日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘lijden’
日蘭辭典 (trefwoord)
au逢ふ
(逢う、会う、遇う、遭う) i.w. (1) [出合] ontmoeten. (2) [邂逅] tegenkomen. (3) [面會] zich onderhouden met. (4) [經驗に] ondergaan; ondervinden; ervaren; lijden. ¶ 酷い目に遭う slecht behandeld worden; leed ondervinden. ¶ 難船に遭う schipbreuk lijden. ¶ 逢ひに行く tegemoet gaan; bezoeken. ¶ 二つの川が此處で會う twee rivieren komen hier samen. ¶ 彼に遭ったことがない ik heb hem nog nooit ontmoet.
ukeru受ける
t.w. (1) [受納] ontvangen; nemen. (2) [受止める] pakken; tegenhouden. (3) [檢査] ondergaan; ervaren. (4) [蒙る] krijgen; lijden. (5) [許可等] krijgen; verkrijgen. ¶ 命を受ける bevel krijgen. ¶ 檢査を受ける onderzocht worden. ¶ 受ける gestraft worden. ¶ 俸給を受ける tractement ontvangen. ¶ 治療を受けてゐる onder geneeskundige behandeling.
kōmuru蒙る
t.w. (1) [受ける] krijgen; ontvangen. (2) [損害等を] lijden; ondergaan. (3) [被る] dragen. ¶ を蒙る gunsten ontvangen. ¶ を蒙る beschuldigd worden. ¶ 損害を蒙る verlies leiden. ¶ を蒙る straf ondergaan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <lijden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
辛さ tsurasa pijn; leed; lijden; bitterheid; zeer
受ける ukeru (1) ontvangen; krijgen; verkrijgen; verwerven; (2) aanvaarden; aannemen; accepteren; nemen; (3) pakken; tegenhouden; [een bal] vangen; [een slag] pareren; afwenden; (4) [de telefoon] opnemen; beantwoorden; gehoor geven bij het telefoneren; (5) ondergaan; meemaken; ervaren; [誘惑を] op de proef gesteld worden; [試験を] afleggen; [洗礼を] gedoopt worden; (6) [een verlies] lijden; [een verwonding] oplopen; [een belediging] incasseren; moeten verduren; blootgesteld worden aan; onderworpen worden aan; (7) [lessen] nemen; [een opleiding] volgen; genieten; (8) geloven; geloof hechten aan; aannemen; als waar beschouwen; voor zoete koek slikken; als juist aanvaarden; als zo zijnd aanvaarden; (9) staan; gelegen zijn tegenover; uitzicht geven op; gericht zijn naar [een windstreek; ander referentiepunt]; (10) 10. erven; overerven; [eigenschappen] van zijn (voor)ouders meekrijgen; (11) 11. populair worden; aan populariteit winnen; in de smaak vallen; tot de verbeelding spreken; in trek raken; geliefd worden; in zwang raken; aanslaan
ku (1) pijn; leed; lijden; [fig.] kruis; (2) zorg; bezorgdheid; verontrusting; ongerustheid; (3) moeite; inspanning
苦痛 kutsuu (1) lichamelijk lijden; pijn; zeer; (2) psychisch lijden; leed; lijden; smart; droefnis; verdriet
苦しむ kurushimu (1) lijden; afzien; (2) gekweld worden; zuchten onder; (3) in moeilijkheden zijn; zich in benarde omstandigheden bevinden; in nood zijn; (4) zich zwaar zorgen maken over; piekeren over; tobben over; (5) niet weten wat gedaan; ten einde raad zijn; in de war zijn; perplex staan; (6) grote moeite doen; alle moeite van de wereld doen; zich afbeulen; zich zwaar inspannen; zwoegen; slaven
苦しみ kurushimi (1) pijn; lijden; leed; smart; [お産の] weeën; (2) ontbering; last; moeilijkheid; nood; kommer; kwelling; ellende; beproeving
苦難 kunan leed; lijden; pijn; smart; beproeving; ellende; ongemak; nood
悩み nayami zorgen; problemen; moeilijkheden; beslommeringen; sores; trubbels; nood; lijden; leed; kommer; smart; pijn; [gew.] kwel
悩む nayamu (1) lijden; afzien; laboreren; verdriet hebben (over); pijn hebben van; te lijden hebben (van); smart ondervinden; (2) moeizaam ~ [aangesloten op de ren'yōkei van dōshi, ter aanduiding van het gepaard gaan met grote moeizaamheid]
困る komaru (1) in moeilijkheden zijn; ellende ondergaan; in nood zijn; in benarde omstandigheden zijn; problemen hebben; ondervinden; in de problemen zitten; met een probleem zitten; in problemen komen; in de nesten zitten; mooi uit zijn met; d'r mooi mee zitten; ertoe zitten; in verlegenheid zitten; (2) lijden; afzien; bedroefd zijn; verdrietig zijn; verdriet hebben; (3) hulpbehoevend zijn; hulp nodig hebben; in nood zijn; verlegen zijn; zitten om; zich in armoede bevinden; tot armoede vervallen zijn; financieel aan de grond zitten; (4) verward zijn; verward staan; in de war zijn; niet weten wat te doen; verbluft staan; de kluts kwijt zijn; het noorden kwijt zijn; perplex staan; onthutst zijn; (5) verveeld raken; lastig gevallen worden; last ondervinden; gekweld worden; gehinderd worden; (6) ongerieflijk zijn; niet passen
大敗する taihaisuru een verpletterende nederlaag incasseren; lijden; zwaar verliezen; er terdege van langs krijgen; zwaar op de bek gaan; onderuitgehaald worden
堪え忍ぶ taeshinobu (1) verdragen; lijden; lijdzaam ondergaan; geduldig dragen; verduren; dulden; uithouden; volhouden; velen; [痛さを] verbijten; (2) innig missen
喫する kissuru (1) eten; nuttigen; (2) [茶を] drinken; (3) [たばこを] roken; (4) [惨敗を] lijden; oplopen; ondergaan; zich op de hals halen; incasseren; (5) [honkb.] [三振を] uitgeslagen worden
目に遭う meniau te verduren krijgen; moeten ondergaan; gebukt gaan; zuchten onder; lijden; meemaken
煩悶 hanmon zielenleed; leed; kommer; smart; beklemming; lijden; nood; torment; kwelling
悲しみ kanashimi verdriet; leed; lijden; smart; droefheid; bedroefdheid; pijn; [arch., lit.t.] wee
我慢する gamansuru geduld uitoefenen; volhouden; uithouden; lijden; zich bedwingen
悲嘆 hitan (1) verdriet; smart; kwelling; leed; pijn; smart; lijden; droefheid; bedroefdheid; droefenis; rouw; [lit.t.] treurnis; [gew.] treur; (2) rouwklacht; weeklacht; lamentatie; jammerklacht
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'lijden', strategie: exact). 
2005-2020