日蘭辭典+

56 resultaten voor ‘juist’
日蘭辭典 (trefwoord)
chōdo丁度

bw. juist; precies; net. ¶ 丁度其時 juist op dat oogenblik. ¶ 丁度zoo even. ¶ 丁度五時に precies om vijf uur. ¶ 丁度眞中に precies in het midden. ¶ 丁度にして置く een ronde som er van maken.

adakamo
(も) bw. (1) [丁度] juist; net. (2) [さながら] als of; gelijk; om zoo te zeggen. ¶ も好し juist bij tijds; op het nippertje;
atsuraemuki no誂向きの
(誂え向き) bn. juist geschikt; juist passend; gemaakt voor; geknipt voor; het ware voor.
bakariばかり
(許り、ばっかり) bw. (1) [凡そ] ongeveer; omstreeks. (s) [のみ] slechts; alleen maar; niet meer dan. (3) [やっと] nu; juist. (4) [さも] als of. (5) [殆んど] bijna; nagenoeg. ¶ 三年許り以前 een jaar of drie geleden. ¶ 一千圓許り ongeveer duizend yen. ¶ あの人にばかり話した ik het het alleen maar aan hem verteld. ¶ ばかりでなく niet alleen ...... maar. ¶ 英語ばかりでなく佛語も話す hij spreekt niet alleen Engelsch maar ook Fransch.
hontō本當

(本当) zn. waarheid v.; werkelijkheid v.; feit o. ¶ 本當の waar; werkelijk; echt. ¶ 本當に waarlijk; inderdaad; in ernst. ¶ 本當にする voor ernst opnemen; gelooven. ¶ 本當を言へば ronduit gezegd; eerlijk gezegd. ¶ 何時が本當です wat is de juiste tijd nu? ¶ 本當ですか is het heusch waar? ¶ 本當か知らぬ zou het waar zijn?

honte本手
zn. (1) [正法] de juiste methode v. (2) [奥の手] troefkaart (切札) v.
seikaku正確
zn. juistheid v.; nauwkeurigheid v.; nauwgezetheid v. ¶ 正確なる juist; nauwkeurig. ¶ 正確に precies; net.
tekichū的中
zn. treffer m.; raak schot o. ¶ 的中する raken; raak schieten; treffen. ¶ 憶測が的中した de veronderstelling bleek juist te zijn.
tadashii正しい
bn. (1) [正當な] rechtvaardig; billijk. (2) [正直な] eerlijk. (3) [眞實な] waar. (4) [適當] juist. ¶ 正しい eerlijk man. ¶ 正しき語法 juist gebruik van woorden. ¶ 正しい方法 de goede manier; de ware weg. ¶ 血統の正しい van zuiver bloed.
kōjiki好時機
zn. goed moment n.; het juiste oogenblik o.; goede gelegenheid.
seikai正解
zn. goede oplossing v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
seikai正解
(znw) (1) het juiste antwoord; de juiste verklaring [interpretatie]; correct; juist; goed. ¶ 正解をまるで囲みなさいSeikai wo maru de kakominasai. Omcirkel het juiste antwoord alsjeblieft. (TTC) ¶ そっか!!それ正解だよね Sokka! Sore ga seika da yo ne! Ja toch! Zo is het toch! (twitter) (2) (als evaluatie achteraf) de juiste beslissing; de juiste keuze. ¶ どんどんひどくなっていく今日は出かけなくて正解だったAme ga dondon hidoku natte iku. Kyō wa dekakenakute seikai datta. De regen wordt steeds erger. Ik ben blij dat we niet weg zijn gegaan. (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <juist>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
適当 tekitou (1) gepast; geschikt; passend; voegzaam; toepasselijk; geëigend; aangewezen; adequaat; treffend; juist; billijk; (2) gepast; juist schikkend; niet overdreven; vrijblijvend; neutraal; ; geschiktheid; gepastheid; toepasselijkheid
適宜な tekigina geschikt; gepast; passend; toepasselijk; aangewezen; gelegen; juist
適宜 tekigi geschikt; gepast; passend; toepasselijk; aangewezen; gelegen; juist
適切な tekisetsuna gepast; passend; juist; geschikt; geknipt; geëigend; adequaat; aangewezen; voegzaam; toepasselijk; treffend; raak; ad rem; relevant; afdoend; pertinent
適切 tekisetsu gepastheid; geschiktheid; juistheid; adequatie; aangewezenheid; toepasselijkheid; raakheid; relevantie; pertinentie; ; gepast; passend; juist; geschikt; behoorlijk; geëigend; adequaat; aangewezen; voegzaam; toepasselijk; treffend; raak; relevant; afdoend; pertinent; naar behoren; naar den eis
適当な tekitouna (1) gepast; geschikt; passend; voegzaam; toepasselijk; geëigend; aangewezen; adequaat; treffend; juist; billijk; (2) gepast; juist schikkend; niet overdreven; vrijblijvend; neutraal
直ぐ sugu eerlijk; oprecht; waarachtig; integer; fair; ; (1) meteen; onmiddellijk; ogenblikkelijk; direct; zo; gelijk; dadelijk; onverwijld; schielijk; in een oogwenk; in ééeen tel; [veroud.] subiet; terstond; aanstonds; [form.] fluks; prompt; acuut; stante pede; zonder verwijl; à la minute; op stel en sprong; op een-twee-drie; binnen de kortste keren; in een mum van tijd; in een wip; in een ommezien; cito; [inform.] er vlak bovenop; (2) gauw; spoedig; binnenkort; zo meteen; eerdaags; [form.] dra; [form.] eerlang [in de constructie mō sugu もうすぐ]; (3) vlak; pal; net; juist; recht
即ち sunawachi (1) namelijk; met andere woorden; ofwel; oftewel; dat is; te weten; dat wil zeggen; dat betekent; en wel; wel te verstaan; tenminste; id est; hoc est; videlicet; [afk.] nl.; [afk.] m.a.w.; [afk.] d.i.; [afk.] t.w.; [afk.] d.w.z.; [afk.] i.e.; [afk.] h.e.; [afk.] vdt.; (2) net; precies; juist; krek; exact; helemaal; niets dan; alleen maar; zonder meer; (3) (en) dan; vervolgens; (meteen) daarop; (onmiddellijk) daarna
好い加減に iikagenni (1) gematigd; matig; met mate; met matigheid; (2) juist; gepast; passend; adequaat; behoorlijk; voegzaam; (3) op goed geluk (af); lukraak; er maar op los; in het wilde weg; op de tast; op de gok; op de pof; zomaar wat; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; zonder grond; zonder (enige) basis; (4) niet erg overtuigend; halfslachtig; lauw; niet erg enthousiast; met de Franse slag; halfhartig; vrijblijvend; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig; zozo; maar net aan
好い加減 iikagen (1) gematigd; matig; (2) juist; gepast; geschikt; passend; adequaat; aangewezen; geëigend; (3) lukraak; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; gratuit; boud; (4) niet erg overtuigend; twijfelachtig; onvolkomen; halfslachtig; half; halfbakken; met de Franse slag gedaan; lauw; mat; lauwhartig; niet erg enthousiast; halfhartig; vrijblijvend; vaag; onbestemd; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig; zozo; maar net aan; ; enigszins; tamelijk; redelijk; nogal; vrij
好い加減な iikagenna (1) gematigd; matig; (2) juist; gepast; geschikt; passend; adequaat; aangewezen; geëigend; (3) lukraak; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; gratuit; boud; (4) niet erg overtuigend; twijfelachtig; onvolkomen; halfslachtig; half; halfbakken; met de Franse slag (gedaan); lauw; mat; lauwhartig; niet erg enthousiast; halfhartig; vrijblijvend; vaag; onbestemd; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig
実に geni (1) echt; werkelijk; waarlijk; inderdaad; juist; precies; exact; (2) klopt; akkoord; wat je zegt; zeg dat wel; bravo; hulde
ぽっきり pokkiri met een knak; ; [千円~で] precies; op de kop af; juist; noch min noch meer dan
本当の hontouno (1) echt; waar; waarachtig; werkelijk; feitelijk; eigenlijk; wezenlijk; effectief; reëel; onvervalst; authentiek; natuurlijk; (2) juist; correct; precies
成る程 naruhodo inderdaad; echt; (daad)werkelijk; wel degelijk; waarachtig; [inform.] warempel; waarlijk; zowaar; ; precies; volledig akkoord; wat je zegt; juist!; dat klopt; zo denk ik er ook over; zeg dat wel
然るべき shikarubeki (1) geëigend; aangewezen; passend; gepast; toepasselijk; juist; geschikt; behoorlijk; (2) […て~] voordehandliggend; terecht; logisch; billijk; vanzelfsprekend; [Belg.N.] evident; (3) voorbestemd; gedoodverfd; te verwachten; (4) mogelijk; aannemelijk; plausibel; (5) voortreffelijk; uitstekend; prima; degelijk
こそ koso (1) [nadrukpartikel] net; precies; juist; uitgerekend; bij uitstek; in het bijzonder; (2) [concessief partikel dat een contrast voorafgaat]; (3) [nadrukpartikel dat een onvoltooid gelaten zin besluit (aposiopesis)]
正確 seikaku correct; accuraat; juist; exact; stipt; precies; nauwkeurig; zuiver; punctueel; secuur; trefzeker
正当 seitou (1) eerlijk; billijk; fair; schappelijk; redelijk; rechtvaardig; fatsoenlijk; (2) gepast; aangewezen; passend; juist; gerechtvaardigd; gewettigd; adequaat; geëigend; geschikt; geijkt; gegrond; steekhoudend; valabel; legitiem; verantwoord; [veroud.] valide
正当な seitouna (1) eerlijk; fatsoenlijk; fair; billijk; schappelijk; rechtvaardig; redelijk; (2) gepast; aangewezen; passend; juist; gerechtvaardigd; gewettigd; adequaat; geëigend; geschikt; geijkt; gegrond; steekhoudend; valabel; legitiem; verantwoord; [veroud.] valide
正確な seikakuna correct; accuraat; juist; exact; stipt; precies; nauwkeurig; zuiver; punctueel; secuur; trefzeker
正確に seikakuni correct; accuraat; juist; exact; stipt; precies; nauwkeurig; zuiver; punctueel; secuur; trefzeker
当然の touzenno rechtvaardig; fair; eerlijk; billijk; verdiend; passend; juist; gepast; terecht; rechtmatig; gerechtvaardigd; natuurlijk; logisch; vanzelfsprekend
確か tashika (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [i.c.m. 頭, 気 e.d.] gezond; o.k.; degelijk; wel; in orde; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig; ; (1) zeker; beslist; vast (en zeker); stellig; natuurlijk; inderdaad; toegegeven; ongetwijfeld; met zekerheid; zonder twijfel; naar alle waarschijnlijkheid; gegarandeerd; voorwaar; welzeker; zonder mankeren; [form.] voorzeker; weliswaar; (2) als ik (het) me goed herinner; als ik het wel heb; ik geloof; meen; denk; ik maak me sterk
確かな; 慥かな tashikana (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [m.b.t. 頭, 気] gezond; degelijk; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig
正しい tadashii (1) correct; juist; goed; zuiver; waar; recht; [m.b.t. antwoord e.d.] kloppend; (2) correct; juist; gepast; aangewezen; terecht; passend; gerecht; billijk; gerechtvaardigd; rechtmatig; (3) braaf; goed; deugdzaam; rechtschapen
妥当な datouna terecht; gepast; aangewezen; juist; billijk; gerechtvaardigd; adequaat; toepasselijk; passend; geëigend; geschikt; gegrond; steekhoudend; valabel; [veroud.] valide
妥当 datou terecht; gepast; aangewezen; juist; billijk; gerechtvaardigd; adequaat; toepasselijk; passend; geëigend; geschikt; gegrond; steekhoudend; valabel; [veroud.] valide; ; terechtheid; gepastheid; juistheid; passendheid; billijkheid; gerechtvaardigdheid; adequatie; toepasselijkheid; passendheid; geëigendheid; geschiktheid; gegrondheid; steekhoudendheid; [veroud.] validiteit
正面に matomoni (1) rechtstreeks; direct; zonder omwegen; strak; vlak in het gezicht; vlakaf; pal; rechtuit; rechttoe rechtaan; (2) fatsoenlijk; correct; degelijk; eerlijk; netjes; juist
正に; 当に; 応に; 方に; 将に masani (1) precies; juist; exact; net; (2) zeker; waarachtig; heus; echt; waarlijk; inderdaad; voorzeker; voorwaar; regelrecht; (3) net nu; op de kop af; thans; op het punt [staan te]; op de rand [staan van]; (4) in goede orde; naar behoren; behoorlijk
ma (1) oprecht ~; eerlijk ~; rechtvaardig ~; waar ~; (2) recht ~; juist ~; vlak ~; precies ~; exact ~; puur ~; zuiver ~; (3) gewone ~; echte ~ [prefix voor planten- en dierennamen]; ; het ware; waarheid; werkelijkheid
ちゃんとした chantoshita keurig; ordelijk; geordend; net; gepast; passend; juist; fatsoenlijk; welvoeglijk; betamelijk; [~職業] vast; [~妻] wettig
丁度 choudo (1) net; juist; precies; exact; pal; stipt; prompt; [volkst.] pront; [m.b.t. uur] klokslag; op de kop af; op de minuut af; blank; sec; (2) net; pas; (3) net; precies als
きちっと kichitto (1) netjes; keurig; (2) nauwkeurig; precies; exact; stipt; accuraat; juist
gi a. geschikt; passend; gepast; goed; juist; ; het passend-zijn; het geschikt-zijn; passendheid; geschiktheid
きっちり kitchiri (1) tot in de puntjes; keurig; netjes; perfect; (2) stipt; precies; exact; juist; punctueel; klokslag; op de minuut af
御意 gyoi (1) [hon.] (uw) gedachte; mening; inzicht; intentie; goeddunken; wil; wens; (2) [hon.] (uw) instructie; aanwijzing; bevel; ; (1) tot uw orders!; zoals u wenst; zoals u wil; (2) juist!; precies!; inderdaad; net wat u zegt; gelijk heeft u!
やっと yatto (1) na lange tijd; uiteindelijk; ten langen leste; ten slotte; eindelijk; (2) moeizaam; met veel moeite; met inspanning; (3) amper; maar net; juist; nipt; ternauwernood; nauwelijks; op het nippertje; met de hakken over de sloot; met hangen en wurgen
良い yoi (1) goed; juist; correct; (2) goed; knap; uitstekend; mooi; welgevallig; (3) geschikt; passend; (4) acceptabel; aanvaardbaar; geoorloofd; (5) makkelijk te ~; eenvoudig
許り bakari ; bakkari (1) slechts; enkel; alleen; louter; uitsluitend; niets dan; alleen maar; maar; (2) pas [gearriveerd, geverfd enz.]; net ~; juist ~; nauwelijks ~; (3) zo'n; zo ongeveer; zowat; om en bij de; rond de ~
はあ haa (1) ja; mmm [als bevestiging]; (2) hè?; wat?; wablief?; (3) a!; ha!; ach!; tjonge; wel wel; hé; hm; poe; nou ja [brengt een gevoel van verrassing, verbazing, bewondering, verwarring e.d. tot uitdrukking]; (4) juist; precies; inderdaad; ik begrijp het; goed dan; nou goed
ピッタリ pittari (1) zonder tussenruimte; hecht; dicht; strak; nauwsluitend; vlak (tegen); naadloos [op elkaar aansluiten]; potdicht; hermetisch; (2) precies; net; perfect; krek; exact; keurig; juist; op de kop af; geknipt; (3) plots [afgelopen]; ineens; opeens [tot stilstand gekomen]; plotseling; abrupt; op slag
有りの儘の arinomamano sec; objectief; exact; precies; juist; eerlijk; getrouw; ongelogen; oprecht; onverbloemd; onopgesmukt; onomwonden; onverholen; naakt; bloot; louter; ~ zoals het is; ~ zoals het er ligt; ~ op zichzelf; ~ zonder meer
有りの儘に arinomamanoni zoals het is; sec; objectief; exact; precies; juist; eerlijk; ongelogen; oprecht; onverbloemd; onopgesmukt; onverholen; naakt; zonder meer; [Belg.N., spreekt.] effenaf
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.47 sec. jiten.nl: 12 treffers, warandict: 44 treffers (zoekopdracht: 'juist', strategie: exact). 
2005-2019