日蘭辭典+

38 resultaten voor ‘kwaad’
日蘭辭典 (trefwoord)
ada
zn. (1) [敵] vijand m. (2) [復讐] wraak v. (3) [怨み] vijandschap v.; wrok m.; haat m. ¶ 不倶戴天の doodsvijand. ¶ を返す zich wreken. ¶ 恩をで返す goed met kwaad vergelden.
ashiki惡しき
(悪しき) bn. (1) [不正] slecht; boos; kwaad; euvel. (2) [慘な] ellendig; miserabel. ¶ 惡しくなる degenereeren; slechter worden; achteruitgaan;
aku
(悪) zn. kwaad o.; boosheid v.; slechtheid v.; zondigheid v.; verkeerdheid v. ¶ 惡に報いる善を以てする kwaad met goed vergelden.
akuhyō惡評
(悪評) zn. (惡い評判) slechte naam m.; slechte reputatie v.; kwade reuk m. ¶ 惡評する kwaad spreken van.
iu言ふ、云ふ
(言う、云う) t.w. (1) [言ふ] zeggen. (2) [告げる] vertellen. (3) [話す] spreken. (4) [呼ぶ] noemen. ¶ 云ひ條 zelfs al neemt men aan, dat. ¶ 言へない ik kan niet zeggen of ...... ¶ 言ふ迄もなく het spreekt van zelf; uit den aard der zaak; onnoodig te zeggen dat ...... ¶ 言ふ所の zoogenaamd. ¶ 言ふに言はれない onuitsprekelijk; onbeschrijfelijk. ¶ 言ふもかなり men kan gerust zeggen, dat ..... ¶ 言ふと同時に實行する de daad bij het woord voegen. ¶ 法律から言へば wettelijk gesproken. ¶ 言ふ聞く luisteren naar iemands woorden; doen wat een ander zegt. ¶ 言はぬが花 het is het beste erover te zwijgen. ¶ それは蘭語と云ひますか hoe zeg je dat in het Hollandsch?; wat is dat in het Hollandsch? ¶ に少し言ひ度いがある ik heb je wat te vertellen. ¶ それ見な言はぬことか wel, heb ik het je niet gezegd; wel heb ik je nietgewaarschuwd? ¶ 大きく言ふ overdrijven. ¶ 暗に言ふ te verstaan geven. ¶ 物を言へなくなる verstomd staan; met stomheid geslagen zijn. ¶ を悪く言ふ kwaad van iemand spreken. ¶ あのはスミットと云ひます die meneer heet Smit. ¶ スミットと云ふ een meneer, genaamd Smit; een zekere (meneer) Smit. ¶ 彼は恩知らずだと云はれる men zegt, dat hij ondankbaar is; men verwijt hem ondankbaarheid. ¶ とは言ふものの hoe het ook zij.
dōyaraどうやら
bw. vermoedelijk; wel. ¶ どうやら天氣になりそうだ het zal wel goed weer worden. ¶ どうやらかうやら op de een of andere manier; zoo goed en zoo kwaad mogelijk.
dōnari-kōnariどうなりこうなり
bw. op de een of andere manier; zoo goed en zoo kwaad mogelijk.
dōkakōkaどうかかうか
heigai弊害
zn. kwaad o.; euvel o.; misbruik o. ¶ 弊害を及ぼす slechten invloed uitoefenen.
hei
zn. kwaad o.; euvel o.; misbruik o.
jasei邪正

(→jashō) zn. goed en kwaad.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kwaad>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
むかつくmukatsuku (1) misselijk; naar; onpasselijk; ongesteld worden; zich niet goed voelen; (2) boos; kwaad; nijdig; [gew.] vals worden; gebelgd; verbolgen raken; walgen (van); zich opwinden; [veroud.] zich vergrammen
むっとmutto (1) boos; kwaad; ontstemd; verontwaardigd; gepikeerd; geërgerd; geprikkeld; geïrriteerd; verbolgen; gebelgd; pissig; nijdig; op de tenen getrapt; [veroud.] spijtig; (2) [熱; 悪臭が] verstikkend; bedompt; benauwd; muf; (3) de lippen op elkaar klemmend; als het graf; als een mof; [Belg.N.] als vermoord zwijgend
不幸なfukouna (1) ongelukkig; treurig; ellendig; beroerd; miserabel; (2) tegenvallend; onzalig; slecht; onfortuinlijk; kwaad; jammer
不良furyou (1) het slechte; het kwade; slechtheid; gebrekkigheid; onvolkomenheid; improbiteit; ondeugd; snoodheid; verderfenis; (2) het minderwaardige; het inferieure; minderwaardigheid; minderheid; inferioriteit; (3) criminaliteit; misdadigheid; delinquentie; (4) zware jongen; gewelddadige kerel; vandaal; hooligan; rabauw; misdadiger; agressieveling; bandiet; gangster; crimineel; delinquent; (5) slecht; pover; minderwaardig; onvolkomen; gebrekkig; wan; inferieur; min; ondeugdelijk; [w.g.] kwaad; (6) slecht; verdorven; boos; misdadig; delinquent; crimineel; [veroud.] snood
不良のfuryouno (1) slecht; pover; minderwaardig; onvolkomen; gebrekkig; wan; inferieur; min; ondeugdelijk; [w.g.] kwaad; (2) slecht; verdorven; boos; misdadig; delinquent; crimineel; [veroud.] snood
不運fuun tegenslag; tegenspoed; ongeluk; pech; misfortuin; wanbof; tegenvaller; contrecoup; onfortuinlijkheid; rampspoed; noodlot; fatum; onfortuinlijk; ongelukkig; onzalig; tegenspoedig; pechvol; kwaad; gedoemd; rampzalig; noodlottig
ada (1) vijand; tegenstander; (2) vijandigheid; vijandschap; animositeit; verbolgenheid; kwaadwilligheid; malice; haat; wrok; rancune; vete; (3) kwaad; schade; nadeel; slechte dienst; iets contraproductiefs
yaku (1) ongeluk; ellende; kwaad; onheil; tegenspoed; tegenslag; pech; ramp; (2) ongeluksjaar; pechjaar; (3) [geneesk.] pokziekte; kinderpokken; pokken; variola
害のあるgainoaru schadelijk; nadelig; pernicieus; funest; nefast; kwaad; kwaadaardig; [veroud.] snood; [veroud.] boos
害悪gaiaku kwaad; kwaal; euvel
害毒gaidoku kwaad; schade; onheil; kwade; verpestende; schadelijke invloed; pest; verderf; vloek; kanker; vergif; vergift
gai schade; aantasting; kwaad; nadeel; afbreuk; leed; injurie; euvel; iets pernicieus; iets verderfelijks; slechts; kwalijks; kwade; funeste invloed
弊害heigai kwaad; euvel; plaag; pest; aantasting; kwalijke zaak; kwade; nadelige; slechte invloed; nadelig effect
悪いwarui (1) slecht; kwaad; verkeerd; euvel; kwalijk; boos; ongunstig; mieges; [調子が] bedonderd; [inform.] beroerd; (2) moreel slecht; onverkwikkelijk; onfris; lelijk; verwerpelijk; (3) sorry; het spijt me; pardon; neem me niet kwalijk
悪事akuji iets slechts; iets verkeerds; euveldaad; kwaad; euvel; snoodheid; boosheid; onrecht; misdaad
悪業akugyou euveldaad; wandaad; heilloze daad; slechte daad; vergrijp; kwaad
悪行akugyou euveldaad; wandaad; heilloze daad; slechte daad; vergrijp; kwaad
aku kwaad; kwade; boze; ondeugd; zonde; slechtheid; euvel; snoodheid; boosheid; verdorvenheid
是非zehi (1) goed en [of] kwaad; het juiste of het verkeerde; juistheid; geschiktheid; gepastheid; het voor en het tegen; de voor- en nadelen; de deugden en gebreken; de argumenten voor en tegen; de baten en lasten; plussen en minnen; (2) op de een of andere wijze; manier; hoe dan ook; in elk geval; in allen gevalle; enigerwijs; zeker; vooral; welzeker; echt; absoluut; werkelijk; stellig; bepaald; wel degelijk; heus; zonder mankeren; wis en zeker; in elk geval; op eerlijke of oneerlijke wijze; per se; alleszins; koste wat het kost; tot elke prijs; ten koste van alles; coûte que coûte; parforce; noodzakelijkerwijs; het moet en het zal
doku (1) gif; vergif; vergift; venijn; toxicum; [lit.t.] gal; (2) wat schadelijk is; schade (voor); iets kwalijks; kwaad; venijn; (a) gif; (b) krenking; grief; (c) onheil; (d) wrok; (e) India
罪悪感zaiakukan gevoel van schuld; schuldgevoel; schuldgevoelens; schuldbesef; wroeging; kwaad; slecht geweten; zondegevoel; zondebesef; zondebewustzijn
邪悪jaaku slecht; kwaad; snood; boos; verdorven; zondig; boosaardig; kwaadaardig; gemeen; malicieus
ja (1) kwaad; euvel; onrecht; (a) verkeerd; slecht; snood; (b) verwarren; misleiden
yokoshima (1) verkeerd; fout; slecht; kwaad; [veroud.] boos; (2) zijdelings; zijlings; zijwaarts; dwars
険しいkewashii (1) steil; sterk hellend; (2) (van iemands karakter) hard; (van iemands karakter) hardvochtig; (3) (van iemands gelaatsuitdrukking) streng; (van iemands gelaatsuitdrukking) grimmig; (4) boos; kwaad; verbolgen
険悪kenaku dreigend; gespannen; hachelijk; kwaad; geladen; vijandig; grimmig; akelig
障りsawari (1) obstakel; belemmering; beletsel; hindernis; hinderpaal; hindering; verhindering; sta-in-de-weg; klip; impediment; (2) ongemak; kwaad; last; hinder; onaangenaamheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'kwaad', strategie: exact). 
2005-2021