日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘helpen’
日蘭辭典 (trefwoord)
tasuke
(助け) zn. hulp v.; steun m.; redding v. ¶ 助を呼ぶ om hulp roepen. ¶ 大に助となる tot grooten steun zijn; veel helpen. ¶ 助船 reddingboot.
tasukeru助ける
t.w. (1) [援助] helpen; steunen; bijstaan. (2) [救助] redden. ¶ 助けて呉れ help! help! ¶ 助けに行く ter hulp snellen; gaan helpen. ¶ 溺れる所を助け上げる drenkeling redden. ¶ 助ける het leven sparen.
omomuku赴く
i.w. (1) [行く] gaan; zich begeven naar. (2) [なる、傾く] worden; neiging hebben. ¶ 快方に赴く aan de beterende hand zijn; herstellende zijn; beter worden. ¶ 援助赴く gaan helpen; te hulp komen. ¶ 風潮の赴く de richting van den stroom; de geest des tijds.
muyō無用
zn. (1) [役に立たぬ事] nutteloosheid v. (2) [不必要] noodeloosheid v. ¶ 無用nutteloos; noodeloos; onnoodig; ongewenscht. ¶ 無用心配 noodelooze ongerustheid. ¶ 通行無用 ‘‘voor het verkeer gesloten’’; ‘‘afgesloten rijweg.’’ ¶ 無用の者入るべからず ‘‘geen toegang voor het publiek.’’ ¶ 御無用です ik heb niets voor u; ik kan u niet helpen; ik heb niets van u noodig. ¶ 開放無用 ‘‘deur dicht s.v.p.’’.
sewa世話
zn. (1) [援助] hulp v.; bijstand m.; steun m. (2) [斡旋] dienst m.; bemiddeling v. (3) [世俗] dagelijksche leven o. ¶ 世話する helpen; bijstaan; steunen; dienst bewijzen; bemiddeling verleenen; zorgen voor. ¶ 大層御世話になる veel verplichting hebben; veel te danken hebben; veel verschuldigd zijn.¶ 子供の世話をする voor de kinderen zorgen. ¶ 世話のやける lastig. ¶ 人に世話をやかす iemand veel last bezorgen. ¶ 世話に砕ける duidelijke taal spreken. ¶ 世話huiselijk tooneel. ¶ 世話huiselijk drama. ¶ 世話なしの gemakkelijk; eenvoudig. ¶ 世話commissie; hulpcomité; tusschenpersoon. ¶ 世話女房 goede huisvrouw. ¶ 世話commissie; provisie. ¶ 世話やき bemoeial. ¶ 世話好 bemoeizucht; bemoeial (人). ¶ いらぬお世話だ ik heb je hulp niet noodig; bemoei je er niet mee.
soeru添へる
(添える) t.w. bijvoegen; aanhechten; doen vergezellen; (を) bijstaan; helpen. ¶ 手紙に添へてある書類 de bijlagen van den brief. ¶ を負けに添へる als premie geven. ¶ を添へる een handje helpen.
yūzū融通
zn. circulatie v.; omloop m.; verbreiding v.; aanpassing v. ¶ 融通を利かす zich aan de omstandigheden aanpassen. ¶ を融通する financieel helpen. ¶ 融通資本 circuleerend kapitaal; kapitaal in omloop. ¶ 融通手形 accommodatie wissel; schoorsteenwissel. ¶ 融通が止まる geen crediet meer hebben.
suke
SUPPLEMENT (trefwoord)
mamaママ
(1) mama; mam; mams; mammie; moeder. NB evenals in het Nederlands wordt ‘mama’ in het Japans vooral gebruikt door kinderen voor ‘moeder’ en door volwassenen om zichzelf of een andere moeder aan te duiden aan kinderen; tevens komt het ook voor dat ‘mama’ gebruikt wordt door volwassenen om hun moeder aan te spreken of aan te duiden, maar veel minder vaak. (2) titel voor de eigenares van een bar. ¶ ママのお手伝いをしたって? Mama no otetsudai wo shita tte? Heb jij mammie geholpen? (TTC) ¶ 宿題をやってから、私はママとおしゃべりした。 Shukudai wo yatte kara, watashi wa mama to oshaberishita. Nadat ik m’n huiswerk gedaan had heb ik met mam gebabbeld. (TTC) ¶ ママ、パパの書斎はパパに掃除してもらったらどうなの。 Mama, papa no shosai wa papa ni sōjishite morattara dō na no. Mam, waarom laat je pappa zelf zijn studeerkamer niet schoonmaken? (TTC) どこの国でも、何時の時代でも、子供は親の価値観を見習って育つものである。いわゆる「教育ママ」の教育に対する考え方が、子供を精神的にいびつに育ててしまっていると指摘する声もある。 Doko no kuni de mo, itsu no jidai de mo, kodomo no oya no kachikan wo minaratte sodatsu mono de aru. Iwayuru ‘kyōiku mama’ no kyouiku ni taisuru kangaegata ga, kodomo wo seishinteki ni ibitsu ni sodatete shimatte iru to shitekisuru koe mo aru. Het is van alle tijden en plaatsen dat kinderen hun waarden ontlenen aan hun ouders. Er zijn evenwel ook mensen aangeven dat de opvattingen van de zogeheten ‘kyōiku mama’ (onderwijs mama’s) over onderwijs, kinderen een opvoeding bezorgen die mentaal verwrongen is. (TTC)
dare hitori誰一人
(frase) niemand; geen een/één (persoon); niet een/één (persoon) (in ontkennende zinnen). ¶ 彼らのことは誰一人知らない。 Karera no koto wa dare hitori shiranai. Ik ken niemand van ze. ¶ 誰一人、犯人を見ていない。 Dare hitori, hannin wo mite inai. Niemand heeft de misdadiger gezien. (yasamv) ¶ 誰一人僕の言うことに耳を貸そうとしなかったんだ。 Dare hitori boku no iu koto ni mimi wo kasō to shinakattan da. Er was niemand die wou luisteren naar wat ik te zeggen had. ¶ その仕事のお手伝いが出来る人はここには誰一人いません。 Sono shigoto no o-tetsudai ga dekiru hito wa koko ni wa dare hitori imasen. Er is hier niemand die je kan helpen met het werk. (TTC)
SUPPLEMENT (trefwoord)
ik, mijn, mij

(1.a) (persoonlijk voornaamwoord; onderwerpsvorm) [ik] [わたし] watashi (algemeen beleefd); watakushi (formeel); boku (informeel; meest door jongens en mannen gebruikt, zelden door meisjes); あたし [] atashi (informeel; meest door vrouwen gebruikt; soms door mannen in snelle spraak); ore (informeel; meest door mannen gebruikt). NB ‘ik’ wordt vaak niet uitgedrukt in het Japans, context en richtinggevende werkwoorden zijn vaak voldoende. De onderwerpsvorm ‘ik’ wordt in het Japans expliciet uitgedrukt via de achtervoegsels は wa en が ga, maar in spreektaal, of informele schrijftaal (briefjes, internet, mobiel), worden deze ook vaak weggelaten. Tevens kan het partikel も mo, dat ‘ook’ betekent, de plaats van は wa en が ga innemen. ¶ オランダ語が話せますか。 ええ。話せます。Orandago ga hanasemasu ka. Ee. Hanasemasu. Spreek je Nederlands? Ja, ik spreek Nederlands. NB Door de structuur van vraag en antwoord in het voorafgaande voorbeeld is duidelijk wat op wie betrekking heeft en daarom laat men in het Japans ‘ik’ (en ‘je’) weg. Antwoorden met wel een expliciet ‘ik’ zijn dan niet neutraal en dragen extra betekenis. Bijvoorbeeld: ええわたしは、話せます。 Ee. Watashi wa, hanasemasu. Dat zou vertaald kunnen worden als: ‘Andere mensen spreken geen Nederlands, maar ik wel’. ¶ 滝沢はフランス語が話せるけど、健、お前は? も話せるよ。 Takizawa wa Furansugo ga hanaseru kedo, Ken, omae wa? Boku mo hanaseru yo. Takizawa spreekt Frans. En jij, Ken? Ik ook hoor. [Ik spreek het ook hoor.] (BEJD) NB In het antwoord van Ken kan een Japanse vorm voor ‘ik’ niet weggelaten worden, door de nadruk die het heeft.

(1.b) (bezitsvorm) [mijn, m’n, van mij] dezelfde voornaamwoorden in (1.a) gevolgd door の no, dus 私の watashi no, 僕の boku no etc. Afhankelijk van de context kan ‘mijn’ onuitgesproken blijven. ¶ 私の子供達はもうすぐ春休みですWatashi no kodomotachi wa mō sugu haruyasumi desu. Mijn kinderen hebben bijna voorjaarsvakantie. (TTC)

(1.c) (voorwerpsvorm) [mij, me] dezelfde voornaamwoorden in (1.a) maar dan vaak gevolgd door を [w]o of に ni. Afhankelijk van de context kan ‘mij’ onuitgesproken blijven. Niet alle Nederlandse voorwerpsvormen hebben in het Japans grammaticaal equivalente vormen. ¶ 哀れに思って助けてくれたのさ。 Ore wo aware ni omotte tasukete kureta no sa. Hij had medelijden met mij en hielp me daarom uit de brand. (informeel, mannelijke spreker). ¶ 両親にはがきを送ってくれた。 Ryōshin ga watashi ni hagaki wo okutte kureta. M’n ouders hebben me een ansichtkaart gestuurd. (TTC)

(2) (znw.) [het ik; het ego; het zelf] 自我 jiga; 我 [われ] ware; 我 ga; watashi. ¶ 日本人の自我 Nihonjin no jiga Het Japanse zelf [Het Japanse ik].

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <helpen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
乗せる; のせる noseru (1) [op een vervoermiddel (de bus enz.)] zetten; plaatsen; [van bagage] laden; bevrachten; opladen; [een lifter enz.] oppikken; [iem. op de bus enz.] helpen; [i.h.b.] meevoeren; [passagiers enz.] meenemen; [i.h.b.] een lift geven; aan boord nemen; opnemen; (2) [op tafel enz.] zetten; plaatsen; stellen; leggen; [op de planken enz.] brengen; (3) iem. [door vleierij enz.] voor zich winnen; iem. aan zijn kant krijgen; iem. op zijn hand krijgen; iem. impalmen; iem. inpakken; iem. erin laten lopen; iem. erin laten trappen; iem. overhalen; iem. zover krijgen; (4) iem. [in het werk, complot enz.] betrekken; iem. laten deelnemen aan; iem. laten meedoen; (5) in de maat (laten) zijn met; in harmonie (laten) zijn met; (laten) harmoniëren; (6) [een boodschap enz.] overbrengen [langs telegrafische weg enz.]; transmitteren (via); transporteren (via); overvoeren (per)
載せる noseru (1) [op een vervoermiddel (de bus enz.)] zetten; plaatsen; [van bagage] laden; bevrachten; opladen; [een lifter enz.] oppikken; [iem. op de bus enz.] helpen; [i.h.b.] meevoeren; [passagiers enz.] meenemen; [i.h.b.] een lift geven; aan boord nemen; opnemen; (2) [op tafel enz.] zetten; plaatsen; stellen; leggen; [op de planken enz.] brengen; (3) iem. [door vleierij enz.] voor zich winnen; iem. aan zijn kant krijgen; iem. op zijn hand krijgen; iem. impalmen; iem. inpakken; iem. erin laten lopen; iem. erin laten trappen; iem. overhalen; iem. zover krijgen; (4) iem. [in het werk, complot enz.] betrekken; iem. laten deelnemen aan; iem. laten meedoen; (5) in de maat (laten) zijn met; in harmonie (laten) zijn met; (laten) harmoniëren; (6) [een boodschap enz.] overbrengen [langs telegrafische weg enz.]; transmitteren (via); transporteren (via); overvoeren (per); (7) [een advertentie in de krant enz.] zetten; plaatsen; opnemen; publiceren; optekenen; vermelden; te boek stellen
補佐する hosasuru assisteren; helpen; bijstaan; [i.h.b.] adviseren; raad geven
助成する joseisuru bevorderen; begunstigen; steunen; helpen; vooruithelpen; stimuleren; in de hand werken; ondersteunen; behartigen; subsidiëren; sponsoren; promoten; pousseren
支援する shiensuru steunen; ondersteunen; bijstaan; helpen; [fig.] op de been houden; [fig.] stutten; [fig.] schragen
世話する sewasuru (1) zorgen voor; zorg dragen voor; omkijken naar; omzien naar; hoeden; onder zijn hoede nemen; behartigen; verzorgen; passen op; letten op; toezien op; zich ontfermen over; zich bekommeren om; zich bemoeien met; helpen; (2) iem. helpen aan; iem. ~ aan de hand doen; iem. ~ in handen spelen; iem. laten kennismaken met; een ~ voor iem. vinden
台無しにする dainashinisuru er een potje van maken; verbroddelen; verknoeien; bederven; verbruien; verknallen; doen mislukken; verprutsen; om zeep brengen; helpen; verpesten; vermassacreren; [inform.] verknollen; [inform.] vermodderen; [inform.] verpoedelen; [Belg.N.] verbrodden; [volkst.] verkankelemienen; [vulg.] verkloten; [gew.] verfotsen; [gew.] verneuken; [gew.] veronnutten; [gew.] verpeuteren; [gew.] verprossen
助ける tasukeru (1) redden; verlossen; ontzetten; uit de nood; brand helpen; [i.h.b.] sparen; (2) helpen; bijstaan; assisteren; steunen; behulpzaam zijn; (3) bevorderen; bijdragen (tot); stimuleren; bevorderlijk zijn voor
助けになる tasukeninaru tot hulp zijn; tot steun zijn; behulpzaam zijn; dienstig zijn; helpen; [form.] gerieven
利する risuru [~が] baten; baat geven; batig zijn; nuttig zijn; van nut zijn; voordelig zijn; voordeel aanbrengen; tot voordeel strekken; [~に] baat vinden bij; voordeel halen uit; gebaat worden door; profijt hebben van; ; (1) te baat nemen; ten nutte maken; gebruikmaken; benutten; profiteren; (2) begunstigen; helpen; bevoordelen
作動させる sadousaseru doen werken; doen draaien; doen lopen; doen functioneren; starten; in beweging zetten; brengen; aan de gang brengen; helpen; in werking brengen; zetten; stellen; activeren; actueren; aandrijven; drijven
救助する kyuujosuru redden; helpen; bevrijden; ontzetten; ondersteunen
救護する kyuugosuru redden; ontzetten; helpen; steunen; hulp; steun verlenen
去勢する kyoseisuru (1) castreren; snijden; lubben; ontmannen; emasculeren; steriliseren; onvruchtbaar maken; [euf.] helpen; (2) steriliseren; onvruchtbaar maken; ontvrouwen; [euf.] helpen; (3) [fig.] verzwakken; krachteloos maken; ontzenuwen; ontkrachten; de vitaliteit ontnemen; futloos maken
役に立つ yakunitatsu nuttig zijn; van pas komen; bruikbaar zijn; van nut zijn; handig zijn; van dienst zijn; dienstig zijn; dienen (tot); verstrekken (tot); baten; batig zijn; uithalen; baat geven; ten goede komen aan; helpen; gunstig zijn; bevorderlijk zijn; voordelig (in het gebruik) zijn; resultaat opleveren; effect hebben; probaat zijn; te stade komen; nut opleveren; nut afwerpen; nutten
役立つ yakudatsu nuttig zijn; van pas komen; bruikbaar zijn; van nut zijn; handig zijn; van dienst zijn; dienstig zijn; behulpzaam zijn; dienen (tot); verstrekken (tot); baten; baat geven; uithalen; ten goede komen aan; helpen; gunstig zijn; bevorderlijk zijn; voordelig (in het gebruik) zijn; resultaat opleveren; effect hebben; probaat zijn; te stade komen; nut opleveren; nut afwerpen; nutten
応援する ouensuru (1) helpen; steunen; (2) aanmoedigen; bemoedigen; aanvuren; opwekken
御世話する osewasuru (1) helpen; bijstaan; ondersteunen; een helpende hand bieden; (2) een dienst verlenen; een dienst bewijzen; bemiddelen; bemiddeling verlenen; interveniëren; (3) zorg dragen voor; zorgen voor; toezien op; moeite doen voor; onder zijn hoede hebben
援助する enjosuru helpen; bijstaan; ondersteunen; hulp; steun verlenen; assisteren; behulpzaam zijn
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'helpen', strategie: exact). 
2005-2019