日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘heffen’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsunoru募る
t.w. (1) [兵士を] oproepen; recruteeren; onder de wapens roepen. (2) [税を] heffen. i.w. (3) [公債等] inschrijving openen. (4) [烈しくなる] hevig worden; erger worden. ¶ 職工を募る werkvolk aannemen. ¶ 寄附を募る bijdragen verzamelen. ¶ 外債を募る buitenlandsche leening uitschrijven. ¶ 病氣が募った de ziekte is erger geworden. ¶ 火勢は募る de brand neemt in hevigheid toe.
sasageru捧げる
t.w. (1) [捧持] omhoog houden. (2) [奉る] aanbieden. ¶ 君國に生命を捧げる zijn leven geven voor het vaderland. ¶ 捧げ銃 presenteert ’t geweer.
kakeruかける
(掛ける, 懸ける) (1) [吊す] ophangen; hangen. (2) [計量する] wegen. (3) [かけ渡す] bouwen; leggen; slaan. (4) [果す] opleggen; heffen. (5) [心配を] veroorzaken; bezorgen. (6) [, 時間を] besteden. (7) [錠を] sluiten. (8) [乘ずる] vermenigvuldigen. (9) [注ぎかける] besprenkelen. i.w. (10) [腰を] gaan zitten. t.w. (11) [を放す] in brand steken. (12) [掛を] afbetalen. (13) [交尾さす] laten paren. (14) [著せる] aankleeden; bekleeden met. (15) [上へ廣げる] overdekken met; overspreiden. (16) [鑑定に] onderwerpen aan. ¶ 電話線をかける telefoon aanleggen. ¶ 刷毛をかける afborstelen. ¶ かける vier met drie vermenigvuldigen. ¶ 電報をかける telegram zenden; telegrafeeren. ¶ 電話を掛ける telefoneeren; opbellen. ¶ 醫者かける dokter consulteeren. ¶ 氣に掛ける ter harte nemen. ¶ 問を掛ける vraag richten tot. ¶ 思を掛ける verliefd worden op. ¶ 讀み掛ける beginnen te lezen. ¶ に掛ける op het vuur zetten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <heffen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
持ち上げる mochiageru (1) opheffen; (omhoog) heffen; optillen; omhoog tillen; opbeuren; omhoog trekken; (op)hijsen; opnemen; omhoog brengen; oplichten; oppakken; oprapen; omhoog steken; [m.b.t. hoed] afnemen; (2) vleien; ophemelen; flemen; door vleierij brengen tot; overhalen
取り立てる toritateru (1) innen; ontvangen; in ontvangst nemen; incasseren; invorderen; beuren; collecteren; [税を] heffen; (2) bevorderen; in rang verhogen; een hogere post; positie geven; promoveren
徴税する chouzeisuru belasting innen; heffen; ontvangen
徴収する choushuusuru innen; incasseren; invorderen; [税を] heffen; ophalen
科する kasuru opleggen; heffen; [罰金を] beboeten; penaliseren; bestraffen; aankalken
科す kasu opleggen; heffen; [罰金を] beboeten; penaliseren; bestraffen; aankalken
掛ける kakeru (1) ophangen; hangen; behangen; [鉤に] vasthaken; [十字架に] slaan; [審議に] aanhangig maken; (2) zetten tegen; plaatsen tegen; (3) bedekken; afdekken; spreiden over; overspreiden; overdekken; leggen op; [火に] op het vuur zetten; (4) [ケーブルを] leggen; [橋を] aanleggen; slaan; bouwen; installeren; (5) gaan zitten; plaatsnemen; zich neerzetten; (6) besprenkelen; gieten over; uitgieten over; begieten; bestrooien; [火を] in brand steken; [サラダにドレッシングを] aanmaken; (7) [眼鏡を] opzetten; [ショールを] omdoen; bekleden met; aankleden; (8) [ボタンを] dichtdoen; vastmaken; [錠を] sluiten; grendelen; vergrendelen; (9) [電話を] telefoneren; bellen; opbellen; een telefoontje plegen; [電報を] telegraferen; (10) 10. wegen; het gewicht vaststellen; (11) 11. vermenigvuldigen; (12) 12. [望みを] een wens doen; z'n hoop vestigen op; [問いを] richten; [思いを] verliefd worden op; [人に…の疑いを] aankijken op; (13) 13. [税を] opleggen; heffen; [面倒を] berokkenen; veroorzaken; bezorgen; aandoen; [心配を] met bezorgdheid vervullen; bezorgdheid teweegbrengen; zorgwekkend zijn; zorgen baren; verontrusten; troebleren; (14) 14. [機械を] aanzetten; [目覚し時計を] zetten; [ミシンを] met; op de machine naaien; [アイロンを] strijken; [レコード; CDを] opzetten; afdraaien; [時計のねじを] opwinden; (15) 15. [暇; 金を] besteden aan; (16) 16. [賞金を] uitloven; (17) 17. [診療に] onder medische behandeling plaatsen; onderwerpen aan; laten opnemen; [裁判に] voor het gerecht brengen; voor de rechter brengen; voorbrengen; laten voorkomen; consulteren; (18) 18. [雌牛を雄牛に] stieren; naar; onder de stier brengen; laten paren; laten bollen; (19) 19. [心に] denken aan; in acht nemen; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [スピードを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) 10. overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) 11. ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) 12. klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) 13. [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) 14. [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) 15. [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) 16. verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) 17. [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) 18. aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) 19. [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) 20. frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) 21. [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.4 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'heffen', strategie: exact). 
2005-2019