日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘maal’
日蘭辭典 (trefwoord)
jōzuru乘ずる
(乘じる、乗じる、乗ずる) t.w. (1) [かける] vermenigvuldigen. i.w. (2) [つけこむ] gebruik maken van; zich bedienen van; gelegenheid aangrijpen. ¶ に乘じて bij gelegenheid van; onder den invloed van. ¶ 六に六を乘ずると三十六となる zes-maal zes is zes en dertig; 6×6=36.
san
telw. drie driemaal.
meshi
(1) [米飯] gekookte rijst v.; nassi (馬來語) v. (2) [食物] voedsel o.(3) [食事] maaltijd m.; maal o. ¶ 食の betrekking; broodwinning. ¶ 食のを無くして broodeloos.
gohan御飯
(ご飯) zn. gekookte rijst v.; maal (食事) o.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kakudai拡大
zn. uitbreiding; vergroting; expansie; toename in omvang of aantal; verbreding. ¶ 拡大する kakudaisuru uitbreiden; vergroten; expanderen; toenemen; verbreden. ¶ 市場拡大 shijō kakudai marktvergroting. ¶ 投資拡大 tōshi kakudai toename in investeringen. ¶ 軍事拡大 gunji kakudai militaire expansie. 急拡大 kyūkakudai een plotse toename; een boom. ¶ 東方拡大 tōhō kakudai oostwaarste expansie. ¶ 需要拡大 jukyō kakudai een toename in vraag. 拡大された kakudaisareta vergroot; 拡大図 kakudaizu een vergroting; een detailbeeld. ¶ 彼は研究の対象を拡大した。 kare wa kenkyū no taishō wo kakudaishita。 Hij verbreedde zijn onderzoek [onderzoeksdoel]. (TTC) ¶ 当社の第一目標は南米市場を拡大することです。 honsha no daiichi mokuhyō wa nanbei shijō wo kakudaisuru koto desu. Ons primaire doel is het vergroten van de markt in Zuid-Amerika. (TTC) ¶ その都市は最近急速に拡大した。 Sono toshi wa saikin kyūsoku ni kakudaishita. De stad is recentelijk snel gegroeid [uitgebreid]. (TTC) ¶ 拡大コピーを撮ってくるよ。 Kakudai kopii wo totte kuru yo. Ik ga vergrootte kopieën maken hoor. (TTC) ¶ この顕微鏡は物を100倍に拡大する。 Kono kenbikyō wa mono wo haykubai ni kakudaisuru. Deze microscoop vergroot [dingen, objecten] honderd maal [keer]. (TTC)
makanaitsuki賄い付き
(賄付、賄附) zn. (bij een verblijf in bijvoorbeeld een hotel) met maaltijden inbegrepen. ¶ 賄い付きの下宿 makanaitsuki no geshuku logies met maaltijden inbegrepen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <maal>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
数回 suukai meermaals; herhaaldelijk; ; (1) een paar keer; maal; enkele keren; enige malen; (2) meerdere keren; verscheidene; ettelijke malen
ボストン・バッグ bosutonbaggu reistas; reiszak; valies; [veroud.] maal; [veroud.] mantelzak
ボストン・バッグ bosutonbaggu reistas; reiszak; valies; [veroud.] maal; [veroud.] mantelzak
遍; 返 hen ~ maal; ~ keer; -werf [kwantor die de frequentie van een actie, handeling e.d. aangeeft]
乗法記号 jouhoukigou [rekenk.] vermenigvuldigingsteken; maalteken; maalkruis; [i.h.b.] maalpunt; [verk.] maal
食事 shokuji maal; eten; maaltijd; [i.h.b.] dieet; [Belg.N., veroud.] eetmaal
乗号 jougou [rekenk.] vermenigvuldigingsteken; maalteken; maalkruis; [i.h.b.] maalpunt; [verk.] maal
御飯 gohan (1) gekookte rijst; gestoomde rijst; (2) maaltijd; maal
トランク toranku (1) koffer; valieskoffer; valies; [veroud.] maal; (2) kofferruimte; bagageruimte; kofferbak; koffer; achterbak
tabi (1) keer; maal; gelegenheid; -werf; (2) elke keer (als; dat); iedere keer (als; dat); telkens (als; wanneer); telkenmale (als; dat)
菜食 saijiki† (1) vegetarisch dieet; (2) vegetarisch gerecht; vegetarisch eten; maal; vegetarische kost; vegetariërsschotel
菜食 saishoku (1) vegetarisch dieet; (2) vegetarisch gerecht; vegetarisch eten; maal; vegetarische kost; vegetariërsschotel
meshi (1) gekookte rijst; warm eten; (2) maaltijd; maal; eten; (3) [meton.] brood; [meton.] boterham; kost; levensonderhoud
bai (1) a. toenemen; toevoegen; opstapelen; verdubbelen; verveelvoudigen; (2) b. ingaan tegen; zich verzetten tegen; ; keer; -maal; -dubbel; -voud; -voudig; -vuldig; ; het dubbele; tweevoud
ねた neta (1) materiaal; stof; ingrediënt; (2) fonds; middel; instrument; (3) gegevens; data; informatie; materiaal; (4) goed; waar; spul; artikel; product; (5) apparaat; mechaniek; toestel; instrument; (6) [volkst.] bewijs; spoor; bewijsmateriaal; (7) [Jap.barg.] maaltijd; maal; eten; voedsel; (8) [cul.] sushi-ingrediënt; [i.h.b.] vis
掛け算記号 kakezankigou [rekenk.] vermenigvuldigingsteken; maalteken; maalkruis; [i.h.b.] maalpunt; [verk.] maal
掛け gake (1) net bij het aanvatten van ~; terwijl men op weg is te ~; (2) procent; percent; ten honderd; (3) maal; keer; (4) met zitplaats voor ~ personen; (5) met ~ aan(getrokken); geschoeid met
ago (1) kaak; kaakgestel; kakement; [anat.] maxilla; [甲殻類; 昆虫類の] mandibel; [魚の] kieuw; (2) kin; (3) [道具の] bek; kaak; wangstuk; kauwwerktuig; (4) [釣針の] weerhaak; (5) maal; eten; kost; (6) kostgeld; (7) kostwinning; broodwinning; (8) logiesprijs; (9) gepraat; geklets; praat; [Belg.N.] klap; (10) 10. [dierk.] zeeduivel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'maal', strategie: exact). 
2005-2019