日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘kameraad’
日蘭辭典 (trefwoord)
aibō相棒
zn. makker m.; kameraad m.
aikata相方
zn. makker m.; kameraad m.
aite相手
zn. (1) [同僚] medewerker m.; makker; kameraad m. (2) [先方] tegenpartij v.; tegenstander m. ¶ 相手なき onvergelijkelijk; zonder weerga. ¶ 相手をする gezelschap houden. ¶ 相手方 (法) andere partij; partij ten andere.
tomo
zn. vriend m.; makker m.; kameraad m. ¶ とする te vriend houden. ¶ ......とになる bevriend worden met; vriendschap sluiten. ¶ reisgenoot; reismakker; reisgezelschap. ¶ お伴する begeleiden; gezelschap houden vergezellen.
dōryō同僚
zn. collega m.; makker m.; kameraad m.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kameraad>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
仲間 nakama (1) maat; partner; metgezel; genoot; makker; kameraad; gezel; compeer; compagnon; collega; deelgenoot; vriend; medestander; [inform.] kornuit; [fig.] gildebroeder; [fig.] medespeler; (2) gezelschap; compagnonschap; confrérie; groep; coterie; incrowd; bende; kring; club; consorten; stelletje; gang; [fig.] gilde; [inform.] kliek; (3) soortgenoot; slag
仲良し nakayoshi (1) vriendschap; kameraadschap; camaraderie; koek en ei; het goed opschieten; (2) goede vriend; maatje; kameraad; hartsvriend; boezemvriend; dikke vriend
馴染み najimi (1) vertrouwdheid; vertrouwde omgang; sterke vriendschapsband; vriendschappelijkheid; (2) oude bekende; goeie vriend; kameraad; maatje; (3) vaste klant; stamgast; habitué; trouwe bezoeker; [prostitutiejargon] vast meisje; favoriete; (4) echtgenoot; echtgenote met wie men jarenlang getrouwd is
友達 tomodachi vriend; maat(je); kameraad; vrind; [in Ind.] sobat; [Barg.] gabber
tomo (1) vriend; gezel; -genoot; maat(je); kameraad; vrind; [veroud.] bestemaat; [in boektitel] gids voor ~; (2) gezelschap
同士 doushi mede-; collega-; -genoot; -broeder; ; maat; kameraad; vriend
伴侶 hanryo gezel; metgezel; compagnon; makker; deelgenoot; kameraad; partner; [verzameln.] gezelschap
han (1) a. gezel; kameraad; (2) b. vergezellen; begeleiden; partner zijn
部類 burui (1) categorie; afdeling; groep; (2) maat; metgezel; makker; kameraad
相弟子 aideshi medeleerling; kameraad; [sumō-jargon] stalgenoot
相棒 aibou (1) dragers (van een palankijn; draagmat); (2) partner; compagnon; maat; makker; kameraad; gezel
友人 yuujin vriend; maat; makker; kameraad; [in Ind.] sobat
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.46 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'kameraad', strategie: exact). 
2005-2020