日蘭辭典+

46 resultaten voor ‘leiden’
日蘭辭典 (trefwoord)
shidō指導
zn. leiding v.; aanwijzing v. ¶ 指導する leiding geven; leiden; den weg wijzen. ¶ 指導の任に當る de leiding op zich nemen.
an-itsu安逸
zn. lui leventje o.; gemak o. ¶ 安逸を貪る een lui leventje leiden. ¶ 安逸を事とする op zijn gemak gesteld zijn.
jitekisuru自適する
i.w. tevreden zijn met het lot; een passend bestaan leiden.
yarimizu遣水
(遣り水) zn. leiding water o. ¶ 庭へ遣水を引く water naar den tuin leiden.
kōmuru蒙る
t.w. (1) [受ける] krijgen; ontvangen. (2) [損害等を] lijden; ondergaan. (3) [被る] dragen. ¶ を蒙る gunsten ontvangen. ¶ を蒙る beschuldigd worden. ¶ 損害を蒙る verlies leiden. ¶ を蒙る straf ondergaan.
fuchin浮沈
zn. wisselvalligheid v.; rad van fortuin; grootheid en val. ¶ 浮沈する leven leiden vol wisselvalligheid; nu eens rijk dan eens arm zijn.
SUPPLEMENT (trefwoord)
de wa nai kaではないか
(frase) In de spreektaal tevens ja nai ka じゃないか. Terwijl de wa nai / ja nai eenvoudigweg de voorafgaande stelling ontkent (kare wa nihonjin de wa nai 彼は日本人ではない ‘hij is geen Japanner’) is de wa nai ka / ja nai ka bevestigend op een suggestieve manier. ¶ 彼は日本人ではないかと思う。Kare wa nihonjin de wa nai ka to omou. ‘Ik denk dat hij een Japanner is’ ‘Is hij niet gewoon een Japanner? ’Letterlijker: ‘Ik vraag me af of hij niet een Japanner is.’ ¶ 彼は食べたのではないかと思う。 Kare wa tabeta no de wa nai ka to omou. ‘Ik denk dat hij het opgegeten heeft.’ ¶ 腱鞘炎ではないかと思うのです。 Kenshōen de wa nai ka to omou no desu. ‘Ik denk dat ik een peesontsteking heb.’ ‘Ik vraag me af of ik geen peesontsteking heb.’ ¶ 面倒が起こるのではないかと私は恐れている。 Mendō ga okoru no de wa nai ka to watashi wa osorete iru.Ik ben bang dat het leidt tot problemen.’ ¶ 女は彼が寂しく思い忘れられてしまうのではないかと思ったのです。 Kanojo wa kare ga sabishiku omoiwasurerarete shimau no de wa nai ka to omotta no desu. ‘Ze dacht dat hij zich misschien alleen en vergeten zou voelen.’
Net als in het Nederlands, kan zo’n vorm verrassing uitdrukken. ¶ これは、私の車じゃないか! Kore wa, watashi no kuruma ja nai ka! ‘Hee, is dit niet mijn auto!’ ¶ 田中さんじゃないか!久しぶり。 Tanaka-san ja nai ka! Hisashiburi. ‘Hee, Tanaka. Lang geleden dat ik je heb gezien!’ ‘Als dat Tanaka niet is! Lang geleden man!’
Het kan ook gebruikt worden voor een aansporing of uitnodiging, wat ook op die manier niet onbekend is in het Nederlands. ¶ 飲みに行こうじゃないか。 Nomi ni ikō ja nai ka. ‘Laten we iets gaan drinken.’ Letterlijker: ‘Zullen we niet iets gaan drinken?’ ¶ ゲームで遊ぼうじゃないか。 Geemu de asobō ja nai ka. ‘Laten we gaan gamen.’ (yamasv) (TTC)


RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <leiden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ガイドするgaidosuru gidsen; leiden; geleiden
ステアsutea (1) trap; (2) trede; (3) het sturen; loodsen; leiden; (4) Steir
リードするriidosuru (1) leiden; de leiding nemen; het initiatief; voortouw nemen; [m.b.t. dans] leiden; aanvoeren; (2) [sportt.] de leiding nemen; hebben; aan kop gaan; komen; een voorsprong hebben; verkrijgen; (3) [honkb.] het als honkloper een meter van z'n honk afstaan
主宰するshyusaisuru voorzitten; leiden; leiding geven aan; aan het roer staan van
仕向けるshimukeru (1) aansporen; aanmoedigen; aandringen; aanzetten; ertoe bewegen; brengen; leiden; nopen; dwingen; (2) sturen; zenden; verzenden; versturen; (3) behandelen; bejegenen
先導するsendousuru leiden; aanvoeren; geleiden; voorgaan; vooropgaan; aan het hoofd gaan; gidsen; de weg wijzen; loodsen
先立つsakidatsu (1) aanvoeren; leiden; leiding geven (aan); (2) voorafgaan; voorgaan; precederen; vooropgaan; aan het hoofd gaan; (3) [fig.] een eerste vereiste zijn; (4) vooroverlijden; vooraf; vroeger sterven
勤めるtsutomeru (1) werken; werkzaam zijn; [i.h.b.] ambtenaar; functionaris zijn; in dienst zijn (bij); [een bep. functie] waarnemen; bekleden; een betrekking; aanstelling; functie hebben; [voor de klas enz.] staan; (2) voorgaan in [een religieuze dienst]; leiden; voeren; verzorgen; [de mis enz.] dienen; [i.h.b.] bedienen
取り仕切るtorishikiru bedisselen; leiden; runnen; managen
取り締まるtorishimaru (1) controleren; toezicht houden; uitoefenen; oefenen op; toezien op; bewaken; surveilleren; (2) besturen; leiden; managen; aansturen; orde houden in; [i.h.b.] stevig aanpakken
司るtsukasadoru (1) de leiding; controle nemen over; verantwoordelijk zijn voor; zich belasten met; belast zijn met; beheren; het beheer voeren; leiden; leiding hebben; aansturen; controleren; (2) [biol.] [呼吸を] regelen; (3) [国を] besturen; regeren; beheersen; administreren
営むitonamu (1) beoefenen; uitoefenen; praktiseren; werken als; aan ~ doen; runnen; drijven; exploiteren; draaiende houden; (2) leiden; houden; verzorgen; (3) optrekken; bouwen; doen verrijzen
委員長を勤めるiinchouwotsutomeru een commissie voorzitten; leiden; presideren; voorzitter zijn van een comité
宰領するsairyousuru superviseren; de supervisie hebben over; toezicht houden; toezien; controleren; surveilleren; leiden
導くmichibiku (1) leiden; gidsen; de weg wijzen; geleiden; begeleiden; opbrengen; (2) koers doen zetten; in een bepaalde richting doen gaan; loodsen; voeren
引くhiku (1) trekken (aan); halen; [een hendel; de trekker enz.] overhalen; [naar zich] toetrekken; aanhalen; [een boog] spannen; opspannen; (2) [de aandacht] trekken; [klanten] aantrekken; [sympathie] winnen; [belangstelling] wekken; (3) [een vaartuig] jagen; slepen; [een schip] treilen; [een trekdier] geleiden; leiden; (4) citeren; aanhalen; (5) stammen uit; afstammen van; [系統を] afkomen van; spruiten uit; [i.h.b.] aarden naar; (6) [hout] zagen; [op een pottenbakkersschijf] draaien; (7) malen; vermalen; fijnmalen; (8) [een lijn; een draad] trekken; lijnen; spinnen; [een rechte] beschrijven; (9) aanhouden; rekken; (10) [gordijnen] dichttrekken; dichtdoen; (11) aanbrengen; besmeren; bedekken; bestrijken; (12) [elektriciteit] aanleggen; installeren; aansluiten; [water (door buizen enz.)] aanvoeren; [veroud.] aanleiden; (13) [een getal] aftrekken; [een bedrag] afhouden; in mindering brengen; afnemen; [iets in prijs] verlagen; afdoen; verminderen; reduceren; terugbrengen; [i.h.b.] korting geven; (14) [de troepen] terugtrekken; intrekken; [visnetten] ophalen; [de handen (van iets)] aftrekken; (15) overrijden; omrijden; omverrijden; aanrijden; (16) achteruitgaan; teruggaan; terugtrekken; afgaan (van); terugwijken; (17) zich retireren; zich terugtrekken; verlaten; [veroud.] resigneren; (18) afnemen; zakken; dalen; wijken; wegtrekken; teruglopen
引率するinsotsusuru leiden; begeleiden; loodsen; aanvoeren; voorop lopen; vooraf gaan; aan het hoofd staan
手引するtebikisuru (1) gidsen; leiden; geleiden; begeleiden; coachen; (2) laten kennismaken met; voorlichten; op de hoogte brengen; invoeren; introduceren; inleiden
指導するshidousuru leiden; begeleiden; coachen; gidsen; counselen; instrueren
指揮するshikisuru (1) het bevel voeren (over); leiden; aanvoeren; bevelen; commanderen; instrueren; instructie geven; gebieden (over); (2) [muz.] dirigeren; leiden
支配するshihaisuru (1) heersen (over); regeren; besturen; gebieden (over); onderhouden; de heerschappij hebben; voeren; macht uitoefenen; hebben (over); het bewind voeren (over); overheersen; (pre)domineren; [uitdr.] de scepter zwaaien; voeren; [uitdr.] aan het roer staan; [uitdr.] aan de touwtjes trekken; [uitdr.] de lakens uitdelen; [uitdr.] de dienst uitmaken; [uitdr.] het voor het zeggen hebben; (2) beheersen; bepalen; controleren; leiden; dirigeren; de leiding hebben (over)
束ねるtabaneru (1) aaneenbinden; opbinden; samenbinden; bundelen; schoven; in garven; tot schoven binden; (2) aanvoeren; leiden; beheersen; controleren
案内するannaisuru (1) gidsen; leiden; geleiden; begeleiden; loodsen; de weg wijzen; rondleiden; voorgaan; escorteren; brengen naar; voeren naar; (2) berichten; inlichten; informeren; op de hoogte brengen; stellen; in kennis stellen; (3) uitnodigen; nodigen; noden; [arch.] uitnoden; [form.] inviteren; vragen
boku (a) koeien drijven; vee weiden; (b) leiden; regeren; (c) geestelijk leiden
率いるhikiiru leiden; aanvoeren; aan de leiding staan van; aan het hoofd staan van; het hoofd zijn van; de leiding hebben van; over; het bevel voeren over
監督するkantokusuru toezicht houden op; controleren; regisseren; leiden; leiding hebben over
直営するchokueisuru rechtstreeks besturen; beheren; leiden; rechtstreeks uitbaten; exploiteren
経営するkeieisuru (1) beheren; besturen; leiden; (2) ondernemen; (3) ontwikkelen; ontginnen; exploiteren; (4) programmeren; plannen; uitwerken; een project uitwerken
統率するtousotsusuru leiden; aanvoeren; commanderen; bevelen; het bevel; commando; gezag voeren over; de leiding hebben over; aan het hoofd staan van
行うokonau (1) doen; handelen; aanvangen; (2) zich gedragen; (3) uitvoeren; volbrengen; tot uitvoering brengen; toepassen; implementeren; verwezenlijken; effectueren; (4) [取り締まりを] uitoefenen; [法律を] opleggen; in werking stellen; doen uitvoeren; [研究を] voeren; leiden; bedrijven; (5) [会議; 葬式; 祭りを] houden; [儀式を] uitvoeren; opvoeren; vieren; celebreren; voltrekken
行く ; 往く ; 逝くyuku (1) gaan; zich bewegen naar; zich begeven; stevenen; koersen; koers zetten; aangaan op; tijgen; varen; treden; trekken; [m.b.t. wegen] leiden; voeren; (2) komen; aankomen; arriveren; bereiken; bezoeken; aandoen; langskomen; (3) langsgaan; passeren; voorbijgaan; vlieden; vervlieden; verstrijken; verlopen; langskomen; langstrekken; voorbijlopen; wegstromen; vlieten; overwaaien; verdwijnen; (4) heengaan; sterven; verscheiden; verlaten; vertrekken; weggaan; afreizen; afvaren; (5) [als bruid; schoonzoon; adoptiekind enz.] toetreden tot haar; zijn nieuwe familie; (6) genoegen vinden; tevreden zijn; vergenoegd zijn; (7) vooruitgaan; vorderen; voortgaan; opschieten; gedaan worden; uitgevoerd worden; toegepast worden; vallen; uitvallen; uitpakken; aflopen; (8) ontstaan; opleveren; resulteren in; brengen; (9) komen; klaarkomen; [volkst.] aan zijn gerief komen; een orgasme krijgen; afgaan; [volkst.; m.b.t. mannen] schieten; (10) blijven ~ [drukt voortduring; voortgang van een handeling of toestand uit]
補導するhodousuru begeleiden; leiden; gidsen; opvangen
誘うizanau (1) uitnodigen; noden; vragen; inviteren; (2) leiden; verleiden; verlokken; lokken naar; meetronen
誘導するyuudousuru (1) leiden; gidsen; loodsen; geleiden; (2) [elektr.] induceren
送るokuru (1) zenden; sturen; opsturen; verzenden; versturen; (2) uitgeleide doen; uitleiden; wegbrengen; naar buiten leiden; uitlaten; (3) begeleiden; vergezellen; escorteren; onder bewaking zenden; [i.h.b.] chaperonneren; (4) [月日を] besteden; spenderen; [生活を] leiden; doorbrengen; (5) [送り仮名を] okurigana toevoegen
運営するuneisuru leiden; besturen; beheren; administreren; runnen; [国事を] voeren; uitvoeren; [会議を] voorzitten
過ごすsugosu (1) doorbrengen; spenderen; besteden; verdrijven; verkorten; [m.b.t. een leven] leiden; wijden; slijten; doorleven; [arch.] passeren; (2) te buiten gaan aan; onmatig gebruiken; te ver gaan in; [m.b.t. scherts] te ver drijven; overdrijven (met); [i.h.b.] onmatig; overdadig; te veel drinken
預かるazukaru (1) bewaren; houden; in bewaring nemen; in deposito nemen; in depot nemen; zorgen voor; zorg dragen voor; verzorgen; onder z'n hoede nemen; passen op; oppassen; letten; verantwoordelijk zijn voor; opvangen; [子供を] in de kost nemen; (2) beheren; het beheer voeren over; leiden; voeren; toezicht hebben op; (3) [けんかを] bemiddelen; intermediëren; settelen; afwikkelen; (4) inhouden; voor zich houden; nog niet bekendmaken; achterwege laten; [コメントを] zich onthouden van; nalaten; wachten met; opschorten; ervan afzien; (5) [sumō-jargon] [勝負を] onbeslist laten; (6) niet terugtrakteren; (7) renteloos lenen; (8) huren; pachten; in pacht nemen
食すosu (1) [hon.] regeren; bestieren; besturen; leiden; (2) [hon.] eten; drinken; nuttigen; gebruiken; (3) [hon.] aantrekken; aandoen; zich uitdossen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 39 treffers (zoekopdracht: 'leiden', strategie: exact). 
2005-2023