日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘kijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
achira彼方
(あちら) bw. ginds; daar; aan den anderen kant. ¶ 彼方の dat; gindsch; gene. ¶ 彼方を向け kijk den anderen kant uit. ¶ 彼方に行け maak, dat je weg komt.
yo
tw. zeg!; hoor!; pas op!; kijk!
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
soraそら

tw. daar!; kijk!; pas op!; ho la!; hei daar!

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
展望 tenbou (1) uitzicht; gezicht; (2) vooruitzicht; verwachting; kansen; aspect; (3) kijk; visie; opvatting; zienswijze; mening; observatie
ほら hora kijk!; hé!; hei
所見 shoken (1) zienswijze; visie; kijk; denkbeeld; inzicht; opvatting; mening; opinie; oordeel; beschouwing; aanmerking; (2) [geneesk.] advies; deskundigenmening; diagnose
見方 mikata (1) visie; standpunt; opvatting; optiek; invalshoek; perspectief; oogpunt; gezichtshoek; gezichtspunt; zienswijze; benaderingswijze; insteek; inzien; kijk; (2) manier van kijken; kijkwijze; kijkmethode
御覧なさい gorannasai [drukt een beleefd bevel uit wanneer aangesloten op de constructie ren'yōkei + te て]; ; kijk!; zie!
manako (1) oogpupil; pupil; (2) oogbal; oogbol; oogappel; [i.h.a.] oog; (3) kijk; visie; zicht; gezichtsveld; perspectief; [i.h.b.] inzicht; oordeelkundigheid; begrip; ervaring
目; 眼 me (1) -ste; -de [ordinaal suffix]; (2) 10. [achtervoegsel dat een grens of raakvlak tussen twee zaken, toestanden e.d. markeert; het wordt aangesloten op de ren'yōkei van werkwoordsvormen]; (3) 11. -ig [aangesloten op de stam van adjectieven of op de ren'yōkei van werkwoorden; drukt een mate, eigenschap of tendens uit die neigt naar het genoemde]; ; foei; ; (1) oog; doppen; kijkers; [kindert.] piepers; kijkerd; gaten; glimmers; [Barg.] glimmerik; [Barg.] spanling; [Barg., volkst.] lampjes; (2) het zien; gezicht; gezichtsvermogen; zicht; gezichtsveld; vizier; blik; oogopslag; kijk; optiek; gezichtspunt; oogpunt; zienswijze; inzicht; zorg; (3) aanzicht; aanblik; (4) ervaring; (5) opening; tussenruimte; (6) maatstreep; maat; (7) volume; inhoud
ねえ nee (1) [tussenwerpsel om de aandacht te trekken of om iemand aan te spreken] zeg; hé; (2) [tussenwerpsel om ergens aan te herinneren of om aarzeling uit te drukken] nou; kijk; luister; zie je; weet je
観覧 kanran bezichtiging; bekijking; kijk; bekijk; toeschouwing; toeschouw; [veroud.] schouw
kan (1) voorkomen; uitzicht; uiterlijk; schijn; aanzien; aanblik; blik; gezicht; spektakel; schouwspel; (2) zienswijze; opvatting; kijk; visie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.47 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'kijk', strategie: exact). 
2005-2020