日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘heerlijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
oishiiおいしい
bn. lekker; smakelijk
SUPPLEMENT (trefwoord)
aishō相性
(合い性、合性、相い性) zn. (1) tussen personen (man en vrouw, vrienden, superieur en ondergeschikte, etc.) de mate waarin ze bij elkaar passen; affiniteit; congenialiteit; geestesverwantschap; gedeeld temperament; meer algemeen verenigbaarheid. ¶ お互い相性がいいOtagai aishō ga ii. Het klikt tussen ons; We kunnen goed met elkaar opschieten. (TTC) ¶ あの夫婦は相性が悪いAno fusai wa aishō ga warui. Dat echtpaar past niet bij elkaar. (TTC) ¶ あの2人は相性がいいようだ。 Ano futari wa aishō ga ii yō da. Het lijkt erop dat die twee goed bij elkaar passen. (TTC) ¶ あいつとはどうも相性が合わないんだ。 Aitsu to wa dō mo aishō ga awanain da. Ik kan echt niet met die gozer opschieten. (TTC) (NB De 大辞泉 Daijisen raadt de constructie 相性が合う/合わない aishō ga au/awanai af.) ¶ この時期は野菜が美味しいし、野菜はパスタと相性がいいKono jiki wa natsu yasai ga oishii shi, natsu yasai wa pasuta to aishō ga ii. De zomergroenten van deze periode zijn heerlijk en zomergroenten passen goed bij pasta. (Tweet) (2) geschiktheid tussen man en vrouw volgens de astrologische kalender. ¶ 星占いによると彼女はあまり相性がよくないようだ。 Hoshiuranai ni yoru to kanojo to boku wa amari aishō ga yoku nai yō da. Volgens de horoscoop past ze niet zo goed bij me. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <heerlijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お目出度いomedetai (1) heuglijk; blij; heerlijk; gelukkig; fortuinlijk; door geluk begunstigd; gunstig; genadig; gelukwensen waard; (2) veelbelovend; (3) goedaardig; onschuldig; sullig; idioot; onnozel; naïef; belachelijk; dwaas; niet goed wijs
ka (1) prachtig; prima; puik; fijn; heerlijk; (a) prachtig; uitstekend; (b) heuglijk; voorspoedig; (c) mooi; knap
味のよいajinoyoi smakelijk; lekker; appetijtelijk; heerlijk; delicieus; delicaat
壮麗sourei (1) pracht; heerlijkheid; grootsheid; grandeur; luister; praal; glans; schittering; magnificentie; (2) prachtig; schitterend; luisterrijk; magnifiek; groots; heerlijk; grandioos; weids; geweldig
愛でたしmedetashi zalig; geweldig; heerlijk; fantastisch; prachtig; schitterend
旨いumai (1) lekker; smakelijk; heerlijk; delicieus; (2) passend; gelegen komend; handig; conveniënt; gunstig; geschikt
旨味のあるumaminoaru (1) heerlijk; lekker; verrukkelijk; smakelijk; smaakvol; delicieus; (2) winstgevend; rendabel; lonend; lucratief; profijtelijk; voordelig
甘露kanro (1) [Chin.myth.] zoete; hemelse dauw; (2) [boeddh.] amṛta; godendrank; nectar; (3) sencha van superieure kwaliteit; (4) honingdauw; (5) kanro-sake [= dikvloeibare; zoete sake-soort]; (6) suikerwater; (7) heerlijk!; verrukkelijk!; jammie!
盛大seidai groots; heerlijk; prachtig; luisterrijk; pompeus; indrukwekkend; imposant; fantastisch; schitterend; geslaagd; succesrijk; voorspoedig
盛大なseidaina groots; heerlijk; prachtig; luisterrijk; pompeus; indrukwekkend; imposant; fantastisch; schitterend; geslaagd; succesrijk; voorspoedig
盛大にseidaini groots; heerlijk; prachtig; luisterrijk; schitterend; pompeus; met pracht en praal; onder veel praalvertoon; in grote stijl; op indrukwekkende; schitterend wijze; succesrijk; voorspoedig
立派rippa (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
立派なrippana (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
素敵suteki prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; beeldig; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
素敵な ; 素的なsutekina prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
素晴らしいsubarashii prachtig; schitterend; geweldig; fantastisch; formidabel; machtig; heerlijk; verrukkelijk; zalig; grandioos; subliem; prima; uitstekend; meesterlijk; tiptop; voortreffelijk; enig; superbe; uitmuntend; excellent; magnifiek; reuze; super; kostelijk; denderend; [inform.] mieters; swell; fenomenaal; uniek; eersterangs; eersteklas; uitgezocht; uitnemend; bijzonder; [inform.] bie; tof; eindeloos; te gek; [pred.] het einde; [pred.] enorm; briljant; klasse; opperbest; patent; allemachtig goed; beregoed; steengoed; glansrijk; mooi; pico bello; puik(best); [inform.] puntgaaf; piekfijn; [ook studentent.] luisterrijk; [inform.] reusachtig; groots; kapitaal; [w.g.] loeigoed; [jeugdt.] gaaf; [meisjest.] dolletjes; fabuleus; [jeugdt.] ruig; [jeugdt.] wijs; [slang] cool; [volkst.] jofel; [pred.] knal; [w.g.] knots; zo'n [meid; kerel enz.]
結構kekkou (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal); (4) goed; fijn; mooi; (5) prachtig; magnifiek; schitterend; (6) lekker; heerlijk; (7) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (8) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best
華々しいhanabanashii briljant; schitterend; magnifiek; geniaal; prachtig; luisterrijk; heerlijk; met pracht en praal; prachtvol; glansrijk; weelderig; groots; indrukwekkend
見事; 美事migoto (1) mooi; prachtig; fraai; keurig; excellent; schitterend; fantastisch; magnifiek; briljant; voortreffelijk; uitstekend; heerlijk; meesterlijk; reuze; (2) volkomen; volslagen; volledig; compleet; helemaal; afgerond; totaliter
見事な ; 美事なmigotona mooi; prachtig; fraai; keurig; excellent; schitterend; fantastisch; magnifiek; briljant; voortreffelijk; uitstekend; heerlijk; meesterlijk; reuze-
麗らかuraraka (1) mooi; fijn; heerlijk; prachtig; stralend; (2) opgewekt; opgeruimd
麗らかなurarakana (1) mooi; fijn; heerlijk; prachtig; stralend; (2) opgewekt; opgeruimd; sereen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'heerlijk', strategie: exact). 
2005-2022