日蘭辭典+

38 resultaten voor ‘leider’
日蘭辭典 (trefwoord)
atamakabu頭株
zn. leider m.; hef m.; hoofd o.
zagashira座頭
zn. leidend figuur. ※ NB vgl. zatō.
kanri管理
zn. beheer o. ¶ 管理する beheeren; controleeren. ¶ 管理部 directie; bestuur. ¶ 管理者 beheerder; administrateur; leider; directeur.
taishō大將
(大将) zn. generaal m.; admiraal (海軍) m; (首領) hoofd o.; aanvoerder m.; leider m.; baas m.; (俗) ouwe m.
chō
zn. (1) [首領] hoofd o.; chef m.; voornaamste m.; leider m. (2) [長所] verdienste v.; voortreffelijkheid v.
shushō主將
(主将) zn. bevelhebber m.; leider m.; aanvoerder m.
shuchō首長
zn. hoofd o.; chef m.; leider m.; aanvoerder m.
SUPPLEMENT (trefwoord)
shidōsha指導者
zn. (een, de) leider; (een, de) aanvoerder; (een, de) gids; (een, de) mentor; (een, de) coach; ¶ 彼女よりも優れた指導者だ。 Kanojo wa kare yori mo sugureta shidōsha da. Zij is een betere leider dan hij is. (TTC) ¶ 彼らは盲目的に指導者に従った。Karera wa mōmokuteki ni shidōsha ni shitagatta. Ze volgden blindelings hun leider. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <leider>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
為政者 iseisha bestuurder; leider; regeerder; beleidsman; bewindhebber; bewindsman; politicus; staatsman
経営者 keieisha beheerder; bestuurder; manager; uitbater; leider; administrateur; chef; [i.h.b.] eigenaar; [verzameln.] management; leiding; bestuur
ボス bosu (1) kopstuk; leider; voorman; leidende figuur; [ギャングの] bendeleider; bendehoofd; (2) baas; chef; (3) [techn.] naaf; (4) Voss [= Noorse gemeente]
ヘッド heddo (1) hoofd; (2) verstand; (3) kop; bovenste gedeelte; (4) hoofd; baas; meerdere; chef; leider; (5) [テープ・レコーダー; ビデオ・レコーダーの] kop; opnamekop; wiskop; (6) [バットの] uiteinde; [ゴルフ・クラブの] blad; clubhoofd; clubhead
指導者 shidousha leider; aanvoerder; gids; leidsman; [sportt.] coach; [onderw.] studieleider; tutor; mentor; [Belg.N.] monitor
首領 shuryou bendeleider; bendehoofd; leider; hoofd; chef; aanvoerder
酋長 shuuchou (1) opperhoofd; stamhoofd; hoofd; (2) chef; leider; baas; voorman
首長 shuchou (1) hoofd; leider; hoofdman; (2) bestuurder; bewindsman; (3) emir; sjeik; vorst
首謀者 shubousha leider; aanvoerder; brein; drijvende kracht
主管 shukan (1) beheer; management; leiding; bestuur; supervisie; opzicht; toezicht; oppertoezicht; superintendentie; (2) beheerder; manager; leider; bestuurder; chef; supervisor; hoofdopzichter; opzichter; opziener; oppertoezichthouder; toezichthouder; superintendent; [Belg.N., niet alg.] toezichter
首班 shuhan hoofd; chef; leider; [内閣の] premier; minister-president; eerste minister
重役 juuyaku (1) (hoofd)bestuur; (hoofd)leiding; (hoofd)directie; (hoofd)kader; (2) bestuurder; bestuurslid; leider; directeur; directielid; kaderlid; leidinggevende functionaris; (3) [w.g.] belangrijke functie
shu [maatwoord voor tanka en Chinese gedichten (Kanshi 漢詩)]; ; (1) hoofd; kop; (2) hoofd; leider; aanvoerder; (3) kopstuk; aanstoker; bendeleider; (4) begin; oorsprong
主席 shuseki hoofd-; eerstaanwezend …; [muz.] eerste …; ; (1) toppositie; top; (2) hoofd; leider; deken; [onderw.] primus; (3) [Chin.pol.] voorzitter
指揮官 shikikan [mil.] bevelvoerende officier; bevelvoerder; bevelhebber; commandant; leider; aanvoerder
指揮者 shikisha (1) leider; (2) [muz.] dirigent; [afk.] dir.
所長 shochou chef; manager; leider; directeur
shou (1) a. aanvoeren; het commando voeren; legeraanvoerder; (2) b. brengen; (3) c. staan te gebeuren; (4) d. [mil.] generaal; ; (1) legeraanvoerder; aanvoerder; commandant; leider; (2) [mil.] opperofficier; (3) generaal; veldheer
司会者 shikaisha (1) ceremoniemeester; programmaleider; spelleider; leider; presentator; [i.h.b.] tafelpreses; (2) voorzitter
司令官 shireikan [mil.] bevelvoerende officier; bevelvoerder; bevelhebber; commandant; leider; aanvoerder
司令 shirei (1) [mil.] bevel; commando; leiding; aanvoering; (2) [mil.] commandant; bevelvoerder; bevelhebber; leider; aanvoerder
konokami (1) oudste zoon; eerstgeboren zoon; (2) oudere broer; zus; (3) oudere; ouder iemand; (4) clanhoofd; (5) hoofd; aanvoerder; leider
棟梁 touryou (1) vorst en balken [hoofddelen van een dakconstructie]; (2) [Jap.gesch.] gouverneur; (3) hoofd; leider; aanvoerder; chef; baas; voorman; (4) ploegbaas; [i.h.b.] meester-timmerman
団長 danchou groepsleider; leider; hoofd van een groep; [sportt.] captain; aanvoerder
リーダー riidaa (1) leider; leidsman; aanvoerder; voorman; (2) [drukk.] blokpunten; (3) leesboek; handboek; pedagogische bloemlezing; reader; (4) lezer; [verzameln.] lezerspubliek; [verzameln.] lezerskring
chou (1) hoofd; chef; baas; leider; oudste; aanvoerder; meerdere; meester; directeur; voorzitter; patroon; president; principaal; (2) meerdere in jaren; (3) het beste (onder ~); sterk punt; gunstig element; goede eigenschap; fort; kwaliteit; voordeel; merites; (4) [muz.] majeur; dur
キャップ kyappu (1) pet; muts; [Belg.N., spreekt.] klak; (2) dop; beschermkapje; sluiting; (3) baas; meerdere; chef; hoofd; leider; [チームの] aanvoerder; captain; [Belg.N.] kapitein
盟主 meishu leider; aanvoerder
親方 oyakata (1) meester; patroon; baas; coach; (2) [aanspreekvorm] chef; (3) [sumō-jargon] senior; (4) leider; voorman; (5) pleegouder; voogd; (6) oudere broer; [i.h.a.] senior
案内人 annainin (1) gids; cicerone; leider; leidster; geleider; geleidster; wegwijzer; wegwijsster; [veroud.] leidsman; (2) plaatsaanwijzer; plaatsaanwijsster
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 30 treffers (zoekopdracht: 'leider', strategie: exact). 
2005-2020