日蘭辭典+

18 resultaten voor ‘idioot’
日蘭辭典 (trefwoord)
baka馬鹿
zn. (1) [人] zot m.; dwaas m.; domkop m. (2) [罵言] ezel m.; uil m.; idioot m; (3) [馬鹿な事] dwaasheid v.; domheid v.; onzin m.; nonsens v. ¶ 馬鹿kletspraat. ¶ 馬鹿な眞似 zotternij. ¶ 馬鹿げた dwaas; onzinnig; onbenullig. ¶ 馬鹿な、馬鹿dwaas. ¶ 馬鹿に belachelijk; buitengewoon; zeer. ¶ 馬鹿大きい ontzaggelijk groot. ¶ 馬鹿正直 overdreven eerlijkheid. ¶ 馬鹿を言ふ nonsens praten. ¶ 馬鹿にする voor den gek houden; erin laten loopen.
ahō阿呆
zn. domkop m.; domoor m.; idioot m.; uilskuiken o. ¶ 阿呆らしい onzin! nonsens!letspraat! apenkool!
sorabaka空馬鹿
zn. iemand, die zich van den dom houdt; iemand, die doet alsof hij idioot was.
chikan痴漢
zn. idioot m.; zot m.; uil m.; ezel m.
donbutsu鈍物
zn. stommeling m.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <idioot>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
木偶 deku (1) houten pop; (2) marionet; speelpop; (3) nietsnut; dwaas; idioot; sufferd; uilskuiken
茗荷 myouga (1) [plantk.] Japanse gember; Zingiber mioga; (2) dwaas; idioot; malloot; onbenul; stomkop; stommeling; domoor; onnozelaar; gek; zot; (3) [Jap.herald.] gestileerde Japanse gember
心無し kokoronashi (1) onbezonnen; onverstandig; onoordeelkundig; gedachteloos; onnadenkend; onbedachtzaam; onachtzaam; achteloos; onbedacht; nonchalant; onzinnig; lichtzinnig; onvoorzichtig; roekeloos; onnozel; dwaas; mal; dom; [gew.] aalwaardig; aalwarig; (2) onattent; onhartelijk; koud; kil; onaardig; grof; onverschillig; onvriendelijk; (3) onelegant; onbevallig; smakeloos; stijlloos; onartistiek; onaantrekkelijk; prozaïsch; lomp; boers; (4) harteloos; wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; genadeloos; ongenadig; onmeedogend; onaandoenlijk; ongevoelig; onbarmhartig; (5) onzelfzuchtig; onbaatzuchtig; oprecht; ; (1) dwaas; idioot; mallerd; onnozelaar; (2) cultuurbarbaar; kunstbarbaar; lomperd; kinkel; boer
どじ doji (1) flater; blunder; stommiteit; miskleun; misslag; (2) idioot; uilskuiken; stommeling; klungel; kluns; knoeier; prutser; sufferd; sukkel; stumper; sufkop; ; stom; idioot; klungelig; klunzig; knoeierig; prutserig; suf; sukkelig; stumperig
白痴 hakuchi (1) idiotie; idiootheid; (2) idioot; cretin; (3) Идио́т [roman (1868) van Dostojevski (1821-1881); Ned.vert.: De idioot]; (4) Hakuchi [roman (1946) van Sakaguchi Ango 坂口安吾 (1906-1955)]
白痴の hakuchino (1) idioot; in de hoogste graad zwakzinnig; (2) idioot; dwaas; onzinnig; leeghoofdig; dom; onnozel
馬鹿気た bakageta dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; zot; gek; mal; onnozel; onzinnig; ongerijmd; onverstandig; idioot; ridicuul; bespottelijk; potsierlijk; ongelofelijk; ongelooflijk
馬鹿な bakana (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform., fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol
馬鹿 baka (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform., fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (3) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol; ; (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan
お目出度い omedetai (1) heuglijk; blij; heerlijk; gelukkig; fortuinlijk; door geluk begunstigd; gunstig; genadig; gelukwensen waard; (2) veelbelovend; (3) goedaardig; onschuldig; sullig; idioot; onnozel; naïef; belachelijk; dwaas; niet goed wijs
愚かな orokana dwaas; stom; dom; mal; onnozel; stupide; onwijs; idioot; malloterig; onbenullig; zot; onzinnig; belachelijk; verstandeloos
魯鈍な rodonna stom; dwaas; dom; idioot; imbeciel; debiel; zwakzinnig
阿房 ahou dwaas; gek; zot; zotskap; idioot; stommeling; halve gare; ezel; sul; sufferd; domoor; hannes; onbenul
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.44 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'idioot', strategie: exact). 
2005-2020