日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘hoewel’
日蘭辭典 (trefwoord)
yakuseki藥石
(薬石) zn. medicijn omv; geneesmiddel o. ¶ 藥石效なく本朝死去仕候 hoewel niets onbeproefd is gelaten, is hij hedenmorgen overleden.
tokoro處、所
(ところ) zn. (1) [場所] plaats v. (2) [住所] woonplaats v.; verblijfplaats v. (3) [位置] positie v. (4) [土地] streek v. (5) [] punt o. (6) [] ding o. (7) [] moment o. (8) [場合] gelegenheid v. ¶ hoewel. ¶ では voor zoover; in zooverre als. ¶ 僕の見るでは naar mijn oordeel; mijns inziens.
mo
vw. & bw. (1) [も亦] ook. vw. (2) […も…も] zoowel als. (3) [も…もせぬ] noch. bw. (4) [とも] zelfs al ook; vw. indien. ¶ 孰れにても hoe het ook zij; of ... of niet. ¶ 英語蘭語もどっちも解る hij verstaat Engelsch zoowel als Hollandsch. ¶ もそこに居たのか ben jij er ook geweest? ¶ 昨日も今日もない gisteren noch vandaag. ¶ 降っても照っても of het regent of dat het mooi weer is ...... ¶ が降っても行きませう al regent het ook, ik ga toch. ¶ 早くも op zijn vlugst. ¶ 言ふも恐ろしいが hoewel het met spijt, het te moeten zeggen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
usobukuうそぶく
(嘯く; 嘘ぶく)
(1) onverschillig doen; doen alsof je van niks weet. → 空嘯く
(2) opscheppen; grootspreken; pochen. ¶ ─文法など知らないでも会話できるなどと うそぶいて─ - bunpō nado shiranai de mo kaiwa dekiru nado to usobuite - - opscheppen dat je in [het Engels] kunt praten hoewel je geen weet hebt van grammatica en dergelijke - (Uitleg in online lesboek.)
(3) loeien, brullen, chilpen etc. van dieren.
(4) fluiten. → 口笛を吹く
(5) (gedichten) reciteren

NB Volgens het online woordenboek 語源由来辞典 vind de huidige betekenis van usobuku zijn oorsprong in fluiten om duiven en dergelijke te lokken. Vergelijk dit met de in Nederland niet onbekende gewoonte om een kort deuntje te fluiten als je doet alsof je van niks weet. Tevens zal het geen toeval zijn dat het werkwoord in de gangbare uitdrukking voor ‘fluiten’ (口笛を吹く kuchibue wo fuku) ook gebruikt is in usobuku (uso + fuku = usobuku). Tenslotte zal stellig in de betekenis van ‘grootspreken’ het deel uso van usobuku als het woord uso 嘘 ‘leugen’ gevoeld worden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hoewel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
尤も mottomo (1) met recht; terecht; begrijpelijk; billijk; gegrond; natuurlijk; aannemelijk; plausibel; redelijk; niet onterecht; gerechtvaardigd; het is een natuurlijke zaak dat …; geen wonder dat …; het is helemaal niet gek dat …; (2) maar anderzijds; maar ja; hoewel; evenwel; echter; nochtans; toch; desalniettemin; feit is wel dat …; wel is het zo dat …
ものを monowo (1) […~] [drukt onvrede uit dat iets niet loopt zoals gehoopt]; (2) […~] [drukt een uitroep; emotie uit]; ; (1) […~] [drukt met een nuance van misnoegdheid; wrevel een tegenstelling uit] ondanks; niettegenstaande; hoewel; in weerwil van; trots; ofschoon; [veroud.] schoon; (2) […~] [drukt met nadruk een reden; oorzaak uit] omdat; daar
のに noni voor; om; ter ~; ten ~ [combinatie van het nominaliserende partikel no の met het doelaanduidende ni に]; ; was ~ (maar)!; had ~ (toch)!; ik wou dat ~ [drukt een teleurstelling, verzuchting e.d. uit]; ; hoewel; alhoewel; ofschoon; terwijl; daar waar; [veroud.] schoon; ondanks (het feit dat); niettegenstaande (dat); [w.g.] hoezeer ~; toch; ~ ten spijt; ~ maar; ~ en toch; in weerwil van; [arch.] trots [concessief-voegwoordelijk partikel dat aan de rentaikei van vervoegde woorden (katsuyōgo 活用語) gehecht wordt]
つつ tsutsu (1) […~] [drukt de gelijktijdigheid van twee handelingen; activiteiten uit] terwijl …; [arch.] wijl …; (al) -end; (2) […~] [drukt tegenstrijdigheid tussen twee handelingen; activiteiten uit] hoewel; alhoewel; ofschoon; niettegenstaande; [arch.] schoon; (3) […~] [drukt een nog steeds aan de gang zijnde handeling; activiteit uit]; (4) […~] [drukt uit dat een handeling; activiteit herhaaldelijk ondernomen wordt]; (5) […~] [drukt uit dat meerdere mensen een handeling gelijktijdig verrichten]; (6) […~] [breekt de zin af en laat ruimte voor bijgedachten en suggestie]; (7) […~] [verbindt een handeling die afgesloten is met een nieuwe handeling]
癖に kuseni (1) […(の)~…] hoewel; niettegenstaande; ondanks het feit dat; ook al; ten spijt; (2) […(の)~。] immers; toch
けれども keredomo (1) […~] [eindpartikel dat een abrupt einde aan een uitspraak afzwakt]; (2) […~] [eindpartikel dat volgt op een vrome wens]; ; [tegenstelling uitdrukkend voegwoord] echter; evenwel; niettemin; desalniettemin; desniettegenstaande; nochtans; doch; edoch; ; (1) […~] [tegenstellend voegwoordelijk partikel] hoewel; ofschoon; maar; (2) […~] [voegwoordelijk partikel dat een vooropgezette stelling met de hoofdzin verbindt]; (3) […~] [voegwoordelijk partikel dat een neutrale verbinding tot stand brengt]
けども kedomo (1) […~] [tegenstellend voegwoordelijk partikel] hoewel; ofschoon; maar; (2) […~] [voegwoordelijk partikel dat een vooropgezette stelling met de hoofdzin verbindt]; (3) […~] [voegwoordelijk partikel dat een neutrale verbinding tot stand brengt]
けど kedo (1) […~] [tegenstellend voegwoordelijk partikel] hoewel; ofschoon; maar; (2) […~] [voegwoordelijk partikel dat een vooropgezette stelling met de hoofdzin verbindt]; (3) […~] [voegwoordelijk partikel dat een neutrale verbinding tot stand brengt]
乍ら nagara (1) al; elk; (2) net als [vroeger, altijd enz.] [Suffix dat; volgend op een telwoord; totaliteit uitdrukt. Voorts duidt het standvastigheid aan.]; ; (1) terwijl; onder; [veroud.] wijl [Wordt gehecht aan de ren'yōkei van dōshi; en de shūshikei van keiyōshi. Het verbindt twee zinsdelen en duidt aan dat de erin beschreven handelingen parallel plaatsvinden. In sommige gevallen kan het echter een concessieve gedachte uitdrukken.]; (2) terwijl; ofschoon; hoewel; alhoewel; ondanks; [arch.] trots
jou hoewel; ofschoon; ; (1) regel; gewoonte; (2) zekerheid; waarheid; (3) zoals …; als …; (4) [boeddh.] samādhi [= concentratie]; (5) rustpunt waarop de pijlschacht rust; ; (1) a. vastleggen; vaststaan; bepaald zijn; (2) b. [boeddh.] samādhi
do (1) […~] [drukt toegeving uit] maar; echter; hoewel; ofschoon; (2) […~] [drukt sterke toegeving uit] ook al; zelfs wanneer
と言えども toiedomo alhoewel; hoewel; al; niettegenstaande dat; ondanks dat; ofschoon; toch
までも mademo (1) […ない~] hoewel; ofschoon; zelfs al; ook al; (2) […~] er; men behoeft niet te; je hoeft niet te
反面 hanmen (1) keerzijde; andere kant; ander standpunt; (2) hoewel ~; anderzijds; anderdeels; aan de andere kant; daarentegen
にも拘らず nimokakawarazu ondanks; in weerwil van; [form.] trots; niettegenstaande; ongeacht; ~ ten spijt; [Belg.N.] spijts; alhoewel; hoewel; [veroud.] schoon
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.84 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'hoewel', strategie: exact). 
2005-2019