日蘭辭典+

9 resultaten voor ‘karma’
日蘭辭典 (trefwoord)
akugō惡業
(悪業) zn. karma o.
zn. karma v. ¶ 深い reddeloos verloren zijn. ¶ を煮やす woedend zijn.
inga因果
zn. (1) [原因結果] oorzaak en gevolg. (2) [不運] noodlot o. (3) [應報] vergelding v. ¶ 因果關係 causaal verband; causaliteit. ¶ 因果應報 vergelding; karma. ¶ 因果法則 wet van oorzaak en gevolg. ¶ 因果の noodlottig; rampzalig. ¶ 因果諦める berusten in zijn lot. ¶ 因果を宿す zwanger zijn door een misstap. ¶ 親の因果報いる de kinderen boeten voor de zonden der ouders.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <karma>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
因果 inga onfortuinlijk; ongelukkig; onzalig; gedoemd; noodlottig; ; (1) oorzaak en gevolg; [boeddh.] hetu-phala; (2) vergelding; straf; nemesis; (3) karma; lot; gesternte; (4) noodlot; tegenspoed; ongeluk; pech; doem
因縁 innen (1) lot; lotsbeschikking; lotsbestemming; lotsbesteding; [boeddh.] karma; (2) oorsprong; ontstaan; herkomst; geschiedenis; voorgeschiedenis; (3) lotsverbondenheid; (4) voorwendsel; excuus; smoes tot ruzie
所作 shosa (1) daad; handeling; (2) houding; gedrag; gedraging; gesticulatie; postuur; [演技の] acteerwerk; optreden; pantomimiek; (3) [kabuki] dansbeweging; dans; (4) [boeddh.] karma; (5) werk; beroep
gou (1) [boeddh.] karma; karman; (2) [i.h.b.] slecht karma; zonde; (3) verontwaardiging; verbolgenheid; indignatie
機縁 kien (1) [boeddh.] aanleg voor en voorbeschiktheid tot de leer; (2) aanleiding; gelegenheid; kans; motief; oorzaak; karma
en (1) kans; toevallige gebeurtenis; lot; toeval; karma; (2) band; betrekking; relatie; connectie; verwantschap; (3) verband; relatie; connectie; samenhang; (4) veranda; waranda; loggia
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'karma', strategie: exact). 
2005-2019