日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘hemel’
日蘭辭典 (trefwoord)
ten
zn. (1) [] hemel m. (2) [天國] de Hemel m. (3) [天命] voorbeschikking v. (4) [上部] top m. ¶ に誓ふ den Hemel tot getuige roepen; zweren. ¶ を畏れる God vreezen; godvruchtig zijn. ¶ hemelsch. ¶ 與え zegening des Hemels; gave Gods. ¶ に hemelwaarts; ten hemel. ¶ なりなり Gods wil geschiedde.
amanohara天の原
zn. hemel m.; firmament o.
ame
zn. hemel m. ¶ 天が下 het ondermaansche.
ao
zn. blauw o.; groen (綠) o. ¶ 青葉 groen; groene bladeren. ¶ 青光り phosporescentie. ¶ 青光する phosphoresceeren; lichten (海). ¶ 青貝 parelmoer. ¶ 青臭い (未熟) groen; nog niet droog achter de ooren; onervaren. ¶ 青物 groente. ¶ 青物屋 groentenboer. ¶ 青菜 bladgroente; loof van knolraap. ¶ 青二才 baar; groen. ¶ 青書生 groen; noviet. ¶ 青筋 ader. ¶ 青空 blauwe hemel. ¶ 青空の下にて onder den blooten hemel; in de open lucht. ¶ 青空色の hemelsblauw; azuur. ¶ 青息吐息 hijgen. ¶ 蒼白い bleek.
やあ
t.w. allemachtig! goede Hemel! o God!
mata-no-yo又の世
zn. de andere wereld
rakuen樂園
(楽園) zn. paradijs o.; hof van Eden. ¶ 自然の樂園 aardsch paradijs; hemel op aarde.
tenpu天父
zn. hemelsche vader m.; God m.
haizai配劑
(配剤) zn. recept o.; bereiding van medicijn. ¶ の配劑 beschikking des hemels.
tōten東天
zn. oostelijke hemel m. ¶ 東天紅 morgen rood; morgengloren; dageraad.
namu南無
tw. red ons!; amen!; o God! ¶ 南無三(南無三寶) o Hemel!; goede God!; o jeminee!
hate, hatenaはて、はてな

tw allemachtig!; lieve hemel!

WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
sora

zn. hemel m. lucht v.; firmament o.; valschheid (僞) v. ¶ 明るい heldere hemel. ¶ で in den vreemde; ver van huis. ¶ 高く hoog in de lucht. ¶ verstrooid. ¶ 負け voorgewende nederlaag. ¶ 淚 krokodillentranen; gehuicheld verdriet. ¶ 讀む uit het hoofd opzeggen. ¶ 覺える uit het hoofd leeren. ¶ なる met de gedachten ergens zijn; verstrooid zijn; zitten te suffen. ¶ を使ふ doen of men van niets weet; zich van den domme houden.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hemel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
sora (1) onjuist …; verkeerd …; ten onrechte …; mis-; waan-; (2) geveinsd(e) …; gemaakt(e) …; voorgewend(e) …; gesimuleerd(e) …; quasi-; schijn-; pseudo-; nep-; (3) [~形容詞] danig …; behoorlijk …; zeer …; ; (1) lucht; luchtruim; (2) hemel; hemelruim; [form., lit.t.] firmament; [lit.t.] hemelen; (3) [meton.] streek; oord; (4) stemming; gevoel; geest; (5) [~で] van buiten; uit het hoofd; (6) leugen; onwaarheid; valsheid
天上 tenjou (1) hemel; (2) hemelrijk; (3) hemelvaart; [i.h.b.] dood; (4) summum; het ultieme; (5) eerste verdieping; bovenverdieping
天理 tenri (1) natuurwet; wetten van de natuur; Hemel; (2) Tenri
天空 tenkuu hemel; lucht
天国 tengoku hemel; paradijs
ten (1) hemel; lucht; firmament; uitspansel; (2) hemel; empyreum; (3) Hemel; God; Voorzienigheid; Providentie
天蓋 tengai (1) [boeddh.] baldakijn; (2) [zenboeddh.] biezen klokhoed van een bedelmonnik; [meton.] bedelmonnik; (3) [boeddh.] octopus; (4) hemel; [lit.t.] uitspansel; [lit.t.] zwerk; [lit.t.] firmament
天界 tenkai (1) hemel; [form.] firmament; (2) [chr.] hemelrijk; koninkrijk der hemelen; (3) [boeddh.] divya [= hemel]
スカイ sukai (1) hemel; (2) Skye
上の空 uwanosora onaandachtig; onoplettend; onachtzaam; afwezig; absent; afgetrokken; verstrooid; wezenloos; ; hogere regionen; hemel; atmosfeer
空中 kuuchuu (1) lucht; hemel; (2) ruimte
kuu (1) leeg; ledig; (2) ijdel; nietig; futiel; (3) vruchteloos; tevergeefs; nutteloos; ; (1) lucht; hemel; (2) leegte; leegheid; ledigheid; (3) luchtledige; vacuüm; (4) ijdelheid; ijdele waan
gen (1) a. zwart; (2) b. diepzinnig; duister; (3) c. ver; (4) d. noorden; ; (1) zwart; (2) hemel; (3) [Chin.fil.] xuán; duisternis; (4) diepzinnig en subtiel; (5) negende maand van de maankalender; (6) [prostitutiejargon] arts; [i.h.b.] (als arts verklede) monnik
上空 joukuu hoog in de lucht; hemel; luchtruim; [verk.] ruim; [w.g.] luchtruimte
極楽 gokuraku (1) [boeddh.] Sukhāvatī [= het reine land van Amitābha]; (2) paradijs; hemel; rijk van gelukzaligheid; opperste zaligheid
三才 sansai (1) hemel; aarde en mensheid; (2) alle dingen in het universum; (3) voorhoofd; kin en neus; (4) drie genieën; (5) drie jaar oud
大空 oozora (1) halfslachtig; nonchalant; onberekenbaar; wispelturig; (2) vaag; onbestemd; flou; ; (1) hemel; luchtruim; [lit.t.] uitspansel; [lit.t.] zwerk; [lit.t.] firmament; (2) Ōzora [= gemeente in het oosten van Hokkaidō]
青天井 aotenjou (1) het blauw gewelf; het azuren gewelf; hemel; (2) [beurst.; 株価が] buitensporig hoog
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'hemel', strategie: exact). 
2005-2020