vnw. (1) hij; hem. ¶ 毎朝朝食をとっている間、彼の犬は彼をじっと見つめていた。 Iedere ochtend terwijl hij ontbijt had staarde zijn hond hem aan. [ttc] (2) znw. vriend; vriendje (d.w.z. de man of jongen waar een vrouw of meisje mee gaat; verkering mee heeft). vgl. 彼氏
kareshi. ¶ 私の前の彼はポルトガル育ちでした。Mijn vorige vriendje was opgegroeid in Portugal. [ttc]
NB In klassiek Japans betekent 彼
kare ‘die persoon’ of ‘dat ding’. In het begin van de Meiji periode (1868-1912) werd dit woord gekozen om als equivalent te dienen voor het Engels ‘he’ (‘hij’). Lange tijd bleef dit gebruik beperkt tot de schrijftaal, maar tegenwoordig (1980-2009) komt
kare ook voor in informele spreektaal. Niet in beleefde spreektaal, en sowieso is het nog steeds gebruikelijker om naar mensen te verwijzen middels hun naam of titel. Zie ook
彼女 kanojo. [Miura:102]