日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘in de eerste plaats’
日蘭辭典 (trefwoord)
ichi
telw. een; de eerste (第一); zn. aas (カルタの) o. ¶ 一も二もなく zonder eenige discussie. ¶ 一も二もなく斷る botweg weigeren. ¶ 第一に in de eerste plaats; eerstens. ¶ 一か八か erop of eronder; alles of niets. ¶ 一から十まで in alle opzichten; van begintot eind. ¶ 一と言って二とさがらぬ onovertroffen. ¶ 一を聞いて十を知る voor een goed verstaander is een half woord genoeg.
nani
vnw. wat; eenig; tw. wat! hoe! ¶ を隠さう ronduit gezegd. ¶ を言っても wat men ook mag zeggen. ¶ はさて措き in de eerste plaats. ¶ が要るか wat wou je?; wat moet je? ¶ にせよ hoe het ook zij. ¶ なに、あの人が死んだって wat!; is hij dood?
mazu先づ
(先ず) bw. (1) [第一に] in de eerste plaats; om te beginnen. (2) [凡そ] ongeveer; zoo wat; zoo goed als. (3) [では] wel; nu dan. ¶ 先づ第一に in de eerste plaats. ¶ 先づ十里 ongeveer tien mijl. ¶ 先づ見込がない zoo goed als geen hoop. ¶ 先づ水曜として置くwel, zullen we zeggen woensdag?
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <in de eerste plaats>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
主として shutoshite voornamelijk; hoofdzakelijk; vooral; bovenal; in de eerste plaats; voor het grootste deel; gedeelte; grotendeels; overwegend
全体 zentai (1) in de eerste plaats; om te beginnen; eerst en vooral; (2) wat ~ toch; wat ~ in 's hemelsnaam; wat ~ in vredesnaam; wat ~ in godsnaam; (3) in het geheel; alles samen; alles bij elkaar (genomen); in totaal; in toto [gevolgd door de で]; (4) in het algemeen; over het geheel; generaliter; globaal genomen [gevolgd door ni に]; ; geheel; totaliteit; totaal; [attr.] heel; [attr.] al(le)
取り敢えず toriaezu (1) alvast; vast; om te beginnen; vooreerst; in de eerste plaats; eerst nog wat; (2) voorlopig; vooreerst; voorshands; vooralsnog
大概 taigai (1) gewoonlijk; doorgaans; meestal; in; over 't algemeen; voornamelijk; hoofdzakelijk; in de eerste plaats; (2) misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; wellicht; waarschijnlijk; vermoedelijk
第一 daiichi in de eerste plaats; om te beginnen; in eerste instantie; ten; als eerste; primo; voorop; bovenal; vooral; vóór alles; in elk geval; eigenlijk; ; (1) belangrijkste ~; voornaamste ~; grootste ~; hoofd-; primair; ~ nummer een; leidend; (2) eerst(e); aanvangs-; begin-
先ず mazu (1) eerst; om te beginnen; ten eerste; in de eerste plaats; op de eerste plaats; primo; allereerst; voor alles; bovenal; vooral; (2) alvast; vast; in ieder geval; (3) zeker; vast; gewis; haast; praktisch; nagenoeg; vrijwel; welhaast; alles samengenomen
始めに hajimeni vroeg [in mei enz.]; begin [maart enz.]; allereerst; eerst; ten eerste; primo; om te beginnen; in de eerste plaats; op de eerste plaats; in eerste instantie; in het begin; aan het begin; bij het begin; van het begin af; aanvankelijk; oorspronkelijk; bij aanvang; bij de start; [bijb.] in den beginne; in de aanhef van
主に omoni (1) vooral; voornamelijk; in de eerste plaats; (2) meestal; over het algemeen
からして karashite (1) […~] sedert; sinds; na; (2) […~] in de eerste plaats; vooreerst; in 't bijzonder; nota bene; uitgerekend; neem nu; alleen al; (3) […~みると] [partikel dat de grond tot een oordeel aangeeft] op grond van; (4) […~] [redengevend partikel] omdat; wegens; daar; vermits
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'in de eerste plaats', strategie: exact). 
2005-2019