日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘invloed’
日蘭辭典 (trefwoord)
aterareru當てられる
(当てられる) geraakt worden; onder den invloed zijn van; vergiftigd zijn door. ataru も見よ.
chikara
zn. (1) [] kracht v. (2) [權] macht v.; invloed m. (3) [能力] bekwaamheid v.; vermogen o. (4) [效果] doeltreffendheid v.; doelmatigheid v. (5) [助] steun m. (6) [氣力] energie v.; geestkracht v. (7) [語勢] nadruk m.; klem v. ¶ の及ぶ限り naar zijn beste vermogen. ¶ に任せて uit alle macht. ¶ 人のになる iemand tot steun zijn. ¶ を籠めて言ふ met nadruk zeggen. ¶ を落す den moed verliezen. ¶ 之にを得て hierdoor aangemoedigd. ¶ 不滅 behoud van arbeidsvermogen. ¶ calorische energie.
jōzuru乘ずる
(乘じる、乗じる、乗ずる) t.w. (1) [かける] vermenigvuldigen. i.w. (2) [つけこむ] gebruik maken van; zich bedienen van; gelegenheid aangrijpen. ¶ に乘じて bij gelegenheid van; onder den invloed van. ¶ 六に六を乘ずると三十六となる zes-maal zes is zes en dertig; 6×6=36.
kan-zuru感ずる
(kanjiru, 感じる) t.& i.w. gevoelen; i.w. het gevoel hebben; den indruk hebben; bewogen worden door; den invloed ondergaan van; reageeren op. ¶ 空腹を感ずる honger hebben. ¶ 寒さを感ずる het koud hebben. ¶ 感ずる dankbaar zijn. ¶ 感ぜぬ ongevoelig voor. ¶ 刺激に感ずる reageeren op een prikkel.
kan-suru關する
(関する) i.w. (1) [關係する] verband houden met; in betrekking staan tot; t.w. aangaan; betreffen. i.w. (2) [影響] van invloed zijn op. (3) [干涉]する] zich bemoeien met.
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
SUPPLEMENT (trefwoord)
shōrisha勝利者
zn. winnaar; overwinnaar; veroveraar. ¶ 群集は勝利者を歓呼して迎えた。 Gunshū wa shōrisha wo kankoshite mukaeta. De menigte verwelkomde de winnaar met gejuig. (TTC) ¶ 最終の勝利者は後白河であったが、両乱を通じて武士を利用したため、その後の武士の台頭を許すこととなった。 Saishū no shōrisha wa Goshirakawa de atta ga, ryōran wo tsūjite bushi wo riyōshita tame, sonogo no bushi no taitō wo yurusu koto to natta. De uiteindelijke winnaar was Goshirakawa, maar omdat hij bij de oorlogen gebruik had gemaakt van Samurai stond dit later die Samurai toe politieke invloed te verkrijgen. (BCWK)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <invloed>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
勢い ikioi vanzelfsprekend; daaruit volgend; als natuurlijk gevolg; voortvloeiend; onvermijdelijk; noodzakelijk; volgens de natuurlijke gang der zaken; ; (1) kracht; (2) energie; vitaliteit; gezondheid; zwier; gedrevenheid; (3) macht; invloed; gezag; autoriteit; (4) drang; vaart; impuls; impetus; prikkel; (5) natuurlijke gang van zaken; loop der dingen; tendens; trend; (6) strekking; stemming; toon
勢力 seiryoku macht; kracht; sterkte; invloed; influentie; overwicht
chikara (1) kracht; macht; energie; force; invloed; potentie; [i.h.b.] geweld; [volkst.] forsie; (2) sterkte; kracht; moed; (3) hulp; behulp; middelen; (4) kracht; inspanning; moeite; (5) vermogen; kunnen; capaciteit; bekwaamheid; vaardigheid
作用 sayou (1) werking; actie; proces; functie; (2) invloed; effect
haba (1) breedte; wijdte; omvang; (2) marge; verschil; speelruimte; (3) ruimte; speling; [w.g.] latitude; vrijheid; (4) invloed; overwicht
憚る habakaru (1) moeizaam vorderen; (2) gewichtig doen; grootdoen; zich nadrukkelijk doen gelden; invloed; macht uitoefenen; de baas spelen; (3) woekeren; om zich heen grijpen; zich verbreiden; ; [外聞を] beducht zijn voor; duchten; schromen; ontzien; vrezen; schuwen; bang zijn te; terugschrikken; vermijden; mijden; zich generen; terughoudend zijn; aarzelen; scrupules hebben
加減 kagen (1) het optellen en aftrekken; (2) toegeving; (3) de mate van ~; (4) smaak(toevoeging); kruiding; (5) aanpassing; (6) invloed; (7) gezondheidstoestand; conditie; (8) kans; (bij) toeval
関係 kankei (1) relatie; betrekking; verhouding; verwantschap; verband; bemoeienis; bemoeiing; (2) deelname; aandeel; (3) invloed; (4) (seksuele) relatie; omgang
響き hibiki (1) geluid; klank; galm; gegalm; (2) weergalm; weerklank; resonantie; nagalm; naklank; echo; reverberatie; (3) invloed; weerslag; effect; werking
煽り aori (1) [風の] windstoot; windvlaag; vlaag; windinvloed; zuiging; (2) invloed; effect; weerslag; terugslag; (3) aansporing; aanzetting; aanstichting; instigatie; beïnvloeding; [i.h.b.] intimidatie; (4) [theat.] gesticulatie met waaier waarmee de portier toeschouwers tracht te lokken; (5) [m.b.t. leeuwendans] romp van de leeuw; (6) wan om graankorrels op gewicht te sorteren; (7) [foto.] tilt; tilling; (8) [m.b.t. tijdschrift; krant] als teaser bedoelde inleiding tot een artikel; (9) [beurst.] manipulatie van de koers; markt; (10) 10. het bumperkleven
影響する eikyousuru beïnvloeden; invloed; impact; (uit)werking; effect hebben; van invloed zijn; influenceren; inwerken op; werken op; vermogen; [w.g.] influeren
影響 eikyou invloed; inwerking; influentie; impact; effect; uitwerking; repercussie; weerslag; beïnvloeding
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'invloed', strategie: exact). 
2005-2020