日蘭辭典+

72 resultaten voor ‘hoofd’
日蘭辭典 (trefwoord)
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
anshō諳誦
zn. voordracht uit het hoofd. ¶ 諳誦する uit het hoofd leren; van buiten leeren; voordragen; opzeggen; Noot: Vgl. ‘ankisuru’.
anzan暗算
zn. rekenen uit het hoofd.
atamakabu頭株
zn. leider m.; hef m.; hoofd o.
atamawari頭割
(頭割り) hzn hoofdelijke verdeeling v. ¶ 頭割で per hoofd; hoofdelijk. ¶ 頭割にする hoofdelijk verdeelen; gelijk verdeelen.
jitō地頭
zn. hoofd van een district.
midashi見出
(見出し) zn. (1) [索引] index m. (2) [表題] opschrift o.; titel m.; hoofd o.
zagashira座頭
zn. leidend figuur. ※ NB vgl. zatō.
kami
zn. (1) [部] bovenste o.; top m.; hoofd o. (2) [流] bovenloop m. (3) [政府] de regeering v. (4) [長] meerdere m.mv. (5) [天子] keizer m. ¶ の御沙汰 hoog bevel.
taishō大將
(大将) zn. generaal m.; admiraal (海軍) m; (首領) hoofd o.; aanvoerder m.; leider m.; baas m.; (俗) ouwe m.
gakkō學校
(学校) zn. school v. ¶ 學校通ふ school bezoeken; op school gaan. ¶ 學校を卒業する eindexamen doen; school afloopen. ¶ 學校hoofd der school; diecteur der school.
chō
zn. (1) [首領] hoofd o.; chef m.; voornaamste m.; leider m. (2) [長所] verdienste v.; voortreffelijkheid v.
dainagon大納言
shuchō首長
zn. hoofd o.; chef m.; leider m.; aanvoerder m.
megurasuめぐらす

t.w. (1) [繞らす] omringen. (2) [廻らす] ronddraaien. ¶ 柵を廻らす omheinen. ¶ 踵をめぐらす zich omdraaien. ¶ をめぐらす omkijken; het hoofd omwenden; terugzien op. ¶ 一策をめぐらす een plan bedenken.

SUPPLEMENT (trefwoord)
unazuku頷く
(iw) (1) een bevestigende of instemmende knik met het hoofd geven; instemmen (met). (2) het hoofd laten hangen. (3) (frase) …のも頷ける ...no mo unazukeru het is begrijpelijk dat...; het is geen wonder dat. ¶ 寂しい子供時代を慰めてくれた存在が櫻子ちゃんだったのかな…と思うと、あれだけを溺愛するのも頷ける。Sabisii kodomo jidai wo nagusamete kureta sonzai ga Sakurako-chan datta no ka na ... to omou to, aredake imōto wo dekiaisuru no mo unazukeru. Als ik erover nadenk dat het Sakurako was die zijn eenzame kindertijd verzachtte... dan is het geen wonder dat hij zijn zus zo verafgoodde. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hoofd>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
キャップkyappu (1) pet; muts; [Belg.N.; spreekt.] klak; (2) dop; beschermkapje; sluiting; (3) baas; meerdere; chef; hoofd; leider; [チームの] aanvoerder; captain; [Belg.N.] kapitein
キャプションkyapushyon (1) onderschrift; opschrift; bijschrift; (2) titel; kop; hoofd
キーkii (1) [ピアノ; タイプライターの] toets; (2) sleutel; (3) oplossing; verklaring; (lijst met) antwoorden; (4) Key; Francis Scott [Amerikaans jurist; auteur van het Amerikaanse volkslied; 1779-1843]; (5) sleutel-; hoofd-; voornaamste …; belangrijkste …; (6) [krassend geluid van een viool]; (7) [schurend geluid van een scharnier]; (8) [krijsend geluid van een adelaar; havik]
チーフchiifu baas; chef; hoofd
トップtoppu (1) top; piek; spits; hoofd; kop; [m.b.t. wedstrijd] leiding; (2) [m.b.t. krant] stuk waarmee de krant opent; leader; ankeiler; hoofdbericht; hoofdpunt; [m.b.t. Japanse krantenopmaak] rechterbovenhoek; (3) hoogste versnelling; (4) [m.b.t. kledingstuk] top(je); bovenstuk(je); (5) [text.] lont; voorgaren
ヘッドheddo (1) hoofd; (2) verstand; (3) kop; bovenste gedeelte; (4) hoofd; baas; meerdere; chef; leider; (5) [テープ・レコーダー; ビデオ・レコーダーの] kop; opnamekop; wiskop; (6) [バットの] uiteinde; [ゴルフ・クラブの] blad; clubhoofd; clubhead
メインmein (1) Mayne; (2) Maine; (3) hoofd-; voornaamste
メーンmeen (1) Mayne; (2) Maine; (3) hoofd-; voornaamste
一席isseki (1) [宴会; 茶事の~] een sessie; partijtje; (2) [演説; 講談; 落語の~] een opvoering; vertelling; (3) eerste plaats; positie; ereplaats; hoofd; kop
主たるshyutaru belangrijkste; voornaamste; hoofd-
主なomona voornaamste; belangrijkste; hoofd-; principale
主席shyuseki (1) toppositie; top; (2) hoofd; leider; deken; [onderw.] primus; (3) [Chin.pol.] voorzitter; (4) hoofd-; eerstaanwezend …; [muz.] eerste …
主幹shyukan hoofd; chef; [i.h.b.] hoofdredacteur
主要shyuyou voornaamst; belangrijkst; hoofd-; sleutel-; principaal; primair; kardinaal; (meest) vooraanstaand
主要なshyuyouna voornaamst; belangrijkst; hoofd-; sleutel-; principaal; primair; kardinaal; (meest) vooraanstaand
rei (1) bevel; order; (2) regel; wet; (3) [Meiji-periode] gouverneur; prefect (1871-1886); (4) [Kamakura-periode] subhoofd van het Mandokoro 政所; (5) [ritsuryō] kwartiermeester; wijkmeester; buurtmeester; (6) [Chin.gesch.] gouverneur; prefect; (a) opdragen; bevelen; order; (b) regel; wet; (c) hoofd; chef; (d) goed; gelukkig; (e) [uit respect voor andermans familie]
修練長shyuurenchou [chr.] hoofd; overste van een seminarie; regent; preses
konokami (1) oudste zoon; eerstgeboren zoon; (2) oudere broer; zus; (3) oudere; ouder iemand; (4) clanhoofd; (5) hoofd; aanvoerder; leider
先頭sentou hoofd; kop; het voorste; spits; [i.h.b.] leiding; vooraan
saki (1) (puntig) uiteinde; eind; punt; spits; tip(je); top(je); [m.b.t. processie enz.] kop; hoofd; (2) toekomst; wat komen moet; wat te wachten staat; vooruitzicht; aspect; verschiet; wat de toekomst in petto heeft; [fig.] voorland; (3) vervolg; wat volgt; wat later komt; volgende gebeurtenis; (4) wat verder; wat voorop; (5) plaats van bestemming; -bestemming; (6) wederpartij; (onderhandelings)partner; de ander; (7) [attr.] vorig; voormalig; vroeger; voorgaand; voorafgaand
mae (1) voor; voren; (2) voorkant; front; voorzijde (van een lichaam); [i.h.b.] borststuk; (3) voorstuk; voorste deel; kop; hoofd; (4) confrontatie; het onder ogen hebben; (5) [in] aanwezigheid [van]; [in het] bijzijn [van]; [in het] aanschijn [van]; [in het] aangezicht [van]; [ten] overstaan [van]; tegenover ~; tegen ~; (6) geleden; tevoren; terug; voor; voorheen; vroeger; voordien; (7) (onmiddellijk) voorafgaand (aan); voor; vorig; voormalig; voorgaand; bovenstaand; eerder; eerstgenoemd (van twee); (8) eerdere veroordeling; (9) in overeenstemming met; zoals ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前]; (10) Vrouwe ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前; suffix ter betiteling van een adellijke dame]; (11) [wordt gevoegd achter een meishi of een dōshi in de ren'yōkei; geeft een zekere portie aan]; (12) -heid [suffix dat de hoedanigheid van het grondwoord (steeds een menselijke eigenschap) benadrukt]
基幹kikan (1) pijler; kern; hart; basis; (2) hoofd-; basis-; kern-; sleutel-
基本的kihonteki fundamenteel; grond-; elementair; basis-; basaal; hoofd-; [veroud.] fondamenteel
大いooi (1) groot; (2) geweldig; enorm; buitengewoon; ontzaglijk; fantastisch; prima; (3) [~…] hoofd-; top-; hoogste in rang; eerstaanwezend …; (4) [~…] senior; oudere; met hogere anciënniteit
大人otona (1) volwassene; volwassen mens; volwassen persoon; volwassen man; volwassen vrouw; meerderjarige; (2) hoofd; aanvoerder; oudste; overste; deken
tsukasa (1) overheidsdienst; dienst; (2) overheidsdienaar; ambtenaar; (3) ambt; betrekking; post; (4) hoofdzaak; het voornaamste; (5) hoofd; chef; directeur
崎 ; 埼 ; 岬 ; 碕saki (1) kaap; landtong; hoek; voorgebergte; hoofd; tandjoeng; (2) uitloper
hon (1) boek; boekdeel; werk; lectuur; (2) tekstboekje; libretto; script; scenario; draaiboek; (3) dit ~; deze ~; onderhavig ~; gegeven ~; voorliggend ~; ~ in kwestie; de betreffende ~; de bedoelde ~; de betrokken ~; de bewuste ~; de desbetreffende ~; (4) hoofd-; voornaamste ~; belangrijkste ~; (5) echt ~; gewoon ~; normaal ~; (6) [maatwoord voor langgerekte; staafvormige voorwerpen]; (7) [maatwoord voor het aantal verbindingen van openbaar vervoer]; (8) [maatwoord voor films]; (9) [eenheid die een beslissende score bij een honkbal-; judo- of kendo-wedstrijd aangeeft]
棟梁touryou (1) vorst en balken [hoofddelen van een dakconstructie]; (2) [Jap.gesch.] gouverneur; (3) hoofd; leider; aanvoerder; chef; baas; voorman; (4) ploegbaas; [i.h.b.] meester-timmerman
sei (1) correctheid; juistheid; (2) het officiële; (3) hoofd; overste; (4) [wisk.] positief; groter dan nul zijn; (5) [nat.] positief geladen zijn; (6) [fil.] these; (7) tien tot de veertigste macht; (a) correct; juist; (b) verbeteren; corrigeren; (c) regelmatig zijn; (d) precies; exact; (e) jaarbegin; nieuwjaar; (f) belangrijkste; hoofd; (g) wezenlijk; legitiem; (h) chef; (i) [wisk.] positief; groter dan nul zijn
立てtate (1) beginsel; leidraad; bedoeling; (2) regel; bepaling; (3) banket; party; (4) traktatie; (5) hoofd-; voornaamste …; (6) pas ge-…; vers ge-…; (7) [maatwoord voor een reeks opeenvolgende nederlagen]
第一daiichi (1) belangrijkste ~; voornaamste ~; grootste ~; hoofd-; primair; ~ nummer een; leidend; (2) eerst(e); aanvangs-; begin-; (3) in de eerste plaats; om te beginnen; in eerste instantie; ten; als eerste; primo; voorop; bovenal; vooral; vóór alles; in elk geval; eigenlijk
筆頭hittou (1) eerste op een lijst; naam bovenaan op een lijst; (2) punt van een pen; (3) hoofd; leider
sou algemeen; algemene ~; totaal; totale ~; volledig(e) ~; generaal; generale ~; gezamenlijk(e) ~; collectief; collectieve ~; bruto ~; opper-; hoofd-
nou (1) [anat.] hersenen; hersens; brein; cerebrum; (2) brein; hersens; hoofd; verstand
表題hyoudai titel; naam; opschrift; hoofd; kop; hoofding; superscriptie; headline
見出しmidashi (1) opschrift; titel; rubriek; kop; hoofd; hoofding; hoofdje; kopje; [jur.] intitulé; (2) inhoudsopgave; index; register; (3) ingang; lemma; artikel; titelwoord; trefwoord; steekwoord
責任者sekininshya verantwoordelijke; hoofd; chef
身代わりmigawari (1) plaatsvervanging; vervanging; substitutie; (2) plaatsvervanger; plaatsvervuller; substituant; remplaçant; substituut; [filmk.] stand-in; double; (3) zondebok; kop-van-jut; hoofd-van-jut
酋長shyuuchou (1) opperhoofd; stamhoofd; hoofd; (2) chef; leider; baas; voorman
osa hoofd; chef; leider; aanvoerder
chou (1) hoofd; chef; baas; leider; oudste; aanvoerder; meerdere; meester; directeur; voorzitter; patroon; president; principaal; (2) meerdere in jaren; (3) het beste (onder ~); sterk punt; gunstig element; goede eigenschap; fort; kwaliteit; voordeel; merites; (4) [muz.] majeur; dur
院長inchou [病院; 少年院の] directeur; directrice; [学院の] rector; rectrix; rectrice; hoofd; [修道院の] overste; abt; abdis
隊長taichou (1) [mil.] commandant; bevelhebber; (2) leider; hoofd; chef; aanvoerder; kapitein
項目koumoku (1) hoofd; hoofding; titel; (2) artikel; clausule; afzonderlijke bepaling in een contract; (3) item; artikel; punt; ingang; lemma; [予算~] post; (4) [maatwoord voor artikels; items]
頭株atamakabu leider; leidsman; leidende figuur; leidinggevend persoon; [政党の] partijleider; [会社の] hoofd; directeur
頭脳zunou (1) brein; hersens; hersenen; (2) brein; hoofd; verstand; geest; intellect; (3) brein; knappe kop
頭角toukaku hoofd
atama hoofd; [釘の] kop
kashira (1) hoofd; kop; (2) hoofdhaar; (3) begin; kop; (4) chef; baas; leider; boss; hoofd; aanvoerder; voorman; ploegbaas; (5) hoofd; kop van een pop; poppenkop; (6) [nō-jargon] langharige pruik; (7) [nō-jargon] aanhef van een stuk; (8) degenknop; knop aan zwaardgevest; (9) radicaal in het topdeel van een kanji; (10) [maatwoord voor mensen; dieren]; (11) [maatwoord voor boeddhistische beelden]; (12) [maatwoord voor leiders (i.h.b. generaals; daimyō)]; (13) [maatwoord voor eboshi-hoofddeksels]
首席shyuseki (1) [onderw.] voorste bank; eerste plaats; [meton.] eerste; beste leerling van de klas; primus; (2) eerste rang; belangrijkste plaats; hoofd
首班shyuhan hoofd; chef; leider; [内閣の] premier; minister-president; eerste minister
首長shyuchou (1) hoofd; leider; hoofdman; (2) bestuurder; bewindsman; (3) emir; sjeik; vorst
首領shyuryou bendeleider; bendehoofd; leider; hoofd; chef; aanvoerder
首 ; 頸kubi (1) hals; nek; (2) hoofd; (3) kraag; (4) hals van een fles; (5) ontslag
shyu (1) hoofd; kop; (2) hoofd; leider; aanvoerder; (3) kopstuk; aanstoker; bendeleider; (4) begin; oorsprong; (5) [maatwoord voor tanka en Chinese gedichten (Kanshi 漢詩)]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.91 sec. jiten.nl: 16 treffers, warandict: 56 treffers (zoekopdracht: 'hoofd', strategie: exact). 
2005-2021