日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘hinderen’
日蘭辭典 (trefwoord)
sogai阻害
zn. belemmering v.; beletsel o. ¶ 阻害する belemmeren; hinderen
samatageru妨げる
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
jama邪魔
zn. belemmering v.; beletsel o.; hinder m. ¶ お邪魔ですが neem mij niet kwalijk, dat ik u lastig val. ¶ 邪魔な lastig; hinderlijk. ¶ 邪魔する lastig vallen; hinderen. ¶ 邪魔もの lastpost; hinderlijke kerel.
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hinderen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
妨害する bougaisuru storen; verstoren; hinderen; verhinderen; belemmeren; dwarsbomen; tegenhouden; ophouden; in de weg staan; obstrueren; obstructie voeren; plegen; blokkeren; onderbreken; verijdelen; roet in het eten gooien; [uitdr.] stokken in de wielen steken; [uitdr.] een spaak in het wiel steken; [uitdr.] iem. de voet dwars zetten; [uitdr.] iem. in de wielen rijden; [i.h.b.] saboteren; [i.h.b. muz.] jammen
悩ます nayamasu (1) pijnigen; pijn doen lijden; kwellen; (2) last bezorgen; lastig vallen; ontrieven; overlast aandoen; vervelen; hinderen; irriteren; ergeren; plagen
邪魔する jamasuru (1) storen; voor de voeten lopen; in de weg lopen; staan; [form.] impediëren; belemmeren; hinderen; [moeilijkheden] in de weg leggen; dwarsbomen; doorkruisen; tegenwerken; dwarszitten; iem. de voet dwars zetten; in iems. vaarwater komen; obstrueren; verstoren; ophouden; lastig vallen; bemoeilijken; beslag leggen op; [m.b.t. gesprek] onderbreken; in de rede vallen; interrumperen; (2) bezoek brengen; bezoeken; een bezoek afleggen; op bezoek; visite komen; op bezoek; visite gaan; opzoeken; langsgaan bij; langskomen; langslopen bij
妨げる samatageru belemmeren; hinderen; storen; bemoeilijken; obstrueren; [form.] impediëren; verstoren; ophouden; tegenhouden; dwarsbomen; dwars zitten; in de weg staan; blokkeren; beletten; verijdelen; verhinderen; [Belg.N.] vermoeilijken; [i.h.b.] vertragen; stuiten; stremmen
差し支える sashitsukaeru belemmeren; verstoren; storen; hinderen; in de weg staan; een beletsel vormen voor
障る sawaru (1) hinderen; storen; belemmeren; (2) [体に] schaden; kwaad berokkenen; slecht zijn voor; bederven; een slechte invloed hebben op; [神経に] werken op
阻む habamu (1) versperren; blokkeren; afsluiten; ondoorgankelijk maken; obstrueren; (2) belemmeren; hinderen; in de weg staan; bedwingen; in bedwang; toom houden; (3) voorkómen; beletten; verhinderen; verhoeden; verijdelen; dwarsbomen; zorgen dat niet
構う kamau (1) letten op; betrokken zijn; zorgen voor; bekommerd zijn om; te maken hebben met; (2) zich bemoeien met; storen; belemmeren; hinderen; raken; kunnen schelen; (3) zorgen voor [iemand]; onderhouden; steunen; (4) plagen; lastig vallen
足手纏いになる ashidematoininaru de handen binden; belemmeren; hinderen; een blok aan het been worden; in de weg staan
足手纏いになる ashitematoininaru de handen binden; belemmeren; hinderen; een blok aan het been worden; in de weg staan
足手纏いになる ashitemadoininaru de handen binden; belemmeren; hinderen; een blok aan het been worden; in de weg staan
足枷を掛ける ashikasewokakeru (1) boeien; ketenen; vastketenen; kluisteren; in het blok zetten; (2) belemmeren; hinderen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.46 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'hinderen', strategie: exact). 
2005-2020