日蘭辭典+

53 resultaten voor ‘lastig’
日蘭辭典 (trefwoord)
abare暴れ
bn. lastig; dartel; wild. ¶ 暴れ兒 een lastig kind.
abareru暴れる
i.w. lastig zijn. ¶ 暴れ込む binnendringen.
yarinikui遣難い
(遣り難い; 遣りにくい) bn. moeilijk; lastig.
mendō面倒
zn. last o.; moeilijkheid v.; ergenis v.; verwikkeling v. ¶ 御面倒ながら het spijt mij u lastig te vallen, maar ...... ¶ 面倒を見る zich moeite getroosten. ¶ 面倒をかける last bezorgen. ¶ 面倒moeilijk; lastig; ingewikkeld. ¶ 面倒くさい ergerlijk; hinderlijk; vervelend.
jama邪魔
zn. belemmering v.; beletsel o.; hinder m. ¶ お邪魔ですが neem mij niet kwalijk, dat ik u lastig val. ¶ 邪魔な lastig; hinderlijk. ¶ 邪魔する lastig vallen; hinderen. ¶ 邪魔もの lastpost; hinderlijke kerel.
sewa世話
zn. (1) [援助] hulp v.; bijstand m.; steun m. (2) [斡旋] dienst m.; bemiddeling v. (3) [世俗] dagelijksche leven o. ¶ 世話する helpen; bijstaan; steunen; dienst bewijzen; bemiddeling verleenen; zorgen voor. ¶ 大層御世話になる veel verplichting hebben; veel te danken hebben; veel verschuldigd zijn.¶ 子供の世話をする voor de kinderen zorgen. ¶ 世話のやける lastig. ¶ 人に世話をやかす iemand veel last bezorgen. ¶ 世話に砕ける duidelijke taal spreken. ¶ 世話huiselijk tooneel. ¶ 世話huiselijk drama. ¶ 世話なしの gemakkelijk; eenvoudig. ¶ 世話commissie; hulpcomité; tusschenpersoon. ¶ 世話女房 goede huisvrouw. ¶ 世話commissie; provisie. ¶ 世話やき bemoeial. ¶ 世話好 bemoeizucht; bemoeial (人). ¶ いらぬお世話だ ik heb je hulp niet noodig; bemoei je er niet mee.
oenaiおへない
(おえない) bn. onhandelbaar; lastig.
SUPPLEMENT (trefwoord)
ganbatte頑張って
Uitdr. Houd vol! Geef niet op! Zet door! Doorzetten! Volhouden! ¶ なら成功できるよ、がんばって。は見捨てない。 ♂ Jij kunt het echt wel, houd vol. Ik zal je niet in de steek laten. ¶ できるだけがんばってやってみます。Ik zal mijn uiterste best doen. ¶ はその難しい課題をがんばってやった。Hij bleef zijn best doen op die lastige lessen. ¶ 新しい仕事がんばってください。Zet hem op met je nieuwe baan / succes met je nieuwe baan.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
petulant英蘭和
[petulant] lastig (humeurig); prikkelbaar; gemenelijk; verdrietig;
kribbig; かんしゃく(癇癪); 短気な; 不機嫌 (ふきげん)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <lastig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
うざいuzai [slang] lastig; moeilijk; vervelend; ergerlijk; irritant; storend; onaangenaam
ややこしいyayakoshii ingewikkeld; gecompliceerd; complex; moeilijk (ontwarbaar); netelig; verstrengeld; lastig; ondoorzichtig
ハードhaado (1) hard; (2) vinnig; hevig; zwaar; (3) hard; zwaar; moeilijk; lastig; (4) [comp.] hardware; apparatuur; (5) Hurd
ヘビーhebii (1) krachtinspanning; vlaag van energie; volle kracht; vaart; [sportt.] sprintje; (2) zwaar; veel wegend; (3) zwaar; lastig; moeilijk; (4) intens; inspannend
ヘヴィhevuxi (1) inspanning; krachtinspanning; effort; [sportt.] sprintje; (2) zwaar; veel wegend; (3) zwaar; hevig; erg; aanzienlijk; lastig; moeilijk; (4) intens; inspannend
不肖fushyou (1) dwaas; stom; dom; mal; onnozel; (2) onwaardig; nietswaardig; (3) ongelukkig; onfortuinlijk; onzalig; (4) geduldig; lijdzaam; volhardend; (5) lastig; vervelend; moeilijk; (6) onwillig; aarzelend; weigerachtig; (7) ik; ondergetekende
不都合なfutsugouna (1) lastig; ongelegen komend; importuun; (2) verkeerd; onbetamelijk; onfatsoenlijk
健か ; 強かshitataka (1) geducht; formidabel; geweldig; waar je U tegen zegt; taai; moeilijk; lastig; (2) zwaar; hard; stevig; flink; terdege; duchtig
健かな ; 強かなshitatakana geducht; formidabel; geweldig; waar je U tegen zegt; taai; moeilijk; lastig
具合の悪いguainowarui [~時] ongelegen; ongunstig; [~立場] ongemakkelijk; lastig; [~胃] bedorven
厄介yakkai (1) last; ongerief; overlast; ongemak; lastpost; moeite; soesa; [veroud.] pijne; bezwaar; [form.] onus; hinder; gehaspel; (2) zorg; hoede; toezicht; oppassing; verzorging; opvang; ontferming [betreft ook de personen of kosten daaraan verbonden]; (3) het leven van; het teren op; klaploperij; parasitisme; biets; (4) persoon ten laste; afhankelijke; tafelschuimer; kostganger; kostgangster; commensaal; inquilien; klaploper; profiteur; parasiet; bietser; (5) yakkai [In de Edo-periode door de pater familias gealimenteerde collaterale bloedverwanten. Bv. zijn jongere broers die op kosten van het ouderlijk huis leefden en als erfgenaam grootgebracht werden.]; (6) lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
厄介なyakkaina lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
喧しいyakamashii (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; roezig; schreeuwerig; kabaal makend; herrie makend; veel leven makend; kakofonisch; schetterig; roezemoezig; lawaaiig; luid; gehorig; krakeelachtig; tumultueus; tapageus; bruyant; (2) [m.b.t. procedure] lastig; vervelend; omslachtig; log; ergerlijk; [inform.] flikkers; (3) zeurderig; drammerig; zanikachtig; zeverend; (4) veeleisend; kieskeurig; nauwgezet; kies; vies; (angstvallig) precies; pietluttig; pietepeuterig; kritisch; moeilijk; vitterig; muggenzifterig; vitziek; (5) streng; strikt; rigoureus; gestreng; rigide; strak; star; [m.b.t. programma] straf; [m.b.t. gelovige] steil; stringent; (6) controversieel; omstreden; beladen; geruchtmakend; ophefmakend; verhit
困ったkomatta (1) gênant; lastig; verlegen makend; pijnlijk; vervelend; naar; [Belg.N.; spreekt.] ambetant; (2) [生活に] behoeftig; noodlijdend; nooddruftig
困難konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; (5) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (6) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (7) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N.; spreekt.] ambetant; (8) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
大儀taigi (1) grootschalige hofceremonie; (2) grootse plechtigheid; ceremonie; (3) zaak van gewicht; iets belangrijks; bijzonder voorval; (4) inspannend; zwaar; moeilijk; lastig; bewerkelijk; vervelend; vermoeiend; afmattend; (5) moe; vermoeid; afgemat; lusteloos; mat; (6) bedankt voor de moeite; goed gewerkt; (7) zeer duur
大変taihen (1) crisis; zaak van betekenis; beproeving; (2) verschrikkelijk; erg; zeer; heel; ontzettend; vreselijk; enorm; hoogst; uiterst; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; hartstikke; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; uitermate; danig; ernstig; (3) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; niet voor de poes; geen sinecure; geen kinderspel; geen lachertje; een flinke job; een zware klus; (4) o God!; mijn God!; och God!; och gut!; God nog (aan) toe!; hè nee!; lieve deugd!; och gunst!; lieve; goeie hemel!; grote goedheid!; nee maar!; mijn hemel!; menslief!; goeie genade!; goeie grutten!; allemachtig!
大変なtaihenna (1) verschrikkelijk; erg; ontzettend; vreselijk; enorm; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; danig; ernstig; (2) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; flink
悩ましげnayamashige (1) moeilijk; zwaar; hard; lastig; moeizaam; moeitevol; smartelijk; penibel; hachelijk; heikel; netelig; pijnlijk; zorgelijk; (2) sensueel; prikkelend; verleidelijk; verlokkelijk; opwindend; bekoorlijk; aantrekkelijk; seduisant; begeerlijk; (3) sukkelend; sukkelig; kwakkelend; kwakkelig; noodlijdend; kwijnend; verkommerd; gebrekkig; ziekelijk; ziekig
悪意のakuino kwaadwillig; kwaadgezind; kwaadaardig; boosaardig; malicieus; malafide; venijnig; boos; gemeen; hatelijk; haatdragend; vals; wreed; lastig
扱いにくいatsukainikui moeilijk om mee om te gaan; moeilijk hanteerbaar; moeilijk; lastig te hanteren; moeilijk om mee overweg te kunnen; [uitdr.] moeilijk garen te spinnen met; [m.b.t. persoon] lastig; [m.b.t. persoon] moeilijk
拗らせるkojiraseru (1) [病気を] verergeren; erger maken; verzwaren; (2) bemoeilijken; compliceren; lastig; ingewikkeld; ingewikkelder maken
曲者kusemono (1) verdacht persoon; onguur type; verraderlijk iemand; [i.h.b.] boef; schurk; bandiet; schelm; booswicht; schobbejak; snoodaard; schoelje; (2) lastig; moeilijk persoon; dwarsligger; enfant terrible; ongeleid projectiel; (3) sluwerd; leperd; geslepen persoon; (4) buitengewoon persoon; buitenbeentje; non-conformist; excentriekeling; (5) talent; meester; (6) monster
気難しいkimuzukashii moeilijk om mee op te schieten; lastig; taai; veeleisend; kieskeurig
煩い ; 五月蠅いurusai (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; (2) de neiging tot vitten hebbend; de neiging tot klagen hebbend; klagerig; kleinzielig; pietluttig; (3) moeilijk; veeleisend; hoge eisen stellend; kieskeurig; niet gauw tevreden over; lastig; (4) vervelend; irritant; hinderlijk; ergerlijk; onaangenaam; onhebbelijk; lastig; (5) opdringerig
煩わしいwazurawashii (1) lastig; moeilijk; vervelend; problematisch; moeitevol; (2) ingewikkeld; complex; gecompliceerd; intricaat; [fig.] tortueus
羽目 ; 破目 (bet. 2)hame (1) paneel; plaat; beschot; betimmering; beschieting; beschotwerk; wandpaneel; wandplaat; wandbeschot; lambrisering; lambriseringsbeschot; (2) ongemak; klem; knoei; knel; nood; penarie; verlegenheid; moeilijkheden; narigheid; onaangename; netelige; penibele situatie; lastig; moeilijk parket; benarde positie; mooie boel; puree; [gew.] ambras; embarras
苦しいkurushii (1) pijnlijk; bedroevend; (2) moeilijk; hard; zwaar; (3) onhandig; lastig; gênant; pijnlijk; netelig; hachelijk; (4) ellendig; ebarmelijk; armzalig; gebrekkig; rampzalig; (5) (van een lach) geforceerd; gemaakt; niet van harte gaand; (6) (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) vergezocht; (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) er van verre bij gehaald; onlogisch; irrationeel
諄いkudoi (1) vervelend; saai; langdradig; wijdlopig; breedvoerig; breedsprakerig; (2) lastig; vermoeiend; (3) opdringerig; de neiging hebbend zich aan anderen op te dringen; (4) zwaar; niet luchtig; (5) (van kleur) opzichtig; (van kleur) schreeuwerig
辛いtsurai (1) hard; wreed; bar; (2) moeilijk; zwaar; hard; lastig; [m.b.t. tijden] benard; pittig; [m.b.t. ervaring] bitter; pijnlijk
辛気臭いshinkikusai (1) ergerlijk; irritant; irriterend; lastig; [Belg.N.] ambetant; (2) saai; vervelend
迷惑meiwaku (1) last; hinder; ongemak; [form.] onus; een lastig iets; een vervelend iets; moeite; ongerief; [veroud.] pijne; ongelegenheid; bezwaar; (2) lastig; storend; vervelend; ongelegen; moeilijk; onereus; hinderlijk; [inform.] flikkers; ergerlijk; problematisch; bezwaarlijk; verdrietelijk; irritant
邪魔jama (1) verstoring; hinder; stoornis; hindernis; belemmering; obstakel; hinderpaal; sta-in-de-weg; impediment; obstructie; [fig.] last; beletsel; (2) hinderlijk; hinderend; storend; belemmerend; obstructief; obstructionistisch; [fig.] lastig
重いomoi (1) zwaar; veel wegend; niet licht; (2) gewichtig; belangrijk; ernstig; serieus; (3) [罰が] streng; zwaar; (4) zwaarmoedig; bezwaard; gedrukt; bedrukt; neerslachtig; gedeprimeerd; (5) kritiek; hachelijk; precair; [病気が] gevaarlijk; moeilijk; [お産が] lastig; (6) [口が] zwijgzaam; niet spraakzaam; stil; niet mededeelzaam
重たいomotai (1) zwaar; lastig; (2) bedrukt; zwaarmoedig; somber; gedrukt; neerslachtig; niet lichthartig; niet opgewekt; niet vrolijk
難しいmuzukashii (1) misnoegd; ontstemd; nors; stuurs; grimmig; bedrukt; somber; ernstig; (2) moeilijk; vervelend; lastig; hard; zwaar; heel [bv. hele klus]; (3) ernstig; kritiek; zwaar; bedenkelijk; precair; (4) ingewikkeld; gecompliceerd; complex; netelig; delicaat; (5) ongemakkelijk [karakter]; streng; strikt; lastig; hard; moeilijk te voldoen; kieskeurig; veeleisend
難儀nangi (1) leed; lijden; nood; penarie; ontbering; tegenspoed; tegenslag; beproeving; narigheid; netelige situatie; lastig parket; (2) moeilijkheden; problemen; last; zorg; moeite; (3) iets belangrijks; serieuze zaak; (4) moeilijk; zwaar; hard; lastig; problematisch; vermoeiend; afmattend; benard
難解nankai moeilijk te begrijpen; doorgronden; ingewikkeld; lastig; onverstaanbaar; onbegrijpelijk; niet te volgen; bevatten; ondoorgrondelijk; raadselachtig; duister; obscuur; ontoegankelijk; cryptisch; abstruus; enigmatisch
面倒mendou (1) moeite; last; [form.] onus; [veroud.] pijne; ongemak; vervelend gedoe; [inform.] gekloot; (2) moeilijkheden; problemen; complicaties; (3) verzorging; zorg; zorgzaamheid; oppassing; (4) lastig; moeilijk; vervelend; onereus; ellendig; [inform.] flikkers; ingewikkeld; netelig; problematisch
面倒いmendoi lastig; moeilijk; vervelend; ingewikkeld; netelig; problematisch
面倒なmendouna lastig; moeilijk; vervelend; onereus; ellendig; [inform.] flikkers; ingewikkeld; netelig; problematisch
面倒臭いmendoukusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
面倒臭いmendokusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
骨の折れるhonenooreru zwaar; hard; moeilijk; pittig; lastig; taai; inspannend; afmattend; vermoeiend; moeizaam; slopend; veeleisend
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.51 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 44 treffers (zoekopdracht: 'lastig', strategie: exact). 
2005-2023