日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘helling’
日蘭辭典 (trefwoord)
onna
zn. vrouw v.; meid (下婢) v. ¶ になる huwbaren leeftijd bereiken. ¶ に迷ふ dol verliefd zijn op een vrouw. ¶ vrouwelijk. ¶ の世界 de vrouwenwereld. ¶ 道樂 lichtmisserij; hoerenjagerij. ¶ acteur, die vrouwerollen speelt. ¶ 嫌ひ vrouwenhater. ¶ 狂 lichtmisserij; hoerenlooperij; verslaafdheid aan de vrouwen. ¶ 食ひ souteneur. ¶ 臭い vrouwelijk; verwijfd. ¶ 兄弟 zusters. ¶ 給仕 kellnerin; kamermeisje. ¶ の子 meisje. ¶ らしい vrouwelijk. ¶ 政治 vrouwenregeering. ¶ 役者 actrice; tooneelspeelster. ¶ gemakkelijke helling. ¶ 好き liefhebber van de vrouwen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kyū
(na-adj) (1) plotseling; plots; opeens; onverwacht. ¶ 急にがブレーキをかけたので、フロントガラスにをぶつけた。 Kyū ni kare ga burēki wo kaketa no de, furontogurasu ni atama wo butsuketa. Omdat hij plotseling op de rem trapte stootte ik mijn hoofd tegen het voorraam. ¶ 急な客が来たので、そのテレビ番組が見れなかった。 Kyū na kyaku ga kita no de, sono terebi bangumi ga mirenakatta. Omdat ik onverwacht bezoek had kon ik dat programma niet kijken. (2) urgent; dringend. ¶ 急な用事〔急用〕が出来て、パーティに行けなくなった。ごめんなさい。 Kyū na yōji [kyūyō] ga dekite, pāti ni ikenaku natta. Omdat zich een urgente zaak voordeed kon ik niet naar het feestje gaan. ¶ この事態は急を要する Kono jitai wa kyū wo yōsuru De situatie is urgent. ¶ これは急を要する事態だ。 Kore wa kyū wo yōsuru jitai da. Dit is een urgente situatie. (3) snel; woest (water). ¶ 急なで泳ぐのは大変危険だ。 Kyū na kawa de oyogu no wa taihen kiken da. Het is enorm gevaarlijk om in een snelstromende rivier te zwemmen. ¶ 彼女は急に老け込んできた。 Kanojo wa kyū ni fukekonde kita. Ze werd snel oud. (4) steil (helling); scherp (bocht). ¶ 急な坂 Kyū na saka. Een steile helling; Een plotse daling. ¶ 道路はそこで急な右カーブになっている。 Dōro wa soko de kyū na migi kābu ni natte iru. De weg maakt daar een scherpe bocht naar rechts. (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <helling>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ランプ ranpu (1) lamp; licht; [i.h.b.] controlelampje; [veroud.] pit; (2) oprit; helling; hellende invoegstrook; [gew.] ramp; (3) bilstuk; staartstuk; lendenstuk; lendenvlees
nori (1) wet; voorschrift; (2) rede; moraal; (3) methode; manier; (4) [boeddh.] dharma; (5) afstand; traject; (6) maat; afmeting; (7) [bouwk.] helling; hellingshoek; hellingsgraad
滑り台 suberidai (1) glijbaan; glijplank; glijgoot; [Belg.N.] schuifaf; (2) [scheepv.] glijgoot; helling; scheepshelling; sleephelling
スロープ suroopu helling; glooiing; hellend oppervlak
下り kudari (1) daling; neerdaling; afdaling; het naar beneden gaan; (2) helling; hellend vlak; aflopende schuinte; glooiing; (3) het stroomafwaarts varen van een rivier of stroom; het afvaren van een rivier of stroom; (4) komst vanuit de hoofdstad naar het binnenland; reis vanuit de hoofdstad; (5) acheruitgang; verval; teruggang; aftakeling; (6) diarree; buikloop
傾斜 keisha (1) helling; glooiing; [w.g.] afloop; schuinte; hellend oppervlak; het schuin aflopen; inclinatie; [scheepv.] slagzij; (2) geneigdheid; inclinatie; neiging; hang; zin
流れ nagare (1) stroom; verloop; vloed; gang; sliert; (2) stroming; school; afstamming; afkomst; (3) afterpartygangers; (4) zwerftocht; omzwerving; dwaaltocht; peregrinatie; (5) afgelasting; annulering; (6) verbeuring; verbeurdverklaring; verval; (7) helling; schuining
斜面 shamen helling; glooiing; schuinte; afgang; hellend oppervlak; hellend vlak
勾配 koubai helling; glooiing; talud; schuinte; afloop; gradiënt
saka (1) helling; glooiing; talud; heuvel; schuinte; schuining; afloop; (2) [Belg.N.] kaap; belangrijke numerieke grens
坂道 sakamichi aflopende weg; hellende weg; helling; afgang
men [maatwoord voor vlakke voorwerpen (bv.: spiegels, luiten, suzuri 硯 [inktstenen]; maskers; schaakborden; bundels papier; kaartspelen; tennisbanen e.d.)]; ; (1) gezicht; aangezicht; gelaat; figuur; snuit; snoet; smoel; facie; [inform.] toet; [volkst.] snufferd; [volkst.] bakkes; [vulg.] smoelwerk; [volkst., fig.] postzegel; [Barg.] treiter; [Barg., volkst.] ponem; [min.] tronie; [Barg.] gebbe; [Barg.] kakement; [slang] fiselefasie; [slang] fiselemie; (2) masker; mombakkes; mom; [Barg.] schiebaart; (3) masker [bij lassen, sport: kendō, honkbal enz.]; (4) pagina (van een krant); bladzijde; (5) [wisk.] oppervlakte; vlak; (6) [technol.] facet [afschuining onder een hoek van 45°]; helling; schuinte; wand; (7) kant; aspect; zijde; latus; vlak; opzicht; gebied; (8) men [klap in het gezicht: bepaalde score in het kendō]
フェイス feisu (1) gezicht; aangezicht; gelaat; (2) coupure; (3) [bergsport] steile wand; helling; kant; (4) [golf] clubface; vlak dat de bal raakt; (5) Faith; Face
傾き katamuki (1) helling; glooiing; het schuin aflopen; [w.g.] afloop; inclinatie; (2) inclinatie; geneigdheid; neiging; tendens; tendentie; trend
上がり目 agarime (1) van de binnen- naar de buitenooghoek schuin oplopende ogen; (2) [物価の] neiging tot stijging; haussestemming; [beurst.] vriendelijke stemming; het aantrekken; [運の] gelukkige wending; wending ten goede; (3) helling
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'helling', strategie: exact). 
2005-2019