日蘭辭典+

52 resultaten voor ‘huis’
日蘭辭典 (trefwoord)
ie
zn. (1) [屋] huis o.; woning v. (2) [家族] familie v. (3) [家庭] tehuis o.
abaraya荒屋
zn. vervallen huis o.
anoあの
vnw. die; dat; gindsch; gene. ¶ あの頃 in dien tijd. ¶ あの本 dat boek. ¶ あの後は voortaan; daarna. ¶ あの家 dat huis daar; het gindsche huis. ¶ 彼の人 hij (男); zij (女). ¶ あの人達 zij.
areya荒家
zn. vervallen huis o.
aru有る
(在る) i.w. (1) [存在] zijn; bestaan; voorkomen. (2) [所在] zijn; liggen; gelegen zijn. (3) [發生] gebeuren; plaats grijpen; plaats vinden; geschieden. (4) [機會が] zich voordoen. (5) [所有] t.w. hebben; bezitten. (6) [容量] meten; wegen; bevatten. ¶ 其の家は今ありますか bestaat dat huis nog? is dat huis er nog? ¶ 日本は支那の東に在り Japan ligt ten oosten van China. ¶ 此家には庭がある dit huis heeft een tuin. ¶ は金がない ik heb geen geld. ¶ 長さ三尺ある het meet drie voet; het is drie voet lang. ¶ 此處に激戰があった hier had een hevige veldslag plaats. ¶ 機會があれば als de gelegenheid zich voordoet.
assarishitaあっさりした
bn. net; eenvoudig; licht. ¶ あっさりした食事 eenvoudig eten; lichte maaltijd; burgerpot. ¶ あっさりした家 een net huisje. ¶ あっさりした繪 een eenvoudig schilderijtje. ¶ あっさりした een gedekte kleur; een niet opvallende kleur. ¶ あっさりと言ふ rondweg zeggen; ronduit zeggen.
jitaku自宅
zn. eigen huis o.; tehuis o. ¶ 自宅教授 privaatles. ¶ 自宅に tehuis; thuis. ¶ 自宅へ naar huis; huiswaarts. ¶ 自宅工業 huisnijverheid.
aimai曖昧
zn. (1) [不明瞭] vaagheid v. ¶ 曖昧な vaag; onduidelijk. (2) [不確實] onzekerheid v. ¶ 疑はしい twijfelachtig; onzeker. ¶ 曖昧屋 verdacht huis.
yanami家竝
(家並み) zn. huizenrij v.; rij huizen; huis aan huis; elk huis o.
yanari家鳴
(家鳴り) zn. kraken van een huis.
ken
zn. huis o.; deur v. ¶ 三 drie huizen. ¶ 三目 het derde huis van hier; twee huizen verder.
ikka一家
zn. de familie v.; de geheele familie v.; een huis一家を創立する een eigen huishouden opzetten. ¶ 一家團欒の裡に in den boezem zijner famlie. ¶ 一家事情 familieomstandigheden. ¶ 一家persoonlijk inzicht.
hi
zn. (1) [] vuur o. (2) [災] brand m. (3) [焔] vlam v. ¶ を附ける een huis in brand steken. ¶ 煙草を附ける een sigaar aansteken. ¶ 附く in brand vliegen; beginnen te branden. ¶ 呼ぶ licht ontvlambaar zijn.
kamaeru構へる
(構える) t.w. [組立] bouwen; construeeren. i.w. (2) [身構] zich gereedmaken om; houding aannemen om. ¶ 待ち構へる gereed staan om. ¶ 一戸を構へる eigen huis bewonen.
furusato故鄕
(故郷、古里、旧里、故里) zn. ouderlijk huis o.; geboorteplaats.
kokyō故鄕
(故郷) zn. geboorteplaats (出産地) v.; thuis () o.; vaderland (故國) o. ¶ 故鄕を戀しがる heimwee hebben; naar zijn geboorteplaats terug verlangen.
wagaie我家
(我が家) zn. mijn huis o.; eigen huis o.; tehuis o.
wagaya我家
(我が家) wagaie" class="def-a">wagaie を見よ.
ka
part. (1) [疑問] is er?; bw. hoe? wat? vw. (2) [或は] of......of; nauwelijks......of. ¶ 成行はどうなることwat zal er van terecht komen? ¶ どうして分るものhoe zou ik het weten? ¶ 風呂が出來たかどうか vraag eens of het bad al klaar is. ¶ 君が歸るか歸らないかにあのが來た nauwelijks was je naar huis gegaan of hij kwam.
kasu貸す
t.w. (1) [貸出] leenen; uitleenen. (2) [賃貸] verhuren. (3) [土地を] verpachten. (4) [を] leenen; voorschieten. i.w. (5) [を] het oor leenen; luisteren naar. ¶ 一夜の宿を貸す een nacht huisvesting verleenen. ¶ は貸すのだ dit huis is te huur.
darakeだらけ
bw. vol met; bevuild door; bedekt met. ¶ だらけ bezweet. ¶ 鼠だらけの家 huis vol muizen. ¶ 間違だらけ boek vol fouten. ¶ だらけ bloedbevlekt. ¶ 借金だらけ over de ooren in de schuld.
SUPPLEMENT (trefwoord)
yōkosoようこそ

uitdr. Welkom! ¶ 東京へようこそ Tōkyō e yōkoso Welkom in Tokio! ¶ ようこそ拙宅へ Yōkoso settaku e. Welkom in mijn huis. ¶ ようこそ、我が社にいらっしゃいました。 Yōkoso, wagasha ni irasshaimashita. Welkom bij ons bedrijf.

sanさん
[samentrekking van sama ] (1) drukt respect of beleefdheid uit wanneer toegevoegd aan de naam of het beroep van een persoon. ¶ 田中さん Tanaka-san Meneer Tanaka. 課長さん Kachō-san. Afdelingshoofd; Chef. (2) drukt affectie uit wanneer toegevoegd aan namen van dieren en dergelijke. ¶ お家の中には、猫さんにとってどんな危険があるのかを、リストアップしてみました。 o-uchi no naka ni wa, neko-san ni totte donna kiken ga aru no ka wo, risuto-appu-shite mimashita. Ik heb een lijst gemaakt van welke gevaren er zijn voor ‘meneer de kat’ in z’n huis. NB uitgesproken als chan (ちゃん) is het een woord dat expliciet affectie of familiariteit uitdrukt bij zowel mensen als dieren ¶ 春子ちゃん。 Haruko-chan. Haruko. ¶ お姉ちゃん onee-chan [oudere] zus; zusje. ¶ おじいちゃんに買ってもらったんだー! Ojii-chan ni katte morattan daa! Opa heeft het voor mij gekocht! (3) drukt repect of beleefdheid uit wanneer toegevoegd aan een (zelfstandige vorm van) een woord dat met de ander in verband kan worden gebracht. ¶ お世話さん Osewa-san. Uw hulp; Uw zorg. ¶ ご苦労さまです。Gokurō-sama desu. Dank u wel voor uw inspanningen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
hallo, hoi, hee

(tussenwerpsel) [algemene groet bij ontmoeten, goedendag] konnichi wa こんにちは [今日は] (zelden in een wij-groep en niet tegen superieuren (Miura; BEJD). NB In snelle spraak kan konnichi wa samengetrokken worden tot konchiwa)); [goeiemorgen] o-hayō おはよう (informeel); [goedemorgen] o-hayō gozaimasu おはようございます (beleefd, geschikt om tegen superieuren te zeggen); [hee, hoi] yaa やあ (informeel); oo おぉ〜 (informeel); [goedenavond] konban wa 今晩は (zelden in een wij-groep (BEJD)); [iemand aanspreken, ergens binnenkomen] sumimasen すみません (algemeen beleefd, lett. ‘neemt u me niet kwalijk’; wordt vaak afgekort tot suimasen すいません); shitsurei-shimasu 失礼します (zeer beleefd, lett. ‘neemt u me niet kwalijk’); [bij betreden huis] o-jama-shhimasu お邪魔します (lett. ‘excuus voor de overlast’); [begroeting naar collega’s of werkenden] o-tsukare-sama desu お疲れさまです (beleefd (NB De respons op o-tsukare-sama desu kan onder werkenden de identieke frase zijn, maar als respons is de radicale afkorting desu! niet ongewoon)); [aan de telefoon] moshimoshi もしもし [bij thuiskomst] tadaima ただいま [只今]! (lett. ‘precies nu’); [aandacht trekken] **oi!**おい! (informeel); ooi! おおい (idem).

¶ Hee! [Hallo!] Dat we elkaar hier tegenkomen! Yaa, konna tokoro de au to wa ne. やあ、こんな所で会うとはね。 ¶ Hallo? Spreek ik met meneer [mevrouw] Ogawa? Moshimoshi. Ogawa-san desu ka. もしもし。小川さんですか。 ¶ ‘Daar ben ik weer!’ ‘Hee, hoe was je dag?’ ‘Tadaimaa!’ ‘O-kaeri nasai’ 「ただいまー」「お帰りなさい」 ¶ Hallo? Is daar iemand? Gomen kudasai! ご免ください! ¶ Hee! Het eten is klaar hoor! Oi, meshi da zo? おい、飯だぞ? (TTC)

NB Zoals al uit de opmerkingen tussen de haken blijkt is er geen direct equivalent voor ‘hallo’, ‘hoi’ etc. in het Japans. Tevens is de keuze van een uidrukking afhankelijk van context. In de ochtend kun je voor eigenlijk al je bekenden in ieder geval o-hayō gozaimasu おはようございます gebruiken. Op je werk kun je de hele dag o-tsukare-sama desu お疲れさまです als eerste groet gebruiken (denk aan iets als ‘werk ze!’). Andere werkenden kun je ook begroeten met o-tsukare-sama desu お疲れさまです of als ze je een dienst bewijzen go-kurō-sama ご苦労さま , of go-kurō-san ご苦労さん . In de ochtend thuis of onder vrienden is kort ‘môgge!’, o-hayō おはよう prima. Als je vrienden begroet kun je wegkomen met iets als oo おぉ〜 ung of うん. Voor iedereen die niet in een wij-groep van je zit kun je het algemene konnichi wa こんにちは gebruiken. Beleefder is (bij het aanspreken van iemand) sumimasen すみません of shitsurei-shimasu 失礼します. Bij het betreden van iemands huis kun je o-jama-shimasu お邪魔します zeggen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <huis>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ノー・ブラ noobura (1) bh-loos; beha-loos; zonder bh; (2) merkloos; huismerk; huis-; wit artikel
ノー・ブランド nooburando huismerk; eigen merk; wit artikel; product; ; zonder merknaam; huis-; loco-; merkloos; generiek; generisch
邸宅 teitaku woning; huis; villa; verblijf; optrek; [Belg.N., niet alg.] woonst; [i.h.b.] herenhuis
住まい sumai (1) huis; thuis; woning; verblijf; verblijfplaats; woonplaats; domicilie; vestigingsplaats; woonhuis; behuizing; huizing; onderkomen; [form.] woonstede; [meton.] adres; [meton.] huisadres; (2) leven; bestaan [vaak gebruikt als suffix]
uchi (1) huis; woning; (2) thuis; zijn familie; zijn verwanten
ie (1) woning; (2) huis; behuizing; thuis; [後ろの] achterhuis; (3) huishouden; familie
一家 ikka (1) familie; de gehele familie; (2) huis; huishouden; (3) stijl
ke (1) huis; (2) familie; geslacht; stamhuis
ホーム hoomu (1) perron [verkorting van プラットホーム]; (2) huis; gezin; (3) tehuis; home; (4) geboortestreek; vaderland; thuis; (5) [honkbal] thuishonk; thuisplaat
住宅 juutaku woning; woonhuis; huis; woningpand; [verzameln.] woonvoorziening; huizing; behuizing
住居 juukyo woonplaats; [form.] woonstede; residentie; verblijfplaats; vestigingsplaats; verblijf; behuizing; huis; woning; huizing; thuis
mise winkel; zaak; handel; bazaar; magazijn; firma; huis
世話 sewa (1) zorg; hoede; behartiging; verzorging; ontferming; oppassing; hulp; (2) goede diensten; bijstand; vriendelijke bemoeienis; [i.h.b.] (welwillende) bemiddeling; [i.h.b.] voorspraak; (3) last; ongerief; ongemak; overlast; (4) leven van alledag; dagelijks leven van de gewone man; het alledaagse; het banale; (5) sewa [genre in de kabuki-toneelkunst of het jōruri-recitatief dat het dagelijks leven van de gewone man tot thematiek heeft]; (6) verstaanbare taal; gewoon taalgebruik; spraakgebruik; huis-; tuin- en keukentaal; Jip-en-Janneketaal; volksmond
toko (1) plaats; plek; (2) huis; thuis; (3) familie; afkomst; (4) moment; (5) geval; (6) […がとこ] ten bedrage van
taku (1) huis; thuis; woning; verblijf(plaats); woonplaats; residentie; [voorafgegaan door -san ~さん] familie ~; (2) mijn man; [i.h.b.] ons gezin [term waarmee een echtgenote haar man aanduidt]; (3) u [steeds voorafgegaan door o お]
kyuu [astron., astrol.] teken; hemelteken; sterrenbeeld; gesternte; [veroud.] huis
行商人 gyoushounin venter; leurder; straathandelaar; straatventer; huis-aan-huisverkoper; ambulante handelaar; handelsreiziger; kramer; marskramer; colporteur; standwerker; zwemmer
宿 yado (1) herberg; hotel; logement; hostel; (2) onderkomen; onderdak; verblijf; verblijfplaats; logies; herberging; huisvesting; inwoning; (3) huisdeur; buitendeur; voordeur; portaal; ingang van een huis; deuropening; deurgat; (4) omgeving van de voordeur; [op de] drempel; [op de] stoep; voortuin; (5) huis; woning; domicilie; woonplaats; woonst; behuizing; (6) thuis; eigen huis; eigen haard; home; (7) heer des huizes; huisheer; mijnheer; mijn man [woord waarmee de vrouw des huizes aan haar man refereert]; (8) ouderlijk huis van een dienstbode; ouders van een huisbediende; patroon van een dienstbode; (9) verzamelpunt; trefpunt; ontmoetingspunt; verzamelplaats; ontmoetingsplaats; hol [van ontucht, gok-]; rendez-voushuis; (10) 10. huis van bewaring te Edo; geishahuis
宿り yadori (1) verblijf; onderkomen; onderdak; logies; accommodatie; (2) adres; woonplaats; verblijfplaats; vestigingsplaats; (3) schuilgelegenheid; schuilplaats; toevluchtsoord; beschutting; (4) [astrol.] huis; sterrenbeeld; teken van de dierenriem
ハウス hausu (1) huis; woning; (2) plasticfolie-kas; broeikas
屋内 okunai binnen-; huis-; binnenhuis-; indoor-; ; binnenste; interieur van een huis
屋内の okunaino binnen-; overdekt; huis-; zaal-; indoor-
oku (1) huis; verblijf; gebouw; (2) dak
家屋 kaoku huis; gebouw
ka (1) -huis; (2) beoefenaar van sport; beoefenaar van kunst; expert in ~
一筋 hitosuji (1) gewoon; normaal; gebruikelijk; (2) toegewijd; noest; ernstig; ijverig; vlijtig; (3) vlot; ongehinderd; zonder hapering; vloeiend; ; (1) lijn; streep; striem; straal; streng; (2) familie; geslacht; clan; huis; (3) kunst; vaardigheid; (4) honderd aan een snoer geregen muntstukken; (5) gewone maatregelen; gebruikelijke methode
有り触れた arifureta (1) gewoon; gebruikelijk; veel voorkomend; gangbaar; alledaags; huis-; tuin- en keuken-; banaal; (2) afgezaagd; clichématig; cliché; versleten; triviaal
日常 nichijou dagelijks; daags; alledaags; ~ van alledag; huis-; tuin- en keuken-; gewoon
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.46 sec. jiten.nl: 24 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'huis', strategie: exact). 
2005-2019