日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘kwestie’
日蘭辭典 (trefwoord)
arasoi
(争い) zn. (1) [喧嘩] twist m.; strijd m.; kwestie v.; herrie v. (2) [論爭] dispuut o.; woordenwisseling v. (3) [爭訟] proces o.; rechtszaak v. (4) [競爭] wedstrijd m. (5) [不和] oneenigheid v. ¶ 競爭tegenstander; mededinger; concurrent.
jitan事端
zn. oorzaak van een kwestie; aanleiding tot de moeilijkheden.
hōmen方面
zn. (1) [方向、側] richting v.; zijde v.; kant m. (2) [見地] oogpunt o. ¶ 各方面より van alle kanten. ¶ 問題のすべての方面硏究する een kwestie van alle zijden bezien. ¶ 東京方面へ in de richting van Tokyo. ¶ 教育方面より見れば uit een opvoedkundig oogpunt. ¶ 此の方面は不案内でず ik ben in deze buurt niet bekend.
rongai論外
bw. buiten de kwestie. ¶ それは論外のdat ligt buiten de kwestie; dat gaat buiten de zaak om; dat heeft er niets mee te maken.
dōnin同人
zn. (1) [同じ] dezelfde m. & v.; de persoon in kwestie; de betrokken persoon. m. (2) [仲間] makker.
naka

zn. verhouding v.; betrekking v. ¶ 深い intieme relatie; innige verhouding. ¶ 惡い oneenigheid hebben; kwestie hebben. ¶ よい bevriend zijn.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kwestie>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
mono (1) -werk; -stuk; (2) -wekkend; -aanjagend; -barend; -gevend; wat ~ veroorzaakt; ; (1) ding; voorwerp; zaak; goed; stuk; artikel; waar; iets; object; brok; spul; materiaal; (2) aangelegenheid; kwestie; historie; affaire; materie; onderwerp; punt; (3) eigendom; bezit; have; goed; (4) kwaliteit; (5) rede; wat redelijk is
問題 mondai (1) vraag; vraagstuk; probleem; opgave; kwestie; zaak; aangelegenheid; perikelen; (2) onderwerp; (discussie)punt; geschilpunt; (3) controverse; moeilijkheden; problemen; kritiek
ten (1) [maatwoord voor punten, runs]; (2) [maatwoord voor stuks, artikelen]; ; (1) punt; stip; stippel; [als decimaalteken] komma; [Lat.] punctum; (2) puntje; stipje; tittel; [op letterteken; veroud.] tip; (3) punctuatie; interpunctie; interpunctieteken; [taalk., veroud.] sluitteken; (4) punt; waarderingspunt; waarderingscijfer; cijfer; [m.b.t. een Japans dichtwerk] waarderingsteken; (5) punten; score; [voetbal] doelpunt; treffer; [cricket; honkbal] run; (6) punt; kwestie; opzicht; standpunt; gezichtspunt; oogpunt
一件 ikken aangelegenheid; kwestie; zaak; geval
苦情 kujou (1) klacht; reden tot klagen; grief; ergernis; (2) moeilijkheid; probleem; narigheid; kwestie
警察沙汰 keisatsuzata kwestie; zaak voor de politie; politiezaak
ken (1) [maatwoord voor gevallen van misdaad, ongevallen]; (2) [maatwoord voor faillissementen, schandalen, kwesties]; (3) [maatwoord voor aanvragen, bevragingen, aangiftes, petities]; (4) [maatwoord voor transacties]; (5) [maatwoord voor bezoeken aan een internetsite, treffers]; (6) [maatwoord voor agendapunten, onderwerpen]; (7) [maatwoord voor ingesproken boodschappen of ingestuurde berichten]; ; zaak; geval; aangelegenheid; affaire; kwestie; materie; casus
喧嘩 kenka (1) ruzie; twist; onenigheid; gehakketak; gekibbel; gekrakeel; geharrewar; (2) redetwist; dispuut; kwestie; onenigheid; woordenstrijd; woordentwist; woordenwisseling; (3) handgemeen; gevecht; strijd; worsteling; kamp
事件 jiken (1) incident; voorval; gebeurtenis; gebeuren; evenement; geval; affaire; kwestie; (2) [jur.] zaak; [Lat., jur.] res; affaire; [i.h.b.] schandaal
事柄 kotogara aangelegenheid; zaak; kwestie; affaire; omstandigheden
koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) 10. oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) 11. ervaring; ondervinding
dan (1) het feit (… te zijn); (2) fase; stadium; geval; moment; situatie; (3) 10. [~ではない; じゃない] mate; kwestie; ; (1) trap; trede; sport; stap; opstapje; opstap; (2) dan; sterktegraad; meestergraad; graad; klasse; rang; niveau; [fig.] kaliber; (3) schap; plank; laag; verdieping; etage; (4) rubriek; kolom; column; (5) tafel (van vermenigvuldiging); (6) alinea; paragraaf; passage; (7) [ton.] bedrijf; akte
沙汰 sata (1) keuring; oordeel; vonnis; verdict; [i.h.b.] proces; verhandeling; (2) besluit; instructie; bevel; opdracht; order; lastgeving; (3) bericht; nieuws; informatie; inlichting; mededeling; tijding; (4) affaire; kwestie; incident; (5) gerucht; praatjes
議案 gian (1) [pol.] wetsvoorstel; [政府提出の] wetsontwerp; bill; (2) agendapunt; kwestie
議題 gidai [maatwoord voor discussiepunten, kwesties]; ; onderwerp; punt van discussie; discussiepunt; agendapunt; gespreksstof; gespreksonderwerp; gespreksthema; kwestie; [verzameln.] agenda
hanashi (1) het praten; praat; praatje; praats; opmerking; zeggen; woord; woordje; gesprokene; [w.g.] spraak; [w.g.] zegsel; (2) gesprek; conversatie; onderhoud; babbel; propoost; [i.h.b.] overleg; (3) onderwerp (van gesprek); propoost; topic; (4) verhaal; vertelling; relaas; historie; story; geschiedenis; vertelsel; verslag; [w.g.] verhaling; (5) geklets; gebabbel; [veroud.] gesnap; gerucht; praatje; smoesje; [Bar.] kabielesementje; roddel; on-dits; spraak; (6) geval; affaire; kwestie; zaak [gebruikt als keishiki meishi 形式名詞]
課題 kadai [maatwoord voor onderwerpen, thema's, opgaven]; ; (1) onderwerp; thema; (2) oefening; opgave; taak; opdracht; [i.h.b.] huiswerk; (3) probleem; vraagstuk; kwestie
ron (1) theorie; (2) redenering; redenatie; betoog; (3) visie op ~; mening; opvatting; inzicht; opinie; (4) debat; redetwist; discussie; dispuut; twistgesprek; controverse; kwestie; (5) vertoog; verhandeling; essay; traktaat; Over ~
論点 ronten geschilpunt; twistpunt; vraagpunt; punt; argument; strijdvraag; kwestie
案件 anken (1) kwestie; zaak; geding; voorwerp van bespreking; (2) vraagpunt; discussiepunt; punt
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.07 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'kwestie', strategie: exact). 
2005-2019