoed; hart
胸中kyouchuu hart; gemoed; boezem; gevoelens
mune (1) borstkas; borststreek; borst; borststuk [m.betr.t. insecten]; thorax; [inform.] gemoed; (2) boezem; buste; borsten; (3) longen; (4) gemoed; geest; gevoelens; geweten; hart; hartstreek; (5) maag; maagstreek
fu (1) ingewanden; inwendige organen; geweide; gewei; (2) hart; gemoed; (a) ingewanden; inwendige organen; (b) gemoed; innerlijk
shin (1) ziel; [fig.] hart; (2) kern; hart; binnenste; [fig.] merg; [蝋燭の] wiek; lemmet; kous; kousje; katoen; katoentje; [林檎; 梨の] klokhuis; pit; [鉛筆の] stift; [豆の] top; [衿; 帯; 屏風; 襖の] vulling; opvulling; vulsel; opvulsel; voering; stoffering; capitonnage; [トイレット・ペーパーのロールの] binnenhuls
ura (1) achtergedeelte; achterste deel; achterkant; (2) keerzijde; andere kant; ommezijde; onderkant; binnenkant; [貨幣の] muntzijde; (3) tegengestelde; tegendeel; (4) [衣服の] voering; (5) [足; 靴の] zool; ondervlak; (6) binnenste; hart; gemoed; innerlijk; (7) [honkb.] tweede helft van een inning
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.75 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'hart', strategie: exact). 
2005-2021