日蘭辭典+

40 resultaten voor ‘hemel’
日蘭辭典 (trefwoord)
ten
zn. (1) [] hemel m. (2) [天國] de Hemel m. (3) [天命] voorbeschikking v. (4) [上部] top m. ¶ に誓ふ den Hemel tot getuige roepen; zweren. ¶ を畏れる God vreezen; godvruchtig zijn. ¶ hemelsch. ¶ 與え zegening des Hemels; gave Gods. ¶ に hemelwaarts; ten hemel. ¶ なりなり Gods wil geschiedde.
amanohara天の原
zn. hemel m.; firmament o.
ame
zn. hemel m. ¶ 天が下 het ondermaansche.
ao
zn. blauw o.; groen (綠) o. ¶ 青葉 groen; groene bladeren. ¶ 青光り phosporescentie. ¶ 青光する phosphoresceeren; lichten (海). ¶ 青貝 parelmoer. ¶ 青臭い (未熟) groen; nog niet droog achter de ooren; onervaren. ¶ 青物 groente. ¶ 青物屋 groentenboer. ¶ 青菜 bladgroente; loof van knolraap. ¶ 青二才 baar; groen. ¶ 青書生 groen; noviet. ¶ 青筋 ader. ¶ 青空 blauwe hemel. ¶ 青空の下にて onder den blooten hemel; in de open lucht. ¶ 青空色の hemelsblauw; azuur. ¶ 青息吐息 hijgen. ¶ 蒼白い bleek.
やあ
t.w. allemachtig! goede Hemel! o God!
mata-no-yo又の世
zn. de andere wereld
rakuen樂園
(楽園) zn. paradijs o.; hof van Eden. ¶ 自然の樂園 aardsch paradijs; hemel op aarde.
tenpu天父
zn. hemelsche vader m.; God m.
haizai配劑
(配剤) zn. recept o.; bereiding van medicijn. ¶ の配劑 beschikking des hemels.
tōten東天
zn. oostelijke hemel m. ¶ 東天紅 morgen rood; morgengloren; dageraad.
namu南無
tw. red ons!; amen!; o God! ¶ 南無三(南無三寶) o Hemel!; goede God!; o jeminee!
hate, hatenaはて、はてな

tw allemachtig!; lieve hemel!

WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
sora

zn. hemel m. lucht v.; firmament o.; valschheid (僞) v. ¶ 明るい heldere hemel. ¶ で in den vreemde; ver van huis. ¶ 高く hoog in de lucht. ¶ verstrooid. ¶ 負け voorgewende nederlaag. ¶ 淚 krokodillentranen; gehuicheld verdriet. ¶ 讀む uit het hoofd opzeggen. ¶ 覺える uit het hoofd leeren. ¶ なる met de gedachten ergens zijn; verstrooid zijn; zitten te suffen. ¶ を使ふ doen of men van niets weet; zich van den domme houden.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hemel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あれare [drukt verrassing; ontgoocheling; argwaan uit] hé!; wat nou?; kijk eens aan!; nee maar!; dat is me (toch) wat!; o nee!; 't is niet waar!; nou zeg!; kom nou!; wow!; hemel!
スカイsukai (1) hemel; (2) Skye
三才sansai (1) hemel; aarde en mensheid; (2) alle dingen in het universum; (3) voorhoofd; kin en neus; (4) drie genieën; (5) drie jaar oud
上の空uwanosora (1) hogere regionen; hemel; atmosfeer; (2) onaandachtig; onoplettend; onachtzaam; afwezig; absent; afgetrokken; verstrooid; wezenloos
上空joukuu hoog in de lucht; hemel; luchtruim; [verk.] ruim; [w.g.] luchtruimte
中空chuukuu (1) [~に] in de lucht; hemel; (2) [~の] hol; leeg vanbinnen
中空nakazora (1) [~の] in de lucht; hemel; (2) onderweg; (3) onrustig; zenuwachtig; (4) onaf; onvolkomen; (5) halfslachtig; halfbakken; onzorgvuldig; nonchalant; slordig
ken (1) het trigram hemel ☰; (a) hemel
大空oozora (1) hemel; luchtruim; [lit.t.] uitspansel; [lit.t.] zwerk; [lit.t.] firmament; (2) Ōzora [= gemeente in het oosten van Hokkaidō]; (3) halfslachtig; nonchalant; onberekenbaar; wispelturig; (4) vaag; onbestemd; flou
天上tenjou (1) hemel; (2) hemelrijk; (3) hemelvaart; [i.h.b.] dood; (4) summum; het ultieme; (5) eerste verdieping; bovenverdieping
天国tengoku hemel; paradijs
天理tenri (1) natuurwet; wetten van de natuur; Hemel; (2) Tenri
天界tenkai (1) hemel; hemels gebied; [form.] firmament; (2) [chr.] hemelrijk; koninkrijk der hemelen; (3) [boeddh.] divya [= hemel]
天空tenkuu hemel; lucht
天竺tenjiku (1) India; (2) hemel; (3) hoogte; top; (4) [verk.] soort ruwe katoenen stof van Indiase origine; (5) [prefix dat de uitlandse; niet-Japanse origine van het grondwoord aangeeft]; (6) te heet; te pikant
天蓋tengai (1) [boeddh.] baldakijn; (2) [zenboeddh.] biezen klokhoed van een bedelmonnik; [meton.] bedelmonnik; (3) [boeddh.] octopus; (4) hemel; [lit.t.] uitspansel; [lit.t.] zwerk; [lit.t.] firmament
ten (1) hemel; lucht; firmament; uitspansel; (2) hemel; empyreum; (3) Hemel; God; Voorzienigheid; Providentie
u (1) [= maatwoord voor gebouwen; daken; tenten]; (a) dakrand; dak; huis; (b) hemel; zwerk; uitspansel
晴天seiten mooi; lekker; fraai; helder weer; zondagsweer; heldere lucht; hemel; zondagshemel
極楽gokuraku (1) [boeddh.] Sukhāvatī [= het reine land van Amitābha]; (2) paradijs; hemel; rijk van gelukzaligheid; opperste zaligheid
gen (1) zwart; (2) hemel; (3) [Chin.fil.] xuán; duisternis; (4) diepzinnig en subtiel; (5) negende maand van de maankalender; (6) [prostitutiejargon] arts; [i.h.b.] (als arts verklede) monnik; (a) zwart; (b) diepzinnig; duister; (c) ver; (d) noorden
空中kuuchuu (1) lucht; hemel; (2) ruimte
空模様soramoyou (1) hemelgesteldheid; luchtgesteldheid; weersgesteldheid; weerstoestand; weersituatie; weer; hemel; lucht; (2) [fig.] ontwikkelingen; situatie; omstandigheden
空路soraji (1) hemel; lucht; (2) troosteloze reis; beproevende tocht
kuu (1) lucht; hemel; (2) leegte; leegheid; ledigheid; (3) luchtledige; vacuüm; (4) ijdelheid; ijdele waan; (5) leeg; ledig; (6) ijdel; nietig; futiel; (7) vruchteloos; tevergeefs; nutteloos
sora (1) lucht; luchtruim; (2) hemel; hemelruim; [form.; lit.t.] firmament; [lit.t.] hemelen; (3) [meton.] streek; oord; (4) stemming; gevoel; geest; (5) [~で] van buiten; uit het hoofd; (6) leugen; onwaarheid; valsheid; (7) onjuist …; verkeerd …; ten onrechte …; mis-; waan-; (8) geveinsd(e) …; gemaakt(e) …; voorgewend(e) …; gesimuleerd(e) …; quasi-; schijn-; pseudo-; nep-; (9) [~形容詞] danig …; behoorlijk …; zeer …
青天井aotenjou (1) het blauw gewelf; het azuren gewelf; hemel; (2) [beurst.; 株価が] buitensporig hoog
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.59 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'hemel', strategie: exact). 
2005-2021