日蘭辭典+

9 resultaten voor ‘in brand steken’
日蘭辭典 (trefwoord)
hi
zn. (1) [] vuur o. (2) [災] brand m. (3) [焔] vlam v. ¶ を附ける een huis in brand steken. ¶ 煙草を附ける een sigaar aansteken. ¶ 附く in brand vliegen; beginnen te branden. ¶ 呼ぶ licht ontvlambaar zijn.
kakeruかける
(掛ける, 懸ける) (1) [吊す] ophangen; hangen. (2) [計量する] wegen. (3) [かけ渡す] bouwen; leggen; slaan. (4) [果す] opleggen; heffen. (5) [心配を] veroorzaken; bezorgen. (6) [, 時間を] besteden. (7) [錠を] sluiten. (8) [乘ずる] vermenigvuldigen. (9) [注ぎかける] besprenkelen. i.w. (10) [腰を] gaan zitten. t.w. (11) [を放す] in brand steken. (12) [掛を] afbetalen. (13) [交尾さす] laten paren. (14) [著せる] aankleeden; bekleeden met. (15) [上へ廣げる] overdekken met; overspreiden. (16) [鑑定に] onderwerpen aan. ¶ 電話線をかける telefoon aanleggen. ¶ 刷毛をかける afborstelen. ¶ かける vier met drie vermenigvuldigen. ¶ 電報をかける telegram zenden; telegrafeeren. ¶ 電話を掛ける telefoneeren; opbellen. ¶ 醫者かける dokter consulteeren. ¶ 氣に掛ける ter harte nemen. ¶ 問を掛ける vraag richten tot. ¶ 思を掛ける verliefd worden op. ¶ 讀み掛ける beginnen te lezen. ¶ に掛ける op het vuur zetten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <in brand steken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
燃やす moyasu verbranden; aansteken; aanmaken; in brand steken; in vlam zetten; in de hens steken; in de hens zetten; doen (ont)branden; doen (op)vlammen; aan de vlammen prijsgeven; verassen
点火する tenkasuru aansteken; ontsteken; doen ontbranden; in brand steken
付ける tsukeru (1) bevestigen aan; aanbrengen; aanleggen; vasthechten; vastmaken; [役馬を] spannen voor; aanhechten; hechten; [翻訳を] toevoegen; [×印を] aankruisen; [印を] afdrukken; [器具を] installeren; monteren aan; aanleggen; [接着剤で] plakken; [バター; クリーム; ジャムを] smeren; [しみを] maken; aanmaken op; (2) [傷; 跡を] achterlaten; nalaten; (3) zich eigen maken; aanleren; zich verwerven; [習慣を] zich aanwennen; [力を] opdoen; (4) [乳母を] engageren; aannemen; in de arm nemen; (5) [注意; 目を] vestigen op; [犯人; 車を] schaduwen; volgen; (6) [条件を] opleggen; [疑問符; コメント; 注文を] plaatsen; zetten; [名; 味を] geven; [実; 利子を] dragen; [点を] toekennen; (7) [料理を] opdienen; serveren; [仕事に片を] regelen; afdoen; afhandelen; zijn beslag geven; voor elkaar brengen; (8) [正札を] hechten; [値を] voorzien van; stellen op; (9) opschrijven; opnemen; noteren; aantekenen; boeken; [日記を] bijhouden; houden; (10) 10. [手を] beginnen met; aanvangen; [連絡を] opnemen; [火を] aanleggen; in brand steken
放火する houkasuru brand stichten; aansteken; in brand steken; in de fik steken; in de hens zetten
焚く taku (1) stoken; doen branden; [i.c.m. ストーブを] aansteken; [i.c.m. フラッシュ; ストロボを] gebruiken; [i.c.m. 火を] maken; (2) verbranden; in brand steken; in vlam zetten; (3) [badwater enz.] warmen; verwarmen; verhitten; heet; warm maken; [oneig.] klaarmaken; (4) [i.c.m. 香を] branden
焼く; 妬く yaku (1) branden; verbranden; in brand steken; in de hens steken; cremeren; verassen; aan de vlammen prijsgeven; incinereren; (2) verhitten; heet maken; doen gloeien; [m.b.t. metaal] roosten; (3) verkolen; (ver)schroeien; (ver)zengen; [m.b.t. aardewerk] bakken; blakeren; [m.b.t. kristalzouten] decrepiteren; [m.b.t. zouten] afknappen; (4) grillen; grilleren; roosteren; barbecueën; braden; bakken; [m.b.t. maïs] poffen; toast maken van; (5) [gezegd van de zon m.b.t. iems. huid; vel] bruinen; (6) [m.b.t. foto's] afdrukken; [m.b.t. cd-rom] branden; (7) [m.b.t. wond] uitbranden; cauteriseren; [m.b.t. een wrat] afbranden; (8) [iem.] benijden
掛ける kakeru (1) ophangen; hangen; behangen; [鉤に] vasthaken; [十字架に] slaan; [審議に] aanhangig maken; (2) zetten tegen; plaatsen tegen; (3) bedekken; afdekken; spreiden over; overspreiden; overdekken; leggen op; [火に] op het vuur zetten; (4) [ケーブルを] leggen; [橋を] aanleggen; slaan; bouwen; installeren; (5) gaan zitten; plaatsnemen; zich neerzetten; (6) besprenkelen; gieten over; uitgieten over; begieten; bestrooien; [火を] in brand steken; [サラダにドレッシングを] aanmaken; (7) [眼鏡を] opzetten; [ショールを] omdoen; bekleden met; aankleden; (8) [ボタンを] dichtdoen; vastmaken; [錠を] sluiten; grendelen; vergrendelen; (9) [電話を] telefoneren; bellen; opbellen; een telefoontje plegen; [電報を] telegraferen; (10) 10. wegen; het gewicht vaststellen; (11) 11. vermenigvuldigen; (12) 12. [望みを] een wens doen; z'n hoop vestigen op; [問いを] richten; [思いを] verliefd worden op; [人に…の疑いを] aankijken op; (13) 13. [税を] opleggen; heffen; [面倒を] berokkenen; veroorzaken; bezorgen; aandoen; [心配を] met bezorgdheid vervullen; bezorgdheid teweegbrengen; zorgwekkend zijn; zorgen baren; verontrusten; troebleren; (14) 14. [機械を] aanzetten; [目覚し時計を] zetten; [ミシンを] met; op de machine naaien; [アイロンを] strijken; [レコード; CDを] opzetten; afdraaien; [時計のねじを] opwinden; (15) 15. [暇; 金を] besteden aan; (16) 16. [賞金を] uitloven; (17) 17. [診療に] onder medische behandeling plaatsen; onderwerpen aan; laten opnemen; [裁判に] voor het gerecht brengen; voor de rechter brengen; voorbrengen; laten voorkomen; consulteren; (18) 18. [雌牛を雄牛に] stieren; naar; onder de stier brengen; laten paren; laten bollen; (19) 19. [心に] denken aan; in acht nemen; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'in brand steken', strategie: exact). 
2005-2019