日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘lot’
日蘭辭典 (trefwoord)
unmei運命
zn. lot o.; noodlot o.; voorbeschikking v. ¶ 運命の寵兒 gelukskind; gunsteling der fortuin. ¶ 運命諦める in het noodlot berusten. ¶ 運命開拓する zijn fortuin zoeken. ¶ 運命づけられてゐる voorbestemd zijn; gedoemd zijn. ¶ 運命論 fatalisme. ¶ 運命線 gelukslijnen der hand. ¶ 運命共にする het lot deelen met.
anki安危
zn. lot o.; veiligheid of onveiligheid.
jitekisuru自適する
i.w. tevreden zijn met het lot; een passend bestaan leiden.
suteru捨てる、棄てる
t.w. (1) [放棄] weggooien; wegwerpen. (2) [人、希望権利等] verzaken; opgeven; prijs geven; aan zijn lot overlaten; den rug toekeren; verstooten. ¶ を棄てる kind verstooten; kind te vondeling leggen. ¶ 一命を捨てて met levensgevaar. ¶ 一命を捨てる zijn leven wagen. ¶ を捨てる zich uit de wereld terugtrekken.
kuji
zn. lot o. ¶ 引 loterij; loting. ¶ 決める bij loting beslissen. ¶ 引く loten.
inga因果
zn. (1) [原因結果] oorzaak en gevolg. (2) [不運] noodlot o. (3) [應報] vergelding v. ¶ 因果關係 causaal verband; causaliteit. ¶ 因果應報 vergelding; karma. ¶ 因果法則 wet van oorzaak en gevolg. ¶ 因果の noodlottig; rampzalig. ¶ 因果諦める berusten in zijn lot. ¶ 因果を宿す zwanger zijn door een misstap. ¶ 親の因果報いる de kinderen boeten voor de zonden der ouders.
tenmei天命
zn. lot o. voorbeschikking v.; wil des hemels; voorzienigheid v. ¶ 天命諦める berusten in zijn lot.
mei
zn. (1) [命令] bevel o.; last m. (2) [生命] leven o. (3) [運命] lot o.; levenslot o.; noodlot o.; voorbeschikking v. ¶ より op last. ¶ 守る bevelen opvolgen. ¶ これなり dit is het bevel des hemels. ¶ に在り ons lot is door den hemel voorbeschikt. ¶ 彼の危し ik vrees voor zijn leven.
haizai配劑
(配剤) zn. recept o.; bereiding van medicijn. ¶ の配劑 beschikking des hemels.
ten-un天運
zn. lot o.; noodlot o.; fortuin m.
hate

(果て) zn. (1) [結果] gevolg o.; resultaat o. (2) [運命] lot o. (3) [限界] grens v.; einde o. ¶ 議論の果 het resultaat van de discussie. ¶ 世界の果 het eind van de wereld. ¶ 果は ten slotte; per slot van rekening. ¶ 果から果まで van het eene eind tot het andere. ¶ 擧句の果に en het ergste van alles was......

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <lot>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
suu enkele; een aantal; een paar; verscheidene; enige; verschillende; meerdere; ettelijke; diverse; ; (1) tal; getal; aantal; (2) lot; noodlot; fortuin; gang (van zaken)
運命 unmei lot; bestemming; noodlot; fatum; fortuin; lotsbeschikking; levenslot
un (1) lot; toeval; (2) geluk; voorspoed; fortuin; (3) kans; gelegenheid
運勢 unsei fortuin; lot; geluk; lotsbeschikking; toekomst
因果 inga onfortuinlijk; ongelukkig; onzalig; gedoemd; noodlottig; ; (1) oorzaak en gevolg; [boeddh.] hetu-phala; (2) vergelding; straf; nemesis; (3) karma; lot; gesternte; (4) noodlot; tegenspoed; ongeluk; pech; doem
因縁 innen (1) lot; lotsbeschikking; lotsbestemming; lotsbesteding; [boeddh.] karma; (2) oorsprong; ontstaan; herkomst; geschiedenis; voorgeschiedenis; (3) lotsverbondenheid; (4) voorwendsel; excuus; smoes tot ruzie
kuji (1) loterij; verloting; (2) lot; lootje; loterijbriefje; lottobiljet; lottobulletin
身の上 minoue (1) persoonlijke omstandigheden; positie in het leven; status; (2) levensloop; geschiedenis; wedervaren; lotgevallen; (3) lot; levenslot; voorland
宝籤 takarakuji (1) loterij; loterijspel; (2) loterijbriefje; [Belg.N.] loterijbiljet; lot; lootje
契り chigiri (1) gelofte; eed; plechtige belofte; verbintenis; (2) affaire; liefdesbetrekking; (3) lot
抽選 chuusen (1) lot; (2) loterij; verloting; (3) loting; trekking; uitloting
定め sadame (1) regel; bepaling; wet; voorschrift; verordening; verordinering; ordonnantie; ordinantie; regeling; beschikking; (2) vaste regel; gebruik; (3) lotsbeschikking; lot; voorbeschikking; (4) beslissing; oordeel; (5) deliberatie; beraadslaging
境涯 kyougai lot; omstandigheden; situatie
境遇 kyouguu (1) milieu; omgeving; leefwereld; (2) (materiële) positie; situatie; staat; conditie; omstandigheden; toestand; lot; (3) maatschappelijke positie; rang; stand
約束 yakusoku (1) belofte; toezegging; z'n gegeven woord; afspraak; overeenkomst; verbintenis; engagement; akkoord; deal; pact; schikking; contract; convenant; [jur.] convenu; koop; [Lat.] pactum; (2) afspraak; afspraakje; rendez-vous; ontmoeting; date; (3) regel; conventie; gewoonte; gebruik; bepaling; voorschrift; (4) lot; noodlot; fatum; bestemming; beschikking; Gods voorzienigheid; Gods wegen; (5) bundeling; opbinding; (6) reservering van een geisha
me (1) knop; uitspruitsel; loot; lot; schoot; rank; uitloper; spruit; scheut; (2) kiem; keen
fu (1) [ritsuryō] akte; (2) amulet; talisman; geluksbrenger; (3) overeenkomstig deel; tegenhanger; (4) lot; noodlot; ; (1) a. controlestrookje; (2) b. bewijsje; biljet; (3) c. amulet; talisman; (4) d. symbool; teken; code
okite (1) regel; voorschrift; wet; gebod; bepaling; verordening; statuut; (2) maatregel; beschikking; instructie; (3) regeling; behandeling; omgang; procedure; regelgeving; reglement; code; (4) overeenkomst; afspraak; (5) verwachting; plan; voornemen; (6) houding; stemming; instelling; gemoedsgesteldheid; (7) lot; bestemming
en (1) kans; toevallige gebeurtenis; lot; toeval; karma; (2) band; betrekking; relatie; connectie; verwantschap; (3) verband; relatie; connectie; samenhang; (4) veranda; waranda; loggia
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.4 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'lot', strategie: exact). 
2005-2019