日蘭辭典+

60 resultaten voor ‘helder’
日蘭辭典 (trefwoord)
akarui明るい
bn. (1) [明るい] licht; helder. ¶ に明るい goed op de hoogte van; bekwaam in. ¶ ......に明るい人 deskundige. (2) [潔白な] onschuldig.
akaruku明るく
bw. licht; helder; duidelijk. ¶ 明るくなる dagen (夜が明ける); (通曉する) op de hoogte komen van; bekwaam worden in. ¶ 明るくする licht maken. ¶ ランプを明るくする de lamp opdraaien.
akiraka na明かな
(明らかな) bn. (1) [明白] duidelijk; helder; klaar. (2) [輝く] helder; glanzend; schitterend. ¶ 明かな區別 duidelijk verschil; scherp onderscheid.
akiraka ni明かに
(明らかに) bw. (1) [明白] duidelijk; blijkbaar; klaarblijkelijk. (2) [輝く] helder. ¶ 明かになる duidelijk worden; blijken. ¶ 明かにする duidelijk maken; ophelderen; te verstaan geven.
kirei na綺麗な
bn. (1) [立派な] fraai; mooi; keurig. (2) [清潔な] zindelijk; schoon. (3) [潔白な] rein; onschuldig. (4) [完全な] volledig. ¶ 綺麗な mooi meisje. ¶ 綺麗な schoon water; helder water. ¶ 綺麗に mooi; netjes; volledig; geheel. ¶ 綺麗にする verfraaien; mooi maken; schoonmaken; reinigen.
sawayaka na爽な
bn. (1) [晴々した] vroolijk; verfrisschend; opwekkend. (2) [聲の] helder; klaar; aangenaam. (3) [流暢な] vloeiend.
hagire-no-yoi齒切れの好い
(歯切れのよい、歯切れの良い) bn. energiek; doortastend; flink.
tōtetsu透徹
zn. doorzichtigheid v.; helderheid v. ¶ 透徹せる helder; doorzichtig; transparant; duidelijk; klaar.
azayaka na鮮な

(鮮やかな) bn. helder; duidelijk; klaar; schitterend; versch; frisch. ¶ 鮮な記憶 versche herinnering. ¶ 鮮な手蹟 schitterend schrift. ¶ 鮮な frissche (kleurige) bloemen. ¶ 鮮な勝利 schitterende overwinnering.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <helder>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
すっきりsukkiri (1) opgelucht; verfrist; fris; opgekikkerd; opgeknapt; verkwikt; onbezwaard; ontlast; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris; (3) uitgesproken; ondubbelzinnig; duidelijk; klaar
すっきりするsukkirisuru (1) zich opgelucht; verfrist; fris voelen; zich opgekikkerd; opgeknapt voelen; verkwikt zijn; zich onbezwaard; ontlast voelen; zich van een last bevrijd voelen; zich beter voelen; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris
すっきりとsukkirito (1) opgelucht; verfrist; fris; opgekikkerd; opgeknapt; verkwikt; onbezwaard; ontlast; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris; (3) uitgesproken; ondubbelzinnig; duidelijk; klaar
はきはきhakihaki (1) helder; duidelijk; doorzichtig; klaar; limpide; (2) helder; kort en bondig; gevat; fijnzinnig; pittig; (3) levendig; monter; fris; kwiek; vlot
はっきりhakkiri (1) duidelijk; klaar; goed (waarneembaar); helder; scherp (begrensd); geprononceerd; uitgesproken; niet mis te verstaan; ondubbelzinnig; vastomlijnd; scherpomlijnd; welomschreven; welomlijnd; levendig [bv. zich ~ herinneren]; exact; zeker; (2) opgewekt [van gemoed; geestesgesteldheid]; helder [van weersgesteldheid]; bestendig; (3) ronduit; oprecht; eerlijk; openhartig; open; rechtuit; rechtdoorzee; onomwonden; onverbloemd; ruiterlijk
はっきりしたhakkirishita (1) klaar; duidelijk; helder; goed waarneembaar; scherp; expliciet; afgetekend; welomlijnd; welomschreven; (2) zeker; exact; uitgesproken; ondubbelzinnig
はっきりするhakkirisuru (1) duidelijk; klaar; goed (waarneembaar); helder; scherp (begrensd); geprononceerd; uitgesproken; niet mis te verstaan; ondubbelzinnig; vastomlijnd; scherpomlijnd; welomschreven; welomlijnd; levendig [bv. zich ~ herinneren]; exact; zeker; (2) opklaren; helderder worden; verbeteren [ook m.b.t. ziekte]
ぱっちりpatchiri wijd open; helder; pienter; schrander; bij de pinken
ぱっちりしたpatchirishita wijd open; helder; pienter; schrander
クリアkuria (1) helder; klaar; duidelijk; (2) [gesch.] curia; (3) Clear
ライトraito (1) licht; (2) recht; gerechtigheid; (3) recht; voorrecht; (4) rechts; rechterkant; rechterzijde; (5) rechtsveld; rechtsvelder; (6) [honkb.] buitenvelder; verrevelder ; (7) politiek rechts; rechtervleugel; conservatieven; (8) licht-; helder-; (9) licht(e) ~
ryou (a) helder; klaar; (b) helderklinkend; sonoor
分暁bungyou (1) dageraad; het aanbreken van de dag; (2) helder begrip; klaar inzicht; (3) klaar; helder; duidelijk; niet mis te verstaan
平明heimei (1) dageraad; ochtendstond; (2) duidelijk; klaar; verstaanbaar; helder
明いakai (1) helder; licht; (2) licht; dag; klaarlicht; (3) oprecht; eerlijk; waarachtig
明らかakiraka (1) klaar; helder; (2) duidelijk; klaarblijkelijk; kennelijk; evident; onmiskenbaar; manifest; apparent; (3) wijs; zindelijk; (4) opgewekt; opgeruimd
明るいakarui (1) licht; helder; klaar; (2) opgewekt; vrolijk; zonnig; (3) fair; eerlijk; clean; schoon; rooskleurig; (4) op de hoogte van; met; bekend met; goed kennen; goed thuis in; bedreven in; ervaren in; geverseerd in; onderlegd in; vertrouwd met
明朗meirou (1) vrolijk; joviaal; prettig; zonnig; (2) schoon; zuiver; fair; sportief; eerlijk; helder; open
明朗なmeirouna (1) vrolijk; joviaal; prettig; zonnig; (2) schoon; zuiver; fair; sportief; eerlijk; helder; open
明瞭meiryou (1) klaarheid; duidelijkheid; helderheid; luciditeit; begrijpelijkheid; verstaanbaarheid; (2) klaar; duidelijk; helder; lucide; doorzichtig; limpide; evident; begrijpelijk; verstaanbaar
明確meikaku (1) duidelijkheid; klaarheid; ondubbelzinnigheid; helderheid; (2) duidelijk; klaar; ondubbelzinnig; helder
明確なmeikakuna duidelijk; klaar; ondubbelzinnig; helder
mei (1) licht; helderheid; klaarte; (2) inzicht; scherpzinnigheid; (3) zicht; (a) helder; licht; klaar; (b) gaaf; schitterend; (c) dagen; dag worden; (d) duidelijk; klaar; (e) inzicht; scherpzinnigheid; (f) deze wereld; hiernumaals; (g) godheid
易しいyasashii (1) gemakkelijk; eenvoudig; makkelijk; [m.b.t. sommetje] simpel; [m.b.t. taal] duidelijk; (2) onverzorgd; onzorgvuldig; nonchalant; slordig; onachtzaam; lichtvaardig; achteloos; onattent; onoplettend; onopmerkzaam; (3) begrijpelijk; te begrijpen; verstaanbaar; bevattelijk; helder; klaar
晴れたhareta helder; klaar; openluchtig
晴朗seirou [~な天気] helder; klaar; mooi; fraai; onbewolkt; zonnig; wolkeloos; sereen
有り有りariari (1) [~と] duidelijk; goed waarneembaar; (2) [~と] levendig; scherp; helder
朗らかhogaraka (1) stralend; schitterend; helder; klaar; sonoor; (2) opgewekt; opgeruimd; vrolijk; zonnig; monter
涼しいsuzushii (1) koel; verfrissend; lekker fris; (2) [m.b.t. ogen; stem enz.] helder; klaar; fris; cool
清いkiyoi (1) vlekkeloos; klaar; helder; zuiver; puur; (2) nobel; eerbaar
清かsayaka (1) helder; klaar; stralend; (2) schel
清らかkiyoraka rein; zuiver; helder; klaar; puur; schoon; clean; proper; kuis; zedig
清水shimizu (1) bronwater; sprengwater; welwater; (2) helder; glashelder; kristalhelder water; (3) Shimizu
清水seisui (1) helder; glashelder; kristalhelder water; (2) bronwater; sprengwater; welwater; (3) Qīngshuǐ
清澄seichou klaar; helder; zuiver; lucide; limpide
sei (a) klaar; helder; (b) zuiver; rein; (c) koel; verfrissend; (d) netjes maken; opruimen; (e) [= honoratief voorvoegsel]
澄み切ったsumikitta klaar; helder; zuiver; rein; sereen
澄んだsunda helder; klaar; onvertroebeld; doorzichtig; transparant; sereen; lucide; limpide
澄明choumei klaar; helder; lucide; zuiver
煌々とkoukouto helder; stralend; schitterend
皓々koukou (1) helder wit; blank; (2) leeg en uitgestrekt; (3) stralend; helder
簡明kanmei (1) eenvoud; duidelijkheid; klaarheid; helderheid; zakelijkheid; beknoptheid; concisie; bondigheid; puntigheid; (2) eenvoudig; duidelijk; klaar; helder; zakelijk; beknopt; concies; bondig; puntig; laconiek; kort en krachtig
簡明にkanmeini eenvoudig; duidelijk; klaar; helder; zakelijk; beknopt; concies; bondig; puntig; laconiek; kort en krachtig
透明toumei (1) transparantie; doorzichtigheid; doorschijnendheid; helderheid; klaarheid; diafanie; (2) transparant; doorzichtig; doorschijnend; helder; klaar; [fig.] kristallijn; limpide; diafaan
透明なtoumeina transparant; doorzichtig; doorschijnend; helder; klaar; [fig.] kristallijn; limpide; diafaan
闌干rankan (1) leuning; reling; balustrade; (2) ordeloos in de rondte verspreid; chaotisch; (3) hevig huilend; tranen met tuiten huilend; onder een tranenstroom; tranenvloed; (4) [月; 星が] helder; stralend; fonkelend
雲のないkumononai onbewolkt; wolkeloos; helder; sereen
鮮やかazayaka (1) klaar; scherp; helder; hel; duidelijk; intens; geprononceerd; fel; levendig; sprekend; sterk uitkomend; schel; knal-; hard-; (2) bedreven; handig; kundig; deskundig; vakkundig; capabel; bekwaam; vaardig; behendig; slim; kunstig; prima; (3) prachtig; fraai; mooi; knap; schitterend; stralend; briljant; (4) vers; fris; fleurig
鮮明senmei helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明なsenmeina helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明にsenmeini helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 51 treffers (zoekopdracht: 'helder', strategie: exact). 
2005-2021