日蘭辭典+

51 resultaten voor ‘keurig’
日蘭辭典 (trefwoord)
akanukenoshita垢拔けのした
(垢抜けのした) bn. keurig; gedistingeerd.
kirei na綺麗な
bn. (1) [立派な] fraai; mooi; keurig. (2) [清潔な] zindelijk; schoon. (3) [潔白な] rein; onschuldig. (4) [完全な] volledig. ¶ 綺麗な mooi meisje. ¶ 綺麗な schoon water; helder water. ¶ 綺麗に mooi; netjes; volledig; geheel. ¶ 綺麗にする verfraaien; mooi maken; schoonmaken; reinigen.
fuchi布置
zn. aanleg m.; arrangement o. ¶ は布置宜しきを得て居る deze tuin is keurig aangelegd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <keurig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いなせinase (1) energiek; levendig; vurig; bezield; vigoureus; onstuimig; vol bravoure; (2) stijlvol; keurig; elegant; chic; zwierig
お利口orikou flink; braaf; keurig; lief; zoet; wijs
きちっとkichitto (1) netjes; keurig; (2) nauwkeurig; precies; exact; stipt; accuraat; juist
きちんとしたkichintoshita keurig; net; ordelijk; goed verzorgd
きっちりkitchiri (1) tot in de puntjes; keurig; netjes; perfect; (2) stipt; precies; exact; juist; punctueel; klokslag; op de minuut af
さっぱりsappari (1) verschrikkelijk; echt erg; (2) keurig; net; netjes; [gew.] deftig; (3) verfrist; opgefrist; opgeknapt; opgekikkerd; [i.h.b.] opgelucht [i.c.m. shita した]; (4) openhartig; vrijmoedig; oprecht; frank; rechtuit; rondborstig [i.c.m. shita した]; (5) [m.b.t. culinaria] eenvoudig; licht gekruid [i.c.m. shita した]; (6) compleet; totaal; helemaal; in het geheel; volkomen; volledig; gans [i.c.m. to と]
さっぱりしたsapparishita (1) schoon; proper; net; keurig; ordelijk; (2) [性格の] openhartig; eerlijk; oprecht; rondborstig; (3) [食物の味の] eenvoudig; klassiek; gewoon
しっくりshikkuri precies; tot in de puntjes; als gegoten; volmaakt; exact; perfect; keurig; goed
すっきりsukkiri (1) opgelucht; verfrist; fris; opgekikkerd; opgeknapt; verkwikt; onbezwaard; ontlast; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris; (3) uitgesproken; ondubbelzinnig; duidelijk; klaar
すっきりするsukkirisuru (1) zich opgelucht; verfrist; fris voelen; zich opgekikkerd; opgeknapt voelen; verkwikt zijn; zich onbezwaard; ontlast voelen; zich van een last bevrijd voelen; zich beter voelen; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris
すっきりとsukkirito (1) opgelucht; verfrist; fris; opgekikkerd; opgeknapt; verkwikt; onbezwaard; ontlast; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris; (3) uitgesproken; ondubbelzinnig; duidelijk; klaar
ちまちまchimachima (1) klein maar fijn; keurig; snoezig; popperig; (2) compact; gedetailleerd
ちゃんとchanto (1) netjes; fatsoenlijk; keurig; zoals het hoort; goed; prompt; wel; degelijk; fatsoenlijk; terdege; deugdelijk; behoorlijk [vaak door shita した gevolgd]; (2) zeker; precies; exact; perfect
ちゃんとしたchantoshita keurig; ordelijk; geordend; net; gepast; passend; juist; fatsoenlijk; welvoeglijk; betamelijk; [~職業] vast; [~妻] wettig
ばっちりbatchiri (1) klamp; sluithaak; (2) [試験は] makkie; fluitje van een cent; kinderspel; peulenschil; (3) precies passend; precies goed; perfect; onberispelijk; foutloos; vlekkeloos; tiptop; prachtig; piekfijn; keurig; netjes; uitstekend; dik in orde
ろくなrokuna (1) [~…ない] voldoende; genoeg; degelijk; deugdelijk; keurig; behoorlijk; fatsoenlijk; noemenswaardig; meldenswaard; (2) [~…ない] goed; juist
スクウェアsukuwea (1) vierkant; (2) plein; square; (3) ekenhaak; winkelhaak; (4) eerlijk; keurig; conventioneel; (5) effen; quitte; (6) [oppervlaktemaat] square [= honderd vierkante voet]
スマートsumaato (1) stijlvol; elegant; chic; koket; vlot; modieus; keurig; (2) slank; rank; rankgebouwd; fijngebouwd; tenger; (3) vaardig; beleidvol; kundig; knap; tactvol; elegant; handig; behendig; [form.] habiel
ピッタリpittari (1) zonder tussenruimte; hecht; dicht; strak; nauwsluitend; vlak (tegen); naadloos [op elkaar aansluiten]; potdicht; hermetisch; (2) precies; net; perfect; krek; exact; keurig; juist; op de kop af; geknipt; (3) plots [afgelopen]; ineens; opeens [tot stilstand gekomen]; plotseling; abrupt; op slag
一糸乱れずisshimidarezu in een onberispelijke toestand; in perfecte coördinatie; keurig; als een volmaakt en afgerond geheel; met een griezelige perfectie
otsu (1) op een na (de) beste; tweede; (2) [onderw.] B; op één na hoogste graad; (3) knap; chic; keurig; fijn; verfijnd; smaakvol; stijlvol; [Belg.N.] deftig; jeuïg; sjeuïg; kruimig; (4) gevat; clever; slim; (5) gewaagd; pittig; sappig; pikant
乙なotsuna (1) knap; chic; keurig; fijn; verfijnd; koket; smaakvol; stijlvol; [Belg.N.] deftig; jeuïg; sjeuïg; kruimig; (2) gevat; clever; slim; (3) gewaagd; pittig; sappig; pikant
乙にotsuni (1) knap; chic; keurig; fijn; koket; smaakvol; stijlvol; [Belg.N.] deftig; (2) aanstellerig; geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld; komedianterig; histrionisch; gemaniëreerd; nuffig
優雅なyuugana elegant; sierlijk; bevallig; gracieus; verfijnd; smaakvol; verzorgd; keurig
優雅にyuugani elegant; sierlijk; bevallig; gracieus; verfijnd; smaakvol; verzorgd; keurig
yuu (1) elegant; verfijnd; keurig; (2) bevallig; lieftallig; knap; fraai; mooi; (3) voortreffelijk; uitstekend; superieur; uitmuntend; uitnemend; excellent; (4) [onderw.] A; hoogste graad; een tien; (a) ontspannen; relaxed; (b) elegant; verfijnd; knap; mooi; (c) zorgzaam; attent; hartelijk; warm; (d) beter zijn dan; uitsteken boven; overtreffen; (e) acteur; artiest
利口rikou (1) intelligent; knap; slim; wijs; snugger; verstandig; bijdehand; bevattelijk; schrander; pienter; ad rem; gevat; vlug; clever; gis; kien; vernuftig; (2) kies; fijnzinnig; tactvol; wetend hoe te handelen; handig; goochem; gewiekst; uitgeslapen; van wanten weten; (3) braaf; keurig
利口なrikouna (1) intelligent; knap; slim; wijs; snugger; verstandig; bijdehand; bevattelijk; schrander; pienter; ad rem; gevat; vlug; clever; gis; kien; vernuftig; (2) kies; fijnzinnig; tactvol; wetend hoe te handelen; handig; goochem; gewiekst; uitgeslapen; van wanten weten; (3) braaf; keurig
卑しからぬiyashikaranu achtenswaardig; achtbaar; respectabel; keurig
味のあるajinoaru (1) smaakvol; kies; fraai; keurig; (2) pittig; expressief
尋常jinjou (1) gewoon; alledaags; normaal; gebruikelijk; doorsnee; banaal; (2) [~な顔立ち] aantrekkelijk; knap; (3) sportief; elegant; fair; (4) keurig; fatsoenlijk; net; respectabel; (5) behoorlijk; degelijk; (6) [Jap.gesch.] lagere school; basisschool; basisonderwijs
床しい ; 懐しいyukashii (1) aantrekkelijk; intrigerend; attractief; bekoorlijk; verleidelijk; aanlokkelijk; begeerlijk; (2) dierbaar; lief; nostalgisch; nostalgiek; heimweewekkend; (3) elegant; charmant; bevallig; verfijnd; gedistingeerd; smaakvol; gracieus; keurig
感心kanshin (1) bewonderenswaardig; bewonderenswaard; lovenswaardig; loffelijk; prijzenswaardig; lofwaardig; (2) bravo!; keurig!; goed zo!; goed gedaan!; knap (van je)!; prachtig!
整ったtotonotta ordelijk; goed geordend; netjes opgeruimd; keurig; verzorgd; proper
正々seisei correct; keurig; fair; eerlijk
気の利いたkinokiita (1) [~服; デザイン] chic; smaakvol; stijlvol; elegant; keurig; modieus; deftig; knap; aantrekkelijk; hip; (2) [~冗談; アイディア] gevat; geestig; spits; snedig; verstandig; schrander; clever; slim; wijs; intelligent; ingenieus; vernuftig; vindingrijk; zinnig
清げkiyoge rein; puur; zuiver; ongerept; gaaf; schoon; mooi; knap; keurig; verzorgd
清潔seiketsu (1) reinheid; netheid; properheid; zindelijkheid; zuiverheid; (2) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (3) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
清潔なseiketsuna (1) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (2) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
直々naonao keurig; netjes; braaf; rechtschapen
真面matomo (1) [~に] pal van voren; vlak in het gezicht; en face; recht; lijnrecht; precies tegenover; (2) keurig; correct; eerlijk; rechtgeaard; ernstig; zichzelf respecterend; normaal; (3) degelijk; fatsoenlijk; passend; netjes; behoorlijk; gepast
iki (1) knap; verzorgd; keurig; mooi; chic; stijlvol; elegant; modieus; deftig; (2) attent; kies; inlevend; begrijpend; begripvol; meevoelend; invoelend; empathisch
粋なikina (1) knap; verzorgd; keurig; mooi; chic; stijlvol; elegant; modieus; deftig; (2) attent; kies; inlevend; begrijpend; begripvol; meevoelend; invoelend; empathisch
粋にikini (1) knap; verzorgd; keurig; mooi; chic; stijlvol; elegant; modieus; deftig; (2) attent; kies; inlevend; begrijpend; begripvol; meevoelend; invoelend; empathisch
良好ryoukou goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
良好なryoukouna goed; mooi; fraai; fijn; keurig; deugdelijk
見事; 美事migoto (1) mooi; prachtig; fraai; keurig; excellent; schitterend; fantastisch; magnifiek; briljant; voortreffelijk; uitstekend; heerlijk; meesterlijk; reuze; (2) volkomen; volslagen; volledig; compleet; helemaal; afgerond; totaliter
見事な ; 美事なmigotona mooi; prachtig; fraai; keurig; excellent; schitterend; fantastisch; magnifiek; briljant; voortreffelijk; uitstekend; heerlijk; meesterlijk; reuze-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.59 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 48 treffers (zoekopdracht: 'keurig', strategie: exact). 
2005-2021