日蘭辭典+

92 resultaten voor ‘in’
日蘭辭典 (trefwoord)
de
vz. (1) [時間の場合] in; over; op. (2) [場所の場合] in; op; te. (3) [手段の場合] door; door middel van; per; met. (4) [年齡の場合] op. (5) [材料の場合] van. (6) [乘物の場合] per; met. (7) [價格の場合] voor; tegen. (8) [原因の場合] door; in verband met; naar aanleiding van; wegens. (9) [用語の場合] in. ¶ 一箇月で出來ます het is over een maand klaar. ¶ 銀座で逢ふ in de Ginza elkaar ontmoeten. ¶ 東京in Tokyo. ¶ バタビヤで op Batavia. ¶ の前で voor. ¶ の外で buiten. ¶ ひきで door protectie. ¶ 手紙per brief. ¶ 時間で借りる per uur huren. ¶ 斤で賣る per pond verkoopen. ¶ 廿歳で op zijn twintigste jaar. ¶ 作る van hout maken. ¶ 汽車で per spoor; met den trein. ¶ 一圓で賣る voor een yen verkoopen. tegen een yen verkoopen. ¶ 氣で缺席する wegens ziekte afwezig zijn. ¶ 肺病で死ぬ aan tering sterven. ¶ 蘭語in het Hollandsch.
karaから
vz. (1) [分離] van; uit. (2) [より] van. (3) [出所] van; uit. (4) [起源] met; van. (5) [通過の意] langs (bw.); door; via. (6) [原料, 材料] van; uit; met. (7) [時] sinds; sedert; van; om. (8) [方角] in. (9) [原據] van uit. (10) [から] door; van. vw. (11) [原因] omdat; vz. door; ten gevolge van. (12) [距離] van. ¶ 上から van boven. ¶ から van den morgen tot den avond; den geheelen dag. ¶ 此の見地からすれば van dit standpunt bezien. ¶ 病氣だから wegens ziekte. ¶ 子供の時から sinds zijn jeugd. ¶ 九時から始まります het begint om negen uur. ¶ それはから出來てゐる dit is van ijzer gemaakt. ¶ 火事はどこから出たのか waar is de brand begonnen?
nai
bn. binnenste; innerlijk; bw. binnen; vz. in; binnen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
zai
zn. (1) in het land. (2) voorstad (de) buitenwijk (de) (3) prefix. in [een plaats, gebouw, instelling]. ¶ オランダ大使館 zai oranda taishikan de ambassade in Nederland. ¶ 東京ブラジル総領事館 zai Tōkyō Burajiru sōryōjikan het consulaat-generaal van Brazilië in Tokio. ¶ イラク米軍 zai Iraku Beigun de legermacht van de VS in Irak.
teishō提唱
(zn., suru-ww) (1) Het bepleiten [voorstellen; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren] van een zaak; voorstel; verdediging; presentatie. ¶ 提唱する teishōsuru [een zaak; iets] bepleiten; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren. ¶ 提唱者 teishōsha voorsteller; pleiter; verdediger; presentator. ¶ 彼の学説が初めて提唱されたは、それを信じなかった。 Kare no gakusetsu ga hajimete teishōsareta toki wa, dare mo sore wo shinjinakatta. Toen zijn theorie voor het eerst werd gepresenteerd vond die geen enkele steun. ¶ 電力不足対策のスーパークールビズとして、ポロシャツやアロハシャツの着用が提唱された。Denryokubusoku taisaku no sūpākūrubizu to shite, poroshatsu ya arohashatsu no chakuyō ga teishōsarete. In het kader van de Super Cool Biz maatregel voor het bestrijden van energietekorten werd het dragen van poloshirts en alohashirts [hawaïshirts] bepleit. [NB Cool Biz en later Super Cool Biz waren initiatieven van de Japanse overheid om bedrijven te stimuleren het mogelijk te maken om de airco op een lagere temperatuur zetten door werknemers zich luchtiger te laten kleden] (2) (a) Het uitleggen [verklaren; uiteenzetten; behandelen] van iets; uitleg; verklaring; uiteenzetting; lezing. (b) specifiek het uitleggen van de doctrines in Zenboeddhisme. ¶ 提唱する teishōsuru uitleggen; verklaren; behandelen; uiteenzetten. ¶ 禅家の提唱 Zenke no teishō Catechetische vraag voor meditatie in Zen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <in>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
じゃja (1) dan; dus; nou (dan); in dat geval; als het zo zit; als dat zo is; (2) nu goed; okay dan; wel; nou (dan); welnu; ziezo; zo; (3) in; te [inform.; m.b.t. een plaatsaanduiding]; (4) qua; inzake; voor (zover); wat ~ betreft; wat ~ aangaat; als het op ~ aankomt; waar het ~ betreft; als het op ~ aankomt [inform.]; (5) afgaande op; naar ~ te oordelen; volgens ~ [inform.]; (6) bij [regen enz.]; met; voor [zo'n luttel bedrag enz.] [inform.; m.b.t. beding]; (7) me dunkt; dat ~ [elliptisch voor de informele uitgang ja nai n darō ka じゃないんだろうか]; (8) [onderdeel van de informele negatieve constructie ~ ja (~) nai ~じゃ(~)ない; blijft onvertaald]; (9) dag; dááág; tot ziens; tot kijk; doei; tsjuus; doeg [als afscheidsgroet; gevolgd door ne ね]
そもそもsomosomo (1) om te beginnen; in; op de eerste plaats; aanvankelijk; oorspronkelijk; ten eerste; eerst en vooral; in beginsel; in principe; feitelijk; in de grond; au fond; (2) in hemelsnaam; nu dan; wel; nu eigenlijk
たいtai [drukt een wens; verlangen uit] (graag) willen; wensen; verlangen; begeren; zou graag …; erop uit zijn; erop gebrand zijn; van zins zijn; begerig om; zin hebben om; in
de (1) […~] [duidt de plaats van handeling aan] in; te; op; (2) […~] [duidt een tijd; leeftijd aan] om; in; op; (3) […~] [duidt een collectief onderwerp aan]; (4) […~] [duidt een limiet; maatstaf aan] à; (5) […~] [duidt een gesteldheid aan] in; op z'n; met; al …de; (6) […~] [duidt een middel; methode; grondstof aan] met; per; door; door middel van; via; middels; (7) […~] [duidt een oorzaak; reden aan] door; wegens; vanwege; uit
としてtoshite (1) [drukt een hoedanigheid; positie uit] als; in z'n hoedanigheid van; (2) [drukt overgang naar een nieuw topic uit]; (3) […~…ない] [drukt een totaliteit zonder enige uitzondering uit]; (4) [duidt een gesteldheid aan] in; op z'n; met; al …de
とってもtottemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; enorm; verschrikkelijk; afschuwelijk; ijzig; bar; stom-; criant; gruwelijk; bitter; crimineel; gruwzaam; fantastisch; geweldig; ontiegelijk; gemeen; drommels; verdomd; machtig; duivels; verbazend; ijselijk; verduiveld; mirakels; allemachtig; formidabel; ellendig; moorddadig; reusachtig; reuze-; ontzaglijk; vervaarlijk; kolossaal; onwijs; schreeuwend; stinkend; danig; volslagen; faliekant; [inform.; veroud.] verhipt; (2) [~ない] geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet
にしてnishite (1) [partikel dat een tijd; plaats of toestand aangeeft] in; te; op; (2) [partikel dat nadruk legt]; (3) [partikel dat een voegwoordelijk verband legt]
にてnite (1) […~] [duidt een plaats aan] in; te; op; (2) […~] [duidt een tijd; leeftijd aan] om; in; (3) […~] [duidt een middel; methode; grondstof aan] met; per; door; door middel van; via; middels; (4) […~] [duidt een oorzaak; reden aan] door; wegens; vanwege; uit; (5) […~] [duidt een hoedanigheid; omstandigheid aan] als
に於けるniokeru [場所~] in; [学校~] op; [正午~] tijdens; [日本人~] onder; bij
ni (1) […~] [duidt tijdstip; plaats van handeling aan] om; in; te; op; aan; bij; (2) […~] [duidt de plaats aan waar iets; iem. zich bevindt of zich vertoont] in; te; op; (3) […~] [duidt een bestemming; richting aan] naar; (4) […~] [duidt het resultaat van een handeling; verandering aan] tot; (5) […~] [duidt een doel aan] naar; (6) […~] [duidt het meewerkend voorwerp aan] naar; (7) […~] [duidt reden; oorzaak of aanleiding aan] door; wegens; uit; van; (8) […~] [duidt een wijze; toestand aan]; (9) […~] [duidt een hoedanigheid; positie aan] als; in z'n hoedanigheid van; (10) […~] [duidt het geïmpliceerd of logisch onderwerp van een passief; causatief aan]; (11) […~] [duidt de basis van vergelijking of verhouding aan] op; per; voor elk; elke; (12) […~は] [honoratief onderwerpspartikel]; (13) […~…] [nadrukpartikel]; (14) […~思う; 聞く; 見る; 知る] [duidt een toestand; inhoud aan]; (15) […~] [duidt overdrachtelijkheid aan]
no (1) [drukt bezit; eigendom uit] van; -s; 's; (2) [drukt toebehoren uit] van; bij; (3) [drukt een locatie; verblijfplaats uit] in; te; (4) [drukt een plaats van handeling uit] in; te; (5) [geeft de tijd aan] in; (6) [duidt de auteur; uitvoerder aan] van; van de hand van; door; (7) [drukt een verband; hoedanigheid uit]; (8) [drukt een eigenschap; toestand uit]; (9) [duidt het materiaal aan] van; (10) [duidt een titel; naam aan]; (11) [duidt een hoeveelheid; rangorde aan]; (12) [duidt het object aan]; (13) [duidt een doel aan]; (14) [duidt een metafoor aan]; (15) [duidt het onderwerp van een handeling; toestand aan]; (16) […~ようだ; ごとし; まにまに] [verbindingswoord]; (17) [substitueert het onderwerp]; (18) [drukt een overdrachtelijke bepaling uit]; (19) […さま~] [drukt het lijdend voorwerp uit]; (20) […~ともに; むた] [drukt een aanhaling uit]; (21) [sandhivariant van o を na n ん]
ばらばらbarabara (1) uit; van elkaar; in; aan stukken; uiteen; stuk; (2) verspreid; uiteen; verstrooid; in het rond; her en der; hier en daar; sporadisch; aan; naar alle kanten; in alle richtingen; uiteengevallen; (3) onsamenhangend; inconsistent; incoherent; divers; uiteenlopend; warrig; verward; (4) [fig.] als een regen; hagel van ~; [m.b.t. regen] pletsend; [m.b.t. regen] kletterend; (5) [m.b.t. personen] wanordelijk te voorschijn komend
インin (1) [tennis] in geslagen bal; inbal; (2) [golf] in course [= laatste negen holes van een golfbaan]; (3) [atlet.] binnenbaan; (4) herberg; logement; hotel; (5) in
一気にikkini in één adem; zonder tussenpozen; zonder onderbreking; onafgebroken; non-stop; zonder te stoppen; aan één stuk (door); in enen; inenen door; achtereen; in één raffel; in één klap; in één beurt; in één keer; in één ruk; in; met één slag; in één teug
一翼を担うichiyokuwoninau een rol spelen bij; in; een factor zijn in; van invloed zijn op; bijdragen aan; tot; medewerken aan; iets te maken hebben met; aandeel hebben in
下手なhetana (1) onbedreven; onbehendig; ondeskundig; ongeoefend; onvakkundig; onbekwaam; onvaardig; ~ van de koude grond; (2) onhandig; slecht (onderlegd) in; zwak (in); minder; mager; pover; ongelukkig; onbeholpen; (3) klungelig; krukkig; knullig; stuntelig
下手heta (1) ondeskundigheid; onvakkundigheid; onbedrevenheid; onbehendigheid; ongeoefendheid; onvaardigheid; (2) onhandigheid; onbeholpenheid; (3) slecht werk; geknoei; geklungel; prutswerk; knoeiwerk; lorrenwerk; (4) onbedreven; onbehendig; ondeskundig; ongeoefend; onvakkundig; onbekwaam; onvaardig; ~ van de koude grond; (5) onhandig; slecht (onderlegd) in; zwak (in); minder; mager; pover; ongelukkig; onbeholpen; (6) klungelig; krukkig; knullig; stuntelig
fu in-; i-; il-; im-; ir-; on-; niet-; non- [voorvoegsel ter ontkenning van het in het tweede lid genoemde]
bu in-; i-; il-; im-; ir-; on-; niet-; non- [voorvoegsel ter ontkenning van het in het tweede lid genoemde]
与るazukaru (1) betrokken zijn bij; deelnemen aan; in; een rol spelen bij; een factor zijn in; de hand hebben in; deel hebben aan; bijdragen tot; meewerken aan; participeren in; aandeel hebben in; gekend worden in; (2) [お褒めに] genieten; [お招きに] ontvangen; deelachtig worden; delen in
juu (1) tijdens; gedurende (de; het hele …); de hele; het (ge)hele … door; het; de hele … rond; (2) door; in; over heel …; heel de; het (… door); -wijd; -breed; (3) in de loop van; binnen (een tijdspanne van); doorheen; door … heen
chuu (1) midden; tweede (van de drie); medium; middelgroot [gezegd van boekdelen (jōchūge 上中下); formaten (daichūshō 大中小) enz.]; (2) gemiddelde; middelmaat; [fig.] middenweg; (3) China; Chinees-; Sino-; (4) te midden van; onder; tussen; in; binnen [ter aanduiding van het zich bevinden in een ruimte]; (5) aan het …; tijdens; onder; gedurende; in de loop van; terwijl [ter aanduiding van het zich bevinden in een tijdsinterval of halverwege een actie]; (6) [maatwoord voor treffers]
naka (1) binnenste; binnenkant; inwendige; (2) midden; hart; (3) in; onder; in het midden van; te midden van; tussen; tijdens; gedurende; (4) (gulden) middenweg; tussenweg
乗降するjoukousuru in- en uitstappen; op- en afstappen; op- en afstijgen
乗降口joukouguchi (1) [列車; バスの] in- en uitstapdeur; [i.h.b.] balkon; (2) [luchtv.] gate; gateway
今風のimafuuno bijdetijds; trendy; modieus; in; modern; du jour; up-to-date; in de mode; fashionable; in zwang; nieuwerwets; eigentijds; contemporain; hedendaags
作曲するsakkyokusuru componeren; toonzetten; in; op muziek brengen; op muziek zetten; op noten zetten; [楽曲を] schrijven
内でuchide (1) binnen; in; (2) binnenshuis; thuis; (3) binnen; vóór het verstrijken van; tijdens; (4) vóór het einde van; alvorens; (5) onder; tussen
内にuchini (1) binnen; in; (2) binnenshuis; thuis; (3) binnen; vóór het verstrijken van; tijdens; (4) vóór het einde van; alvorens; (5) onder; tussen
uchi (1) binnenkant; [の~に] binnen; in; (2) [の~に] tijdens; terwijl; gedurende; [その~に] onderwijl; (3) [の~] onder; te midden van; (4) [~に] inwendig; vanbinnen; in het hart; in het gemoed; innerlijk; intern; (5) keizerlijk paleis; hof; (6) keizer; tenno; mikado; (7) echtgenote; echtgenoot; wederhelft; (8) [boeddh.] ons geloof; het boeddhisme; (9) ik; wij; [~の] mijn; ons
nai binnen ~; in ~; binnen in ~; binnens-; intra-
出で入るideiru in- en uitlopen; komen en gaan
出入りする ; 出入するdeirisuru (1) naar binnen en buiten gaan; in- en uitgaan; komen en gaan; over de vloer komen; (2) frequenteren; vaak (als klant) bezoeken
出入口 ; 出入り口deiriguchi deuropening; deurgat; in- en uitgang; doorgang; toegang; entree en exit; in- en uitrit
列するressuru (1) zich bevinden; behoren bij; gerekend worden tot; (2) bijwonen; aanwezig zijn bij; (3) een rang doen innemen; doen behoren tot; [貴族に] verheffen tot; in; opnemen in (een lijst)
劈頭にhekitouni allereerst; om te beginnen; in; op de eerste plaats; in eerste instantie
単数のtansuuno [taalk.] enkelvoudig; in; van het enkelvoud; enkelvouds-
in (1) zegel; stempel; cachet; merk; (2) [boeddh.] mudrā; symbolisch handgebaar; (3) afdruk; print; (4) indruk; impressie; (5) India; [afk.] Ind.
叙するjosuru (1) verheffen tot; in; opnemen in; promoveren tot; verhogen tot; verlenen; (2) onder woorden brengen; verwoorden; dichten; beschrijven; verhalen
同情するdoujousuru meevoelen met; in; sympathiseren met; deelnemen in; delen in; meeleven met; meelijden met; deelneming gevoelen; medelijden; erbarmen; mededogen; compassie; te doen hebben met; begaan; bewogen zijn met
in lid; werknemer; employé
in (1) reden; oorzaak; wezen; oorsprong; (2) [boeddh.; Ind.fil.] hetu [= hoofdoorzaak]; (a) gegrond zijn op; steunen op; (b) oorzaak; grond; (c) provincie Inaba
売買baibai koop en verkoop; in- en verkoop; [i.h.b.] koophandel; markthandel; handel; transactie; deal; affaire; zaken; markt
大概taigai (1) gewoonlijk; doorgaans; meestal; in; over 't algemeen; voornamelijk; hoofdzakelijk; in de eerste plaats; (2) misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; wellicht; waarschijnlijk; vermoedelijk
in (1) [astrol.] Tijger [naam van het 3e teken van de Chinese dierenriem]; (a) [astrol.] Tijger; (b) zich onthouden; discretie
審議中shingichuu in behandeling; in bespreking; in overweging; in studie; in beraad; in; ter discussie; ter tafel; aan de orde
当世風touseifuu (1) mode van vandaag; nieuwste mode; trend van de dag; tegenwoordige rage; de laatste smaak; (2) bijdetijds; trendy; modieus; in; modern; du jour; in de mode; fashionable; in zwang; nieuwerwets
徒歩toho (1) voet-; ~ te voet; (2) te voet; per pedes (apostolorum); op z'n apostelpaarden; in; met z'n apostelwagen
徒歩でtohode te voet; in; met z'n apostelwagen; op z'n apostelpaarden; per pedes (apostolorum)
従事するjuujisuru zich bezighouden (met); doen; in dienst zijn bij; werkzaam zijn bij; in
手許に ; 手元にtemotoni bij de hand; onder; in; binnen handbereik; bij zich; beschikbaar; voorhanden
手近tedhika (1) binnen; in; onder handbereik; vlak bij de hand; dicht in de buurt; vlakbij; dichtbij; dichtbijgelegen; nabij; nabijgelegen; kortbij; (2) vertrouwd; gewoon; bekend
手近にtedhikani binnen; in; onder handbereik; vlak bij de hand; dicht in de buurt; vlakbij; dichtbij; kortbij; vlak voor z'n neus; ogen
挿すsasu (1) inzetten; tussenvoegen; inlassen; invoegen; inbrengen; interpoleren; plaatsen tussen; in; zetten tussen; in; brengen tussen; in; opnemen (in); (2) [m.b.t. bloemen e.d.] schikken; (3) [m.b.t. stek van plant] planten; poten; in de grond steken; uitzetten
挿せるsaseru (1) kunnen inzetten; kunnen tussenvoegen; kunnen inlassen; kunnen invoegen; kunnen inbrengen; kunnen interpoleren; kunnen plaatsen tussen; in; kunnen zetten tussen; in; kunnen brengen tussen; in; kunnen opnemen (in); (2) [m.b.t. bloemen e.d.] kunnen schikken; (3) [m.b.t. stek van plant] kunnen planten; kunnen poten; in de grond kunnen steken; kunnen uitzetten
捌くsabaku (1) goed uiteenhouden; niet verwarren; in het gareel houden; (2) kundig behandelen; in; op orde brengen; handig aanpakken; klaarspelen; regelen; afhandelen; oplossen; settelen; (3) uitleggen; uiteenzetten; uit de doeken doen; (4) van de hand doen; zetten; verkopen; (5) [髪; 裾を] losmaken; (6) [cul.] [鴨; 魚を] in plakken; stukken snijden; voorsnijden; trancheren; scheiden; (7) zich opvallend gedragen; (8) [shōgi] [駒を] oordeelkundig verzetten; hanteren; [honkb.] [球を] fielden; (9) [遊女が] iem. als klant afwijzen; weigeren
数々kazukazu (1) [~の] veel; vele; talrijke; diverse; ettelijke; een groot aantal; (2) veel; heel wat; in overvloed; bij hopen; rijkelijk; overvloedig; in grote aantallen; hoeveelheden; in; bij groten getale; [form.] in menigvoud
整頓するseitonsuru in; op orde brengen; opruimen; redderen; opredderen; aan kant brengen; uitmesten; [Belg.N.] opkuisen
於けるokeru [に~] in; op; tijdens; onder; bij
最初にsaishyoni eerst; ten eerste; in; op de eerste plaats; primo; om te beginnen; in het begin; bij aanvang; aanvankelijk
有り難くarigataku dankbaar; onder dankzegging; in; met dank; dankend
朝方asagata 's ochtends; in; tegen de ochtend
概してgaishite in; over 't algemeen; globaal genomen; over het geheel genomen; alles bij elkaar; ruwweg; doorgaans
沢山takusan (1) veel; een groot aantal; een menigte; een grote hoeveelheid; menig; heel wat; plenty; zat; een heleboel; een hoop; stapel; berg; zee van; massa; talrijk; massa's; horden; zeeën; [inform.] tig(-tal); (2) veel; heel wat; in overvloed; bij hopen; rijkelijk; overvloedig; in grote aantallen; hoeveelheden; in; bij groten getale; [form.] in menigvoud; (3) voldoende; genoeg; goed genoeg; toereikend; [i.h.b.] meer dan genoeg
bu in-; i-; il-; im-; ir-; on-; niet-; non- [voor taigen gevoegd prefix ter ontkenning van het in het grondwoord genoemde]
熟すkonasu (1) aan; in; tot gruis slaan; in stukken breken; uit elkaar doen vallen; stukbreken; brekend stukmaken; vergruizen; vergruizelen; verpulveren; verkruimelen; fijnmaken; (2) verteren; verwerken; digereren; (3) afhandelen; behandelen; [仕事を] klaren; opknappen; doen; afdoen; volbrengen; afmaken; afwerken; klaarspelen; fiksen; (4) verkopen; van de hand doen; zetten; (5) [役を] spelen; brengen; zijn rol volhouden; in zijn rol blijven
瞬間shyunkan (1) korte tijd; ogenblik; moment; [fig.] seconde; [gew.] roef; (2) [adv.] ogenblikkelijk; [adv.] onverwijld; [adv.] terstond; [adv.] onmiddellijk; [adv.] dadelijk; [adv.] direct; [adv.] in een oogwenk; [adv.] in een mum van tijd; [adv.] in een flits; [adv.; veroud.] instantelijk; [gew.] in; op een roef
粉々konagona [~に] aan; in stukken; in fragmenten; in brokken; in; tot gruis; tot stof; aan gruzelementen; gruizelementen; gruzementen; gruizementen; uit elkaar; tot poeder; [volkst.] in de poeier; tot pulver; tot kruim; in duigen; [gew.] in brijzels
粉々にkonagonani aan; in stukken; in fragmenten; in brokken; in; tot gruis; tot stof; aan gruzelementen; gruizelementen; gruzementen; gruizementen; uit elkaar; tot poeder; [volkst.] in de poeier; tot pulver; tot kruim; in duigen; [gew.] in brijzels
総じてsoujite (1) globaal; ruim genomen; in; over 't algemeen; ruwweg; over het geheel genomen; alles bij elkaar; (2) geheel; integraal; volledig; compleet
総体soutai (1) geheel; totaal; (2) in; over 't algemeen; globaal genomen; alles bij elkaar (genomen); over het geheel genomen; in summa; generaliter; grosso modo
総括的にsoukatsutekini alles inbegrepen; in zijn geheel; allesomvattend; alomvattend; collectief; totaal; globaal; in grote trekken; over het algemeen; in totaal; in; als massa; en masse; en bloc
in (a) lommer; schaduw; (b) verhullen; verbergen; (c) gunst; hulp; (d) familiebegunstiging; (e) weelderige groei
誘い込むsasoikomu (1) uitnodigen binnen te komen; binnenvragen; (2) uitnodigen mee te doen; vragen deel te nemen; iem. verleiden iets te doen; iem. overhalen iets te doen; iem. verlokken aan iets mee te doen; meelokken; iem. leiden tot; in
era (1) voortreffelijk; uitmuntend; uitstekend; superieur; excellent; outstanding; preëminent; (2) erg; zeer; heel; ontzettend; geweldig; hartstikke; vreselijk; enorm; (3) buitengewoon ~; extra ~; super ~; in-
貴族に叙するkizokunijosuru in; tot de adelstand verheffen; adelen
迚もtotemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk [overdreven enz.]; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; verschrikkelijk [slecht enz.]; afschuwelijk [vervelend enz.]; ijzig [kalm enz.]; bar [vervelend enz.]; stom [vervelend enz.]; criant [vervelend enz.]; gruwelijk [vervelend enz.]; bitter [arm enz.]; crimineel [koud enz.]; gruwzaam [kil enz.]; fantastisch [goedkoop enz.]; geweldig [goed enz.]; ontiegelijk [rijk enz.]; gemeen [koud enz.]; drommels [goed enz.]; verdomd [handig enz.]; machtig [mooi enz.]; duivels [ingewikkeld enz.]; verbazend [veel enz.]; ijselijk [lelijk enz.]; verduiveld [aardig enz.]; mirakels [gelukkig enz.]; allemachtig [interessant enz.]; formidabel [goed enz.]; ellendig [heet enz.]; moorddadig [goed enz.]; reusachtig [aardig enz.]; reuze [veel enz.]; ontzaglijk [veel enz.]; vervaarlijk [groot enz.]; kolossaal [groot enz.]; onwijs [hard enz.]; enorm; schreeuwend [duur enz.]; stinkend [jaloers enz.]; danig; volslagen; faliekant; [inform.; veroud.] verhipt [warm enz.]; [~少ない] bedroevend; (2) geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet [i.c.m. negatie]
通例tsuurei (1) algemene gewoonte; normale gang van zaken; (2) gewoonlijk; naar gewoonte; doorgaans; in de regel; gebruikelijk; door de band; normaliter; in; over het algemeen
都内tonai (1) in de hoofdstad; (2) in Tokio; in; binnen de metropool
kan (1) periode; tijdspanne; gedurende ~; in ~; (2) tussen ~ en ~; van ~ tot ~
in (1) tempel; (2) heiligdom; (3) villa; residentie; (4) hof; paleis van een teruggetreden keizer; keizerin; (5) college; raad; (6) in [= eretitel van een teruggetreden keizer of ingetreden ex-keizer]; (7) hofhoudende keizerin; (8) convent; (9) overheidsinstantie; instantie; orgaan; gremium; (10) [Jap.gesch.] in [= soort van particulier domein]; (11) [boogschieten] in [= zwarte ringen op een schietschijf]; (12) [achtervoegsel achter de postume titel van een keizer; ex-keizer; keizerin]; (13) [achtervoegsel achter de postume boeddhistische naam van bv. shoguns]; (14) [achtervoegsel achter een tempelnaam]; (15) [achtervoegsel achter de naam van een instelling; instituut; academie; kamer]; (16) [maatwoord voor ziekenhuizen]; (17) [maatwoord voor tempels]; (a) omheining; omheinde villa; (b) instelling; college; tempel; (c) paleis of titel van een ex-keizer; keizerin; (d) [afkorting van 画院、林院、鉄道院、 日本美術院 of 大学院]; (e) ziekenhuis; kliniek
in (1) duister; donker; schaduw; (2) het negatieve; (3) yin; het passieve; vrouwelijke beginsel in de kosmos
雌 ; 牝mesu (1) [biol.; dierk.] wijfje; vrouwtje; vrouwelijk dier; wijfjesdier; (2) [biol.; dierk.] wijfjes-; vrouwtjes-; -in
hi (1) vergissing; dwaling; abuis; fout; schuld; [form.] feil; verkeerdheid; gebrek; onvolkomenheid; (2) nadeel; ongunstige situatie; (3) niet-; on-; non-; in-; il-; im-; ir-; -vrij
in rijm; rijmklank
順次junji in; op volgorde; achterelkaar; achtereenvolgens; elk op z'n beurt; successievelijk; geleidelijk; stap voor stap; één voor één
食い込むkuikomu (1) inbijten op; in; invreten op; in; inknagen in; insnijden in; diep ingaan; zich heen werken door; eroderen; corroderen; (2) aantasten; knagen aan; inbreken in; inbreuk maken op; diep ingrijpen in; erin hakken; [時間に] beslag leggen op; een aanslag doen op; (3) [hand.] in de rode cijfers komen; een tekort; nadelig saldo opleveren; een verlies lijden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.65 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 87 treffers (zoekopdracht: 'in', strategie: exact). 
2005-2021