日蘭辭典+

63 resultaten voor ‘in’
日蘭辭典 (trefwoord)
de
vz. (1) [時間の場合] in; over; op. (2) [場所の場合] in; op; te. (3) [手段の場合] door; door middel van; per; met. (4) [年齡の場合] op. (5) [材料の場合] van. (6) [乘物の場合] per; met. (7) [價格の場合] voor; tegen. (8) [原因の場合] door; in verband met; naar aanleiding van; wegens. (9) [用語の場合] in. ¶ 一箇月で出來ます het is over een maand klaar. ¶ 銀座で逢ふ in de Ginza elkaar ontmoeten. ¶ 東京in Tokyo. ¶ バタビヤで op Batavia. ¶ の前で voor. ¶ の外で buiten. ¶ ひきで door protectie. ¶ 手紙per brief. ¶ 時間で借りる per uur huren. ¶ 斤で賣る per pond verkoopen. ¶ 廿歳で op zijn twintigste jaar. ¶ 作る van hout maken. ¶ 汽車で per spoor; met den trein. ¶ 一圓で賣る voor een yen verkoopen. tegen een yen verkoopen. ¶ 氣で缺席する wegens ziekte afwezig zijn. ¶ 肺病で死ぬ aan tering sterven. ¶ 蘭語in het Hollandsch.
karaから
vz. (1) [分離] van; uit. (2) [より] van. (3) [出所] van; uit. (4) [起源] met; van. (5) [通過の意] langs (bw.); door; via. (6) [原料, 材料] van; uit; met. (7) [時] sinds; sedert; van; om. (8) [方角] in. (9) [原據] van uit. (10) [から] door; van. vw. (11) [原因] omdat; vz. door; ten gevolge van. (12) [距離] van. ¶ 上から van boven. ¶ から van den morgen tot den avond; den geheelen dag. ¶ 此の見地からすれば van dit standpunt bezien. ¶ 病氣だから wegens ziekte. ¶ 子供の時から sinds zijn jeugd. ¶ 九時から始まります het begint om negen uur. ¶ それはから出來てゐる dit is van ijzer gemaakt. ¶ 火事はどこから出たのか waar is de brand begonnen?
nai
bn. binnenste; innerlijk; bw. binnen; vz. in; binnen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
zai
zn. (1) in het land. (2) voorstad (de) buitenwijk (de) (3) prefix. in [een plaats, gebouw, instelling]. ¶ オランダ大使館 zai oranda taishikan de ambassade in Nederland. ¶ 東京ブラジル総領事館 zai Tōkyō Burajiru sōryōjikan het consulaat-generaal van Brazilië in Tokio. ¶ イラク米軍 zai Iraku Beigun de legermacht van de VS in Irak.
teishō提唱
(zn., suru-ww) (1) Het bepleiten [voorstellen; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren] van een zaak; voorstel; verdediging; presentatie. ¶ 提唱する teishōsuru [een zaak; iets] bepleiten; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren. ¶ 提唱者 teishōsha voorsteller; pleiter; verdediger; presentator. ¶ 彼の学説が初めて提唱されたは、それを信じなかった。 Kare no gakusetsu ga hajimete teishōsareta toki wa, dare mo sore wo shinjinakatta. Toen zijn theorie voor het eerst werd gepresenteerd vond die geen enkele steun. ¶ 電力不足対策のスーパークールビズとして、ポロシャツやアロハシャツの着用が提唱された。Denryokubusoku taisaku no sūpākūrubizu to shite, poroshatsu ya arohashatsu no chakuyō ga teishōsarete. In het kader van de Super Cool Biz maatregel voor het bestrijden van energietekorten werd het dragen van poloshirts en alohashirts [hawaïshirts] bepleit. [NB Cool Biz en later Super Cool Biz waren initiatieven van de Japanse overheid om bedrijven te stimuleren het mogelijk te maken om de airco op een lagere temperatuur zetten door werknemers zich luchtiger te laten kleden] (2) (a) Het uitleggen [verklaren; uiteenzetten; behandelen] van iets; uitleg; verklaring; uiteenzetting; lezing. (b) specifiek het uitleggen van de doctrines in Zenboeddhisme. ¶ 提唱する teishōsuru uitleggen; verklaren; behandelen; uiteenzetten. ¶ 禅家の提唱 Zenke no teishō Catechetische vraag voor meditatie in Zen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <in>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
総括的に soukatsutekini alles inbegrepen; in zijn geheel; allesomvattend; alomvattend; collectief; totaal; globaal; in grote trekken; over het algemeen; in totaal; in; als massa; en masse; en bloc
手許に temotoni bij de hand; onder; in; binnen handbereik; bij zich; beschikbaar; voorhanden
出入口 deiriguchi deuropening; deurgat; in- en uitgang; doorgang; toegang; entree en exit; in- en uitrit
出入りする deirisuru (1) naar binnen en buiten gaan; in- en uitgaan; komen en gaan; over de vloer komen; (2) frequenteren; vaak (als klant) bezoeken
手近 tedhika (1) binnen; in; onder handbereik; vlak bij de hand; dicht in de buurt; vlakbij; dichtbij; dichtbijgelegen; nabij; nabijgelegen; kortbij; (2) vertrouwd; gewoon; bekend
手近に tedhikani binnen; in; onder handbereik; vlak bij de hand; dicht in de buurt; vlakbij; dichtbij; kortbij; vlak voor z'n neus; ogen
通例 tsuurei gewoonlijk; naar gewoonte; doorgaans; in de regel; gebruikelijk; door de band; normaliter; in; over het algemeen; ; algemene gewoonte; normale gang van zaken
in (1) 16. [maatwoord voor ziekenhuizen]; (2) 17. [maatwoord voor tempels]; ; (1) tempel; (2) heiligdom; (3) villa; residentie; (4) hof; paleis van een teruggetreden keizer; keizerin; (5) college; (6) in [= eretitel van een teruggetreden keizer of ingetreden ex-keizer]; (7) hofhoudende keizerin; (8) convent; (9) overheidsinstantie; instantie; orgaan; gremium; (10) 10. [Jap.gesch.] in [= soort van particulier domein]; (11) 11. [boogschieten] in [= zwarte ringen op een schietschijf]; ; (1) 12. [achtervoegsel achter de postume titel van een keizer, ex-keizer, keizerin]; (2) 13. [achtervoegsel achter de postume boeddhistische naam van bv. shoguns]; (3) 14. [achtervoegsel achter een tempelnaam]; (4) 15. [achtervoegsel achter de naam van een instelling, instituut, academie, kamer]; ; (1) a. omheining; omheinde villa; (2) b. instelling; college; tempel; (3) c. paleis of titel van een ex-keizer; keizerin; (4) d. [afkorting van 画院、林院、鉄道院、 日本美術院 of 大学院]; (5) e. ziekenhuis; kliniek
in lid; werknemer; employé
in (1) a. [astrol.] Tijger; (2) b. zich onthouden; discretie; ; [astrol.] Tijger [naam van het 3e teken van de Chinese dierenriem]
in (1) zegel; stempel; cachet; merk; (2) [boeddh.] mudrā; symbolisch handgebaar; (3) afdruk; print; (4) indruk; impressie; (5) India; [afk.] Ind.
出で入る ideiru in- en uitlopen; komen en gaan
一気に ikkini in één adem; zonder tussenpozen; zonder onderbreking; onafgebroken; non-stop; zonder te stoppen; aan één stuk (door); in enen; inenen door; achtereen; in één raffel; in één klap; in één beurt; in één keer; in één ruk; in; met één slag; in één teug
劈頭に hekitouni allereerst; om te beginnen; in; op de eerste plaats; in eerste instantie
下手 heta (1) onbedreven; onbehendig; ondeskundig; ongeoefend; onvakkundig; onbekwaam; onvaardig; ~ van de koude grond; (2) onhandig; slecht (onderlegd) in; zwak (in); minder; mager; pover; ongelukkig; onbeholpen; (3) klungelig; krukkig; knullig; stuntelig; ; (1) ondeskundigheid; onvakkundigheid; onbedrevenheid; onbehendigheid; ongeoefendheid; onvaardigheid; (2) onhandigheid; onbeholpenheid; (3) slecht werk; geknoei; geklungel; prutswerk; knoeiwerk; lorrenwerk
下手な hetana (1) onbedreven; onbehendig; ondeskundig; ongeoefend; onvakkundig; onbekwaam; onvaardig; ~ van de koude grond; (2) onhandig; slecht (onderlegd) in; zwak (in); minder; mager; pover; ongelukkig; onbeholpen; (3) klungelig; krukkig; knullig; stuntelig
nai binnen ~; in ~; binnen in ~; binnens-; intra-
naka (1) binnenste; binnenkant; inwendige; (2) midden; hart; (3) in; onder; in het midden van; te midden van; tussen; tijdens; gedurende; (4) (gulden) middenweg; tussenweg
審議中 shingichuu in behandeling; in bespreking; in overweging; in studie; in beraad; in; ter discussie; ter tafel; aan de orde
juu (1) tijdens; gedurende (de; het hele …); de hele; het (ge)hele … door; het; de hele … rond; (2) door; in; over heel …; heel de; het (… door); -wijd; -breed; (3) in de loop van; binnen (een tijdspanne van); doorheen; door … heen
瞬間 shunkan [adv.] ogenblikkelijk; [adv.] onverwijld; [adv.] terstond; [adv.] onmiddellijk; [adv.] dadelijk; [adv.] direct; [adv.] in een oogwenk; [adv.] in een mum van tijd; [adv.] in een flits; [adv., veroud.] instantelijk; [gew.] in; op een roef; ; korte tijd; ogenblik; moment; [fig.] seconde; [gew.] roef
従事する juujisuru zich bezighouden (met); doen; in dienst zijn bij; werkzaam zijn bij; in
叙する josuru (1) verheffen tot; in; opnemen in; promoveren tot; verhogen tot; verlenen; (2) onder woorden brengen; verwoorden; dichten; beschrijven; verhalen
乗降口 joukouguchi (1) [列車; バスの] in- en uitstapdeur; [i.h.b.] balkon; (2) [luchtv.] gate; gateway
熟す konasu (1) aan; in; tot gruis slaan; in stukken breken; uit elkaar doen vallen; stukbreken; brekend stukmaken; vergruizen; vergruizelen; verpulveren; verkruimelen; fijnmaken; (2) verteren; verwerken; digereren; (3) afhandelen; behandelen; [仕事を] klaren; opknappen; doen; afdoen; volbrengen; afmaken; afwerken; klaarspelen; fiksen; (4) verkopen; van de hand doen; zetten; (5) [役を] spelen; brengen; zijn rol volhouden; in zijn rol blijven
粉々に konagonani aan; in stukken; in fragmenten; in brokken; in; tot gruis; tot stof; aan gruzelementen; gruizelementen; gruzementen; gruizementen; uit elkaar; tot poeder; [volkst.] in de poeier; tot pulver; tot kruim; in duigen; [gew.] in brijzels
とっても tottemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; enorm; verschrikkelijk; afschuwelijk; ijzig; bar; stom-; criant; gruwelijk; bitter; crimineel; gruwzaam; fantastisch; geweldig; ontiegelijk; gemeen; drommels; verdomd; machtig; duivels; verbazend; ijselijk; verduiveld; mirakels; allemachtig; formidabel; ellendig; moorddadig; reusachtig; reuze-; ontzaglijk; vervaarlijk; kolossaal; onwijs; schreeuwend; stinkend; danig; volslagen; faliekant; [inform., veroud.] verhipt; (2) [~ない] geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet
迚も totemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk [overdreven enz.]; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; verschrikkelijk [slecht enz.]; afschuwelijk [vervelend enz.]; ijzig [kalm enz.]; bar [vervelend enz.]; stom [vervelend enz.]; criant [vervelend enz.]; gruwelijk [vervelend enz.]; bitter [arm enz.]; crimineel [koud enz.]; gruwzaam [kil enz.]; fantastisch [goedkoop enz.]; geweldig [goed enz.]; ontiegelijk [rijk enz.]; gemeen [koud enz.]; drommels [goed enz.]; verdomd [handig enz.]; machtig [mooi enz.]; duivels [ingewikkeld enz.]; verbazend [veel enz.]; ijselijk [lelijk enz.]; verduiveld [aardig enz.]; mirakels [gelukkig enz.]; allemachtig [interessant enz.]; formidabel [goed enz.]; ellendig [heet enz.]; moorddadig [goed enz.]; reusachtig [aardig enz.]; reuze [veel enz.]; ontzaglijk [veel enz.]; vervaarlijk [groot enz.]; kolossaal [groot enz.]; onwijs [hard enz.]; enorm; schreeuwend [duur enz.]; stinkend [jaloers enz.]; danig; volslagen; faliekant; [inform., veroud.] verhipt [warm enz.]; [~少ない] bedroevend; (2) geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet [i.c.m. negatie]
徒歩で tohode te voet; in; met z'n apostelwagen; op z'n apostelpaarden; per pedes (apostolorum)
徒歩 toho te voet; per pedes (apostolorum); op z'n apostelpaarden; in; met z'n apostelwagen; ; voet-; ~ te voet
当世風 touseifuu bijdetijds; trendy; modieus; in; modern; du jour; in de mode; fashionable; in zwang; nieuwerwets; ; mode van vandaag; nieuwste mode; trend van de dag; tegenwoordige rage; de laatste smaak
同情する doujousuru meevoelen met; in; sympathiseren met; deelnemen in; delen in; meeleven met; meelijden met; deelneming gevoelen; medelijden; erbarmen; mededogen; compassie; te doen hebben met; begaan; bewogen zijn met
沢山 takusan veel; een groot aantal; een menigte; een grote hoeveelheid; menig; heel wat; plenty; zat; een heleboel; een hoop; stapel; berg; zee van; massa; talrijk; massa's; horden; zeeën; [inform.] tig(-tal); ; (1) veel; heel wat; in overvloed; bij hopen; rijkelijk; overvloedig; in grote aantallen; hoeveelheden; in; bij groten getale; [form.] in menigvoud; (2) voldoende; genoeg; goed genoeg; toereikend; [i.h.b.] meer dan genoeg
単数の tansuuno [taalk.] enkelvoudig; in; van het enkelvoud; enkelvouds-
大概 taigai (1) gewoonlijk; doorgaans; meestal; in; over 't algemeen; voornamelijk; hoofdzakelijk; in de eerste plaats; (2) misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; wellicht; waarschijnlijk; vermoedelijk
たい tai [drukt een wens, verlangen uit] (graag) willen; wensen; verlangen; begeren; zou graag …; erop uit zijn; erop gebrand zijn; van zins zijn; begerig om; zin hebben om; in
chuu [maatwoord voor treffers]; ; (1) te midden van; onder; tussen; in; binnen [ter aanduiding van het zich bevinden in een ruimte]; (2) aan het …; tijdens; onder; gedurende; in de loop van; terwijl [ter aanduiding van het zich bevinden in een tijdsinterval of halverwege een actie]; ; (1) midden; tweede (van de drie); medium; middelgroot [gezegd van boekdelen (jōchūge 上中下), formaten (daichūshō 大中小) enz.]; (2) gemiddelde; middelmaat; [fig.] middenweg; (3) China; Chinees-; Sino-
挿せる saseru (1) kunnen inzetten; kunnen tussenvoegen; kunnen inlassen; kunnen invoegen; kunnen inbrengen; kunnen interpoleren; kunnen plaatsen tussen; in; kunnen zetten tussen; in; kunnen brengen tussen; in; kunnen opnemen (in); (2) [m.b.t. bloemen e.d.] kunnen schikken; (3) [m.b.t. stek van plant] kunnen planten; kunnen poten; in de grond kunnen steken; kunnen uitzetten
誘い込む sasoikomu (1) uitnodigen binnen te komen; binnenvragen; (2) uitnodigen mee te doen; vragen deel te nemen; iem. verleiden iets te doen; iem. overhalen iets te doen; iem. verlokken aan iets mee te doen; meelokken; iem. leiden tot; in
捌く sabaku (1) goed uiteenhouden; niet verwarren; in het gareel houden; (2) kundig behandelen; in; op orde brengen; handig aanpakken; klaarspelen; regelen; afhandelen; oplossen; settelen; (3) uitleggen; uiteenzetten; uit de doeken doen; (4) van de hand doen; zetten; verkopen; (5) [髪; 裾を] losmaken; (6) [cul.] [鴨; 魚を] in plakken; stukken snijden; voorsnijden; trancheren; scheiden; (7) zich opvallend gedragen; (8) [shōgi] [駒を] oordeelkundig verzetten; hanteren; [honkb.] [球を] fielden; (9) [遊女が] iem. als klant afwijzen; weigeren
挿す sasu (1) inzetten; tussenvoegen; inlassen; invoegen; inbrengen; interpoleren; plaatsen tussen; in; zetten tussen; in; brengen tussen; in; opnemen (in); (2) [m.b.t. bloemen e.d.] schikken; (3) [m.b.t. stek van plant] planten; poten; in de grond steken; uitzetten
作曲する sakkyokusuru componeren; toonzetten; in; op muziek brengen; op muziek zetten; op noten zetten; [楽曲を] schrijven
貴族に叙する kizokunijosuru in; tot de adelstand verheffen; adelen
列する ressuru (1) zich bevinden; behoren bij; gerekend worden tot; (2) bijwonen; aanwezig zijn bij; ; een rang doen innemen; doen behoren tot; [貴族に] verheffen tot; in; opnemen in (een lijst)
mesu [biol.; dierk.] wijfjes-; -in; ; [biol.; dierk.] wijfje; vrouwtje; vrouwelijk dier; wijfjesdier
ばらばら barabara (1) uit; van elkaar; in; aan stukken; uiteen; stuk; (2) verspreid; uiteen; verstrooid; in het rond; her en der; hier en daar; sporadisch; aan; naar alle kanten; in alle richtingen; uiteengevallen; (3) onsamenhangend; inconsistent; incoherent; divers; uiteenlopend; warrig; verward; (4) [fig.] als een regen; hagel van ~; [m.b.t. regen] pletsend; [m.b.t. regen] kletterend; (5) [m.b.t. personen] wanordelijk te voorschijn komend; (6) おもちゃをばらばらに壊した。; (7) おもちゃをばらばらにこわした。; (8) omocha o barabara kowashita.; (9) Ik heb het speelgoed in verschillende stukken gebroken.
売買 baibai koop en verkoop; in- en verkoop; [i.h.b.] koophandel; markthandel; handel; transactie; deal; affaire; zaken; markt
bu in-; i-; il-; im-; ir-; on-; niet-; non- [voor taigen gevoegd prefix ter ontkenning van het in het grondwoord genoemde]
fu in-; i-; il-; im-; ir-; on-; niet-; non- [voorvoegsel ter ontkenning van het in het tweede lid genoemde]
bu in-; i-; il-; im-; ir-; on-; niet-; non- [voorvoegsel ter ontkenning van het in het tweede lid genoemde]
奮起させる funkisaseru (1) opwekken; prikkelen; tot actie aansporen; ertoe brengen om; tot actie aanzetten; wakker schudden; aanporren; wekken; opzetten; in; (2) beweging zetten; stimuleren
数々 kazukazu veel; heel wat; in overvloed; bij hopen; rijkelijk; overvloedig; in grote aantallen; hoeveelheden; in; bij groten getale; [form.] in menigvoud; ; [~の] veel; vele; talrijke; diverse; ettelijke; een groot aantal
間(かん) kan (1) periode; tijdspanne; gedurende ~; in ~; (2) tussen ~ en ~; van ~ tot ~
hi niet-; on-; non-; in-; il-; im-; ir-; -vrij; ; (1) vergissing; dwaling; abuis; fout; schuld; [form.] feil; verkeerdheid; gebrek; onvolkomenheid; (2) nadeel; ongunstige situatie
与る azukaru (1) betrokken zijn bij; deelnemen aan; in; een rol spelen bij; een factor zijn in; de hand hebben in; deel hebben aan; bijdragen tot; meewerken aan; participeren in; aandeel hebben in; gekend worden in; (2) [お褒めに] genieten; [お招きに] ontvangen; deelachtig worden; delen in
era voortreffelijk; uitmuntend; uitstekend; superieur; excellent; outstanding; preëminent; ; buitengewoon ~; extra ~; super ~; in-; ; erg; zeer; heel; ontzettend; geweldig; hartstikke; vreselijk; enorm
にして nishite (1) [partikel dat een tijd, plaats of toestand aangeeft] in; te; op; (2) [partikel dat nadruk legt]; (3) [partikel dat een voegwoordelijk verband legt]
に於ける niokeru [場所~] in; [学校~] op; [正午~] tijdens; [日本人~] onder; bij
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.71 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 58 treffers (zoekopdracht: 'in', strategie: exact). 
2005-2019