日蘭辭典+

50 resultaten voor ‘kan’
日蘭辭典 (titelwoord)
kan
zn. gebouw o.
kan
zn. begrip o.; bevattelijkheid v. ¶ 勘が好い vlug van begrip.
kan
zn. arglist v.; boosheid v.; schurk (人) m.
kan
zn. het gouvernement o.; regeering v.; ambt o. ¶ 官に就く ambtelijke betrekking hebben; ambtenaar zijn. ¶ 官の officieel; regeerings-.
kan
zn. doodkist o.
kan
zn. buis v.; pijp.
kan
zn. boekdeel o. ¶ 第一卷 eerste deel.
kan
zn. kroon v.
kan
zn. kan (8.28 Eng. lbs) v.
kan
zn. (1) [好意] welgezindheid v. (2) [項目] artikel o.; sectie v.; afdeeling v. ¶ に款を通ずる verbindingen aanknoopen met den vijand.
kan
zn. koude v.; het koude seizoen o.
kan
zn. (1) [時間] tijdruimte v. (2) [距離] afstand m. vz. (3) [中] tusschen; onder. ¶ in vijf dagen. ¶ 東京橫濱の鐵道線路 de spoorweg tusschen Tokyo en Yokohama.
kan
zn. vrije tijd m.
kan
zn. warmte van sake. ¶ 燗する sake warmen.
kan
zn. brief m.; concept o.; bw kort; bondig.
kan
(癇) zn. lichtgeraaktheid v. ¶ 癎が強い lichtgeraakt; prikkelbaar.
kan
zn. stam m.
kan
zn. gevoel o.; bewondering (感心) v.
kan
zn. spijt m.
kan
zn. edelmoedigheid v.; grootmoedigheid v.
kan
zn. gevangenis v.; kooi.
kan
zn. oorlogschip o.
kan
zn. sloomheid v. ¶ 緩に langzaam; sloom.
日蘭辭典 (trefwoord)
amari餘り
(余り) vz. & bw. (1) [より以上] meer dan; over; boven. (2) [過度に] te; al te; tezeer; erg; over. (3) [差程] zeer; bijzonder; zoozeer......, dat; zoo......dat. ¶ 餘り……ない niet erg; niet zeer; niet bijzonder; zelden. ¶ 餘り高くて手が屆かぬ zoo hoog, dat men er niet bij kan. ¶ そりゃあんまりだ dat is een beetje te erg.
arigane有金
(有り金) zn. het geld, dat er is; het geld, dat men bij zich heeft; het geld, waarover men beschikken kan; het aanwezige geld.
jitsu
() zn. (1) [眞實] waarheid v.; werkelijkheid v.; ware toestand m. (2) [誠意] oprechtheid v. (3) [割算] factor m.; getal dat gedeeld kan worden op. ¶ を明かす de waarheid aan het licht brengen. ¶ を盡す oprechtheid toonen; vriendelijkheid bewijzen. ¶ は inderaad; feitelijk. ¶ を言へば om de waarheid te zeggen; ronduit gezegd; openhartig gesproken. ¶ werkelijk; waar; feitelijk. ¶ inderdaad; zeer (甚だ).. ¶ らしい aannemelijk; plausibel.
iu言ふ、云ふ
(言う、云う) t.w. (1) [言ふ] zeggen. (2) [告げる] vertellen. (3) [話す] spreken. (4) [呼ぶ] noemen. ¶ 云ひ條 zelfs al neemt men aan, dat. ¶ 言へない ik kan niet zeggen of ...... ¶ 言ふ迄もなく het spreekt van zelf; uit den aard der zaak; onnoodig te zeggen dat ...... ¶ 言ふ所の zoogenaamd. ¶ 言ふに言はれない onuitsprekelijk; onbeschrijfelijk. ¶ 言ふもかなり men kan gerust zeggen, dat ..... ¶ 言ふと同時に實行する de daad bij het woord voegen. ¶ 法律から言へば wettelijk gesproken. ¶ 言ふ聞く luisteren naar iemands woorden; doen wat een ander zegt. ¶ 言はぬが花 het is het beste erover te zwijgen. ¶ それは蘭語と云ひますか hoe zeg je dat in het Hollandsch?; wat is dat in het Hollandsch? ¶ に少し言ひ度いがある ik heb je wat te vertellen. ¶ それ見な言はぬことか wel, heb ik het je niet gezegd; wel heb ik je nietgewaarschuwd? ¶ 大きく言ふ overdrijven. ¶ 暗に言ふ te verstaan geven. ¶ 物を言へなくなる verstomd staan; met stomheid geslagen zijn. ¶ を悪く言ふ kwaad van iemand spreken. ¶ あのはスミットと云ひます die meneer heet Smit. ¶ スミットと云ふ een meneer, genaamd Smit; een zekere (meneer) Smit. ¶ 彼は恩知らずだと云はれる men zegt, dat hij ondankbaar is; men verwijt hem ondankbaarheid. ¶ とは言ふものの hoe het ook zij.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ポット potto (1) kan; pot; [i.h.b.] theepot; koffiepot; (2) thermoskan; thermosfles; [niet alg.] thermos; isoleerkan
kame pot; kruik; kan; kit; vat; urn; [i.h.b.] vaas
kan groot gebouw; hal; zaal; centrum
kan gevoel; emotie; indruk
kanna schaaf
kan (1) zuidelijke deel van het Koreaanse schiereiland; (2) [Chin.gesch.] Hán [één der Strijdende Staten; 403-230 v.Chr.]; (3) [gesch.] oud-Koreaanse rijken [m.n. Goguryeo 高句麗; Baekje 百済 en Silla 新羅]; (4) [gesch.] Korea [officiële naam; 1896-1910]; (5) Zuid-Korea; (6) [gesch.] oud-Koreaanse volkeren [m.n. de Mahan 馬韓; de Jinhan 辰韓 en de Byeonhan 弁韓]
kan (1) a. compleet; volledig; (2) b. voltooien; afmaken; besluiten; ; einde; slot [bij eind van een boek of film]
kan doodkist; doodskist; grafkist; lijkkist; kist; [fig.] plankenhuis; [gew.] schrijn; [gew.] zerk; [scherts.] houten paletot; [uitdr.] het huisje van vier planken; [uitdr.] het huisje met zes planken
kan Kan
kan [Chin.] Jiāng; [Kor.] Gang; Kang
kan [maatwoord voor blikjes]; ; blik; blikje
kan (1) a. Hàn-rivier; (2) b. Melkweg; (3) c. man; (4) d. [Chin.gesch.] Hàn-dynastie; (5) e. China; [i.h.b.] Han-Chinezen; ; (1) China; (2) [Chin.gesch.] Hàn [= naam van meerdere Chinese dynastieën]; (3) Han-Chinezen; (4) Melkweg; (5) streek van Hànzhōng; ; -man; -kerel; -type
kan boek; volumen; boekdeel; deel [I, II, III enz.] van een boek
kan uitgave; editie
kan kan; ± midwinter [= dertigdagentijd voorafgaand aan risshun 立春]; ; (1) a. koud; fris; (2) b. rillen; in elkaar kruipen; (3) c. troosteloos; verlaten; (4) d. armlastig; behoeftig; (5) e. midwinter
kan intuïtie; het zesde zintuig; perceptie; inzicht; aanvoelen
kan glimlachend
kan (1) voorkomen; uitzicht; uiterlijk; schijn; aanzien; aanblik; blik; gezicht; spektakel; schouwspel; (2) zienswijze; opvatting; kijk; visie
kan gewichtsverlies; volumeverlies; ontbrekende hoeveelheid; ullage
間(かん) kan (1) periode; tijdspanne; gedurende ~; in ~; (2) tussen ~ en ~; van ~ tot ~
kan (1) a. model; toonbeeld; spiegel; (2) b. denken; onderscheiden; (3) c. bewijs; teken; (4) d. compilatie; bestand
kan opdrogen; droogleggen
ピッチャー pitchaa (1) [honkb.] pitcher; werper; [m.b.t. softbal] opwerper; (2) waterkan; waterkruik; kan; kruik
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 27 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'kan', strategie: exact). 
2005-2019