日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘lui’
日蘭辭典 (trefwoord)
an-itsu安逸
zn. lui leventje o.; gemak o. ¶ 安逸を貪る een lui leventje leiden. ¶ 安逸を事とする op zijn gemak gesteld zijn.
taida怠惰
zn. luiheid v.; traagheid v. ¶ 怠惰に過ごす verluieren. ¶ 怠惰なる lui; vadsig; traag. ¶ 怠惰者 luilak; luiaard.
bushō不精
(無精) zn. luiheid v.; indolentie v.; slofheid v. ¶ 不精lui; traag; indolent; slof. ¶ 不精luilak; luiwammes. 不精女 slons.
namakeru怠ける
i.w. lui zijn; nalatig zijn; lui; traag; vadsig. ¶ 仕事怠ける zijn plicht verzuimen; nalatig zijn in zijn werk.
randa懶惰
(嬾惰) zn. luiheid v.; traagheid v. ¶ 懶惰な lui; traag; vadsig.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kimi
zn. (1) jij; je; (informeel) gozer; kerel; vriend; vent. ¶ 君の kimi no jouw. ¶ 君たち kimitachi jullie; mensen; makkers; lui. ¶ 田島くん・・・。君はもう少し品のいい話はできないのか? Tajima... Kimi wa mō shukoshi hin no ii hanashi wa dekinai no ka. Tajima... Kun je het niet een beetje beleefd [fatsoenlijk] houden? (TTC) ¶ 君たちは学生なんだ、こんなことをやれるのは今だけだ。 Kimitachi wa gakusei nan da, konna koto wo yareru no wa ima dake da. Jullie zijn studenten! Alleen nu kunnen jullie zoiets flikken! (TTC) (2) (archaïsch) monarch; vorst; heerser; meester.

NB Het gebruik van 君 kimi in bet. (1) is net als あなた anata aan regels gebonden. 君 kimi is meestal informeel en wordt vooral gebruikt door mannen voor een vriend, of iemand die lager in status is. Maar het wordt ook gebruikt door mannen om vrouwen aan te spreken, bijvoorbeeld door een superieur, of door een man voor zijn vrouw of vriendin. (Miura:109)
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
randa懶惰、嬾惰

川北義則著 「いつでも逆に考えるとうまくいく。」より創造力を高めるには怠けたほうがいい。

懶惰(らんだ) という言葉をご存じだろうか。『広辞苑』には「怠けること」と出ている。怠けることが「よいこと」とは誰も思わない。だが、人が創造性を磨くには「怠けること」も大切なようだ。怠けるといっても、「しなければならないことをしない」ような怠けをすすめているのではない。そうでなくて「何もしないでボーっとしている時間」を意識的にもつ―― これが「懶惰」の意味である。[ bron:orthoherb.blog.shinobi.jp/Entry/95/ ]

Uit Altijd tegendraads denken levert resultaat op [van] Yoshinori Kawakita.Luieren is goed om uw verbeeldingskracht te verhogen.

Kent u het woord “randa”?In [het woordenboek] de Kojien staat [dat het] “het luieren” [betekent].Echter, voor mensen die hun creativiteit willen polijsten is “het luieren” kennelijk belangrijk.Dat gezegd hebbende, daarmee adviseert [Kawakita] niet luieren in de zin van “doe geen dingen die u [eigenlijk wel] moet doen,” maar welbewust “tijd waarin u gewoon even helemaal niks doet.”---Dat is de betekenis van “randa.”

NB 広辞苑 Koujien: 「なまけること。おこたること。ぶしょう。」en tevens dat de uitspraak of spelling らいだ (raida) fout is. 「嬾惰」is een alternatieve schrijfwijze.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <lui>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
だらけたdaraketa futloos; lusteloos; mat; saai; loom; sloom; vadsig; lui; slobberig; flodderig
のらくらnorakura (1) lui; nietsdoend; inactief; vadsig; ledig; (2) vaag; onduidelijk; [fig.] mistig; doezelig; (3) luiheid; luiaardij; nietsdoenerij; ledigheid; lediggang; leegloperij; (4) luiaard; nietsdoener; vadsigaard; ledigganger; leegloper
人々hitobito (1) mensen; personen; volk; lui; (2) de mensen; men; ze; (3) ieder mens; elke persoon; ieder; elkeen; iedereen; alleman
分子bunshi (1) [nat.; chem.] molecule; (2) [wisk.] teller; (3) lid; element; [verzameln.] lui; lieden
奴等yatsura (1) lui; lieden; gasten; kerels; gozers; (2) zij; die lui; die lieden; die gasten; die kerels; die gozers; [pej.] dat zootje ongeregeld
安逸anitsu (1) het zorgeloze; onbezorgde; onbekommerde genieten; zalig nietsdoen; inactiviteit; passiviteit; ledigheid; leegheid; lediggang; luiheid; onwerkzaamheid; indolentie; dolce far niente; (2) vrij van werk; zonder bezigheden; ledig; werkeloos; nietsdoend; inactief; passief; onwerkzaam; lui
怠いdarui lui; traag; loom; langzaam; futloos; lusteloos; sloom; moe; mat; languissant; doezelig; krachteloos; slap; suf; dof; duf; versuft; sufferig; suffig
怠惰なtaidana lui; vadsig; gemakzuchtig; traag; luiig; indolent; nietsdoend; onwerkzaam
横着ouchaku (1) nalatigheid; verzuim; veronachtzaming; nonchalance; negligentie; (2) nalatig; nonchalant; slordig; lui; (3) brutaal; onbeschaamd; schaamteloos; onbeschoft; (4) sluw; listig; geslepen; doortrapt; gewiekst; oneerlijk
無為のmuino werkeloos; inactief; nietsdoend; loos; leeg; ledig; lui; onbedrijvig; dadeloos; [w.g.] ijl; ijdel
無精な ; 不精なbushyouna gemakzuchtig; lui; luiig; vadsig; indolent; traag
生皮namakawa (1) ongelooide; ongedroogde; niet geprepareerde huid; ongelooid leer; (2) [cul.] gemarineerd vel van wilde ganzen; eenden; (3) lui; gemakzuchtig; (4) niet helemaal gereed; gedeeltelijk af; halfbakken
shyu (1) menigte; massa; grote hoeveelheid; groot aantal; drom; (2) groep; (3) volk; mensen; lieden; lui; (4) [Heian-gesch.] tokoronoshu [= lagere bedienden binnen het Civiele Huis van de Keizer]; (5) [boeddh.] saṃgha [= congregatie]; (6) [honoratief meervoudssuffix gevoegd achter een persoonsnaam]; (a) veelheid; menigte; massa; (b) [boeddh.] saṃgha
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'lui', strategie: exact). 
2005-2022