日蘭辭典+

52 resultaten voor ‘lief’
SUPPLEMENT (titelwoord)
lief

(bn,bw)

(1) (vriendelijk) yasashii 優しい; shinsetsu(na) 親切(な).
¶ Wat lief van je! Nante yasashii n deshoo. なんて優しいんでしょう。(Ref)
¶ Zij is echt lief. Kanojo wa hontoo ni shinsetsu da. 彼女本当親切だ。(TTP)

(2) (schattig) kawaii 可愛い.
¶ Lucy is een lief meisje. Ruushi wa kawaii onna no ko da. ルーシーはかわいい女の子だ。 (TTP)
¶ Wat een lief hondje! Nante kawaii inu deshoo. なんてかわいいでしょう。 (Ref)

(3) (zoet) ¶ Een lief kind. Sunao na kodomo. 素直子供。 (Ref)

(4a) (geliefd; dierbaar)
¶ Mijn lieve man. Itoshii anata. 愛しいあなた

(4b) (in aanhef) shin’ai-naru 親愛なる.
¶ Lieve Maki, Gefeliciteerd met je verjaardag! Shin’ai-naru Maki-chan. Tanjoobi o-medetoo...! 親愛なる真姫ちゃん誕生日おめでとう...! (Twitter)

(5) (waardevol)
¶ Mijn leven is mij lief. Watashi wa totemo inochi ga oshii. とても惜しい。(TTP)
¶ Zijn liefste wens. Kare no saidai no negai. の最大の願い。(TTP)

In het Japans alleen bij het direct aanspreken van de echtgenoot; naar derden is een dergelijk compliment voor je eigen echtgenoot opschepperig. (NSoJ)

(znw)
(1) (geliefde) koibito 恋人.
(2) (iets aangenaams) ¶ In lief en leed. Tanoshii toki mo kurushii toki mo. 楽しいも苦しいも。 (Ref, G)

[Dit lemma gebruikt oo-spelling.]

日蘭辭典 (trefwoord)
yasashii優しい
bn. (1) [柔和] zacht; zachtmoedig; zachtaardig. (2) [優雅] bevallig. (3) [深切] vriendelijk; lief.
kawaii可愛い
aikurushii愛くるしい
aikyō愛嬌
zn. liefheid v.; bekoorlijkheid v.; aantrekkelijkheid v.; charme v. ¶ 愛嬌ある bekoorlijk; lief; aantrekkelijk.
airashii愛らしい
bn. lief; aardig; mooi.
aisuru愛する
t.w. liefhebben. ¶ すべき lief.
utsukushii美しい
bn. mooi; fraai; prachtig; lief; bekoorlijk
natsukashii懷かしい
(懐かしい ) bn. geliefd; lief; bemind.
SUPPLEMENT (trefwoord)
aisuru愛する
¶ あなたが好きAnata ga suki yo ♀ Ik hou van je. 君が好きKimi ga suki da ♂ Ik hou van je. ¶ あなただけを愛してる Anata dake wo aishite'ru ♀ Alleen jou heb ik lief! Ik houd alleen van jou! ¶ 君だけを愛してる Kimi dake wo aishite'ru ♂ Alleen jou heb ik lief! ik houd alleen van jou! ¶ 他のも愛してない Hoka no dare mo aishite'nai Er is niemand anders die ik liefheb.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <lief>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いい人iihito (1) goed mens; goedzak; goeierd; goeierik; beste; fidele; patente kerel; jofele; toffe vent; (2) lief; geliefde; minnaar; beminde; vlam; (3) een zeker iemand
いじらしいijirashii (1) aandoenlijk; ontroerend; aangrijpend; hartroerend; touchant; erbarmelijk; meelijwekkend; deerniswekkend; zielig; (2) vertederend; lief
お利口orikou flink; braaf; keurig; lief; zoet; wijs
めんこいmenkoi (1) schattig; snoezig; leuk; lief; (2) klein
ろうたげroutage (1) verfijnd; bevallig; stijlvol; chic; smaakvol; verzorgd; geraffineerd; (2) snoezig; lief; schattig; charmant
優しい; 恥しいyasashii (1) zacht; [m.b.t. stem] rustig; teder; mild; braaf; suave; zoet [als een lammetje]; (2) gracieus; bevallig; elegant; sierlijk; (3) vriendelijk; aardig; lief; liefdevol; minzaam; lieflijk; zachtaardig; goedaardig; goed; -vriendelijk [b.v. klantvriendelijk]; (4) attent; zorgzaam; begaan met; medelevend met; oplettend; bezorgd; voorkomend; gedienstig; (5) zich klein voelen; zich nietig voelen; zich schamen; zich generen; beschaamd zijn; zich opgelaten voelen; zich niet op zijn gemak voelen; in verlegenheid gebracht zijn [meestal 恥しい gespeld]; (6) nederig; teruggehouden; ootmoedig; modest; deemoedig; braaf [meestal 恥しい gespeld]
可愛いkawaii lief; lieftallig; mooi; leuk; aardig; snoezig; charmant; aantrekkelijk; aanvallig; beminnelijk; schattig; doddig; snoeperig
可愛らしいkawairashii lief; mooi; leuk; aardig; snoezig; beeldig; bevallig; charmant; aantrekkelijk; aanminnig; [w.g.] aanminnelijk
可憐karen (1) lief; snoezig; beminnelijk; aantrekkelijk; innemend; lieflijk; schattig; (2) aandoenlijk; erbarmelijk; deerniswekkend; arm
和やかnagoyaka vredig; harmonisch; rustig; vreedzaam; aangenaam; mild; aimabel; sympathiek; lief
大事なdaijina (1) belangrijk; gewichtig; ernstig; zwaarwichtig; zwaarwegend; dierbaar; kostbaar; lief; gewaardeerd; [form.] important; (2) zorgzaam; attent; bezorgd; voorzichtig; zorgvol; zorgdragend; soigneus
大事daiji (1) grotigheid; iets belangrijks; iets gewichtigs; iets groots; grote gebeurtenis; dingen; (2) ernstige situatie; een zaak van betekenis; iets ernstigs; groot moment; probleem; crisis; (3) belangrijk; gewichtig; [form.] important; ernstig; zwaarwichtig; zwaarwegend; van belang; gewicht; waarde; betekenis; dierbaar; kostbaar; lief; gewaardeerd; na aan het hart; (4) zorgzaam; attent; bezorgd; voorzichtig; zorgvol; zorgdragend; soigneus; met zorg
大切なtaisetsuna (1) belangrijk; gewichtig; ernstig; zwaarwichtig; zwaarwegend; [form.] important; dierbaar; kostbaar; lief; gewaardeerd; hooggeschat; (2) zorgzaam; attent; bezorgd; voorzichtig; zorgvol; zorgdragend; soigneus
大切taisetsu (1) belangrijk; gewichtig; [form.] important; ernstig; zwaarwichtig; zwaarwegend; van belang; gewicht; waarde; betekenis; dierbaar; kostbaar; lief; gewaardeerd; na aan het hart; (2) zorgzaam; attent; bezorgd; voorzichtig; zorgvol; zorgdragend; soigneus; met zorg
姫 ; 媛hime (1) meisje; (2) freule; lady; prinses; (3) [Kansai-dialect] meisje van plezier; (4) rijststijfsel; rijstlijm; (5) klein ~; lief ~; schattig ~
幼けitaike (1) aandoenlijk; ontroerend; aangrijpend; erbarmelijk; beklagenswaardig; arm; hulpeloos; zielig; (2) lief; snoezig; schattig; (3) klein; jong; onschuldig; pril; teer
床しい ; 懐しいyukashii (1) aantrekkelijk; intrigerend; attractief; bekoorlijk; verleidelijk; aanlokkelijk; begeerlijk; (2) dierbaar; lief; nostalgisch; nostalgiek; heimweewekkend; (3) elegant; charmant; bevallig; verfijnd; gedistingeerd; smaakvol; gracieus; keurig
kare (1) hij; (2) vriend; lief
恋しいkoishii (1) geliefd; bemind; lief; dierbaar; zeer gezien; (2) nostalgisch; vervuld van nostalgie; heimwee hebbend naar; verlangen; naar; missen
恋人koibito geliefde; minnaar; minnares; beminde; lief; [scherts.] trekpleister
愛くるしいaikurushii lief; charmant; innemend; aantrekkelijk; bekoorlijk; lieflijk; schattig; snoezig; honneponnig; lieftallig; aanminnig; aanvallig; [w.g.] aanminnelijk
愛くるしげaikurushige lief; charmant; innemend; aantrekkelijk; bekoorlijk; lieflijk; schattig; snoezig; honneponnig; lieftallig; aanminnig; aanvallig; [w.g.] aanminnelijk
愛しいitoshii (1) dierbaar; lief; geliefd; bemind; teder; (2) erbarmelijk; arm; beklagenswaardig
愛し子itoshigo geliefd; lief; bemind; welbemind kind; lievelingskind; troetelkind
愛すべきaisubeki (1) lief; beminnelijk; aanminnig; aimabel; [w.g.] aanminnelijk; (2) sympathiek; innemend; aardig
愛するaisuru houden van; beminnen; liefhebben; liefde toedragen; graag mogen; [lit.t.] minnen; [lit.t.] lieven; [attr.] liefhebbend; [attr.] dierbaar; [attr.] geliefd; [attr.] lief; [attr.] bemind
愛らしいairashii beminnelijk; lief; lieflijk; liefelijk; lieftallig; aanbiddelijk; bekoorlijk; aanvallig
愛人aijin (1) minnaar; geliefde; lief; beminde; liefste; amant; vrijer; liefde; vlam; vriend; [inform.] kloris; [w.g.; gew.] vent; [scherts.] trekpleister; [gew.; veroud.] pol; (2) minnares; maîtresse; geliefde; lief; meisje; beminde; vrijster; liefste; liefde; vlam; vriendin; belle; [iron.] dulcinea; [Barg.; volkst.] mokkel; [scherts.] trekpleister; [lit.t.; veroud.] gebiedster; [veroud.] boelin; [euf.] chère amie
愛子itoko dierbare; geliefde; lief; beminde
愛敬のある ; 愛嬌のあるaikyounoaru (1) charmant; aantrekkelijk; beminnelijk; bekoorlijk; lieflijk; innemend; sympathiek; charmerend; ontwapenend; vertederend; lieftallig; aanminnig; aanvallig; [w.g.] aimabel; [w.g.] aanminnelijk; (2) vriendelijk; aardig; lief; minzaam; gemoedelijk; affabel; suave
懇ろnengoro (1) vertrouwelijke; intieme omgang; liefdesrelatie; (2) hartelijk; warm; oprecht; welgemeend; vriendelijk; sympathiek; aardig; beleefd; hoffelijk; beminnelijk; attent; lief; warmhartig; (3) vertrouwelijk; intiem; close; familiair; innig; (4) intens; fel; heftig
済まないsumanai (1) pardon; sorry; het spijt me; neem (het) me niet kwalijk; vergeef mij; excuseer; (2) bedankt; dank je; erg vriendelijk; attent; wat aardig; lief; attent; (3) onvergeeflijk; onverschoonbaar; niet te verontschuldigen; onrechtvaardigbaar; onverdedigbaar; niet te rechtvaardigen; niet door de beugel kunnen; betreurenswaardig
otoko (1) man; persoon van het mannelijke geslacht; (2) kerel; vent; makker; baas; oude baas; oude knar; (3) volwassene; volwassen man; (4) knecht; huisknecht; dienstbode; bediende; dienaar; (5) mannelijkheid; viriliteit; manhaftigheid; flinkheid; eer; reputatie; goede naam; eergevoel; ponteneur; (6) minnaar; geliefde; vrijer; lief; beminde
睦まじいmutsumajii (1) innig; hecht; close; (2) intiem; (3) dierbaar; geliefd; lief
美しいutsukushii mooi; fraai; knap; charmant; lief; pittoresk [landschap]; prachtig; [m.b.t. stem] zoet; [m.b.t. inborst] nobel
色事irogoto (1) liefdesaffaire; affaire; liefdesverhouding; liefdesavontuur; liefdesgeschiedenis; amourette; galanterie; romance; liefdesspel; minnespel; minnarij; (2) [ton.] liefdesscène; (3) geliefde; lief; minnaar; minnares
親しみのあるshitashiminoaru vriendelijk; lief; toegenegen; innig
親切shinsetsu (1) iets aardigs; vriendelijke daad; gunst; goedheid; welwillendheid; vriendelijkheid; voorkomendheid; (2) aardig; vriendelijk; goed; beminnelijk; attent; voorkomend; lief; gemoedelijk; humaan
親切にshinsetsuni vriendelijk; aardig; goedhartig; lief; welwillend; beminnelijk; attent; voorkomend; gemoedelijk; hartelijk; cordiaal; beleefd; goedig; goelijk; hups; gedienstig; dienstvaardig
親愛shinai (1) liefde; genegenheid; affectie; (2) dierbaar; lief; bemind; geliefd; liefste; beste
親身のshinmino vriendelijk; lief; aardig; hartelijk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.53 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 41 treffers (zoekopdracht: 'lief', strategie: exact). 
2005-2021