日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘laf’
日蘭辭典 (trefwoord)
amai甘い
bn. (1) [甘味] zoet. (2) [淡味] flauw; laf; smakeloos. (3) [愚鈍] dwaas; mal. (4) [叱り方が] slap; niet streng genoeg. (5) [やさしい] zacht. ¶ 子供に甘い toegevend voor kinderen. ¶ 甘い物 zoetigheid.
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
dokyō度胸
zn. moed m. ¶ 度胸のある moedig; dapper. ¶ 度胸のない laf.
kitanai汚い
bn. (1) [不潔] vuil; vies; smerig. (2) [吝嗇] min; gierig. (3) [卑猥な] vuil; schuin; onfatsoenlijk. (4) [卑怯] laf. ¶ 汚い smerige straat. ¶ 汚い vuile praatjes. ¶ 汚くする bevuilen; vuil maken.
fūmi風味
zn. smaak m.; geur m. ¶ 結構な風味 lekkere smaak. ¶ 薄荷の風味がする het smaakt naar pepermunt; het ruikt naar pepermunt. ¶ に風味を附ける kruiden; een smaak geven aan. ¶ 風味よき smakelijk; lekker; pittig. ¶ 風味なき smakeloos; flauw; laf.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <laf>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
こくのないkokunonai  ; [~酒] slap; flauw; laf; vlak; futloos; waterig; zonder pit; [~料理] licht verteerbaar; fade; [gew.] flets; [gew.] kwak
卑怯hikyou (1) lafheid; lafhartigheid; (2) gemeenheid; flauwheid; laag-bij-de-grondsheid; laagheid; minheid; valsheid; gluiperigheid; (3) laf; lafhartig; blo; blode; [pej.; inform.] schijterig; [veroud.] blohartig; (4) gemeen; klein; flauw; laag-bij-de-gronds; unfair; laag; min; vals; onsportief; vuil; gluiperig
味のないajinonai (1) smaakloos; geen smaak hebbend; zonder smaak; flauw; slap; laf; [gew.] flets; (2) zouteloos; oninteressant; nietszeggend; geesteloos; mat; saai
味の薄いajinousui zonder veel smaak; flauw; slap; laf; vlak; [gew.] flets
寒いsamui (1) koud; kil; koel; (2) armzalig; armetierig; armoedig; troosteloos; pover; schamel; [m.b.t. grap] flauw; [m.b.t. grap] melig; [m.b.t. grap] laf; (3) huiverig; bibberig; huiveringwekkend; (4) [m.b.t. beurs; portemonnee] berooid; leeg
小心shyoushin (1) bedeesdheid; benepenheid; timiditeit; beschroomdheid; schuchterheid; verlegenheid; lafheid; lafhartigheid; schijterigheid; (2) nauwkeurigheid; nauwgezetheid; zorgvuldigheid; angstvalligheid; precisiteit; scrupulositeit; omzichtigheid; behoedzaamheid; voorzichtigheid; (3) bedeesd; benepen; timide; beschroomd; schuchter; verlegen; laf; blo; lafhartig; blohartig; schijterig; (4) nauwkeurig; nauwgezet; zorgvuldig; secuur; angstvallig; precies; scrupuleus; meticuleus; omzichtig; behoedzaam; voorzichtig
意気地のないikujinonai slap; flauw; laf; week; niet wilskrachtig; karakterloos; lafhartig; blohartig; schijterig
旨味のないumaminonai (1) smaakloos; geen smaak hebbend; zonder smaak; laf; flauw; slap; (2) onrendabel; onprofijtelijk; … dat niet loont; … dat geen geld in het laatje brengt
気が小さいkigachiisai (1) timide; bedeesd; beschroomd; schuchter; verlegen; (2) lafhartig; laf; blohartig; bang
気の抜けたkinonuketa verschaald; flauw; geesteloos; insipide; karakterloos; kleurloos; versleten; [m.b.t. bier] laf; [fig.] zouteloos; zonder pit; waterig
無味のmumino smaakloos; geen smaak hebbend; … zonder smaak; flauw; laf
腑抜けfunuke (1) lafaard; lafbek; bangerik; schijterd; angsthaas; sul; watje; doetje; mietje; slappeling; bloodaard; slapjanus; sissy; moederskindje; koekje; schuimpje; labbekak; (2) laf; lafhartig; schijterig; zwak; slap; niet wilskrachtig; timide; karakterloos; zonder durf; lullig
腑甲斐無いfugainai (1) laf; lafhartig; slap; flauw; kleinhartig; kleinmoedig; (2) nietswaardig; waardeloos; onbruikbaar
臆病なokubyouna laf; lafhartig; [arch.] blo; blode; [veroud.] blohartig; bang; bangelijk; schijterig; schuw; vreesachtig; week van hart; timide; kinderachtig; wijfachtig
蒸し暑い; 蒸暑いmushiatsui vochtig-warm; broeierig; zwoel; zoel; drukkend; benauwd; pufferig; laf; bedompt; [veroud.] balsemiek; [gew.] mouterig; [gew.] doef
薄味usuaji (1) [~の] niet te gekruid; flauw van smaak; smaakloos; flets; laf; (2) [~の] eentonig; saai; mat; zouteloos; futloos; pitloos
言ふ甲斐無しifukahinashi (1) verloren gezegd; vergeefs; daar helpt geen lievemoederen aan; niet meer te verhelpen; niet meer ongedaan te maken; (2) […こと; さま; 人; なる] onherroepelijk; onontkoombaar; onvermijdelijk; [i.h.b.] zielloos; levenloos; ontzield; (3) niet noemenswaardig; onbelangrijk; te verwaarlozen; onbeduidend; onbetekenend; onbenullig; onnozel; van weinig belang; irrelevant; (4) flauw; laf; kinderachtig; zwak; kleinmoedig; klein
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.51 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'laf', strategie: exact). 
2005-2021