日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘inzien’
日蘭辭典 (trefwoord)
tokoro處、所
(ところ) zn. (1) [場所] plaats v. (2) [住所] woonplaats v.; verblijfplaats v. (3) [位置] positie v. (4) [土地] streek v. (5) [] punt o. (6) [] ding o. (7) [] moment o. (8) [場合] gelegenheid v. ¶ hoewel. ¶ では voor zoover; in zooverre als. ¶ 僕の見るでは naar mijn oordeel; mijns inziens.
rikai理解
zn. begrip o.; inzicht o.; bevatting v. ¶ 理解する begrijpen; vatten; inzien; (俗) snappen. ¶ 理解し難い onbegrijpelijk. ¶ 理解が鈍い traag van begrip; onbevattelijk. ¶ 理解力 bevattingsvermogen; begrip.
shiru知る
t.w. weten; kennen; i.w. op de hoogte zijn van; t.w. (解る) begrijpen; inzien. ¶ 知る限りでは voor zoover ik weet; ¶ 手紙知る uit een brief te weten komen.
yomu讀む
(読む) t.w. (1) [を] lezen. (2) [を] inzien; doorzien. (3) [吟詠] zingen. (4) [詩を] dichten.
kokoroeru心得る
t.w. (1) [會得する] weten; begrijpen; inzien. i.w. (2) [と思ふ] beschouwen als; houden voor. ¶ 心得ました ik heb u begrepen; ik zal er voor zorgen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
etsuran閲覧
(zn.; suru-ww.) (boek, catalogus, etc.) inzien; bladeren; browsen; raadplegen; het [web, internet, bestanden op een computer] browsen [doorzoeken, raadplegen, etc.]; consulteren; inspecteren. ¶ 閲覧ソフト etsuran sofuto browser software; browser (cf. ブラウザー burauzaa). ¶ 閲覧室 etsuranshitsu leeszaal. ¶ 閲覧机 etsuranzukue (tafel of bureau om aan te lezen of studeren, zoals je in een bibliotheek zou kunnen aantreffen). ¶ 閲覧用目録 etsuranyō mokuroku publieke catalogus. ¶ ネット閲覧に費やす時間を減らそうと思うNetto etsuran ni tsuiyasu jikan wo harasō to omou. Ik ben van plan minder tijd aan internet besteden. (blog)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <inzien>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
存じる zonjiru (1) denken; vinden; geloven; menen; houden voor; achten; beschouwen; aannemen; veronderstellen; (2) weten; kennen; begrijpen; bekend zijn met; beseffen; zich bewust zijn van; inzien
存ずる zonzuru (1) denken; vinden; geloven; menen; houden voor; achten; beschouwen; aannemen; veronderstellen; (2) weten; kennen; begrijpen; bekend zijn met; beseffen; zich bewust zijn van; inzien
諦観する teikansuru (1) doorgronden; in z'n essentie doorzien; inzien; begrijpen; vatten; [lit.t.] doorschouwen; (2) berusten in; zich schikken in; zich neerleggen bij; het filosofisch opnemen
受け取る uketoru (1) ontvangen; in ontvangst nemen; aannemen; opvatten; (2) geloven; aannemen; als waar beschouwen; voor zoete koek slikken; als juist aanvaarden; als zo zijnd aanvaarden; begrijpen; inzien
一覧する ichiransuru doorkijken; doorlopen; inkijken; inzien; nakijken; eens even bekijken; doorbladeren; nalezen; doorlezen; overlezen; [Belg.N.] overlopen; vluchtig doornemen; een kijkje nemen; eens kijken naar; een oogje wagen aan; een blik werpen; gunnen op; een blik slaan in; in ogenschouw nemen; z’n ogen laten gaan over
解す gesu (1) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; inzien; (2) oplossen; losmaken; (3) ontslaan; ontbinden; ontheffen; (4) aan een hogere instantie voorleggen; ; begrijpen; verstaan; snappen; vatten; inzien
分かる wakaru (1) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; zien; inzien; beseffen; te weten komen; beetkrijgen; er achter komen; hoogte krijgen van; er wijs uit kunnen (worden); herkennen; onderkennen; kunnen volgen; begrijpelijk zijn; zich een begrip vormen van; (2) begrip kunnen opbrengen voor; begip tonen; begripvol zijn; redelijk zijn; (3) blijken (te zijn); duidelijk worden; aan het licht komen; vinden; weten; kennen; geïdentificeerd zijn; (4) waarderen; appreciëren; gevoel hebben voor; verstand hebben van; smaken
知る shiru (1) kennen; weten; bekend zijn met; weet hebben van; [veroud.] kundig zijn van; (2) beseffen; zich realiseren; (zich) bewust zijn (van); erkennen; inzien; begrijpen; gewaarworden; ontdekken; aan de weet komen; snappen; (3) ondervinden; ervaren; leren kennen; (be)merken; bespeuren; voelen; [i.h.b., bijb.] bekennen; (4) enig idee; vermoeden hebben; eruit opmaken; afleiden; [form.] bevroeden; (5) te maken hebben met; bemoeienis hebben met; aangaan
承知する shouchisuru (1) begrijpen; weten; kennen; beseffen; inzien; onderkennen; snappen; verstaan; zich bewust zijn van; (2) instemmen (met); akkoord gaan; toestemmen (in); inwilligen; ingaan op; (3) toestaan; toelaten; goedkeuren; zijn fiat; goedkeuring geven aan; accepteren; over zijn kant laten gaan; [inform.] pikken
認める mitomeru (1) opmerken; zien; bespeuren; bekennen; waarnemen; in de gaten hebben; getuige zijn van; (2) [schuldig enz.] bevinden; vinden; achten; menen; oordelen; beschouwen; aanzien; houden voor; van mening zijn dat; (3) toegeven; erkennen; inzien; aanvaarden; accepteren; aannemen; honoreren; goedkeuren; toelaten; toestaan; sanctioneren; (4) erkennen; waarderen; appreciëren
見方 mikata (1) visie; standpunt; opvatting; optiek; invalshoek; perspectief; oogpunt; gezichtshoek; gezichtspunt; zienswijze; benaderingswijze; insteek; inzien; kijk; (2) manier van kijken; kijkwijze; kijkmethode
見る miru (1) [iets bij wijze van proef doen]; (2) als je zou …; mocht je …; [gew.] moest je … [eindigend op de partikels ば of と]; (3) nu …; nou …; in de zich thans voordoende situatie dat … [eindigend op het partikel ば]; (4) wanneer …; toen … [eindigend op de partikels ば of と]; (5) ware … het geval; ; (1) zien; kijken (naar); [inform.] loeken; bekijken; bezien; aanzien; aankijken; gadeslaan; bezichtigen; beschouwen; [arch.] aanschouwen; [lit.t.] blikken; [Barg.] brillen; [Barg.] spannen; afgaande op …; getuige [het feit dat … enz.]; te oordelen naar …; uitgaande van …; (2) lezen; doorkijken; [新聞を] doorlopen; inzage nemen; inzien; naslaan [in een woordenboek e.d.]; raadplegen; consulteren; nazien; nagaan; checken; controleren; (3) ervaren; meemaken; ondervinden; beleven; (4) zorgen voor; verzorgen; passen op; letten op; toezien op; behartigen; waken over; toezien op; verplegen; [面倒を] zich aantrekken
心得る kokoroeru (1) begrijpen; verstaan; inzien; bevatten; snappen; doorzien; kunnen volgen; (2) te weten komen; vernemen; kennis nemen van; ergens achter komen; (3) beschouwen als; houden voor; veronderstellen ~ te zijn; bezien als; aanzien als; (4) goedkeuren; instemmen met; toestemmen; toestemming geven voor; akkoord gaan met; akkoord zijn met; het eens zijn met
捕らえる toraeru (1) vatten; pakken; grijpen; vangen; snappen; klissen; (2) te pakken krijgen; weten te vangen; [de kans] krijgen; [een idee] aangrijpen; bemachtigen; de hand leggen op; beetpakken; beetkrijgen; beetnemen; weten vast te leggen; [fig.] captiveren; (3) gevangennemen; arresteren; aanhouden; oppakken; inrekenen; [uitdr.] in de kraag vatten; [m.b.t. een bende] oprollen; [Barg.] schutten; (4) snappen; verstaan; komen achter [de waarheid enz.]; (kunnen) volgen; beethebben; begrijpen; bevatten; inzien; omvatten; (5) opvangen; zien; bemerken; gewaarworden; (6) aangrijpen; aanpakken; aandoen; roeren; ontroeren; treffen; raken; een diepe indruk maken op
洞察する dousatsusuru inzicht; doorzicht hebben; inzien; doorzien; doorgronden; penetreren; onderkennen; peilen
悟る satoru (1) de spirituele verlichting bereiken; [boeddh.] satori ervaren; (2) inzien; doorhebben; beseffen; merken; vatten; begrijpen; doorzien; zich bewust zijn; zich realiseren
察知する satchisuru in de gaten hebben; doorhebben; doorzien; inzien; merken; bemerken; opmaken; de indruk krijgen; bespeuren; gewaarworden; beseffen; lucht krijgen van; vermoeden; aanvoelen; afleiden
拝見する haikensuru een kijkje nemen; in ogenschouw nemen; bekijken; bezichtigen; kijken naar; zien; inzien; beschouwen; [i.h.b.] lezen; [i.h.b.] onderzoeken; [i.h.b.] inspecteren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.93 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'inzien', strategie: exact). 
2005-2019