日蘭辭典+

23 resultaten voor ‘heer’
日蘭辭典 (trefwoord)
aruji主人
() zn. meester m.; baas m.; heer des huizes; gastheer (客に對して) m. ¶ 主人顏をする den baas spelen. ¶ 主人を出せ roep je baas;
kimi
zn. (1) [君主] vorst m.; regeerder m.; keizer m.; koning. (2) [主人] heer m. meester m. vnw. (3) [貴君] gij; u.
sama
(様) zn. (1) [有樣] toestand m. (2) [體裁] uiterlijk o.; vorm m. (3) [敬稱] (男) heer m.; mijnheer m.; mevrouw (夫人) v.; jongeheer (十六歳以下の男) m.; (お孃さん) juffrouw v.; mejuffrouw v.; jongejuffrouw (十六歳以下の) v.
haikei拝啓
zn. mijnheer m.; weledele heer m.; mevrouw (夫人) v.; mejuffrouw (未婚婦人) v.
kun
(くん) zn. de heer m.; mijnheer m. ¶ 山田が來た mijnheer Yamada is er.
danna旦那
zn. (1) [主人] heer m.; meester m. (2) [良人] echtgenoot m.; man m. (3) [敬稱] mijnheer m.; meneer m. ¶ 旦那顏をする den baas spelen. ¶ 旦那取りする gemainteneerd worden.
shōkai紹介
zn. introductie v. ¶ 紹介狀 introductiebrief. ¶ 紹介する introduceeren; voorstellen. ¶ 山田氏を御紹介す “ter introductie van den heer Yamada.”¶ 山田を御紹介致します mag ik u den heer Yamada voorstellen?
dono殿
zn. mijnheer m.; weledel geboren heer m.
daimyō大名
zn. daimyo m.; feudaal heer m.
shi
zn. heer m.; ridder m.
shi
zn. (1) [] de heer m.; mijnheer m. (2) [] mevrouw v.; mejuffrouw v.; vnw. hij (); zij (). ¶ 某氏 zeker iemand; een persoon.
kikō貴公
vnw. gij; uwe jongen m.; oude heer m.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kun君、くん
(zn., achtervoegsel) Net als bij さん -san wordt 君 -kun gebruikt na iemands voornaam, achternaam of volledige naam. Het gebruik is evenwel beperkter, traditioneel wordt 君 -kun gebruikt door een man, voor een andere man (waarbij die andere man lager in status is, of wellicht een goede vriend). In de praktijk kan men daardoor vooral jongeren (altijd van het manlijk geslacht) aangesproken horen worden met 君 -kun. Tegenwoordig komt het ook voor dat vrouwen het woord gebruiken voor mannen, bijvoorbeeld verwijzend naar studenten in een informele context.

De vertaling van dit beleefde achtervoegsel hangt van de context af. Vaak hoeft het niet vertaald te worden, in andere gevallen volstaat iets als ‘meneer’. In tegenstelling tot さん -san kan 君 -kun niet worden gebruikt na beroepen. (Miura:22-123) ¶ ハルくんは昔からこうなの、心根は凄く優しいのよ。 Haru-kun wa mukashi kara kō na no, kokorone wa sugoku yasashii no yo. Haru is altijd al zo geweest, hij gewoon reuze aardig. (TTC)

NB Het karakter waarmee 君 -kun geschreven wordt is hetzelfde als dat waarmee 君 kimi (‘jij; je’) geschreven wordt, maar aangezien 君 -kun gewoonlijk na namen komt schept dat geen verwarring. Niettemin wordt het woord vaak gespeld in hiragana, als くん, wat dus aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.

kimi
zn. (1) jij; je; (informeel) gozer; kerel; vriend; vent. ¶ 君の kimi no jouw. ¶ 君たち kimitachi jullie; mensen; makkers; lui. ¶ 田島くん・・・。君はもう少し品のいい話はできないのか? Tajima... Kimi wa mō shukoshi hin no ii hanashi wa dekinai no ka. Tajima... Kun je het niet een beetje beleefd [fatsoenlijk] houden? (TTC) ¶ 君たちは学生なんだ、こんなことをやれるのは今だけだ。 Kimitachi wa gakusei nan da, konna koto wo yareru no wa ima dake da. Jullie zijn studenten! Alleen nu kunnen jullie zoiets flikken! (TTC) (2) (archaïsch) monarch; vorst; heerser; meester.

NB Het gebruik van 君 kimi in bet. (1) is net als あなた anata aan regels gebonden. 君 kimi is meestal informeel en wordt vooral gebruikt door mannen voor een vriend, of iemand die lager in status is. Maar het wordt ook gebruikt door mannen om vrouwen aan te spreken, bijvoorbeeld door een superieur, of door een man voor zijn vrouw of vriendin. (Miura:109)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <heer>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
nushi (1) heer; meester; (2) eigenaar; [手紙の] schrijver; auteur; (3) oergeest; geest die er reeds bij het begin was; genius
群れ mure groep; menigte; drom; schare; gezelschap; bende; horde; troep; meute; kudde; drift; kolonie; roedel; school; toom; vlucht; zwerm; tros; stoet; hoop; pak; kluit; rist; [lit.t., scherts.] heer
hei (1) soldaat; militair; (2) [verzameln.] leger; krijgsmacht; troepenmacht; strijdmacht; troepen; militairen; manschappen; strijdkrachten; krijgsvolk; ; (3) soldatenvolk; [min.] soldateska; [veroud.] armee; [arch.] heer; [arch.] heir
shi (1) [Jap.gesch.] samoerai; Japanse ridder; (2) persoon; man; heer; (3) [bijb.] Rechters; Richteren; [in de Vulgaat] Iudices; [afk.] Re.; [afk.] Richt.; [afk.] Iud.
殿 tono (1) edele heer; (2) [directe aanspreking] edelachtbare; heer; mijnheer; milord; (3) [indirecte aanspreking] mijnheer; zijne hoogheid
旦那様 dannasama mijnheer; meneer; ; (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) echtgenoot; man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon
旦那さん dannasan mijnheer; meneer; ; (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) echtgenoot; man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon
旦那 danna (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) iems. echtgenoot; iems. man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon; (4) [als aanspreektitel] mijnheer; meneer
お上 okami (1) [hon.] keizer; majesteit; shogun; (2) [hon.] regering; shogunaat; rijksoverheid; overheid; gevestigde macht; [meton.] de kroon; (3) [hon.] edele heer; vrouwe; hoogheid; (4) [hon.] heer; vrouw des huizes; meester; meesteres; baas; bazin; (5) [hon.] uw; zijn vrouw; echtgenote; mevrouw; (6) waardin; kasteleinse
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'heer', strategie: exact). 
2005-2019