日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘je’
日蘭辭典 (trefwoord)
anata貴方
(あなた) vnw. gij; u. ¶ 貴方uw; u.
kimi
zn. (1) [君主] vorst m.; regeerder m.; keizer m.; koning. (2) [主人] heer m. meester m. vnw. (3) [貴君] gij; u.
omaeお前
zn. jij; je.
amari餘り
(余り) zn. (1) [以上] meerdere o.; overmaat v. (2) [殘餘] rest v.; restant v.; overschot o.; teveel o. (3) [差額] saldo o. ¶ 悲しさの餘り overmaat van smart. ¶ 四十餘り over de veertig. ¶ 食事の餘り overblijfselen van eten. ¶ 餘りはお前にやる je mag de rest houden. (俗) laat maar zitten. ¶ 餘りの resteerend; waardeloos.
achira彼方
(あちら) bw. ginds; daar; aan den anderen kant. ¶ 彼方の dat; gindsch; gene. ¶ 彼方を向け kijk den anderen kant uit. ¶ 彼方に行け maak, dat je weg komt.
arinomama有の儘
(有りのまま) zn. waarheid v. ¶ 有の儘を言ふ de waarheid zeggen; precies vertellen, hoe het is. ¶ 有の儘の onvervalscht; onopgesmukt. ¶ 有の儘に precies als het is; ronduit. ¶ 有の儘に言へば ronduit gezegd; om je de waarheid te zeggen. ¶ 有の儘の事實 de naakte waarheid;
aruji主人
() zn. meester m.; baas m.; heer des huizes; gastheer (客に對して) m. ¶ 主人顏をする den baas spelen. ¶ 主人を出せ roep je baas;
aseru焦る
i.w. haasten; bn. ongeduldig; haastig. ¶ あせるな houd je kalm; hou je gemak. ¶ 焦らないでゆっくりしてなさい haast u maar niet, doe het op uw gemak.
wakaru解る
(解る、分かる、判る、分る) t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn. (2) [露見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解かって來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解かりましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確かな處は解かりません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解った o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解かってゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解かって居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解ってる hij heeft gezond verstand.
de
vw. en; wel ...... ; dus; toen. ¶ では行かなかった en toen ben ik niet gegaan. ¶ で何様しようと云ふのか wel, wat denk je nu te gaan doen?
ii善、好、良、宜い
bn. (1) [良い] goed. (2) [美い] mooi; fraai. (3) [香、] lekker; aangenaam. (4) [比較して] beter; verkieselijk. i.w. (5) [許可] mogen. telw. (6) [十分] genoeg. ¶ いい事を話して上げよう ik heb je goed nieuws te vertellen. ¶ 彼女は仲々姿がいい zij is een mooi meisje. ¶ 天氣がいい het is mooi weer; het is lekker weer. ¶ 此の花は香が良い deze bloem ruikt lekker. ¶ 氣持ちが好い ik voel mij lekker; ik ben goed geluimd. ¶ 今朝は氣持ちが少し良い ik voel me wat beter van morgen. ¶ は梨子より林檎の方が好い ik houd meer van appels dan van peren. ¶ 彼が早く癒ればいい ik hoop, dat hij gauw beter wordt. ¶ 君は何時行ってもいい ge moogt gaan, wanneer ge wilt. ¶ 笑ったっていいぢゃないか waarom zou ik niet lachen?; mag ik soms niet lachen? ¶ 何かそれに良い藥はありませんか is daar een geneesmiddel tegen?; is er een middel, dat daar goed voor is? ¶ 明日は來なくてもいい je behoeft morgen niet te komen; niet noodig, dat je morgen komt. pp それは無くてもいい het is niet noodig; ik heb het niet noodig. ¶ それでいい laat maar; het is al genoeg.
sabishii淋しい
(寂しい、さみしい) bn. eenzaam; verlaten. ¶ 寂しい verlaten oord; eenzame plek. ¶ 寂しい景色 somber landschap. ¶ 寂しいと思ふ zich eenzaam voelen. ¶ がゐなくなると寂しくなる we zullen je missen als je weg bent; het zal ongezellig zijn als je weggaat.
iu言ふ、云ふ
(言う、云う) t.w. (1) [言ふ] zeggen. (2) [告げる] vertellen. (3) [話す] spreken. (4) [呼ぶ] noemen. ¶ 云ひ條 zelfs al neemt men aan, dat. ¶ 言へない ik kan niet zeggen of ...... ¶ 言ふ迄もなく het spreekt van zelf; uit den aard der zaak; onnoodig te zeggen dat ...... ¶ 言ふ所の zoogenaamd. ¶ 言ふに言はれない onuitsprekelijk; onbeschrijfelijk. ¶ 言ふもかなり men kan gerust zeggen, dat ..... ¶ 言ふと同時に實行する de daad bij het woord voegen. ¶ 法律から言へば wettelijk gesproken. ¶ 言ふ聞く luisteren naar iemands woorden; doen wat een ander zegt. ¶ 言はぬが花 het is het beste erover te zwijgen. ¶ それは蘭語と云ひますか hoe zeg je dat in het Hollandsch?; wat is dat in het Hollandsch? ¶ に少し言ひ度いがある ik heb je wat te vertellen. ¶ それ見な言はぬことか wel, heb ik het je niet gezegd; wel heb ik je nietgewaarschuwd? ¶ 大きく言ふ overdrijven. ¶ 暗に言ふ te verstaan geven. ¶ 物を言へなくなる verstomd staan; met stomheid geslagen zijn. ¶ を悪く言ふ kwaad van iemand spreken. ¶ あのはスミットと云ひます die meneer heet Smit. ¶ スミットと云ふ een meneer, genaamd Smit; een zekere (meneer) Smit. ¶ 彼は恩知らずだと云はれる men zegt, dat hij ondankbaar is; men verwijt hem ondankbaarheid. ¶ とは言ふものの hoe het ook zij.
shita

zn. tong v.; klepel (鐘等の) m. ¶ を揮ふ veel praten. ¶ 出す de tong uitsteken. ¶ よく廻るだね wat kun je kletsen! ¶ を捲かせる verstomd doen staan. ¶ を捲く verstomd staan; met stomheid geslagen zijn.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kimi
zn. (1) jij; je; (informeel) gozer; kerel; vriend; vent. ¶ 君の kimi no jouw. ¶ 君たち kimitachi jullie; mensen; makkers; lui. ¶ 田島くん・・・。君はもう少し品のいい話はできないのか? Tajima... Kimi wa mō shukoshi hin no ii hanashi wa dekinai no ka. Tajima... Kun je het niet een beetje beleefd [fatsoenlijk] houden? (TTC) ¶ 君たちは学生なんだ、こんなことをやれるのは今だけだ。 Kimitachi wa gakusei nan da, konna koto wo yareru no wa ima dake da. Jullie zijn studenten! Alleen nu kunnen jullie zoiets flikken! (TTC) (2) (archaïsch) monarch; vorst; heerser; meester.

NB Het gebruik van 君 kimi in bet. (1) is net als あなた anata aan regels gebonden. 君 kimi is meestal informeel en wordt vooral gebruikt door mannen voor een vriend, of iemand die lager in status is. Maar het wordt ook gebruikt door mannen om vrouwen aan te spreken, bijvoorbeeld door een superieur, of door een man voor zijn vrouw of vriendin. (Miura:109)
kōkutsu後屈
zn., suru-ww. achterovergebogen; achterover buigen. ¶ 今日はヨガの後屈のポーズのおですKyō wa yoga no kōkutsu no pōzu no hanashi desu. Vandaag ga ik het hebben over houdingen in yoga waarbij je achteroverbuigt. ¶ 後屈のポーズには、全身のエネルギーを活性化して、自分でも気づかなかった感情と出会うがあります。 Kōkutsu no pōzu ni wa, zenshin no enerugī wo kasseikashite, jibun de mo kizukanakatta kanjō to deau toki ga arimasu. Bij achterovergebogen houdingen activeer je energie in je hele lichaam en zul je op momenten emoties tegenkomen waarvan je zelf niet eens wist dat je ze had. (blog) NB antoniem: zenkutsu 前屈

tekkiriてっきり
bw. (spreektaal) een stellige verwachting; gebruikt wanneer een aanname tegen verwachting in niet uitkomt (gewoonlijk in een zin met vormen van ‘ik dacht’ als 思ってた of 思いこんでた). ¶ てっきり日本語が話せると思ってた。 Tekkiri, kare wa nihongo ga hanaseru to omotte ta. Ik dacht dat hij Japans kon. ¶ てっきり今日彼女誕生日だと思ってた。 Kyō ga kanojo no tanjōbi da to omotte ta. Ik zou zweren dat het haar verjaardag was vandaag. ¶ てっきりあなた我々といっしょに来られるものと思っていました。 Tekkiri anata ga wareware to issho ni korareru mono to omotte imashita. Ik had aangenomen dat je met ons mee zou komen. (TTC) (yamasv)
nan to ka何とか
(frase) (1) op de een of andere wijze; op een of andere manier; enigerlei wijze; het een of ander; dit of dat; zus of zo. ¶ なんとかそのテストに受かった。 Nan to ka sono tesuto ni ukatta. Op een of andere manier ben ik geslaagd voor de test. ¶ なんとか日曜日までに家賃を払わないといけない。 Nan to ka nichiyōbi made ni yachin wo harawanai to ikenai. Op een of andere manier moet ik uiterlijk zondag de huur betalen. ¶ はなんとか時間までそこに着いた。 Boku wa nan to ka jikan made ni soko ni tsuita. Op een of andere manier lukte het me om er op tijd te komen. ¶ 彼女はなんとかして世間体をつくろった。 Kanojo wa nan to ka shite sekentei wo tsukurotta. Op een of andere wijze wist ze haar gezicht te bewaren. (2) (in plaats van de naam van iets of iemand) zus of zo; je-weet-wel; nog wat; hoe-heet-hij [zij, het]-ook al weer; ding; dinges. ¶ 田中なんとかというから電話がありました。 Tanaka nan to ka to iu hito kara denwa ga arimashita. Er was een telefoontje van een Tanaka-nog-wat voor je. ¶ 事部長のなんとかさんが捜してたよ。 Jinji buchō no nan to ka-san ga sagashite ta yo. De manager van personeelszaken, hoe heet hij ook al weer, was naar je op zoek. (yamasv) (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <je>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
noshi jij; je; gij; ge
手前 temee (1) ik; (2) jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
序でに tsuideni (1) nu we het daar toch over hebben; ik maak graag van de gelegenheid gebruik om; overigens; trouwens; à propos; en passant; terloops; in het voorbijgaan; (2) terwijl; tegelijkertijd; meteen; nu ik; je; men enz. toch ~; in één moeite door; tegelijk
ware (1) ik; (2) je; jij; [veroud.] ge; gij; ; zelf; zichzelf
shi jij; je; ; (1) a. kind; zoon; dochter; telg; (2) b. ei; vrucht; (3) c. deeltje; (4) d. heer; leraar; meester; (5) e. man; mens; (6) f. vrouwe …; (7) g. ding; zaak; iets; (8) h. burggraaf; (9) i. [astrol.] rat; ; (1) kind; [i.h.b.] jongen; (2) deugdzame man; meester; [i.h.b.] Confucius; (3) zǐ [± traktaat; één van de vier categorieën boeken in het Klassiek Chinees]; (4) burggraaf; (5) rente; interest; (6) [go-spel] schijf waarmee men go speelt; ; (1) -er; -or; -aar; -eur [maakt van een zelfst. naamw. een nomen agentis]; (2) [Nara; Heian-gesch.] [achtervoegsel bij namen van edelvrouwen]; (3) 10. [honoratief achtervoegsel bij persoonsnamen]; (4) 11. [achtervoegsel na de eigen naam ten teken van bescheidenheid]
此方 konata (1) hier; hierheen; (2) jij; je; (3) sedert; sinds; vanaf; (4) tevoren; eerder; (5) hij; zij; deze; (6) ik
誰か dareka (1) iemand; deze of gene; (2) je-weet-wel (-wie)
kimi jij; je; [veroud.] gij; ge; ; heerser; keizer; monarch; meester
貴様 kisama [inform., min.] jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
御宅 otaku u; jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge; ; (1) uw huis; uw thuis; uw woning; uw adres; (2) uw gezin; (3) uw echtgenoot; uw man; de heer des huizes
御主 onoshi jij; je
御前 omae [spreekt., inf.] jij; je; [gew.] gij; [gew.] ge
御主 onushi jij; je
hito (1) mens; Homo sapiens; (2) persoon; mens; ziel; sterveling; [oorspr.bijb.] mensenkind; [oneig.] man; [oneig.] vrouw; figuur; individu; type; iemand; (3) karakter; inborst; aard; persoonlijkheid; [i.h.b.] talent; (4) de mensen; hij of zij; iemand anders; de andere; men; je
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.81 sec. jiten.nl: 18 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'je', strategie: exact). 
2005-2019