日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘juffrouw’
日蘭辭典 (trefwoord)
sama
(様) zn. (1) [有樣] toestand m. (2) [體裁] uiterlijk o.; vorm m. (3) [敬稱] (男) heer m.; mijnheer m.; mevrouw (夫人) v.; jongeheer (十六歳以下の男) m.; (お孃さん) juffrouw v.; mejuffrouw v.; jongejuffrouw (十六歳以下の) v.
nēsan姉さん
zn. zuster v.; meisje o.; juffrouw v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
sanさん
[samentrekking van sama ] (1) drukt respect of beleefdheid uit wanneer toegevoegd aan de naam of het beroep van een persoon. ¶ 田中さん Tanaka-san Meneer Tanaka. 課長さん Kachō-san. Afdelingshoofd; Chef. (2) drukt affectie uit wanneer toegevoegd aan namen van dieren en dergelijke. ¶ お家の中には、猫さんにとってどんな危険があるのかを、リストアップしてみました。 o-uchi no naka ni wa, neko-san ni totte donna kiken ga aru no ka wo, risuto-appu-shite mimashita. Ik heb een lijst gemaakt van welke gevaren er zijn voor ‘meneer de kat’ in z’n huis. NB uitgesproken als chan (ちゃん) is het een woord dat expliciet affectie of familiariteit uitdrukt bij zowel mensen als dieren ¶ 春子ちゃん。 Haruko-chan. Haruko. ¶ お姉ちゃん onee-chan [oudere] zus; zusje. ¶ おじいちゃんに買ってもらったんだー! Ojii-chan ni katte morattan daa! Opa heeft het voor mij gekocht! (3) drukt repect of beleefdheid uit wanneer toegevoegd aan een (zelfstandige vorm van) een woord dat met de ander in verband kan worden gebracht. ¶ お世話さん Osewa-san. Uw hulp; Uw zorg. ¶ ご苦労さまです。Gokurō-sama desu. Dank u wel voor uw inspanningen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <juffrouw>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お姉さんoneesan (1) oudere zuster; oudere zus [honorifieke term (sonkeigo 尊敬語) voor ane 姉]; (2) dienster; dienstmeisje; serveerster; serveuse; (3) meisje; meiske; (4) juffrouw!; mejuffrouw! [als aanspreekvorm (yobikake 呼び掛け)]
お嬢さんojousan (1) meisje; ongetrouwde dame [honorifieke term (sonkeigo 尊敬語)]; (2) dochter [honorifieke term (sonkeigo 尊敬語)]; (3) [als aanspreekvorm] juffrouw!; jonge dame!; mademoiselle! [honorifieke term (sonkeigo 尊敬語)]
さんsan (1) meneer; mijnheer; [afk.] m.; de heer; [afk.] dhr.; mevrouw; [afk.] Mw.; [afk.] Mevr.; madame; [afk.] Mme.; [afk.] Mad.; juffrouw; mejuffrouw; [afk.] Mej. [beleefdheidssuffix voorafgegaan door persoons- of beroepsnaam]; (2) [beleefdheidssuffix na bep. woorden van dank of verontschuldiging]
ウエイトレスueitoresu serveerster; dienster; bediende; serveuse; [als aanspreekvorm] juffrouw!
ウエートレスueetoresu serveerster; dienster; bediende; serveuse; [als aanspreekvorm] juffrouw!
ミスmisu (1) fout; vergissing; abuis; misser; feil; dwaling; (2) mejuffrouw; mejuffer; freule [predikaat voor een ongehuwde vrouw]; (3) juffrouw; ongehuwde vrouw; (4) miss [schoonheidskoningin]
令嬢reijou (1) [hon.] dochter; juffrouw; mejuffrouw; [ご~] uw dochter; (2) freule; jongedame van goeden huize; [arch.] jongejuffrouw
助産婦josanpu [geneesk.] vroedvrouw; verloskundige; [volkst.] juffrouw; accoucheuse; kraamverpleegster; kraamzorgverpleegster; kraamverzorgster; kraamhulp
女史joshi (1) [Chin.gesch.] nǚshǐ [= ambtstitel aan het Chinese hof; hofdame verantwoordelijk voor de riten of archieven]; (2) [Jap.gesch.] joshi [= ambtstitel aan het Japanse hof; hofdame verantwoordelijk voor de archieven]; (3) geleerde vrouw; vooraanstaande dame; (4) mevrouw; madame; mejuffrouw; juffrouw; [afk.] mevr.; [afk.] mw.; [afk.] Mme; [afk.] mej.
女子onnago (1) dochter; (2) meisje; jongedame; juffrouw
姉さん ; 姐さんneesan (1) (grote) zus; (2) juffrouw; jongedame; meid; juffie; meis(je) [aanspreekvorm zonder naam]; (3) juffrouw [tegen serveerster; dienster e.d.]; (4) geisha; dienster enz. met hogere anciënniteit
musume (1) dochter; meisje; meid; [bij joden; volkst.] kalle; (2) juffrouw; ongehuwde vrouw; [arch.] jongejuffrouw; juffer; juffertje; griet; deern; deerne; wicht; [veroud.] mamzel
jou (1) meisje; meid; deerne; juffrouw; jongedame; [veroud.] juffer; juffertje; (2) mejuffrouw; juffrouw; (a) dochter; jongedame; juffrouw
家政婦kaseifu huishoudster; ménagère; [veroud.] huiszorg; [veroud.] juffrouw
御嬢様ojousama (1) juffrouw; miss; jongedame; signorina; señorita; [veroud.] mejuffer; [afk.] mej.; (2) uw dochter; (3) mejuffrouw; juffrouw; mylady
様 ; 状sama (1) voorkomen; aanblik; uitzicht; aanzien; schijn; gezicht; air; toestand; staat; gesteldheid; situatie; omstandigheden; (2) -elings; -waarts [drukt een richting; oriëntatie uit]; (3) meneer; mijnheer; [afk.] m.; de heer; [afk.] dhr.; mevrouw; [afk.] Mw.; [afk.] Mevr.; madame; [afk.] Mme.; [afk.] Mad.; juffrouw; mejuffrouw; [afk.] Mej. [eerbetonend suffix; voorafgegaan door een naam; titel; status e.d.]; (4) [vaak i.c.m. het prefix o お of go ご een kwalificatie inklemmend]; (5) [voorafgegaan door de ren'yōkei van een dōshi noemt het de handeling die iem. net op het punt staat te doen]; (6) [voorafgegaan door de ren'yōkei van een dōshi noemt het de wijze of manier waarop een handeling zich voltrekt]
産婆sanba [geneesk.] vroedvrouw; verloskundige; [volkst.] juffrouw; accoucheuse; kraamverpleegster; kraamzorgverpleegster; kraamverzorgster; kraamhulp
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.59 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'juffrouw', strategie: exact). 
2005-2021