日蘭辭典+

27 resultaten voor ‘kosten’
日蘭辭典 (trefwoord)
atai
() zn. (1) [價値] waarde v. (2) [代] prijs m. ¶ 價値ある waardevol; kostbaar; waard om......; waardig om....... ¶ 價値なき waardeloos; niet waardig om....... ¶ 一讀の價値あり waard om gelezen te worden; verdient gelezen te worden. ¶ 價する (金が掛かる) kosten. ¶ 何々價する verdienen; waard zijn.
soroban算盤
zn. telraam o.; berekening (勘定) v.; rekening v.; ¶ 算盤が取れる de kosten dekken; loonend zijn; voordelig uitkomen. ¶ 算盤通りに行かぬ anders uitkomen dan men gerekend had.
suruする
i.w. (1) [行ふ] handelen; t.w. doen. t.w. (2) [作る] maken i.w. (3) [價する] kosten.
yobidashi呼出
zn. oproeping v. ¶ 呼出oproeping; dagvaarding. ¶ 電話呼出kosten van een telefoongesprek. ¶ 呼出す oproepen; opbellen (電話で).
hōsō包裝
(包裝) zn. verpakking v.; emballage v. ¶ 包裝費 kosten van emballage. ¶ 包裝する inpakken; emballeeren. ¶ 包裝紙 pakpapier.
daika代價

(代価) zn. prijs m.; kosten mv.

daikin代金

zn. zn. prijs m.; kostprijs m.; kosten mv. ¶ 代金引換郵便 zending tegen rembours.

sate-oki扠措き

bw. om niet te spreken van; nog daargelaten; terzijde. ¶ 冗談は扠措き scherts terzijde; (俗) alle gekheid op een stokje. ¶ は扠措き voor alles; boven alles; bovenal. ¶ 費用の問題は扠置き de kosten nog daargelaten.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kosten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
損得 sontoku winst of verlies; gewin of verlies; kosten-baten; voor- en nadelen; belangen
為る suru (1) zich voordoen; gebeuren; plaatsvinden; (2) verstrijken; voorbijgaan; verlopen [voorafgegaan door een meishi die een bep. tijdseenheid aanduidt]; (3) bedragen; kosten; waard zijn [voorafgegaan door een meishi die een bep. waarde, bedrag aanduidt]; (4) beslissen; besluiten; ervoor kiezen [in de constructie … to suru …とする of … ni suru …にする]; (5) hebben; merken; voelen [m.b.t. gewaarwording; in de constructie … ga suru …がする]; ; (1) doen; begaan; maken; verrichten; aanvangen; aandoen; uitvoeren; bedrijven; uitoefenen; beoefenen; praktiseren; doen (aan); [m.b.t. zaak, winkel enz.] runnen; (2) [van beroep …] zijn; werken (als); dienst doen (als); [m.b.t. ambt] waarnemen [in de constructie … o suru …をする]; (3) maken; maken (tot); [er een … van] maken [in de constructie … ni suru …にする]; (4) gebruiken als; bezigen als; doen dienen als [in de constructie … ni suru …にする]; (5) 10. vinden; achten; beschouwen; aanzien; dunken [in de constructie … to suru …とする]; (6) 11. (ver)onderstellen (dat); aannemen (dat); stellen (dat) [in de constructie … to suru …とする]; (7) 12. aandoen; dragen [m.b.t. kledingstuk]; (8) 13. hebben; zijn [m.b.t. een bep. vorm, toestand enz.]
入り iri (1) binnenkomst; intrede; entree; betreding; intocht; inkomst; [Belg.N.] inkom; (2) inhoud; het aanwezig zijn van; aanwezigheid; opkomst; (3) [日; 月の] ondergang; (4) begin; aanvang; start; eerste dag; (5) inkomen; inkomsten; oogst; opbrengst; winst; recette; (6) kost; kosten; onkosten; lasten; uitgaven; (7) "aan"-stand; aan; ingeschakeld
原価 genka kostprijs; fabrieksprijs; kostende prijs; kosten
出費 shuppi uitgave; uitgaaf; uitgaven; kosten; expensen
諸経費 shokeihi diverse uitgaven; kosten; algemene onkosten; overheadkosten; overhead
実費 jippi (1) werkelijke kosten; werkelijke uitgaven; (2) kostprijs; fabrieksprijs; kostende prijs; kosten
コスト kosuto kost; kosten; prijs
dai (1) dai [landmaat van 1; 50 tan 段 (± 1.188 m²)]; (2) -ste; -de [rangtelwoordelijk suffix voor leiders en regeerders]; (3) 10. [benaderende aanduiding van een periode of leeftijd]; ; (1) a. vervanging; aflossing; assistent-; adjunct-; vervangend; waarnemend; loco-; (2) b. ruilmiddel; prijs; (3) c. generatie; regeerperiode; (4) d. historische periode; tijdperk; de jaren …; de …-er jaren; (5) e. tienjarige periode; decennium; -tiger; -tigjarige; ; 11. [adressering] ten behoeve van …; [afk.] t.b.v. …; ; (1) tijd; generatie; [meton.] regeerperiode; regeringstijd; regering; bewind; beheer; (2) vervanging; substitutie; vervanger; compensatie; (3) plaatsvervanger; plaatsvervuller; remplaçant; substituant; substituut; opvolger; (4) prijs; waarde; kosten; tarief; -geld; -rekening; -nota; (5) [geol.] era; hoofdtijdperk van de geologische tijdschaal; (6) [Chin.gesch.] Daì [streek in het grensgebied van de huidige provincies Héběi 河北 en Shānxī 山西]; (7) [Chin.gesch.] Daì [door Tuòbá Yīlú 拓跋猗盧 gestichte Xiānbēi 鮮卑-staat (315-376)]
代金 daikin prijs; kosten; tarief; geld; betaling; vergoeding; schuld
代物 daimotsu (1) prijs; kosten; (2) vervangingsmiddel; vervangmiddel; substituut; surrogaat
料金 ryoukin prijs; kosten; schuld; tarief; tol; geld; rekening; leges
you a. voor; bestemd voor; bedoeld voor; ten gebruike van; ten behoeve van; ad; in usum; ; (1) nut; bruikbaarheid; dienst; (2) gebruik; (3) taak; werk; boodschap; klus; karwei; (4) kosten; prijs; uitgaven; (5) (kleine en grote) boodschap; urine en poep
要求する youkyuusuru (1) vorderen; eisen; claimen; aanspraak maken op; pretenderen; opeisen; vindiceren; verzoeken; aanspreken om; (2) vereisen; verlangen; gebieden; kosten; vergen; vragen; nodig hebben
価格 kakaku prijs; kosten; waarde
掛かる kakaru (1) ergens aanhangen; (2) gevangen worden; [手に] vallen; (3) gebouwd worden; aangelegd worden; gelegd worden; (4) kosten; nodig zijn; benodigd zijn; [時間が] duren; aanlopen
費用 hiyou kost; kosten; onkosten; uitgave; expensen
hi -kosten; -lasten; -uitgaven
足付き ashitsuki (1) tred; manier van lopen; gang; pas; (2) meubel op poten; (3) kosten; geld; centen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.79 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'kosten', strategie: exact). 
2005-2019