日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘houding’
日蘭辭典 (trefwoord)
kamae
(構え) zn. (1) [結構] constructie v.; bouw m. (2) [姿勢] houding v. ¶ 大した構をして居る op grooten voet leven.
kamaeru構へる
(構える) t.w. [組立] bouwen; construeeren. i.w. (2) [身構] zich gereedmaken om; houding aannemen om. ¶ 待ち構へる gereed staan om. ¶ 一戸を構へる eigen huis bewonen.
karada
(体) zn. (1) [身體] lichaam o.; lijf v. (2) [體質] gestel o. ¶ 體に好い goed voor de gezondheid. ¶ 體の lichamelijk. ¶ 體中 over het geheele lichaam. ¶ あの人は體が丈夫だ hij heeft een sterk gestel. ¶ 體附き gestalte; houding; figuur.
kenka喧嘩

zn. (1) [喧嘩] twist m. (2) [鬪爭] gevecht o.; strijd m. ¶ 喧嘩する twisten; vechten; kijven; kibbelen (子供が). ¶ 喧嘩 twistappel. ¶ 喧嘩 dreigende houding. ¶ 喧嘩買ふ iemand’s partij opnemen. ¶ 喧嘩をしかける twist zoeken. ¶ 喧嘩好き twistziek.

SUPPLEMENT (trefwoord)
shinkyō心境
zn. gemoedstoestand; mening; instelling; gedachten. ¶ 心境の変化 verandering van gedachten. ¶ 心境が変化する van gedachten veranderen. ¶ それまでに再度心境が変化して、急きょ欠席ということがなければいいのですが。 Maar als in de tussentijd het niet gebeurd dat [mensen] opnieuw van gedachten veranderen en opeens niet verschijnen komt het in orde.
zenkutsu前屈
zn., suru-ww. voorovergebogen; een voorovergebogen positie; vooroverbuigen. ¶ を開いて前屈のポーズ Ashi wo hiraite zenkutsu no pōzu Een voorovergebogen [positie, houding, pose] met de benen gespreid. ¶ そして膝を曲げずに前屈 Soshite hiza wo magezu ni zenkutsu. Vervolgens vooroverbuigen zonder de knieën te buigen. (blog) NB antoniem: kōkutsu 後屈
kōkutsu後屈
zn., suru-ww. achterovergebogen; achterover buigen. ¶ 今日はヨガの後屈のポーズのおですKyō wa yoga no kōkutsu no pōzu no hanashi desu. Vandaag ga ik het hebben over houdingen in yoga waarbij je achteroverbuigt. ¶ 後屈のポーズには、全身のエネルギーを活性化して、自分でも気づかなかった感情と出会うがあります。 Kōkutsu no pōzu ni wa, zenshin no enerugī wo kasseikashite, jibun de mo kizukanakatta kanjō to deau toki ga arimasu. Bij achterovergebogen houdingen activeer je energie in je hele lichaam en zul je op momenten emoties tegenkomen waarvan je zelf niet eens wist dat je ze had. (blog) NB antoniem: zenkutsu 前屈

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
shiburi仕振
銀行員は「仕振」(しぶり)という言葉使う約束時間守るか、期限通りに必要書類提出するか、言葉遣いは丁寧か、といった顧客の定性的な側面評価するために用いる言葉だ。あまりにも仕振悪い、と評価されると、どれだけ定量面では良好な属性の顧客であっても取引断ることある。 (twitter)

Bankbedienden gebruiken het woord “仕振” (shiburi) [‘manier van doen; gedrag’]. Het is een woord dat ze gebruiken om aan te geven hoe een klant scoort op vragen als: is [hij of zij] punctueel, levert [hij of zij] de vereiste documenten binnen de gestelde termijn, is het taalgebruik [van de klant] beleefd, enzovoort. Indien de shiburi van de klant als te slecht wordt ingeschat, maakt het niet uit hoeveel goede kanten de klant verder nog heeft, de transactie wordt geweigerd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <houding>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
iro 10. [maatwoord voor kleuren]; ; (1) kleur; (2) verf; kleur; kleurstof; pigment; (3) gelaatskleur; gelaatsuitdrukking; voorkomen; uiterlijk; look; houding; (4) liefde; liefdesaffaire; romance; liefdesavontuur; idylle; (5) wellust; lust; vleselijk verlangen; seksuele begeerte; sexuele passie; zinnelijk plezier; sensueel genot; (6) liefje; vrijer; meisje; jongen; liefste; geliefde; minnaar; minnares; maîtresse; (7) schoonheid; beminnelijkheid; schattigheid; vrouwelijke charmes; aantrekkelijkheid; (8) verfraaiing; versiering; decoratie; ornament; opschik; tooi; (9) soort; aard; type; klasse
気配 kehai (1) teken (dat een persoon gewaarwordt in zijn omgeving); indicatie; symptoom; (2) blijk; schijn; uiterlijk; (3) voorteken; omen; (4) gedrag; optreden; houding
ポーズ poozu (1) pauze; onderbreking; (2) pose; houding
所作 shosa (1) daad; handeling; (2) houding; gedrag; gedraging; gesticulatie; postuur; [演技の] acteerwerk; optreden; pantomimiek; (3) [kabuki] dansbeweging; dans; (4) [boeddh.] karma; (5) werk; beroep
姿勢 shisei (1) lichaamshouding; houding; pose; positie; postuur; opstelling; (2) houding; attitude; instelling; gezindheid
見得 mie [m.b.t. kabuki] gewrongen dramatische pose; lichaamshouding; houding; gesticulatie
心持ち kokoromochi een beetje; iets; wat; een kleinigheid; ietsje; een stukje; ; (1) karakter; aard; mood; stemming; gemoedsgesteldheid; geestesgesteldheid; gemoedstoestand; houding; (2) gevoel; indruk
心構え kokorogamae (1) mentale voorbereiding; voorbereidheid; paraatheid; (2) geesteshouding; geestesinstelling; geestesgesteldheid; mentaliteit; houding; instelling; attitude; denkraam
koshi (1) middel; taille; lende; heup; (2) taille; taille van een kledingstuk; deel van een kledingstuk dat het middel omgeeft; (3) de voet van een glas; (4) houding; toestand
行動 koudou (1) handeling; daad; (2) actie; beweging; het handelen; (3) gedrag; handelwijze; houding; manieren; manier van doen; wandel; handel en wandel; (4) militaire operaties; krijgsverrichtingen
動作 dousa (1) beweging; gebaar; geste; gesticulatie; (2) houding; postuur; gedrag; manier van doen; optreden; manieren; (3) [m.b.t. machine] werking
立場 tachiba (1) positie; situatie; plaats; stelling; hoedanigheid; [fig.] iems. schoenen; [対等の] voet; [苦しい~] parket; (2) standpunt; stellingname; houding; opstelling; opvatting; [oneig.] gezichtspunt; [oneig.] oogpunt; [fig.] hoek
態度 taido (1) gedrag; manier van doen; handelen; houding; gedraging; optreden; handel en wandel; postuur; contenance; contenantie; [w.g.] tournure; (2) attitude; instelling; opstelling; positie
体位 taii (1) fysiek; lichaamsbouw; bouw; lichaamsgestel; gestel; lichamelijke gesteldheid; lichaamsgesteldheid; constitutie; [Belg.N., spreekt.] carrure; (2) lichaamshouding; houding; postuur; pose
真似 mane (1) imitatie; nabootsing; na-aperij; na-aping; namaking; simulatie; navolging; mimesis; [kunst] mimicry; (2) gedrag; gedraging; optreden; handeling; houding; manieren; (3) simulatie; voorwending; veinzerij
触り sawari (1) gevoel bij aanraking; het aanvoelen; (2) houding; omgang (met mensen); (3) [歌の] ontroerendste; aandoenlijkste passage; (4) hoogtepunt; climax; beste stuk; glanspunt; clou
挙措 kyoso gedrag; gedraging; houding; attitude; optreden; manieren; gedraging
振る舞い furumai (1) gedrag; gedraging; houding; optreden; handelswijze; manier van doen; manieren; (2) traktatie
fuu zoals ~; op de manier van ~; in de stijl van ~; à la ~; naar ~; ; (1) gewoonte; gebruik; neiging; (2) manier; wijze; voege; trant; stijl; type; soort; (3) air; allure; voorkomen; uiterlijk; houding; aanzicht
行い okonai (1) daad; handeling; optreden; gangen; (2) gedrag; houding; gedraging
okite (1) regel; voorschrift; wet; gebod; bepaling; verordening; statuut; (2) maatregel; beschikking; instructie; (3) regeling; behandeling; omgang; procedure; regelgeving; reglement; code; (4) overeenkomst; afspraak; (5) verwachting; plan; voornemen; (6) houding; stemming; instelling; gemoedsgesteldheid; (7) lot; bestemming
恰好 kakkou passend bij; redelijk; billijk; matig; ; (1) vorm; voorkomen; presence; houding; uiterlijk; (2) postuur; een pose; een figuur; gedaante; gestalte; positie; (3) manier [van doen]; houding
当たり atari (1) per ~; (2) -vergiftiging; -aandoening; -affect; ; (1) treffer; raakschot; hit; succes; (2) [光; 風の] werking; (3) [honkb.] slagprestatie; (4) gok; berekening; voorspelling; verwachtingspatroon; (5) houding; manier; inschikkelijkheid; omgang; (6) [ワインの] gevoel op de tong; smaak; (7) [viss.] beet
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.66 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'houding', strategie: exact). 
2005-2019