日蘭辭典+

54 resultaten voor ‘hoofd’
日蘭辭典 (trefwoord)
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
anshō諳誦
zn. voordracht uit het hoofd. ¶ 諳誦する uit het hoofd leren; van buiten leeren; voordragen; opzeggen; Noot: Vgl. ‘ankisuru’.
anzan暗算
zn. rekenen uit het hoofd.
atamakabu頭株
zn. leider m.; hef m.; hoofd o.
atamawari頭割
(頭割り) hzn hoofdelijke verdeeling v. ¶ 頭割で per hoofd; hoofdelijk. ¶ 頭割にする hoofdelijk verdeelen; gelijk verdeelen.
jitō地頭
zn. hoofd van een district.
midashi見出
(見出し) zn. (1) [索引] index m. (2) [表題] opschrift o.; titel m.; hoofd o.
zagashira座頭
zn. leidend figuur. ※ NB vgl. zatō.
kami
zn. (1) [部] bovenste o.; top m.; hoofd o. (2) [流] bovenloop m. (3) [政府] de regeering v. (4) [長] meerdere m.mv. (5) [天子] keizer m. ¶ の御沙汰 hoog bevel.
taishō大將
(大将) zn. generaal m.; admiraal (海軍) m; (首領) hoofd o.; aanvoerder m.; leider m.; baas m.; (俗) ouwe m.
gakkō學校
(学校) zn. school v. ¶ 學校通ふ school bezoeken; op school gaan. ¶ 學校を卒業する eindexamen doen; school afloopen. ¶ 學校hoofd der school; diecteur der school.
chō
zn. (1) [首領] hoofd o.; chef m.; voornaamste m.; leider m. (2) [長所] verdienste v.; voortreffelijkheid v.
dainagon大納言
shuchō首長
zn. hoofd o.; chef m.; leider m.; aanvoerder m.
megurasuめぐらす

t.w. (1) [繞らす] omringen. (2) [廻らす] ronddraaien. ¶ 柵を廻らす omheinen. ¶ 踵をめぐらす zich omdraaien. ¶ をめぐらす omkijken; het hoofd omwenden; terugzien op. ¶ 一策をめぐらす een plan bedenken.

SUPPLEMENT (trefwoord)
unazuku頷く
(iw) (1) een bevestigende of instemmende knik met het hoofd geven; instemmen (met). (2) het hoofd laten hangen. (3) (frase) …のも頷ける ...no mo unazukeru het is begrijpelijk dat...; het is geen wonder dat. ¶ 寂しい子供時代を慰めてくれた存在が櫻子ちゃんだったのかな…と思うと、あれだけを溺愛するのも頷ける。Sabisii kodomo jidai wo nagusamete kureta sonzai ga Sakurako-chan datta no ka na ... to omou to, aredake imōto wo dekiaisuru no mo unazukeru. Als ik erover nadenk dat het Sakurako was die zijn eenzame kindertijd verzachtte... dan is het geen wonder dat hij zijn zus zo verafgoodde. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hoofd>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
sou algemeen; algemene ~; totaal; totale ~; volledig(e) ~; generaal; generale ~; gezamenlijk(e) ~; collectief; collectieve ~; bruto ~; opper-; hoofd-
nou (1) [anat.] hersenen; hersens; brein; cerebrum; (2) brein; hersens; hoofd; verstand
頭脳 zunou (1) brein; hersens; hersenen; (2) brein; hoofd; verstand; geest; intellect; (3) brein; knappe kop
kubi (1) hals; nek; (2) hoofd; (3) kraag; (4) hals van een fles; (5) ontslag
hon (1) [maatwoord voor langgerekte, staafvormige voorwerpen]; (2) [maatwoord voor het aantal verbindingen van openbaar vervoer]; (3) [maatwoord voor films]; (4) [eenheid die een beslissende score bij een judo- of kendo-wedstrijd aangeeft]; ; (1) dit ~; deze ~; onderhavig ~; gegeven ~; voorliggend ~; ~ in kwestie; de betreffende ~; de bedoelde ~; de betrokken ~; de bewuste ~; de desbetreffende ~; (2) hoofd-; voornaamste ~; belangrijkste ~; (3) echt ~; gewoon ~; normaal ~; ; (1) boek; boekdeel; werk; lectuur; (2) tekstboekje; libretto; script; scenario; draaiboek
ヘッド heddo (1) hoofd; (2) verstand; (3) kop; bovenste gedeelte; (4) hoofd; baas; meerdere; chef; leider; (5) [テープ・レコーダー; ビデオ・レコーダーの] kop; opnamekop; wiskop; (6) [バットの] uiteinde; [ゴルフ・クラブの] blad; clubhoofd; clubhead
首領 shuryou bendeleider; bendehoofd; leider; hoofd; chef; aanvoerder
主要な shuyouna voornaamst; belangrijkst; hoofd-; sleutel-; principaal; primair; kardinaal; (meest) vooraanstaand
酋長 shuuchou (1) opperhoofd; stamhoofd; hoofd; (2) chef; leider; baas; voorman
首長 shuchou (1) hoofd; leider; hoofdman; (2) bestuurder; bewindsman; (3) emir; sjeik; vorst
主要 shuyou voornaamst; belangrijkst; hoofd-; sleutel-; principaal; primair; kardinaal; (meest) vooraanstaand
首班 shuhan hoofd; chef; leider; [内閣の] premier; minister-president; eerste minister
修練長 shuurenchou [chr.] hoofd; overste van een seminarie; regent; preses
shu [maatwoord voor tanka en Chinese gedichten (Kanshi 漢詩)]; ; (1) hoofd; kop; (2) hoofd; leider; aanvoerder; (3) kopstuk; aanstoker; bendeleider; (4) begin; oorsprong
主幹 shukan hoofd; chef; [i.h.b.] hoofdredacteur
主席 shuseki hoofd-; eerstaanwezend …; [muz.] eerste …; ; (1) toppositie; top; (2) hoofd; leider; deken; [onderw.] primus; (3) [Chin.pol.] voorzitter
見出し midashi (1) opschrift; titel; rubriek; kop; hoofd; hoofding; hoofdje; kopje; [jur.] intitulé; (2) inhoudsopgave; index; register; (3) ingang; lemma; artikel; titelwoord; trefwoord; steekwoord
konokami (1) oudste zoon; eerstgeboren zoon; (2) oudere broer; zus; (3) oudere; ouder iemand; (4) clanhoofd; (5) hoofd; aanvoerder; leider
項目 koumoku [maatwoord voor artikels, items]; ; (1) hoofd; hoofding; titel; (2) artikel; clausule; afzonderlijke bepaling in een contract; (3) item; artikel; punt; ingang; lemma
責任者 sekininsha verantwoordelijke; hoofd; chef
先頭 sentou hoofd; kop; het voorste; spits; [i.h.b.] leiding
トップ toppu (1) top; piek; spits; hoofd; kop; [m.b.t. wedstrijd] leiding; (2) [m.b.t. krant] stuk waarmee de krant opent; leader; ankeiler; hoofdbericht; hoofdpunt; [m.b.t. Japanse krantenopmaak] rechterbovenhoek; (3) hoogste versnelling; (4) [m.b.t. kledingstuk] top(je); bovenstuk(je); (5) [text.] lont; voorgaren
頭角 toukaku hoofd
棟梁 touryou (1) vorst en balken [hoofddelen van een dakconstructie]; (2) [Jap.gesch.] gouverneur; (3) hoofd; leider; aanvoerder; chef; baas; voorman; (4) ploegbaas; [i.h.b.] meester-timmerman
第一 daiichi in de eerste plaats; om te beginnen; in eerste instantie; ten; als eerste; primo; voorop; bovenal; vooral; vóór alles; in elk geval; eigenlijk; ; (1) belangrijkste ~; voornaamste ~; grootste ~; hoofd-; primair; ~ nummer een; leidend; (2) eerst(e); aanvangs-; begin-
mae (1) 11. [wordt gevoegd achter een meishi of een dōshi in de ren'yōkei; geeft een zekere portie aan]; (2) 12. -heid [suffix dat de hoedanigheid van het grondwoord (steeds een menselijke eigenschap) benadrukt]; ; (1) voor; voren; (2) voorkant; front; voorzijde (van een lichaam); [i.h.b.] borststuk; (3) voorstuk; voorste deel; kop; hoofd; (4) confrontatie; het onder ogen hebben; (5) [in] aanwezigheid [van]; [in het] bijzijn [van]; [in het] aanschijn [van]; [in het] aangezicht [van]; [ten] overstaan [van]; tegenover ~; tegen ~; (6) geleden; tevoren; terug; voor; voorheen; vroeger; voordien; (7) (onmiddellijk) voorafgaand (aan); voor; vorig; voormalig; voorgaand; bovenstaand; eerder; eerstgenoemd (van twee); (8) eerdere veroordeling; (9) in overeenstemming met; zoals ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前]; (10) 10. Vrouwe ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前; suffix ter betiteling van een adellijke dame]
chou (1) hoofd; chef; baas; leider; oudste; aanvoerder; meerdere; meester; directeur; voorzitter; patroon; president; principaal; (2) meerdere in jaren; (3) het beste (onder ~); sterk punt; gunstig element; goede eigenschap; fort; kwaliteit; voordeel; merites; (4) [muz.] majeur; dur
チーフ chiifu baas; chef; hoofd
saki (1) (puntig) uiteinde; eind; punt; spits; tip(je); top(je); [m.b.t. processie enz.] kop; hoofd; (2) toekomst; wat komen moet; wat te wachten staat; vooruitzicht; aspect; verschiet; wat de toekomst in petto heeft; [fig.] voorland; (3) vervolg; wat volgt; wat later komt; volgende gebeurtenis; (4) wat verder; wat voorop; (5) plaats van bestemming; -bestemming; (6) wederpartij; (onderhandelings)partner; de ander; (7) [attr.] vorig; voormalig; vroeger; voorgaand; voorafgaand
キャプション kyapushon (1) onderschrift; opschrift; bijschrift; (2) titel; kop; hoofd
キャップ kyappu (1) pet; muts; [Belg.N., spreekt.] klak; (2) dop; beschermkapje; sluiting; (3) baas; meerdere; chef; hoofd; leider; [チームの] aanvoerder; captain; [Belg.N.] kapitein
基本的 kihonteki fundamenteel; grond-; elementair; basis-; basaal; hoofd-; [veroud.] fondamenteel
基本的な kihontekina fundamenteel; grond-; elementair; basis-; basaal; hoofd-; [veroud.] fondamenteel
キー kii sleutel-; hoofd-; voornaamste …; belangrijkste …; ; (1) [krassend geluid van een viool]; (2) [schurend geluid van een scharnier]; (3) [krijsend geluid van een adelaar; havik]; ; (1) [ピアノ; タイプライターの] toets; (2) sleutel; (3) oplossing; verklaring; (lijst met) antwoorden; (4) Key; Francis Scott [Amerikaans jurist; auteur van het Amerikaanse volkslied, 1779-1843]
大い ooi (1) groot; (2) geweldig; enorm; buitengewoon; ontzaglijk; fantastisch; prima; ; (1) [~…] hoofd-; top-; hoogste in rang; eerstaanwezend …; (2) [~…] senior; oudere; met hogere anciënniteit
主な omona voornaamste; belangrijkste; hoofd-; principale
大人 otona (1) volwassene; volwassen mens; volwassen persoon; volwassen man; volwassen vrouw; meerderjarige; (2) hoofd; aanvoerder; oudste; overste; deken
atama hoofd; [釘の] kop
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 16 treffers, warandict: 38 treffers (zoekopdracht: 'hoofd', strategie: exact). 
2005-2019