日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘kibbelen’
日蘭辭典 (trefwoord)
arasou爭ふ
(争う ) t.w. (1) [競ふ] mededingen; concurreren; kampen. (2) [戰ふ] vechten; twisten; strijden. (3) [逆ふ] betwisten. (4) [爭訟する] procedeeren. (5) [口論する] disputeeren; kijven; kibbelen (子供に言ふ). ¶ 爭ふべき betwistbaar. ¶ 爭ふべからざる onbetwistbaar. ¶ 爭はれぬ onbetwistbaar; ongetwijfeld. ¶ 勝を爭ふ elkaar de overwinning betwisten.
tsuno
zn. horen m.; gewei (鹿の) o.; (觸角) voelhoren m.; voelspriet m. ¶ 角の hoornen. ¶ 角を生やす boos worden; jaloersch zijn. ¶ 角ある gehorend. ¶ 角笛 horen; trompet. ¶ 角屋 vleugel. ¶ 角細工 hoornwerk. ¶ 角寄合をする elkaar stooten; oneenigheid hebben; twisten; kijven; kibbelen.
kenka喧嘩

zn. (1) [喧嘩] twist m. (2) [鬪爭] gevecht o.; strijd m. ¶ 喧嘩する twisten; vechten; kijven; kibbelen (子供が). ¶ 喧嘩 twistappel. ¶ 喧嘩 dreigende houding. ¶ 喧嘩買ふ iemand’s partij opnemen. ¶ 喧嘩をしかける twist zoeken. ¶ 喧嘩好き twistziek.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kibbelen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いちゃつくichatsuku (1) stoeien; flirten; ravotten; sjansen; minnekozen; vrijen; (2) treuzelen; talmen; er lang over doen een besluit te vormen; (3) onenigheid hebben; kibbelen; twisten; ruziën
アーギューaagyuu (1) argumenteren; pleiten; (2) redetwisten; debatteren; (3) ruziën; kibbelen; tegenspreken; twisten
アーギューするaagyuusuru (1) argumenteren; pleiten; (2) redetwisten; debatteren; (3) ruziën; kibbelen; tegenspreken; twisten
口論するkouronsuru ruziën; kibbelen; twisten; bekvechten; krakelen; kijven; [inform.] moelvechten; [gew.] herrebekken
啀み合うigamiau (1) grommen; brommen tegen elkaar; (2) snauwen tegen; bekvechten; ruziën; ruziemaken; kijven; kibbelen; krakelen; twisten; bakkeleien; overhoop liggen; onenigheid hebben; als kemphanen tegenover elkaar staan; op gespannen voet staan; met elkaar overhoop liggen; elkaar niet kunnen luchten
腹立つharadatsu (1) boos; kwaad worden; zich boos; kwaad maken; (2) ruzie maken; ruziën; bekvechten; kibbelen; (3) boos; kwaad worden; zich boos; kwaad maken
言い争うiiarasou ruziën; kibbelen; twisten; redetwisten; bekvechten; kijven; ruzie maken; woorden hebben; krakelen
言い合いするiiaisuru ruziemaken; ruziën; ruzie hebben; onenigheid; een meningsverschil hebben; twisten; kibbelen; kijven; bonje maken; trappen; krakelen; bakkeleien; bekvechten; harrewarren; kissebissen; steggelen; stechelen
言い合うiiau (1) met elkaar praten; samen spreken over; een gesprek voeren; woorden wisselen; (2) woorden hebben; geschil hebben; twisten; ruzie maken; kibbelen; ruziën
遣り取りするyaritorisuru (1) uitwisselen; geven en nemen; transigeren; (2) discussiëren; [i.h.b.] twisten; kibbelen; (3) drank uitwisselen
遣り合うyariau (1) met elkaar wedijveren; rivaliseren; kibbelen; onenigheid hebben; twisten; bekvechten; ruzie maken; ruziën; (2) samenwerken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.53 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'kibbelen', strategie: exact). 
2005-2022