日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘kruis’
日蘭辭典 (trefwoord)
jūji十字
zn. kruis o. ¶ 十字の gekruist. ¶ 十字に kruislings; kruisgewijze. ¶ 十字を切る zich bekruisen. ¶ 十字架 kruis; kruisgalg. ¶ 十字路 kruisweg; wegkruising. ¶ 十字軍 kruistocht. ¶ 十字火 kruisvuur. ¶ 十字科 kruisbloemigen; cruciferen. ¶ 十字架に打附ける kruisigen; aan het kruis nagelen.
mata
zn. heup v.; kruis o. ¶ 股を擴げる de beenen strekken. ¶ 日本中を股にかける door heel Japan trekken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kruis>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
クロスkurosu (1) kruis; (2) kruising; kruispunt; (3) [sportt.] kruispass; (4) (geweven) stof; [i.h.b.] laken; doek
シャープshyaapu (1) [muz.] kruis; verhogingsteken; diësis; (2) hekje; matje; het teken #; (3) Sharp; Sharpe; (4) Sharp Corporation; (5) scherp; scherpzinnig
デルタ ; δ ; Δderuta (1) vierde letter van het Griekse alfabet (δ; Δ); (2) delta; rivierdelta; (3) iets deltavormigs; (4) [slang] vrouwelijke schaamstreek; kruis; derde oksel
トスtosu (1) worp; (2) toss; opgooi; kruis-of-muntworp
プラスpurasu (1) optelling; additie; (2) positief; boven het vriespunt; boven nul; (3) pluspunt; voordeel; plus; profijt; winst; (4) [pregn.] pluspool; anode; elektropositief ~; (5) plusteken; plusje; kruis; (6) [pregn.] positieve reactie [op een medische test enz.]
付け根tsukene (1) wortel; onderste deel waarmee iets vastgehecht; ingeplant is; (2) [足の] lies; kruis; (3) [腕の] schoudergewricht
十字juuji kruis
十字架juujika kruis; Heilig Kruis
南十字星minamijuujisei [astron.] Zuiderkruis; Kruis; Crux
嬰記号eikigou [muz.] kruis; verhogingsteken; diësis; ♯
ei (1) boreling; pasgeborene; neonaat; (2) [Jap.muz.] verhoging met een halve toon; (3) [muz.] kruis; verhoging met een halve toon; (a) baby; pasgeborene; (b) omgeven; omsluiten; (c) vatten; (d) toevoegen; toedoen; (e) aanraken; beroeren; (f) [muz.] verhoging met een halve toon; kruis
罰印batsujirushi kruisje; kruis; X
股座matagura [anat.] streek tussen de dijen; benen; kruis; schaamstreek; [男性の] lies; liesstreek
股間kokan [anat.] streek tussen de dijen; benen; kruis; schaamstreek; [男性の] lies; liesstreek
ku (1) pijn; leed; lijden; [fig.] kruis; (2) zorg; bezorgdheid; verontrusting; ongerustheid; (3) moeite; inspanning
omote (1) voorkant; voorzijde; voorste gedeelte; eerste gedeelte; goede kant; (2) [硬貨の] kruis; kop; beeldenaar; (3) bovenkant; bovenzijde; (4) oppervlakte; buitenkant; buitenzijde; (5) buiten; de straat; (6) bovenkant van een tatami; matwerk
鼠蹊部sokeibu liesstreek; lies; kruis
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.83 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'kruis', strategie: exact). 
2005-2021