日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘kennis’
日蘭辭典 (trefwoord)
kokoro-e心得
zn. (1) [知識、會得] kennis v.; begrip o. (2) [準則] aanwijzing v. mv. (3) [規則] voorschriften v. mv. (4) [覺悟 ] voorbereid v. (5) [官職の心得] vervanger m. ¶ 局長心得 waarnemend directeur. ¶ 一通り科料を心得て居る zij kan goed koken. ¶ 商人の心得 voorschriften voor kooplieden; wat een koopman behoort te weten.
najimi馴染

(馴染み) zn. (1) [親交] intimiteit v.; vriendschappelijkheid v. (2) [知人] kennis v. ¶ 昔馴染 oude vlam. ¶ お馴染の geregelde bezoeker.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごいにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ はすごい知識を持ったです。すなわち、生き字引ですKare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑いKyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ が光に対してすごく敏感なのですMe ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kennis>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
tsuu x brieven; x stuks; x exemplaren [kwantor voor brieven, documenten, afschriften enz.]; ; het vertrouwd zijn met; het goed op de hoogte zijn van; het goed ingelicht zijn over; het goed ingevoerd zijn in; het goed thuis zijn in; het geverseerd zijn in; het doorkneed zijn in; het bedreven zijn in; het goed onderlegd zijn in; het bekend zijn met; het wegwijs zijn in; ; (1) kenner; expert; connaisseur; deskundige; autoriteit; sommiteit; (2) vertrouwdheid; kennis; deskundigheid; autoriteit; (3) begrip; inleving; (4) subtiel persoon; geraffineerd iemand; (5) man; vrouw van de wereld; mondain iemand
付く tsuku (1) plakken; (eraan) (vast)zitten; (eraan) (vast)hangen; steken (op); kleven (aan); aansluiten op; zich vastzetten (in; aan); [湯垢が] aanslaan; blijven; [m.b.t. sporen; litteken] achterblijven; erbij inbegrepen zijn; uitgerust zijn met; (2) volgen; vergezellen; achterna zitten; gaan; aan zijn zijde staan hebben; escorteren; [i.h.b.] partij kiezen; trekken voor; aan de zijde gaan staan van; (3) [m.b.t. vermogen; gewoonte; naam; idee enz.] krijgen; [energie; kennis; ervaring enz.] opdoen; verwerven; eigen worden; te beurt vallen; [癖が] een gewoonte aannemen; aankweken; ontwikkelen; zich een gewoonte aanwennen; [喫煙の癖が] zich het roken aanwennen; (4) geluk hebben; fortuinlijk zijn; het treffen; [het iem.] meezitten; goed gaan; boffen; mazzelen; [inform.] zwijnen; [inform.] sloffen; (5) zijn beslag vinden; uitgemaakt raken; in orde raken; geregeld raken; [m.b.t. contact; connectie] tot stand komen; [m.b.t. wegen; infrastructuur] aangelegd worden; (6) [m.b.t. prijskaartje] hangen aan; [goedkoper; duurder enz.] uitvallen; neerkomen op [x euro enz.]
ナレッジ narejji kennis; geleerdheid; informatie; wetenschap
知合い shiriai (1) kennis; bekende; (2) onderlinge bekendheid; onderlinge vertrouwdheid; het elkaar kennen
shiki (1) inzicht; (2) bekendheid; kennis; (3) aantekening; notitie; (4) [boeddh.] vijñāna [= ± bewustzijn; één van de vijf skandha's]; (5) [boeddh.] vijñāna [= ± bewustzijn; één van de twaalf nidāna's]; ; (1) a. inzicht; kennis; (2) b. [boeddh.] vijñāna; (3) c. gedachte; mening; (4) d. kennis; bekendheid; (5) e. teken; notering
承知 shouchi (1) kennis; besef; bewustzijn; bewustheid; onderkenning; (2) toestemming; instemming; inwilliging; goedkeuring; akkoord
心得 kokoroe waarnemend ~; loco-; vervangend ~; ; (1) kennis; begrip; ervaring; knowhow; (2) voorschriften; regels; reglement; reglementering; aanwijzingen; instructies
心当り kokoroatari kennis; idee; aanwijzing; vermoeden; aanleiding tot vermoedens
御存じ gozonji (1) het weten; kennis; besef; bewustzijn; wetenschap; (2) bekende; kennis; relatie; iemand met wie men regelmatig omgaat; (3) het weten; het kennis hebben van; het kennis dragen van; het bekend zijn met; het op de hoogte zijn van; het kennen
知人 chijin kennis; bekende
知識 chishiki kennis; weten; weet; wetenschap; informatie
近付き chikazuki (1) bekendheid; vertrouwdheid; (2) kennis; bekende
chi (1) wijsheid; verstand; rede; (2) kennis; geleerdheid; (3) intellect; intelligentie; (4) [boeddh.] jñāna; bodhi; [hind.] Brahmajñāna; (5) list
面識 menshiki bekendheid; vertrouwdheid; kennis
学識 gakushiki geleerdheid; (wetenschappelijke) kennis; eruditie
学術 gakujutsu wetenschap; kennis
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'kennis', strategie: exact). 
2005-2019