日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘hoop’
日蘭辭典 (trefwoord)
ate
(当て) zn. (1) [信賴] vertrouwing v. (2) [目的] doel o. (3) [期待] verwachting v.; hoop v. (4) [手掛り] leidraad m. ¶ 當になる betrouwbaar; geloofwaardig. ¶ 當もなく doelloos. ¶ 當が外れる zijn doel missen; teleurgesteld worden. ¶ 當にする vertrouwen op. ¶ を當にして op grond van.
ategoto當事
(当て事) zn. hoop v.; verwachting v.
akirameru諦る
(諦める) i.w. berusten in; genoegen nemen met; zich neerleggen bij; (放棄) hoop opgeven; hoop laten varen.
yama
zn. (1) [山] berg m.; heuvel m. (2) [鑛山] mijn v. (3) [堆積] hoop m.; stapel m. (4) [投機] speculatie v. (5) [絶點] hoogtepunt o. (6) [終局] resultaat o. ¶ 山の多い bergachtig. ¶ 帽子の山 bol van hoed. ¶ 山をやる speculeeren. ¶ 山で買ふ op speculatie koopen.
mazu先づ
(先ず) bw. (1) [第一に] in de eerste plaats; om te beginnen. (2) [凡そ] ongeveer; zoo wat; zoo goed als. (3) [では] wel; nu dan. ¶ 先づ第一に in de eerste plaats. ¶ 先づ十里 ongeveer tien mijl. ¶ 先づ見込がない zoo goed als geen hoop. ¶ 先づ水曜として置くwel, zullen we zeggen woensdag?
ichiru一縷
zn. een draad m. ¶ 一縷の望 een sprankje hoop. ¶ 一縷のだ zijn leven hangt aan een zijden draad.
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
shomō所望

zn. wensch m.; hoop v. ¶ 所望の gehoopt; verlangd; begeerd. ¶ 所望する verlangen; begeeren; wenschen; hopen op.

kibō希望

zn. (1) [] hoop v. (2) [豫期] verwachting v. (3) [所望] bedoeling v.; wensch m.; verlangen o. ¶ の希望して in de hoop op; met de bedoeling om. ¶ 希望を棄てる de hoop opgeven. ¶ 希望に副う aan de verwachting beantwoorden. ¶ 希望する hopen; wenschen; verlangen; verwachten. ¶ 希望者 sollicitant. ¶ 希望者は自身來訪ありたし sollicitanten gelieven zich persoonlijk te vervoegen bij......

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hoop>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
望み nozomi (1) hoop; verwachting; [meton., veroud.] betrouwen; (2) wens; verlangen; believen; (3) vooruitzicht; kans; veelbelovendheid; beloftevolheid
積み重ね tsumikasane hoop; stapel; berg; opeenstapeling; opstapeling; opeenhoping; ophoping; accumulatie; verzameling
群れ mure groep; menigte; drom; schare; gezelschap; bende; horde; troep; meute; kudde; drift; kolonie; roedel; school; toom; vlucht; zwerm; tros; stoet; hoop; pak; kluit; rist; [lit.t., scherts.] heer
mura a. groep; troep; hoop; pak; ; (1) [maatwoord voor bossen, struikgewas]; (2) [maatwoord voor een pol; dot; klomp planten]; (3) [maatwoord voor grote groepen, massa's]; ; groep; menigte; drom; schare; bende; troep; kudde; zwerm; tros; hoop; pak
好み konomi (1) smaak; persoonlijke voorkeur; voorliefde; neiging; zwakheid; (2) neiging; drang; tendens; inclinatie; geneigdheid; (3) keuze; het kiezen; optie; voorkeur; preferentie; (4) hoop; verwachting; wens; verlangen; (5) mode; trend; vogue; (6) [ton.] stijl in navolging van bepaald acteur
頼みの綱 tanominotsuna z'n (laatste) hoop; (laatste) toevlucht; reddingslijn; vangnet
頼み tanomi (1) vertrouwen; geloof; [theol.] toeverzicht; (2) hoop; steun; toevlucht; (3) verzoek; vraag; gunst
楽しみ tanoshimi (1) plezier; pret; vreugde; vermaak; amusement; aardigheid; leukheid; genot; geneugte; schik; lust; genoegen; behagen; [veroud.] verlustiging; (2) verwachting; hoop; blijdschap; [form.] verheugenis; verheuging; dat waar iem. naar uitkijkt; uitziet
大量 tairyou grote hoeveelheid; kwantiteit; overvloed; massa; hoop; menigte
堆積 taiseki opeenstapeling; opstapeling; opeenhoping; ophoping; accumulatie; stapel; hoop; sedimentatie; afzetting; aanzetting; aanslibbing
希望 kibou hoop; wens; aspiratie; ambitie
期待 kitai verwachting; hoop; afwachting
yama (1) a. berg-; wilde … [voorvoegsel aan een planten- of dierennaam dat aangeeft dat het de wilde variëteit of bergsoort van het grondwoord betreft]; (2) b. [schertsend, vrijwel betekenisloos achtervoegsel bij bepaalde werkwoorden en adjectieven; werd in de Edo-tijd onder bon-vivants gebruikt]; ; (1) berg; gebergte; beboste bergen; bergwoud; bergbos; [vliegert.] knots; (2) aardhoop; aardverhoging; terp; (kunstmatige) heuvel; ophoging; hoogte; [Mal.] boekit; (3) begraafplaats; kerkhof; tumulus; (keizerlijke) grafheuvel; grafterp; (4) mijn; kolenmijn; (5) hoop; stapel; tas; portie; [m.b.t. fruit] partij; [m.b.t. hooi] mijt; [m.b.t. steenslag] kits; [m.b.t. vlas] schelf; [m.b.t. slagroom] toef; zwelling (ten gevolge van een cauterisatiebehandeling); (6) top; bovendeel [bv. bol van een hoed, kop van een schroef, knop op een helm]; (7) hoogtepunt; climax; piek; uitschieter; spits; toppunt; apogeum; zenit; ontknoping [van een stuk]; apotheose; [m.b.t. vertoning] klapstuk; summum; culminatiepunt; keerpunt; uur van de waarheid; moment suprême; finest hour; momentum; beslissend ogenblik; het beste dat men kan doen; (8) wissel op de toekomst; speculatie; giswerk; gok [bv. op de gok blokken]; de sprong [wagen]; sprong in het duister; ongewisse; waagstuk; gissing; bluf; humbug; schijnvertoon; bombast; (9) hevigheid; intensiteit; ergheid; (10) 10. massa; boel; bende; groot aantal; drom; menigte; (11) 11. rots; toeverlaat; idool; voorbeeld; (12) 12. praalwagen in de vorm van een berg; (13) 13. valkuil om evers of herten te vangen; (14) 14. lichtekooi; prostituee; (15) 15. voorraadtekort [i.h.b. tekort aan levensmiddelen]; het uitverkocht zijn; het niet voorhanden zijn; (16) 16. slangwoord voor "misdrijf"; (17) 17. naam voor de Enryakuji 延暦寺 op de Hieizan 比叡山; [i.h.b.] de Hieizan; ; (1) 18. [maatwoord voor bergen, en i.h.b. bergbossen en mijnen]; (2) 19. [maatwoord voor een voorgeschotelde portie, stapeltje fruit enz.]
目処 medo (1) doel; streefdoel; oogmerk; bedoeling; (2) vooruitzicht; verwachting; perspectief; hoop; (3) [針の] oog
願い negai (1) wens; verlangen; hoop; (2) verzoek; vraag; bede; smeekbede; gebeden; smekingen; (3) aanvraag; sollicitatie
重ね kasane [maatwoord voor gestapelde; gelaagde voorwerpen, jūbako, kagamimochi, sonaemochi, kasanemochi, zitkussens, kosode e.d.]; ; (1) stapel; hoop; (2) laag; (3) dubbele laag kleren; (4) stel kleren; stel boven- en ondergoed; (5) [刀身の] dikte; (6) [Jap.rel.] kasanemochi [= spijsoffer van (twee) op elkaar geplaatste rijstedeegballetjes]; (7) [Jap.Barg.] kast
hikari (1) licht; [Lat.] lumen; [Lat.] lux; lichtglans; lichtgloed; lichtschijn; straal; gestraal; [lit.t.] lichternis; fonkeling; flonkerlicht; schittering; scintillatie; gloed; glans; glinster; glitter; schijn [van een lamp enz.]; schijnsel; straling; gloor; gloring; luister; blink; glim; glimlicht; (2) gezag; uitstraling; glorie; macht; (3) licht (in de duisternis); hoop; (4) Hikari [stad in de prefectuur Yamaguchi]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'hoop', strategie: exact). 
2005-2020